vrijdag 1 oktober 2021

Adieu mon amoureuse joye

 


 
Adieu mon amoureuse joye
Et mon plus plaisant souvenir,
Adieu l'eslite et la mon joye
De mon plus heureux advenir.
Je ne scau mais que devenir,
Puisque j'eslonge vo beaulté,
Madame par ma leaulté.

Car c'est tout le bien que j'avoye
Et l'outrepasse de mon desir,
Ne je n'ai espoir que ja voye
Dame qui me puist esjoir
Si non vous, a qui obeir
Vueil de parfaite volenté
Madame par ma leaulté.

Penser dont a la douleur moye,
Belle se c'est vostre plaisir,
Et gardez le coer que j'avoye
Dont amours me fait deschachier
Pour vous donner dont le choisir
Eulx vostre gratieuseté
Madame par ma leaulté.

 

München
Op 1 oktober 1984 werd May Khoen 'getransplanteerd', dus vandaag exact 37 jaar geleden. Ik merk dat het nog steeds onmogelijk voor me is om daar geen aandacht aan te besteden, ook al zou ik dat willen. Vooral natuurlijk omdat die datum, elke seconde van haar verdere leven, voor Khoen ontzettend belangrijk zou blijven. Niet in het minst omdat ze heel goed besefte dat haar plotselinge voorspoed het directe gevolg was van het trieste feit dat diezelfde dag, ergens in de buurt van München, een jonge vrouw een ernstig verkeersongeluk niet had overleefd. 's Morgens vroeg was dat gebeurd en 's avonds laat werd May Khoen geopereerd en kreeg ze een nieuwe nier. Nadien voelde ze vaak een diepe behoefte om de nabestaanden te bedanken voor het grote geschenk dat ze had mogen ontvangen maar die optie bestond jammer genoeg niet. HD

***

Brussel
De afgelopen tijd ben ik, gedurende de speurtocht naar mijn voorzaten, regelmatig in de late middel-eeuwen terechtgekomen. En daardoor eveneens in de muziek en schilderkunst die kenmerkend waren voor die periode. Dan heb ik het met name over Vlaanderen, Brabant en Henegouwen, gewesten waaruit een aantal van mijn verre voorouders afkomstig bleek te zijn. Het beginpunt werd gevormd door Sint-Pieters-Leeuw, vlak bij Brussel, de plaats waar mijn voorvader Willem van Cutsem van Zuene omstreeks 1450 ter wereld kwam.*1 We hebben het dan over de tijd dat achtereenvolgens Filips de Goede, Karel de Stoute en Maria van Bourgondië over de Lage Landen heersten.

Ter nagedachtenis aan zowel May Khoen als haar jonge anonieme nierdonor heb ik vandaag, enigszins geïnspireerd door mijn verre stamvader uit Vlaams-Brabant, het lied Adieu mon amoureuse joye van Gilles Binchois (1400-1460) opgenomen in deze aflevering van mijn blog, en wel in een uitvoering van het Antwerpse muziekensemble Graindelavoix. De hoofse liefde wordt erin bezongen, een genre dat in de 15e eeuw aan de Bourgondische hoven in Brugge, Brussel en Dijon zeer geliefd was.*2 Het intrigerende schilderij in de videoclip, Portret van een jonge vrouw getiteld, werd omstreeks 1470 vervaardigd door de Vlaamse meester Petrus Christus (1410-1475). De identiteit van de door hem vereeuwigde jongedame is tot op heden nog steeds niet geheel duidelijk, met recht is zij dan ook het gezicht van deze post.*3

©Huub Drenth

 


May Khoen in Hamburg, juli 2015


*1 De familie Van Cutsem zou naar verluidt afstammen van een buitenechtelijke zoon van Hendrik II, hertog van Brabant (1207-1248). Deze zoon werd tot ridder geslagen en kreeg een leen, Cuetssem Velde geheten, nabij Sint-Pieters-Leeuw toebedeeld. Om misverstanden met naamgenoten te voorkomen voegde Willem van Cutsem tweehonderd jaar later de naam van het gehucht waar hij woonde, Zuene, het tegenwoordige Zuun, nog aan zijn familienaam toe.

