dinsdag 2 november 2021

Día de los Muertos




 

Viva la Vida!

Día de los Muertos, de dag van de doden, is een Mexicaanse feest dat elk jaar gevierd wordt op Allerheiligen en Allerzielen. Men gelooft dat de zielen van de gestorvenen dan kortstondig ontwaken uit hun eeuwige slaap. De Mexicanen trekken op die dagen met de hele familie naar het kerkhof om hen te verwelkomen en op een aangename manier wat tijd met elkaar door te brengen. Ook worden er in of vlak bij het huis speciale gedenkplekken, een soort altaartjes, voor de doden ingericht. 's Avonds vinden er in de straten processies plaats, met deelnemers waarvan de meesten een doodskop op hun gezicht hebben laten schminken.

Op 1 november, de dag van Allerheiligen, worden de graven van de gestorven kinderen met een bezoek vereerd; de dag erna, op Allerzielen, dus vandaag, zijn de graven van de volwassenen aan de beurt. Men neemt drank en etenswaren mee, evenals bloemen en geschenken; meestal precies die waar de doden tijdens hun aardse bestaan erg van hielden. Men viert hun leven, zogezegd. De avond en de nacht worden doorgebracht op en rond de grafzerken, te midden van brandende kaarsen. Eerst kunnen de overledenen zich te goed doen aan de meegebrachte spijzen en drinkwaren, op 'spirituele' wijze vanzelfsprekend, daarna mogen de aanwezige familieleden toetasten. Terwijl men eet en drinkt haalt men herinneringen op aan de gestorvenen en worden er liederen gezongen, in de volle overtuiging dat de doden ondertussen meegenieten. Elk jaar is er op die dag dus letterlijk sprake van een familiereünie.



Mictecacihuatl

Het feest vind zijn oorsprong in de religieuze tradities van onder andere de Azteken. Bij dit volk was het gebruikelijk om gedurende de maand augustus de gestorven voorouders te herdenken. Men bewaarde hun schedels en liet deze figureren in rituelen die dood en wedergeboorte symboliseerden. Zo bleven de doden, op een 'actieve manier', deel uitmaken van de wereld van de levenden. De festiviteiten waren vooral gewijd aan Mictecacihuatl, de koningin van de onderwereld. Na de komst van de Spanjaarden werd de viering geïntegreerd in het Mexicaanse katholicisme en gingen de rituelen, in enigszins gewijzigde vorm, deel uitmaken van Allerheiligen en Allerzielen.

Mictecacihuatl heeft sindsdien een behoorlijke gedaanteverandering ondergaan en wordt tegenwoordig vereerd als Santa Muerte, ofwel Heilige Dood, een vrouwelijke beschermheilige die meestal wordt afgebeeld als een skelet - gehuld in een lange mantel en voorzien van een zeis en een globe - waarvan de cultus, ondanks strenge veroordeling door de Kerk, de laatste decennia steeds grotere aanhang heeft gekregen. Want niet alleen onder leden van Mexicaanse drugskartels en criminele bendes is ze erg populair, ook bij 'gewone burgers' is dat in toenemende mate het geval, zowel in Mexico als daarbuiten. Vaak betreft het dan mensen aan de rand van de samenlevig of personen die psychisch zijn vastgelopen.

De rituelen van de cultus lijken weliswaar sterk op katholieke geloofsuitingen, door bijvoorbeeld het gebruik van rozenkransen en het houden van processies, maar bij de verering van Nuestra Señora de la Santa Muerte gaat het om een vorm van religie die duidelijk te herleiden valt naar precolumbiaanse tijden, toen het inroepen van de hulp van geesten en goden, in allerlei situaties, nog een normale gang van zaken was. Door haar volgelingen wordt ze onder meer geassocieerd met genezing, bescherming, financieel welzijn en de verzekering van een plaats in de hemel. De overtuiging dat ze wonderen kan verrichten speelt dan ook een zeer belangrijke rol in haar verering (zie Wikipedia).

 



Wat nog rest

Over de directe aanwezigheid van de dood gesproken: de urn met de as van May Khoen staat al ruim vijf jaar bij mij in de woonkamer. Ik brand er zo af en toe een kaarsje voor, op haar sterfdag bijvoorbeeld, of als ik haar heel erg mis. Ik praat nog regelmatig tegen haar en ik denk dat ze soms ook wel eens antwoord geeft. Niet letterlijk maar een soort van. Want ze is er nog steeds, even vluchtig en ongrijpbaar als de ijle ochtendnevel die over een zomers weiland trekt.

©Huub Drenth


vrijdag 29 oktober 2021

Een stadsidylle




 

Mijn vorige post sloot ik af met een recente foto van het badhuis, gelegen in wat zonder meer het leukste buurtje van Groningen genoemd kan worden: de Badstratenbuurt. Zowel May Khoen als ik hebben een groot deel van ons volwassen leven in dit 'dorpje middenin de stad' gewoond en daarom lijkt het me zinvol om aan deze bijzondere plek wat uitgebreider aandacht te besteden.

