zaterdag 26 juni 2021

My heritage

 

Arnulf van Metz.
 

Hofmeiers, heiligen en hunebedbouwers

Door de eindeloze lockdown heb ik aan het uitpluizen van mijn stamboom de afgelopen maanden eveneens veel tijd besteed, dit mede naar aanleiding van een DNA-test die ik begin maart van vrienden cadeau had gekregen. Op basis van genealogisch onderzoek, dat door een verre bloedverwant was gepleegd en waarover hij een boek had geschreven, 'ontdekte' ik dat mijn tot dan toe verst traceerbare voorvader, Arnulf van Metz, geboren werd omstreeks het jaar 582, dus amper honderd jaar na de val van het West-Romeinse Rijk. Arnulf was een belangrijke Merovingische hofmeier en een betbetovergrootvader van Karel de Grote. In 614 werd hij tot bisschop van Metz benoemd - in die tijd niet alleen een religieuze maar ook een politiek belangrijke functie - waarna zijn vrouw Doda van Saksen intrad in een klooster te Trier. Later werd Arnulf zelf ook kloosterling. Na zijn dood in augustus 640 is hij heilig verklaard.

Weliswaar vertonen de resultaten van het archiefonderzoek van mijn verre neef her en der wat hiaten - eerst vanaf ongeveer 1550 zijn die voor de volle honderd procent betrouwbaar - maar toch twijfel ik er geen moment aan dat ik een afstammeling van Karel de Grote en diens voorvader Arnulf van Metz ben. Voor zo'n beetje iedereen in West-Europa geldt dat namelijk.*1

Commerciële DNA-testen doen geen uitspraken over de verwantschap met historische personen, wel koppelen ze je DNA aan haplogroepen en matchen ze jouw DNA met het DNA van andere deelnemers om eventuele verwantschap vast te kunnen stellen. Uit mijn DNA-test kwam naar voren dat ik een typische Noordwest-Europeaan ben (haplogroep R1b: 93 procent), met meer dan 5000 matches in alle landen rondom de Noordzee, plus de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. In het algemeen waren het lage matches (minder dan 100 centiMorgan). Ook bleek ik voor 5 procent 'Scandinavische' genen (haplogroep I1) te bezitten, hoogstwaarschijnlijk betreft het hier de genetische nalatenschap van Deense Vikingen. De overige 2 procent van mijn DNA behoort tot de haplogroep R1a, waardoor ik ook over de Oost-Europese genen beschik die een link vormen naar de mesolithische jagers en verzamelaars die Europa en Noordwest-Azië bevolkten na de laatste ijstijd.

 

  

De West-Europese haplogroep R1b, waartoe het overgrote deel van mijn genen behoort, is afkomstig van de Proto-Indo-Europese herdersvolken die zo'n 5000 jaar geleden op de uitgestrekte Pontisch-Kaspische steppe leefden en daar de zogeheten 'kurgans' achterlieten. Een deel van hen trok met door paarden getrokken wagens westwaards en vermengde zich, in relatief korte tijd, met de daar woonachtige, oorspronkelijk uit Anatolië afkomstige, neolithische landbouwers - waartoe, onder anderen, ook de hunebedbouwers en de in de Italiaanse Alpen gevonden Ötzi behoorden - alsmede met de laatste jagers en verzamelaars die her en der nog in die streken aanwezig waren. Het DNA van de meeste huidige West-Europeanen bestaat uit het overerfde genenmateriaal van deze drie groepen.*2

Inmiddels is de lockdown van regeringswege grotendeels opgeheven en heb ik alweer een paar keer in de bioscoop, de trein en op een terras gezeten. Hetgeen op zich zeer positieve vooruitzichten biedt. Dus hoop ik maar dat het me de resterende zomermaanden zal lukken om genoeg energie te vergaren om de komende winter door te komen. Want hoe je het ook wendt of keert: vandaag is het al een paar seconden minder lang licht dan gisteren en die tendens zet voorlopig nog wel even door.


©Huub Drenth




*1 Op YouTube is een aantal interessante video's over het onderwerp 'afstamming van Karel de Grote' te vinden. Het gaat dan over de statistische waarschijnlijkheid die geldt voor iedereen met minstens een Europese voorouder.

*2 In dit verband is het misschien interessant om te kijken naar wat David Reich, auteur van het boek Who We Are and How We Got Here, hierover weet te melden (in een interview met Dwarkesh Patel):

 

 

Nadere verdieping in dit onderwerp riep bij mij de vraag op of voorouders van meer dan tien generaties terug (210, enz.) nog als 'bloedverwanten' beschouwd kunnen worden, gezien het feit dat hun aandeel in ons DNA dan inmiddels al minder dan een promille centiMorgan (cM) bedraagt (de totale lengte van al onze chromosomen bij elkaar opgeteld is ongeveer 7400 cM, van beide ouders krijgen we 50 procent cM, van onze vier grootouders 25 procent, enzovoort). Bij twintig generaties (ongeveer 700 jaar) terug is dat getal al kleiner dan een miljoenste en dan is zelfs de term 'homeopathische verdunning' eigenlijk al niet meer van toepassing. Een andere conclusie zou uiteraard kunnen zijn dat zo'n beetje alle Europeanen (en sowieso alle mensen op de wereld) bloedverwanten van elkaar zijn, dan is dat probleem voorgoed opgelost (beluister ook wat Maarten Larmuseau, stamboom-expert en geneticus aan de KU Leuven, hierover zegt).