Sindsdien lopen er duizenden Van Cutsems op de wereld rond. Ik stam af van Arnoldus van Cutsem (1798-1870), een militair afkomstig uit Brussel die omstreeks 1820 in mijn geboortestad Kampen gelegerd was en daar tot zijn dood zou blijven wonen. Hetgeen niet vreemd was want België, Nederland en Luxemburg vormden ten tijde van koning Willem I een staatkundig geheel.

Ik ontdekte dat een andere verre nazaat van Willem van Cutsem, Edward van Cutsem - onze laatste gezamelijke voorouders waren Renier van Cutsem en Margriet Walravens die in het midden van de 17e eeuw leefden - in 2004 trouwde met lady Tamara Grosvenor, dochter van de puissant rijke 6e hertog van Westminster. Edwards vader, Hugh van Cutsem (1941-2013), was een zeer goede vriend van prins Charles. Zijn vier kinderen, met name zijn zonen Edward en William, groeiden dan ook samen op met prins William en prins Harry en zijn tot op de dag van vandaag nog steeds hechte vrienden.HD
*2 Een (Engelse) vertaling van het lied Adieu mon amoureuse joye is te vinden op de site van LiederNet.

*3 Petrus Christus wordt gerekend tot de Vlaamse Primitieven. Op Wikipedia is meer informatie te vinden over zijn schilderstuk Portret van een jonge vouw. Ook over haar mogelijke identiteit is daar informatie te vinden.

 

zondag 26 september 2021

De leste mooie dag



 

 

Op fietse

'K trap de fietse deur 't buulzand hen
Op 'n zandpad tussen Slien en Erm
En as ik dalijk eben in Diphoorn ben dan fiets ik deur
Langs Ermerzand goa'k op Veenoord an
Neij Amsterdam en dan langs 't Dommerskanaal
En as ik dan dalijk de kassen zie dan fiets ik deur
Want ik wul aal wieder ik wul alles zien
De leste mooie dag van 't joar mieskien
Alhoewel 't met de winterdag ok donders mooi kan wezen
Ik wul aal wieder deur noar Weiteveen
Want achter op 't veld daor ma 'k graag wee'n
A'k hier zo fietse en 't weijt nie slim
Dan giet 't haost vanzölf
Wie döt mij wat, wie döt mij wat
Wie döt mij wat vandage
'K heb de banden vol met wind
Nee ik heb ja niks te klagen
Wie döt mij wat, wie döt mij wat
Wie döt mij wat vandage
'K zol haost zeggen, jao het mag wel zo


Trap de fietse deur 't buulzand hen
Op 'n zandpad langs de Duutse grens
Ik denk da'k dalijk even kieken gao in't buutenland
De gruppe over, op naor Schöningsdorf
Ik stao eben te kieken bij'n iemenkörf
En ik stao hier even te denken wat za'k nou doen links of recht deur
Want ik wul aal wieder nog naor Hebelmeer
'N kaorte he'k nie neudig want ik ken 't hier
Want a'k daor dalijk over 'n slootie
Gao dan ben'k weer terug in Nederland
Ik wul aal weer wieder nog naor Barger-Compas
Naor Klazienaveen-Noord en 't Oostersebos
A'k hier zo fietse en 't weijt nie slim
Dan giet 't haost vanzölf...
Refrein
En nou gao'k over Barger-Oosterveld
Over 't schoelpattie kort daor bij de Honeywell
En dan recht deur tot de brugge van Oranjedorp
'N stukkie Bladderswieke en dan de Herendiek
En a'k Pastoorse bos en de toren zie
Dan fiets ik deur want 't weijt nie slim

'T giet vandaag vanzölf...