In het filmpje wandelt Mirre van de Klok, reporter van OOG-tv, samen met 'stadshistoricus' Beno Hofman*1, begin mei 2021, letterlijk door de geschiedenis van het wijkje heen en ondertussen krijgt de kijker ook nog eens een goede indruk van de gemoedelijke sfeer die er altijd heerst. Iets wat vroeger trouwens ook al het geval was, blijkens de foto hieronder.

 

Kleine Badstraat met aan het eind de Niemeyerfabriek (± 1925).

De Badstratenbuurt ligt op loopafstand van zowel het Hoofdstation, de Grote Markt als het Stadspark. Binnen een kwartier ben je op de fiets in De Onlanden, een prachtig Noord-Drents natuurgebied. Via het Emmaviaduct zit je zo op de snelweg en ben je in een oogwenk in Assen of Zuidlaren. Kortom: een mooiere uitvalsbasis bestaat er niet.
May Khoen en ik hebben er soms wel eens over gedacht om te gaan verhuizen. Naar een woning die wat meer comfort te bieden had. Want na al die jaren leefden we nog steeds als studenten en dat vonden we soms best wel enigszins gênant, helemaal als we ons huis vergeleken met de kapitale panden waarin sommige vrienden van ons inmiddels woonden. Toch besloten we dan steeds om te blijven zitten waar we zaten, gewoon omdat we vonden dat dit buurtje, waar voornamelijk jonge mensen woonden en iedereen zijn eigen ding deed, heel erg bij ons paste.


Vroegere bedrijfsactiviteit in de buurt.

Gedurende al die jaren heeft de Badstratenbuurt natuurlijk wel een aantal zeer ingrijpende veranderingen ondergaan, met name langs het Noord-Willemskanaal en ook in het gebied tussen de spoorlijn en de oorspronkelijke woonwijk (waar het zwembad ooit lag en dat daarna eigendom van Niemeyer was). Zo hebben we de huizen aan de Marwixkade gebouwd zien worden, evenals die aan de Marwixhof. Voor die tijd stond aan de loskade langs het kanaal een hele serie bedrijfsgebouwen, evenals in het laatste stuk van de Marwixstraat (waar wij woonden). Zoals de linker foto hierboven laat zien had daar toen de VOP, een firma die in oud papier handelde, een paar grote loodsen (l) en een kantoorpand (r) in gebruik. De gebouwen aan het water werden in de jaren zeventig gesloopt, die aan het eind van de Marwixstraat verdwenen in de jaren tachtig.

 


Het badhuis werd geflankeerd door woonhuizen (klik op foto) en ook die vielen ten prooi aan de slopershamer, waarna er nieuwbouw voor in de plaats kwam. Op de plek waar nu de supermarkt aan de Paterswoldseweg gevestigd is, tegenover de ingang van Niemeyer, bevond zich vroeger in het hoekpand een lampenzaak. Waar die van kon bestaan is me altijd een raadsel gebleven want je zag er nooit een klant. Er waren toen trouwens sowieso veel van dat soort 'spookwinkels' in de stad. De buurt heeft dus wel substantiële uitbreiding ge-kend, qua woningen en inwonertal, maar op het karakter ervan heeft dat absoluut geen negatieve uitwerking gehad. Integendeel, de sfeer is er alleen maar beter door geworden.

May Khoen heeft overigens ook nog een paar jaar aan het Van Brakelplein gewoond. Dat was midden jaren zeventig, toen ze nog Zweeds studeerde en
een relatie had met Rob O., met wie ze  in Amsterdam op de middel-bare school had gezeten. Die straat (het is allesbehalve een plein) ligt in de Zeeheldenbuurt, pal aan de overkant van de Paterswoldseweg, en derhalve dichtbij de plek waar ze later zou komen te wonen. Het uitzicht dat ze daar had was uiterst riant maar ze zei vaak dat ze zich er nooit echt thuis gevoeld had. Niet zoals in de Badstratenbuurt althans, waar het leefklimaat nu eenmaal een stuk minder 'beklemmend' en 'burgerlijk' was.

©Huub Drenth



Van Brakelplein.

