Viva la Vida!
Día de los Muertos, de dag van de doden, is een Mexicaanse feest dat elk jaar gevierd wordt op Allerheiligen en Allerzielen. Men gelooft dat de zielen van de gestorvenen dan kortstondig ontwaken uit hun eeuwige slaap. De Mexicanen trekken op die dagen met de hele familie naar het kerkhof om hen te verwelkomen en op een aangename manier wat tijd met elkaar door te brengen. Ook worden er in of vlak bij het huis speciale gedenkplekken, een soort altaartjes, voor de doden ingericht. 's Avonds vinden er in de straten processies plaats, met deelnemers waarvan de meesten een doodskop op hun gezicht hebben laten schminken.
Op 1 november, de dag van Allerheiligen, worden de graven van de gestorven kinderen met een bezoek vereerd; de dag erna, op Allerzielen, dus vandaag, zijn de graven van de volwassenen aan de beurt. Men neemt drank en etenswaren mee, evenals bloemen en geschenken; meestal precies die waar de doden tijdens hun aardse bestaan erg van hielden. Men viert hun leven, zogezegd. De avond en de nacht worden doorgebracht op en rond de grafzerken, te midden van brandende kaarsen. Eerst kunnen de overledenen zich te goed doen aan de meegebrachte spijzen en drinkwaren, op 'spirituele' wijze vanzelfsprekend, daarna mogen de aanwezige familieleden toetasten. Terwijl men eet en drinkt haalt men herinneringen op aan de gestorvenen en worden er liederen gezongen, in de volle overtuiging dat de doden ondertussen meegenieten. Elk jaar is er op die dag dus letterlijk sprake van een familiereünie.
Mictecacihuatl
Het feest vind zijn oorsprong in de religieuze tradities van onder andere de Azteken. Bij dit volk was het gebruikelijk om gedurende de maand augustus de gestorven voorouders te herdenken. Men bewaarde hun schedels en liet deze figureren in rituelen die dood en wedergeboorte symboliseerden. Zo bleven de doden, op een 'actieve manier', deel uitmaken van de wereld van de levenden. De festiviteiten waren vooral gewijd aan Mictecacihuatl, de koningin van de onderwereld. Na de komst van de Spanjaarden werd de viering geïntegreerd in het Mexicaanse katholicisme en gingen de rituelen, in enigszins gewijzigde vorm, deel uitmaken van Allerheiligen en Allerzielen.
Mictecacihuatl heeft sindsdien een behoorlijke gedaanteverandering ondergaan en wordt tegenwoordig vereerd als Santa Muerte, ofwel Heilige Dood, een vrouwelijke beschermheilige die meestal wordt afgebeeld als een skelet - gehuld in een lange mantel en voorzien van een zeis en een globe - waarvan de cultus, ondanks strenge veroordeling door de Kerk, de laatste decennia steeds grotere aanhang heeft gekregen. Want niet alleen onder leden van Mexicaanse drugskartels en criminele bendes is ze erg populair, ook bij 'gewone burgers' is dat in toenemende mate het geval, zowel in Mexico als daarbuiten. Vaak betreft het dan mensen aan de rand van de samenlevig of personen die psychisch zijn vastgelopen.
De rituelen van de cultus lijken weliswaar sterk op katholieke geloofsuitingen, door bijvoorbeeld het gebruik van rozenkransen en het houden van processies, maar bij de verering van Nuestra Señora de la Santa Muerte gaat het om een vorm van religie die duidelijk te herleiden valt naar precolumbiaanse tijden, toen het inroepen van de hulp van geesten en goden, in allerlei situaties, nog een normale gang van zaken was. Door haar volgelingen wordt ze onder meer geassocieerd met genezing, bescherming, financieel welzijn en de verzekering van een plaats in de hemel. De overtuiging dat ze wonderen kan verrichten speelt dan ook een zeer belangrijke rol in haar verering (zie Wikipedia).
Wat nog rest
Over de directe aanwezigheid van de dood gesproken: de urn met de as van May Khoen staat al ruim vijf jaar bij mij in de woonkamer. Ik brand er zo af en toe een kaarsje voor, op haar sterfdag bijvoorbeeld, of als ik haar heel erg mis. Ik praat nog regelmatig tegen haar en ik denk dat ze soms ook wel eens antwoord geeft. Niet letterlijk maar een soort van. Want ze is er nog steeds, even vluchtig en ongrijpbaar als de ijle ochtendnevel die over een zomers weiland trekt.
©Huub Drenth