Refrein

 

Daniël Lohues

Ik luister regelmatig naar de podcast van Gijs Groenteman en daarin kwam op 4 augustus jl. een lang interview met singer-songwriter Daniël Lohues (1971) voorbij.
Een nogal opvallend aspect aan Daniëls persoon wordt gevormd door het feit dat hij altijd trouw is gebleven aan zijn roots. Hij woont nog steeds in Zuidoost-Drenthe, de streek waar hij ooit geboren is, terwijl hij best wel een grote naam heeft in de Neder-landse muziekwereld, niet alleen als zanger en liedjesschrijver maar ook als producent. In de jaren negentig richtte hij de band Skik op, een popgroep waarvan het repertoire grotendeels uit nummers in de streektaal bestond. Op fietse uit 1997, over een fietstocht in de omgeving van Emmen en door een stukje Duitsland, is daar een prachtig voorbeeld van en vormde toen min of meer zijn landelijke doorbraak.

Ook hier in Groningen was het vandaag misschien de laatste mooie dag van het jaar en dus heb ik, geïnspireerd door deze muzikale ode, de fiets gepakt en vervolgens een rondje in de omgeving van de stad gemaakt, inclusief een klein uitstapje naar Drenthe. Ongeveer dezelfde route die May Khoen en ik vroeger vaak  aflegden als het mooi weer was. Ik deed het weliswaar in een iets trager tempo dan Daniël Lohues maar ook ik had de banden vol met wind en verder niks te klagen. Ik zou daarom willen zeggen dat het, wat mij betreft, wel vaker zo mag. Ja, zelfs straks in de herfst en de winter.

©Huub Drenth



dinsdag 14 september 2021

Zeg niet dat het een droom was





Antonius door zijn god verlaten

Wanneer, om middernacht, je plotseling
een onzichtbare stoet voorbij hoort trekken
met stemmen en betoverende muziek -
treur dan niet nutteloos om de fortuin
die van je wijkt, je werken die mislukten,
je plannen voor het leven die allemaal illusies bleken.
Je moet, als was je lang voorbereid en moedig,
vaarwel zeggen aan het Alexandrië dat jou verlaat.
Bedrieg vooral jezelf niet, zeg niet dat
het een droom was, dat je gehoor je misleidde:
laat zo'n vergeefse hoop niet tot je toe. Je moet,
als was je lang voorbereid en moedig,
zoals jou, die zo'n stad was vergund, past,
beheerst naar het venster toegaan
en luisteren, met ontroering, niet met
lafhartig klagen en jammeren, in een laatst genieten,
naar de klank der betoverende instrumenten
van de geheime stoet die voorbijtrekt,
en vaarwel zeggen aan het Alexandrië dat je verliest.

Konstantinos P. Kaváfis

 

Vertalers: Hans Warren en Mario Molengraaf.
Afbeelding: fresco met
maenade en sater, blootgelegd in het huis van Lucius Caecilius Iucundus te Pompeï.
Muziek:
Παῦσις/Pausis Ancient Music Ensemble (Rui Fu: zang, Nikos Varelas: bendir, Theodore Koumartzis: antieke Griekse lier).
Voordracht: Huub Drenth.

Kaváfis' gedicht refereert aan de situatie en gemoedstoestand waarin Marcus Antonius, heerser over het oostelijk deel van het Romeinse Rijk en geliefde van de Egyptische koningin Cleopatra, verkeerde op 1 augustus van het jaar 30 v.Chr., nadat Octavianus (de latere keizer Augustus) hem twee keer had verslagen en er niets anders meer voor hem opzat dan zelfmoord te plegen. Plutarchus schreef daarover later dat Marcus Antonius door zijn persoonlijke god, Bacchus, verlaten was. De onzichtbare geheime stoet (van maenaden/bacchanten) die 's nachts uit Alexandrië wegtrekt verwijst naar dat moment.