 

*1 Stadshistoricus Beno Hofman (1954) is op 28 december 2023 na een kort ziekbed overleden. Beno maakte meer dan 400 afleveringen over de geschiedenis van de stad Groningen voor stadsomroep OOG. Ook werkte hij voor RTV Noord en is hij de auteur van een aantal boeken. In aflevering 57 van de serie De Stadswandeling (mei 2022) bracht hij een bezoek aan de Zuiderbegraafplaats aan de Hereweg en sprak toen met Mirre van de Klok ook over zijn eigen dood.


zondag 24 oktober 2021

Groningen anno 1919

 



Een dwarsdoorsnede van de stad

Op dit YouTube-filmpje werd ik onlangs door een vriendin geattendeerd. Het geeft een goede indruk van het straatbeeld in Groningen zo'n 100 jaar geleden. Dan hebben we het over de tijd waarin mijn ouders ter wereld kwamen, weliswaar niet in Groningen maar dat is hier niet zo van belang, ikzelf woon immers al vijftig jaar in deze stad en mag mijzelf inmiddels dus gerust een Groninger noemen. Het filmpje begint met een rit van het spoorwegviaduct op de Hereweg naar de Grote Markt, via het Hereplein en de Herestraat. Aan het slot van het filmpje zit nog zo'n tocht richting de Grote Markt, maar dan via de Nieuwe en de Oude Ebbingestraat. Het middengedeelte bestaat uit beelden die her en der in de binnenstad zijn gemaakt, aangevuld met opnames vanaf de Martinitoren.

 


De paardenkeuring, Otto Eerelman (1920).

Hoeden en petten

Een van de eerste dingen die me opvielen was dat er omstreeks 1919 nog vrijwel geen auto's te zien waren in de Groningse straten. Wel veel voetgangers, fietsers en politieagenten. Ook reden er al elektrische trams door de stad (de film-camera staat opgesteld naast de bestuurder), voorheen bestonden er enkel paardentrams. Koetsen zie je eveneens een paar keer voorbijkomen, die fungeerden toen als taxi. Goederenvervoer geschiedde nog voornamelijk met handkarren of met paard en wagen. Een niet onbelangrijk deel van het werk van straatvegers bestond daarom uit het opruimen van paardenvijgen. Je had mannen met hoeden en mannen met petten en die hoofddeksels stonden onmiskenbaar symbool voor totaal verschillende werelden, helemaal als de hoed ook nog eens een paraplu bij zich had.

Gefilmd worden was iets zeer ongewoons in die tijd, dat valt goed af te lezen van de nieuwsgierige en starende gezichten, vooral op die van de kinderen. Op een bepaalde manier oogt het allemaal heel recent, wat natuurlijk ook komt door de toegevoegde geluids- en kleureffecten, daardoor besef je niet direct dat iedere persoon die je ziet waarschijnlijk al geruime tijd niet meer in leven is.

 

Zicht op de Waagstraat, april 1945.
Na de slag

Als de camera eenmaal het laatste stuk van de Herestraat heeft bereikt wordt meteen duidelijk hoezeer het gebied rond de Grote Markt sindsdien veranderd is. Hele blokken en huizenrijen zijn verdwenen en toegangswegen verbreed. Hetgeen te maken heeft met de felle strijd die daar heeft plaatsgevonden in de laatste dagen van de oorlog, toen de Canadezen de stad kwamen bevrijden en op hevige Duitse tegenstand stootten. Een groot deel van de statige panden aan het plein en in de aangrenzende straten lag daarna in puin, alleen het stadhuis kwam tamelijk ongeschonden uit de strijd (midden op de foto zien we de ruïnes van de huizen die uiterst links op het schilderij van Otto Eerelman afgebeeld staan). Gedurende de jaren vijftig werd vervolgens tot een volledig nieuwe invulling van dat gebied besloten, in plaats van uit te gaan van de historische situatie. Een beslissing die, afgaande op deze filmbeelden, zonder meer als een gigantische bestuurlijke en stedenbouwkundige blunder kan worden beschouwd.

 


 
Contouren

Vanaf de Martinitoren is goed te zien wat omstreeks 1920 de contouren van de stad zijn. Die verschilden eigenlijk maar weinig van de eeuwen daarvoor, zoals uit bovenstaande kaart uit 1925 blijkt (klik op afbeelding). De meeste mensen wonen duidelijk nog steeds in het gebied binnen de oude vestinggrachten, terwijl het inwonertal van Groningen gedurende de laatste honderd jaar meer dan verviervoudigd was.

Ook het Stadspark, linksonder op de kaart, stelt eigenlijk nog maar weinig voor, helemaal vergeleken met hoe het nu is. Mijn huis staat vlakbij het zwart omlijnde vierkantje iets erboven, tussen 1881 en 1955 was daar, tussen de Kleine Badstraat en het spoor, een 'Gemeentelijke bad- en zweminrichting' gevestigd, een combinatie van badhuis en zwembad. Het directiegebouw staat er nog steeds, nu biedt het onder meer onderdak aan het buurthuis. In de Piet Heinstraat, die op ongeveer dezelfde hoogte aan de overzijde van de Paterswoldseweg lag (en later grotendeels opgeslokt werd door de uitbreiding van tabaksfabriek Theodorus Niemeyer), woonde vanaf begin jaren twintig tante Rika, de jongere zus van mijn grootmoeder. Aan het eind van haar straat begonnen toen nog de weilanden, terwijl ze in een kwartier tijd naar de Grote Markt kon lopen... *1



Links het Badhuis in 1903, rechts de Piet Heinstraat omstreeks 1912.