Belangrijke aanvulling. Autosomale DNA-tests danken hun populariteit in belangrijke mate aan de schatting van de 'etniciteit' of admixture, je genetische mix. Ze zouden de oorsprong van je voorouders laten zien, tot millennia terug. De praktijk laat zien dat de aanbieders van de tests deze belofte niet waar kunnen maken. Op dit moment gaat de betrouwbaarheid nog niet verder dan het continentale niveau. Ga voor meer uitleg hierover naar de site van het CBG/Centrum voor familiegeschiedenis of naar deze video op YouTube. 

 

donderdag 24 juni 2021

Knud Rasmussen




De vijfde Thule-expeditie

Vanwege al het gedoe rond Covid maakte zich de afgelopen drie maanden geleidelijk een soort vermoeidheid van me meester. Een groeiend gevoel van lusteloosheid. Lockdown-uitputting noemde ik het, veroorzaakt door een tekort aan fysieke prikkels en avontuur. En niet te vergeten: door een lente die veel te traag op gang kwam. Daardoor voelde ik nog maar weinig aandrang om posts voor mijn blog te schrijven, ook al had ik genoeg ideeën.

Wat niet wegneemt dat ik in die periode een aantal zeer interessante boeken heb gelezen, onder andere een recente biografie, geschreven door Stephen R. Bown, over de Deens-Groenlandse etnograaf Knud Rasmussen (1879 - 1933), leider en initiator van de legendarische vijfde Thule-expeditie en al heel lang een van mijn helden.*1 We hebben het dan over een wetenschappelijke onderneming, uitgevoerd met hondensleeën, die tot doel had om de de Inuit-cultuur van Groenland tot Alaska in kaart te brengen en die duurde van 1921 tot 1924.

 

Het toeval wil dat May Khoen en ik beiden hevig geïnteresseerd waren in de cultuur van de Inuit (Eskimo's), een volk waarover we in de loop der jaren veel kennis hadden vergaard, voornamelijk door middel van boeken en documentaires. Waarschijnlijk omdat we beiden gefascineerd waren door het feit dat ze in staat waren om in de meest barre omstandigheden te overleven en daarin misschien onszelf een beetje herkenden.

In zijn boek Across Arctic America, waarin hij uitgebreid verslag doet van die lange tocht, geeft Rasmussen een zeer boeiende inkijk in hun manier van leven, die op dat moment nog overwegend traditioneel van aard was.*2 Sindsdien is er nogal wat veranderd in hun wereld, helaas meestal niet ten goede, aanvankelijk vooral als het gevolg van politieke en technologische ontwikkelingen en vanaf de jaren zeventig tevens door klimaatverandering; ook de bewustwording daarvan kwam door onze fascinatie voor de Inuit dus al vroeg op gang.


©Huub Drenth



Miteq, Arnarulúnguaq en Knud Rasmussen.


*1 Het (door mij bewerkte) Deense filmpje over Knud Rasmussen diende om de aandacht te vestigen op het van start gaan van de vijfde Thule-expeditie in de zomer van 1921, dit jaar exact honderd jaar geleden. De wetenschappers die deel uitmaakten van de expeditie deden onderzoek in Groenland en Noordoost-Canada, waarna ze in 1923 weer naar Denemarken terugreisden.

In maart 1923 ging deel twee van de expeditie van start, toen vertrokken Rasmussen en twee Groenlandse Inuit, Miteq en Arnarulúnguaq, met hondensledes vanaf Danish Island (in de Hudsonbaai) richting None in Alaska. Vanaf Icy Cape, waar ze op 30 juni 2024 vertrokken, moesten ze, voor de laatste etappes, gebruik maken van boten. Op 31 augustus 1924 kwamen ze in Nome aan. In totaal hadden ze met hun sledes een afstand van ruim 6000 kilometer afgelegd.
*2 Een volledige versie van Across Arctic America is te vinden op internet.