Zie ook:
https://www.poetrybyheart.org.uk/poems/the-god-abandons-antony/
https://www.youtube.com/watch?v=3j1267BYexc


Huub Drenth

Konstantinos Kaváfis (1863-1933).


zaterdag 11 september 2021

Ella Sigander




I am from
By Ella Sigander

I am from soft beds,
From books and blankets.
I am from beautiful brick houses
And just baked cookies.
I’m from the luscious pink flowers on my favorite tree,
Which I remember every spring.

I’m from a far off place and cobblestone streets,
From mom, to brother, and dad, to me.
I’m from bright colors and long hikes,
From new places to bike.

I’m from castles and dragons,
From prayers and songs.
I’m from Lusia.
I’m from Sweden and Oregon,
Lusia rolls,
And tall cherry trees from grandma’s backyard,
And splashing in the pool,
And little glass fairies on the living room mantle.

This is me.

 

 


 

 

Vlinder en leeuwin

Ella Sigander is een jongedame die in de Amerikaanse staat Oregon woont. Al op vroege leeftijd bleek ze te beschikken over een heel zuiver taalgevoel en een haarscherp waarnemingsvermogen. Bovenstaand gedicht schreef ze bijvoorbeeld toen ze nog maar tien jaar oud was. Alles klopt en is in evenwicht. Als een vlinder met fluwelen vleugels landt ze op de woorden en stijgt dan sierlijk weer op, met haar voelsprieten vluchtig speurend naar nieuwe beelden en betekenissen. Het poëtische talent en de intelligentie spatten er vanaf.

Ella is dyslectisch, een genetische eigenschap die ze met veel andere mensen deelt en die zich met name openbaart op het vlak van spelling en van lezen. Op school leverde dat vaak problemen voor haar op, zowel in de contacten met medeleerlingen als met onderwijzers. Als je het hebt wordt er immers al snel het etiket 'dom' op je geplakt, iets wat in de regel grote implicaties heeft voor het zelfvertrouwen. Gelukkig heeft ze inmiddels geleerd hoe ze op een meer ontspannen manier met haar dyslexie om kan gaan, waardoor het haar leven niet langer volledig bepaalt. Want behalve dwarrelen als een vlinder kan Ella ook vechten als een leeuw indien dat noodzakelijk blijkt. Hetgeen op zich niet zo heel verwonderlijk is want ze is een achternichtje van May Khoen en ze hebben dus veel DNA gemeen.

 


I am going to

In november 2020 heeft Ella een Zoom-interview gegeven aan de site Different & Able. Daarin vertelt ze op zeer eloquente en verhelderende wijze over de problemen en kwetsbaarheden waarmee ze te maken heeft gehad door haar 'andersheid', zoals bijvoorbeeld gepest en uitgelachen worden in de klas. Ella's moeder ontdekte dat er in de jaren zeventig door Carl Ferreri een methode was ontwikkeld om afwijkingen in het zenuwstelsel te behandelen en deze intensieve, lichaamsgerichte, benadering - Neural Organization Technique (NOT) genaamd - heeft, wat Ella's dyslexie betreft, tot zeer positieve resultaten geleid. Ze presteert sindsdien op school veel beter en durft nu zelfs van een toekomst als counselor te dromen. Gezien haar artistieke talent valt echter ook niet geheel uit te sluiten dat ze uiteindelijk schrijver of beeldend kunstenaar zal worden. Je weet immers maar nooit...

Ella's moeder, Jessi Hansen Sigander, is trouwens eveneens door D&A geïnterviewd, in de rol van zowel ouder als deskundige. Ook dat gesprek is zeer de moeite waard, vooral voor mensen die geen idee hebben van de impact die dyslexie op iemands leven heeft, met name op dat van een schoolgaand kind.