Mijn grootmoeder Tecla Wessels stamde uit een gezin met vijf kinderen waarvan het merendeel in 1919 nog steeds in de stad Groningen woonde. Het valt daarom niet uit te sluiten dat er verre familieleden van mij in dit filmpje te zien zijn. Maar de vraag of dat ook daadwerkelijk zo is zal vermoedelijk altijd wel onbeantwoord blijven.

©Huub Drenth

 

*1 Over mijn oudtante Henderika Joanna (Rika) Wessels werd in mijn jeugd verteld dat ze op latere leeftijd met een uit Indië teruggekeerde rijke 'koloniaal' was getrouwd. Dat verhaal bleek onjuist te zijn. Op 2 januari 1922 trad ze in het huwelijk met Johannes Christiaan (Jan) Hubert, een weduwnaar met vijf opgroeiende kinderen, de jongste nog maar een kleuter. Hij was boekhouder van beroep en overleed in 1942. Tante Rika stierf eind 1967, ze was toen negentig. In de rouwadvertentie in De Volkskrant werd ze 'onze lieve moeder, grootmoeder en overgrootmoeder' genoemd. Op de foto hiernaast staat ze afgebeeld met de twee jongsten van haar stiefkinderen, te weten Johanna Maria Christina Hubert, geboren in 1911, en Geertruida Cornelia Hubert (Truus), geboren in 1917. Mogelijk is de foto op haar trouwdag gemaakt, die tevens haar 45e verjaardag was; over twee maanden is dat precies honderd jaar geleden. Truus, die haar eigen moeder maar amper gekend had, zou in 1946 haar dochter Henrica Clara Maria Aeneae Venema (roepnaam Claire) dan ook naar haar stiefmoeder vernoemen.  

 
 
 
Zie ook mijn post over de Badstratenbuurt in Groningen.

 

vrijdag 1 oktober 2021

Adieu mon amoureuse joye

 


 
Adieu mon amoureuse joye
Et mon plus plaisant souvenir,
Adieu l'eslite et la mon joye
De mon plus heureux advenir.
Je ne scau mais que devenir,
Puisque j'eslonge vo beaulté,
Madame par ma leaulté.

Car c'est tout le bien que j'avoye
Et l'outrepasse de mon desir,
Ne je n'ai espoir que ja voye
Dame qui me puist esjoir
Si non vous, a qui obeir
Vueil de parfaite volenté
Madame par ma leaulté.

Penser dont a la douleur moye,
Belle se c'est vostre plaisir,
Et gardez le coer que j'avoye
Dont amours me fait deschachier
Pour vous donner dont le choisir
Eulx vostre gratieuseté
Madame par ma leaulté.

 

München
Op 1 oktober 1984 werd May Khoen 'getransplanteerd', dus vandaag exact 37 jaar geleden. Ik merk dat het nog steeds onmogelijk voor me is om daar geen aandacht aan te besteden, ook al zou ik dat willen. Vooral natuurlijk omdat die datum, elke seconde van haar verdere leven, voor Khoen ontzettend belangrijk zou blijven. Niet in het minst omdat ze heel goed besefte dat haar plotselinge voorspoed het directe gevolg was van het trieste feit dat diezelfde dag, ergens in de buurt van München, een jonge vrouw een ernstig verkeersongeluk niet had overleefd. 's Morgens vroeg was dat gebeurd en 's avonds laat werd May Khoen geopereerd en kreeg ze een nieuwe nier. Nadien voelde ze vaak een diepe behoefte om de nabestaanden te bedanken voor het grote geschenk dat ze had mogen ontvangen maar die optie bestond jammer genoeg niet. HD

***

Brussel
De afgelopen tijd ben ik, gedurende de speurtocht naar mijn voorzaten, regelmatig in de late middel-eeuwen terechtgekomen. En daardoor eveneens in de muziek en schilderkunst die kenmerkend waren voor die periode. Dan heb ik het met name over Vlaanderen, Brabant en Henegouwen, gewesten waaruit een aantal van mijn verre voorouders afkomstig bleek te zijn. Het beginpunt werd gevormd door Sint-Pieters-Leeuw, vlak bij Brussel, de plaats waar mijn voorvader Willem van Cutsem van Zuene omstreeks 1450 ter wereld kwam.*1 We hebben het dan over de tijd dat achtereenvolgens Filips de Goede, Karel de Stoute en Maria van Bourgondië over de Lage Landen heersten.