 

dinsdag 22 juni 2021

Bespiegelingen



 
Over nu
Vandaag exact vijf jaar geleden is May Khoen overleden. Door de lockdown was haar afwezigheid veel sterker voelbaar dan voorheen en miste ik haar soms zo erg dat mijn hele lijf er pijn van deed. Toch ben ik blij dat ze de pandemie niet meer mee heeft hoeven maken. Aangezien haar immuunsysteem, vanwege de niertransplantatie, kunstmatig werd onderdrukt had ze geen schijn van kans gehad als ze besmet was geraakt door het virus. En ook vaccinatie had in haar geval waarschijnlijk niet veel uitgemaakt. Ze zou in huis opgesloten hebben gezeten en ongetwijfeld met allerlei psychische klachten te kampen hebben gekregen, vanwege het sociale isolement en de stress. Ook voor mij, als mantelzorger en potentiële besmetter, zou het veel meer spanning opgeleverd hebben. En dan had Khoen ook nog eens moeten leven met het gegeven dat Covid-19 nooit helemaal gaat verdwijnen uit onze dagelijkse realiteit en voor haar dus altijd een gevaar zou hebben blijven vormen.



Inmiddels heb ik mijn beide vaccinatieprikken gehad. Met het Pfizer-vaccin om precies te zijn. Statistisch gezien ben ik dus goed beschermd. Ik ken wel enkele mensen die het afgelopen jaar corona hebben opgelopen maar in mijn directe omgeving is niemand eraan overleden of erdoor in het ziekenhuis beland. Ook mijn zus, die kampt met ernstig overgewicht, heeft het gelukkig overleefd. Zelf ben ik eigenlijk nooit bang geweest als ik in supermarkten en dergelijke rondliep, ook niet als de afstand kleiner was dan anderhalve meter of als ik omringd werd door studenten (die het vaak wat minder nauw namen met de corona-regels).


©Huub Drenth

  




De foto's van May Khoen zijn door mij (HD) gemaakt in Stockholm, op de Logårdstrappan in juni 1978, en in een pension bij de haven van Ermoupolis, op het Griekse eiland Syros, in juli 1979. 

maandag 21 juni 2021

Midzomer

 


Middernacht, Anders Zorn 1891.*

Kentering

Vandaag is het zomerzonnewende. Met andere woorden: het is de langste dag van het jaar. De tijd tussen zonsopkomst en zonsondergang duurt maar liefst 16 uur en 48 minuten, plus nog wat seconden. Op onze geografische breedte, wel te verstaan, want noordelijker van ons duurt de dag zelfs zo lang dat er van nacht eigenlijk geen sprake meer is. Ik kan me nog goed herinneren dat, toen Khoen en ik in de zomer van 1978 om drie uur 's nachts met de boot vanuit Narvik in het Noorse Bodø arriveerden, we her en der kinderen zagen spelen in de verder lege straten. Hetgeen minder raar was dan het leek want de zon scheen nog steeds. De middernachtzon, zo heet dat verschijnsel en het duurt best wel een poos voordat je innerlijke klok eraan gewend is als je daar niet geboren bent.

Het begrip tijd heeft in het hoge Noorden een totaal andere betekenis dan bij ons het geval is, midzomer wordt dan ook overal in die streken zeer uitbundig gevierd. Want na de langste dag gaat het leven, in vrij snel tempo, weer richting winter en half september valt in de kustgebieden boven de Poolcirkel al de eerste sneeuw. 's Nachts komt de temperatuur dan inmiddels onder het vriespunt. In december begint vervolgens de lange winternacht en die periode duurt ongeveer twee maanden. Verder naar het noorden toe zelfs nog veel langer. De zon laat zich dan (vrijwel) niet meer zien. In de zomer gaat alles heel erg snel en in de winter heel erg traag, zowel in de natuur als in de samenleving, daar komt het simpelweg op neer. Midzomer en midwinter (Jul/kerstmis) vormen dan ook de belangrijke feestdagen van het jaar die met de hele familie worden gevierd.

 


MidzomerdansAnders Zorn 1897.

Uit balans

Het idee dat vanaf nu de dagen alweer korter worden roept behoorlijk veel tegenstrijdige gevoelens bij me op, moet ik eerlijk bekennen. Want er kleeft iets zeer onrechtvaardigs aan de huidige gang van zaken. Enerzijds was er vanaf vorig jaar herfst (tot heel recent) de lange lockdown, waardoor mijn sociale leven zo'n beetje compleet stil kwam te liggen, en anderzijds duurde de winter ook nog eens veel langer dan gewoonlijk, vanwege het koude en natte voorjaar. De lente is nog maar amper begonnen en nu gaan we, volgens de astronomische kalender althans, alweer richting winter. Terwijl ik mentaal en fysiek nog lang niet hersteld ben van alle corona-vermoeienissen van de afgelopen vijftien maanden. Dus hoop ik maar dat de zomer deze keer wat langer duurt dan anders. Tot ver in oktober, wat mij betreft.


©Huub Drenth

 

 Midzomerviering op IJsland, omstreeks 1925.


* Anders Zorn is een bekende Zweedse schilder die sterk beïnvloed werd door het impressionisme Hij leefde van 1860 tot 1920. Al heel lang ben ik een groot bewonderaar van hem (HD).