 ©Huub Drenth

 

https://differentandable.org/stories/our-interview-ella-sigander
https://differentandable.org/resources/our-interview-dr-jessi-sigander

Schilderij: Corneille

zaterdag 28 augustus 2021

You've got a lotta nerve

 



Positively 4th Street

You've got a lotta nerve to say you are my friend
When I was down you just stood there grinnin'
You've got a lotta nerve to say you got a helping hand to lend
You just want to be on the side that's winnin'

You say I let you down, ya know its not like that
If you're so hurt, why then don't you show it?
You say you've lost your faith, but that's not where its at
You have no faith to lose, and ya know it

I know the reason, that you talked behind my back
I used to be among the crowd you're in with
Do you take me for such a fool, to think I'd make contact
With the one who tries to hide what he don't know to begin with?

You see me on the street, you always act surprised
You say "how are you?", "good luck", but ya don't mean it
When you know as well as me, you'd rather see me paralyzed
Why don't you just come out once and scream it

No, I do not feel that good when I see the heartbreaks you embrace
If I was a master thief perhaps I'd rob them
And tho I know you're dissatisfied with your position and your place
Don't you understand, its not my problem?

I wish that for just one time you could stand inside my shoes
And just for that one moment I could be you
Yes, I wish that for just one time you could stand inside my shoes
You'd know what a drag it is to see you

 

Geerstraat, jaren zestig.

Koffiebar Cosy

Dit nummer van Bob Dylan ontdekte ik in 1969, toen koffiebar Cosy in de oude binnenstad van Kampen zo'n beetje mijn tweede thuis geworden was. Dat alternatieve 'jeugdhonk' bevond zich in de Geerstraat, vlakbij de plek waar ik geboren was (in de Boven Nieuwstraat). Cosy bestond op dat moment nog niet zo lang, voorheen had er altijd een dierenwinkel in dat pand gezeten. Roelof en Anneke Hogeboom, zo heette het echtpaar dat de zaak bestierde. Met een zusje van Anneke, Fientje uit Sneek, heb ik in die tijd nog een paar maanden verkering gehad.

Ze hadden daar een jukebox die aangesloten was op luidsprekers aan de wand. Je moest een kwartje in het apparaat gooien, geloof ik. Ik kan me eigenlijk geen ander nummer herinneren dat ik ooit gedraaid heb. Kennelijk fascineerde vooral de inhoud van deze song me, in ieder geval stukken meer dan die van nummers als Beautiful People van Melanie of Whole Lotta Love van Led Zeppelin die, dwars door de gekleurde ramen heen, tot ver in de straat te horen waren, in het algemeen tot afgrijzen van buren en passanten.

 

Ik, voorjaar 1969.

Sodom en Gomorra

Ik was 16 en de trotse bezitter van een zwarte Puch met een hoog stuur, want daarmee gaf je aan bij welke 'subcultuur' je hoorde. Evenals trouwens met je kleding en je haardracht. In Kampen, dat nogal calvinistisch was, vormde zoiets een behoorlijk statement. Later heb ik ook nog een poosje in Cosy achter de bar gestaan en toen had ik het helemaal gemaakt, met name bij de meiden die daar kwamen. Dat was nadat Roelof een ernstig auto-ongeluk had gekregen en zijn broer Albert en diens vrouw Enny het roer overgenomen hadden. Er werd overigens alleen maar koffie, thee en frisdrank geschonken, voor alcohol hadden ze geen vergunning. Desalniettemin werd die tent door veel ouders als een soort Sodom en Gomorra beschouwd omdat er veel 'langharig tuig' kwam. Hetgeen een nogal overdreven kwalificatie was want voor het merendeel waren dat hele normale middelbare scholieren, net als ondergetekende.

Hoe het ook zij, regelmatig stormde er een boze moeder de schemerige ruimte binnen en werd er, vaak tamelijk hardhandig, een tegenstribbelende dochter mee naar buiten gesleept, het daglicht in. Die dochter zat trouwens een paar dagen later meestal gewoon weer op haar oude plekje aan de bar. Want verder gebeurde er in Kampen niet veel en de jeugdige hormonen hielden zich nou eenmaal aan maar weinig regels.