Ter nagedachtenis aan zowel May Khoen als haar jonge anonieme nierdonor heb ik vandaag, enigszins geïnspireerd door mijn verre stamvader uit Vlaams-Brabant, het lied Adieu mon amoureuse joye van Gilles Binchois (1400-1460) opgenomen in deze aflevering van mijn blog, en wel in een uitvoering van het Antwerpse muziekensemble Graindelavoix. De hoofse liefde wordt erin bezongen, een genre dat in de 15e eeuw aan de Bourgondische hoven in Brugge, Brussel en Dijon zeer geliefd was.*2 Het intrigerende schilderij in de videoclip, Portret van een jonge vrouw getiteld, werd omstreeks 1470 vervaardigd door de Vlaamse meester Petrus Christus (1410-1475). De identiteit van de door hem vereeuwigde jongedame is tot op heden nog steeds niet geheel duidelijk, met recht is zij dan ook het gezicht van deze post.*3

©Huub Drenth

 


May Khoen in Hamburg, juli 2015


*1 De familie Van Cutsem zou naar verluidt afstammen van een buitenechtelijke zoon van Hendrik II, hertog van Brabant (1207-1248). Deze zoon werd tot ridder geslagen en kreeg een leen, Cuetssem Velde geheten, nabij Sint-Pieters-Leeuw toebedeeld. Om misverstanden met naamgenoten te voorkomen voegde Willem van Cutsem tweehonderd jaar later de naam van het gehucht waar hij woonde, Zuene, het tegenwoordige Zuun, nog aan zijn familienaam toe.

Sindsdien lopen er duizenden Van Cutsems op de wereld rond. Ik stam af van Arnoldus van Cutsem (1798-1870), een militair afkomstig uit Brussel die omstreeks 1820 in mijn geboortestad Kampen gelegerd was en daar tot zijn dood zou blijven wonen. Hetgeen niet vreemd was want België, Nederland en Luxemburg vormden ten tijde van koning Willem I een staatkundig geheel.

Ik ontdekte dat een andere verre nazaat van Willem van Cutsem, Edward van Cutsem - onze laatste gezamelijke voorouders waren Renier van Cutsem en Margriet Walravens die in het midden van de 17e eeuw leefden - in 2004 trouwde met lady Tamara Grosvenor, dochter van de puissant rijke 6e hertog van Westminster. Edwards vader, Hugh van Cutsem (1941-2013), was een zeer goede vriend van prins Charles. Zijn vier kinderen, met name zijn zonen Edward en William, groeiden dan ook samen op met prins William en prins Harry en zijn tot op de dag van vandaag nog steeds hechte vrienden.HD
*2 Een (Engelse) vertaling van het lied Adieu mon amoureuse joye is te vinden op de site van LiederNet.

*3 Petrus Christus wordt gerekend tot de Vlaamse Primitieven. Op Wikipedia is meer informatie te vinden over zijn schilderstuk Portret van een jonge vouw. Ook over haar mogelijke identiteit is daar informatie te vinden.

 

zondag 26 september 2021

De leste mooie dag



 

 

Op fietse

'K trap de fietse deur 't buulzand hen
Op 'n zandpad tussen Slien en Erm
En as ik dalijk eben in Diphoorn ben dan fiets ik deur
Langs Ermerzand goa'k op Veenoord an
Neij Amsterdam en dan langs 't Dommerskanaal
En as ik dan dalijk de kassen zie dan fiets ik deur
Want ik wul aal wieder ik wul alles zien
De leste mooie dag van 't joar mieskien
Alhoewel 't met de winterdag ok donders mooi kan wezen
Ik wul aal wieder deur noar Weiteveen
Want achter op 't veld daor ma 'k graag wee'n
A'k hier zo fietse en 't weijt nie slim
Dan giet 't haost vanzölf
Wie döt mij wat, wie döt mij wat
Wie döt mij wat vandage
'K heb de banden vol met wind
Nee ik heb ja niks te klagen
Wie döt mij wat, wie döt mij wat
Wie döt mij wat vandage
'K zol haost zeggen, jao het mag wel zo


Trap de fietse deur 't buulzand hen
Op 'n zandpad langs de Duutse grens
Ik denk da'k dalijk even kieken gao in't buutenland
De gruppe over, op naor Schöningsdorf
Ik stao eben te kieken bij'n iemenkörf
En ik stao hier even te denken wat za'k nou doen links of recht deur
Want ik wul aal wieder nog naor Hebelmeer
'N kaorte he'k nie neudig want ik ken 't hier
Want a'k daor dalijk over 'n slootie
Gao dan ben'k weer terug in Nederland
Ik wul aal weer wieder nog naor Barger-Compas
Naor Klazienaveen-Noord en 't Oostersebos
A'k hier zo fietse en 't weijt nie slim
Dan giet 't haost vanzölf...
Refrein
En nou gao'k over Barger-Oosterveld
Over 't schoelpattie kort daor bij de Honeywell
En dan recht deur tot de brugge van Oranjedorp
'N stukkie Bladderswieke en dan de Herendiek
En a'k Pastoorse bos en de toren zie
Dan fiets ik deur want 't weijt nie slim

'T giet vandaag vanzölf...