 



For just one time

Waarom ik dit nummer in die tijd zo vaak draaide weet ik niet. Ik verstond slechts flarden van de tekst. Ik begreep echter wel dat het om 'fake' vriendschappelijk gedrag van iemand ging en dat er achter de rug van de zanger, door die bewuste persoon, op een totaal andere manier over hem gepraat werd dan pal in zijn gezicht. En dat dit Bob Dylans manier was om met die zogenaamde vriend/vriendin af te rekenen. Want een zinsnede als "You'd know what a drag it is to see you" is uiteraard best wel dodelijk.
Ook ik heb trouwens al een tijdje te maken met een dergelijke figuur. Dus met iemand die aan de voorkant heel anders doet dan aan de achterkant en die nogal wat shit en onwaarheden over mij verspreidt. Die messen in mijn rug steekt, zogezegd. Iemand die mij gebruikt als poetsdoek om het eigen aftandse ego nog wat glans te geven. Ik weet zeker dat de persoon in kwestie zichzelf meteen herkent als die mijn woorden leest. Door mijn ogen zichzelf ziet, als het ware. Vervolgens moeten we dan maar hopen dat deze uitermate sympathieke medemens geen acute rolberoerte krijgt.

©Huub Drenth



Bob Dylan en Scarlet Rivera.


woensdag 25 augustus 2021

Kari Bremnes - Alleen wij en de zon

 



VROEG

Mama zat te ontbijten
ik dronk alleen maar koffie
mama eet zo netjes
Het was nog vroeg
onwaarschijnlijk vroeg
een vroege vroege zomer

Alleen wij en de zon
nog niemand anders op
de een of andere vogel
enkel zij en ik
alleen wij en de zon
en de een of andere vogel
niemand anders op nog
die vroege zomerdag

Mama zat in haar bh
ik in een bikini met puntjes
op de veranda in Svolvær
dat kwam maar zelden voor
onvoorstelbaar zelden
zo’n zomeruur

Mama was zo veel
ik was bijna niets
ik was amper Kari
vond mezelf maar iel
Niemand anders op
alleen wij en de zon
en de een of andere vogel
die net begonnen was

Mama gaat naar Spanje
naar Inger Johanne
die woont in Alicante
Ze waren nog maar 19
onvoorstelbaar 19
een zomer in Europa

Ze vertrokken vanuit Narvik
liftten mee met een ertsboot
hadden fietsen bij zich
in de lente van hun jeugd
ik breng haar nu naar het vliegtuig
ze fietsten in Parijs
een zomer in Europa
nu zijn ze 80 jaar

Het was nog vroeg
onwaarschijnlijk vroeg
een vroege vroege zomer

 

Tekst/muziek: Kari Bemnes
Vertaling: Huub Drenth

 

donderdag 29 juli 2021

Grunneger bloud

 


 Mien Hogelaand...
*1 M(e)ij = Uithuizermeeden

Wessels, Van Marm en Feddema

De afgelopen tijd ben ik veel bezig geweest met onderzoek te doen naar mijn voorouders. En zodoende kwam ik, via de lijn van mijn grootmoeder Tecla Wessels (1872-1952), ook in Groningen terecht, zowel in de stad als op het platteland. Voorzaten die herenboeren, soldaten, smeden, schippers, arbeiders en handelaren waren; dat verrassend gemêleerde gezelschap kwam ik tegen op dat pad. Onder hen zeer veel rooms-katholieken, hetgeen voor dit overwegend protestantse gewest best wel uitzonderlijk genoemd mag worden.

De Wessels bleken oorspronkelijk uit het pal over de grens gelegen Emsland afkomstig te zijn en rond 1750 in Uitwierda, een dorpje aan de noordrand van de toenmalige vesting Delfzijl, te zijn neergestreken. Hun geboortegrond was gedurende vele generaties de omgeving van het Duitse plaatsje Heede geweest en daar bleken ze to/zur Norda te hebben geheten. Uiteindelijk kwam ik in die lijn uit bij Hermann to der Norda, eigenerfde/herenboer ('Beerbter') van de hoeve Norda in Heede, die van 1330 tot 1407 leefde.