Refrein

 

Daniël Lohues

Ik luister regelmatig naar de podcast van Gijs Groenteman en daarin kwam op 4 augustus jl. een lang interview met singer-songwriter Daniël Lohues (1971) voorbij.
Een nogal opvallend aspect aan Daniëls persoon wordt gevormd door het feit dat hij altijd trouw is gebleven aan zijn roots. Hij woont nog steeds in Zuidoost-Drenthe, de streek waar hij ooit geboren is, terwijl hij best wel een grote naam heeft in de Neder-landse muziekwereld, niet alleen als zanger en liedjesschrijver maar ook als producent. In de jaren negentig richtte hij de band Skik op, een popgroep waarvan het repertoire grotendeels uit nummers in de streektaal bestond. Op fietse uit 1997, over een fietstocht in de omgeving van Emmen en door een stukje Duitsland, is daar een prachtig voorbeeld van en vormde toen min of meer zijn landelijke doorbraak.

Ook hier in Groningen was het vandaag misschien de laatste mooie dag van het jaar en dus heb ik, geïnspireerd door deze muzikale ode, de fiets gepakt en vervolgens een rondje in de omgeving van de stad gemaakt, inclusief een klein uitstapje naar Drenthe. Ongeveer dezelfde route die May Khoen en ik vroeger vaak  aflegden als het mooi weer was. Ik deed het weliswaar in een iets trager tempo dan Daniël Lohues maar ook ik had de banden vol met wind en verder niks te klagen. Ik zou daarom willen zeggen dat het, wat mij betreft, wel vaker zo mag. Ja, zelfs straks in de herfst en de winter.

©Huub Drenth



dinsdag 14 september 2021

Zeg niet dat het een droom was





Antonius door zijn god verlaten

Wanneer, om middernacht, je plotseling
een onzichtbare stoet voorbij hoort trekken
met stemmen en betoverende muziek -
treur dan niet nutteloos om de fortuin
die van je wijkt, je werken die mislukten,
je plannen voor het leven die allemaal illusies bleken.
Je moet, als was je lang voorbereid en moedig,
vaarwel zeggen aan het Alexandrië dat jou verlaat.
Bedrieg vooral jezelf niet, zeg niet dat
het een droom was, dat je gehoor je misleidde:
laat zo'n vergeefse hoop niet tot je toe. Je moet,
als was je lang voorbereid en moedig,
zoals jou, die zo'n stad was vergund, past,
beheerst naar het venster toegaan
en luisteren, met ontroering, niet met
lafhartig klagen en jammeren, in een laatst genieten,
naar de klank der betoverende instrumenten
van de geheime stoet die voorbijtrekt,
en vaarwel zeggen aan het Alexandrië dat je verliest.

Konstantinos P. Kaváfis

 

Vertalers: Hans Warren en Mario Molengraaf.
Afbeelding: fresco met
maenade en sater, blootgelegd in het huis van Lucius Caecilius Iucundus te Pompeï.
Muziek:
Παῦσις/Pausis Ancient Music Ensemble (Rui Fu: zang, Nikos Varelas: bendir, Theodore Koumartzis: antieke Griekse lier).
Voordracht: Huub Drenth.

Kaváfis' gedicht refereert aan de situatie en gemoedstoestand waarin Marcus Antonius, heerser over het oostelijk deel van het Romeinse Rijk en geliefde van de Egyptische koningin Cleopatra, verkeerde op 1 augustus van het jaar 30 v.Chr., nadat Octavianus (de latere keizer Augustus) hem twee keer had verslagen en er niets anders meer voor hem opzat dan zelfmoord te plegen. Plutarchus schreef daarover later dat Marcus Antonius door zijn persoonlijke god, Bacchus, verlaten was. De onzichtbare geheime stoet (van maenaden/bacchanten) die 's nachts uit Alexandrië wegtrekt verwijst naar dat moment.

Zie ook:
https://www.poetrybyheart.org.uk/poems/the-god-abandons-antony/
https://www.youtube.com/watch?v=3j1267BYexc


Huub Drenth

Konstantinos Kaváfis (1863-1933).


zaterdag 11 september 2021

Ella Sigander




I am from
By Ella Sigander

I am from soft beds,
From books and blankets.
I am from beautiful brick houses
And just baked cookies.
I’m from the luscious pink flowers on my favorite tree,
Which I remember every spring.

I’m from a far off place and cobblestone streets,
From mom, to brother, and dad, to me.
I’m from bright colors and long hikes,
From new places to bike.

I’m from castles and dragons,
From prayers and songs.
I’m from Lusia.
I’m from Sweden and Oregon,
Lusia rolls,
And tall cherry trees from grandma’s backyard,
And splashing in the pool,
And little glass fairies on the living room mantle.

This is me.

 

 


 

 

Vlinder en leeuwin

Ella Sigander is een jongedame die in de Amerikaanse staat Oregon woont. Al op vroege leeftijd bleek ze te beschikken over een heel zuiver taalgevoel en een haarscherp waarnemingsvermogen. Bovenstaand gedicht schreef ze bijvoorbeeld toen ze nog maar tien jaar oud was. Alles klopt en is in evenwicht. Als een vlinder met fluwelen vleugels landt ze op de woorden en stijgt dan sierlijk weer op, met haar voelsprieten vluchtig speurend naar nieuwe beelden en betekenissen. Het poëtische talent en de intelligentie spatten er vanaf.

Ella is dyslectisch, een genetische eigenschap die ze met veel andere mensen deelt en die zich met name openbaart op het vlak van spelling en van lezen. Op school leverde dat vaak problemen voor haar op, zowel in de contacten met medeleerlingen als met onderwijzers. Als je het hebt wordt er immers al snel het etiket 'dom' op je geplakt, iets wat in de regel grote implicaties heeft voor het zelfvertrouwen. Gelukkig heeft ze inmiddels geleerd hoe ze op een meer ontspannen manier met haar dyslexie om kan gaan, waardoor het haar leven niet langer volledig bepaalt. Want behalve dwarrelen als een vlinder kan Ella ook vechten als een leeuw indien dat noodzakelijk blijkt. Hetgeen op zich niet zo heel verwonderlijk is want ze is een achternichtje van May Khoen en ze hebben dus veel DNA gemeen.

 


I am going to

In november 2020 heeft Ella een Zoom-interview gegeven aan de site Different & Able. Daarin vertelt ze op zeer eloquente en verhelderende wijze over de problemen en kwetsbaarheden waarmee ze te maken heeft gehad door haar 'andersheid', zoals bijvoorbeeld gepest en uitgelachen worden in de klas. Ella's moeder ontdekte dat er in de jaren zeventig door Carl Ferreri een methode was ontwikkeld om afwijkingen in het zenuwstelsel te behandelen en deze intensieve, lichaamsgerichte, benadering - Neural Organization Technique (NOT) genaamd - heeft, wat Ella's dyslexie betreft, tot zeer positieve resultaten geleid. Ze presteert sindsdien op school veel beter en durft nu zelfs van een toekomst als counselor te dromen. Gezien haar artistieke talent valt echter ook niet geheel uit te sluiten dat ze uiteindelijk schrijver of beeldend kunstenaar zal worden. Je weet immers maar nooit...

Ella's moeder, Jessi Hansen Sigander, is trouwens eveneens door D&A geïnterviewd, in de rol van zowel ouder als deskundige. Ook dat gesprek is zeer de moeite waard, vooral voor mensen die geen idee hebben van de impact die dyslexie op iemands leven heeft, met name op dat van een schoolgaand kind.

 ©Huub Drenth

 

https://differentandable.org/stories/our-interview-ella-sigander
https://differentandable.org/resources/our-interview-dr-jessi-sigander

Schilderij: Corneille

zaterdag 28 augustus 2021

You've got a lotta nerve

 



Positively 4th Street

You've got a lotta nerve to say you are my friend
When I was down you just stood there grinnin'
You've got a lotta nerve to say you got a helping hand to lend
You just want to be on the side that's winnin'

You say I let you down, ya know its not like that
If you're so hurt, why then don't you show it?
You say you've lost your faith, but that's not where its at
You have no faith to lose, and ya know it

I know the reason, that you talked behind my back
I used to be among the crowd you're in with
Do you take me for such a fool, to think I'd make contact
With the one who tries to hide what he don't know to begin with?

You see me on the street, you always act surprised
You say "how are you?", "good luck", but ya don't mean it
When you know as well as me, you'd rather see me paralyzed
Why don't you just come out once and scream it

No, I do not feel that good when I see the heartbreaks you embrace
If I was a master thief perhaps I'd rob them
And tho I know you're dissatisfied with your position and your place
Don't you understand, its not my problem?

I wish that for just one time you could stand inside my shoes
And just for that one moment I could be you
Yes, I wish that for just one time you could stand inside my shoes
You'd know what a drag it is to see you

 

Geerstraat, jaren zestig.

Koffiebar Cosy

Dit nummer van Bob Dylan ontdekte ik in 1969, toen koffiebar Cosy in de oude binnenstad van Kampen zo'n beetje mijn tweede thuis geworden was. Dat alternatieve 'jeugdhonk' bevond zich in de Geerstraat, vlakbij de plek waar ik geboren was (in de Boven Nieuwstraat). Cosy bestond op dat moment nog niet zo lang, voorheen had er altijd een dierenwinkel in dat pand gezeten. Roelof en Anneke Hogeboom, zo heette het echtpaar dat de zaak bestierde. Met een zusje van Anneke, Fientje uit Sneek, heb ik in die tijd nog een paar maanden verkering gehad.

Ze hadden daar een jukebox die aangesloten was op luidsprekers aan de wand. Je moest een kwartje in het apparaat gooien, geloof ik. Ik kan me eigenlijk geen ander nummer herinneren dat ik ooit gedraaid heb. Kennelijk fascineerde vooral de inhoud van deze song me, in ieder geval stukken meer dan die van nummers als Beautiful People van Melanie of Whole Lotta Love van Led Zeppelin die, dwars door de gekleurde ramen heen, tot ver in de straat te horen waren, in het algemeen tot afgrijzen van buren en passanten.

 

Ik, voorjaar 1969.

Sodom en Gomorra

Ik was 16 en de trotse bezitter van een zwarte Puch met een hoog stuur, want daarmee gaf je aan bij welke 'subcultuur' je hoorde. Evenals trouwens met je kleding en je haardracht. In Kampen, dat nogal calvinistisch was, vormde zoiets een behoorlijk statement. Later heb ik ook nog een poosje in Cosy achter de bar gestaan en toen had ik het helemaal gemaakt, met name bij de meiden die daar kwamen. Dat was nadat Roelof een ernstig auto-ongeluk had gekregen en zijn broer Albert en diens vrouw Enny het roer overgenomen hadden. Er werd overigens alleen maar koffie, thee en frisdrank geschonken, voor alcohol hadden ze geen vergunning. Desalniettemin werd die tent door veel ouders als een soort Sodom en Gomorra beschouwd omdat er veel 'langharig tuig' kwam. Hetgeen een nogal overdreven kwalificatie was want voor het merendeel waren dat hele normale middelbare scholieren, net als ondergetekende.

Hoe het ook zij, regelmatig stormde er een boze moeder de schemerige ruimte binnen en werd er, vaak tamelijk hardhandig, een tegenstribbelende dochter mee naar buiten gesleept, het daglicht in. Die dochter zat trouwens een paar dagen later meestal gewoon weer op haar oude plekje aan de bar. Want verder gebeurde er in Kampen niet veel en de jeugdige hormonen hielden zich nou eenmaal aan maar weinig regels.

 



For just one time

Waarom ik dit nummer in die tijd zo vaak draaide weet ik niet. Ik verstond slechts flarden van de tekst. Ik begreep echter wel dat het om 'fake' vriendschappelijk gedrag van iemand ging en dat er achter de rug van de zanger, door die bewuste persoon, op een totaal andere manier over hem gepraat werd dan pal in zijn gezicht. En dat dit Bob Dylans manier was om met die zogenaamde vriend/vriendin af te rekenen. Want een zinsnede als "You'd know what a drag it is to see you" is uiteraard best wel dodelijk.
Ook ik heb trouwens al een tijdje te maken met een dergelijke figuur. Dus met iemand die aan de voorkant heel anders doet dan aan de achterkant en die nogal wat shit en onwaarheden over mij verspreidt. Die messen in mijn rug steekt, zogezegd. Iemand die mij gebruikt als poetsdoek om het eigen aftandse ego nog wat glans te geven. Ik weet zeker dat de persoon in kwestie zichzelf meteen herkent als die mijn woorden leest. Door mijn ogen zichzelf ziet, als het ware. Vervolgens moeten we dan maar hopen dat deze uitermate sympathieke medemens geen acute rolberoerte krijgt.

©Huub Drenth



Bob Dylan en Scarlet Rivera.


woensdag 25 augustus 2021

Kari Bremnes - Alleen wij en de zon

 



VROEG

Mama zat te ontbijten
ik dronk alleen maar koffie
mama eet zo netjes
Het was nog vroeg
onwaarschijnlijk vroeg
een vroege vroege zomer

Alleen wij en de zon
nog niemand anders op
de een of andere vogel
enkel zij en ik
alleen wij en de zon
en de een of andere vogel
niemand anders op nog
die vroege zomerdag

Mama zat in haar bh
ik in een bikini met puntjes
op de veranda in Svolvær
dat kwam maar zelden voor
onvoorstelbaar zelden
zo’n zomeruur

Mama was zo veel
ik was bijna niets
ik was amper Kari
vond mezelf maar iel
Niemand anders op
alleen wij en de zon
en de een of andere vogel
die net begonnen was

Mama gaat naar Spanje
naar Inger Johanne
die woont in Alicante
Ze waren nog maar 19
onvoorstelbaar 19
een zomer in Europa

Ze vertrokken vanuit Narvik
liftten mee met een ertsboot
hadden fietsen bij zich
in de lente van hun jeugd
ik breng haar nu naar het vliegtuig
ze fietsten in Parijs
een zomer in Europa
nu zijn ze 80 jaar

Het was nog vroeg
onwaarschijnlijk vroeg
een vroege vroege zomer

 

Tekst/muziek: Kari Bemnes
Vertaling: Huub Drenth