Tecla Wessels, omstreeks 1896.

Tot mijn verrassing ontdekte ik ook dat de voorouders van mijn overgroot-moeder Margaretha van Marm (1839-1913), de moeder van Tecla Wessels, waarvan ik altijd dacht dat ze uit het Groningse dorp Marum stamden, tot medio achttiende eeuw in het uiterste oosten van de Betuwe woonden - in Bemmel, Huissen en omstreken - en daar toen al een paar honderd jaar Van Merm heetten (ik stam af van Evert van Merm, een boer uit het buurtschap Baal, die werd geboren in 1576).*2 Net als in Emsland was de bevolking in dat gebied, dat ook wel de Over-Betuwe wordt genoemd, voor het merendeel rooms-katholiek, hetgeen impliceert dat alle generaties in de afstammingslijn van mijn grootmoeder Tecla, zonder enige uitzondering, qua geloofsovertuiging op Rome gericht waren, dus ook in de tijden van zware calvinistische repressie.

 

Margaretha van Marm, omstreeks 1900.

Een van de verste 'Groningse' voorvaders die ik kon traceren was Doe Tho Feddemahuys. Hij leefde van ongeveer 1510 tot 1575 en woonde op de Feddema-heerd, een grote herenboerderij op de vruchtbare klei van het Hogeland, op loopafstand van (de katholieke enclave) Kloosterburen en niet ver van het wad. De Feddema's waren grootgrondbezitters en ze bleven eigenaren van de heerd tot 1981. Toen ik op de kaart zag waar die monumentale hofstede zich precies bevond herinnerde ik me dat ik daar, lang geleden, wel eens met May Khoen voorbij gekomen was, aangezien we toen vaak bij vrienden in het nabijgelegen Molenrij logeerden en dan soms buitendijks op de uitgestrekte kwelders zeekraal gingen zoeken.

 


Feddemaheerd.
Toal
Het Groningse dialect, dat tal van Friese invloeden kent, is absoluut niet de meest oorstrelende variant van het Nedersaksisch, voor zover dat in Nederland wordt gesproken. Persoonlijk vind ik bijvoorbeeld het Drents en het Twents veel vriendelijker klinken, en ook het Sallands heeft zo zijn eigen charme. Maar als je het lied 't Hogelaand van de Groningse dichter/zanger Ede Staal (1941- 1986) beluistert blijkt dat er achter die rauwe en weerbarstige klanken wel degelijk pure schoonheid schuil kan gaan. Juist uit dat kustgebied zijn bovendien veel van mijn verre Groningse voorzaten afkomstig en sinds ik dat weet hebben Ede's woorden een speciale betekenis voor me gekregen. Al die Hogelaandsters sprekende bloedverwanten werden tijdens hun leven immers omringd door het landschap waar hij zo liefdevol over zingt.

©Huub Drenth


 
May Khoen in Molenrij.


*2 Merm is een buurtschap iets ten zuiden van Elst.


woensdag 21 juli 2021

Nomadland

 


Forever sixtythree
Als May Khoen nog geleefd had zou ze vandaag 69 geworden zijn. Aangezien deze blog haar naam draagt lijkt het me zinvol en logisch om daar een ogenblik bij stil te staan. Niet alleen om haar te herdenken maar ook om te kunnen bepalen waar ik me ongeveer bevind in het proces van afscheid nemen en loslaten dat inmiddels al vijf jaar de krachtige onderstroom van mijn leven vormt.
Ik ervaar Khoen's geboortedag dit jaar anders dan de voorgaande jaren, merk ik. Waar dat precies aan ligt weet ik niet. Het zou kunnen dat de moordaanslag op misdaadverslaggever Peter R. de Vries, op 6 juli jl., ermee te maken heeft (hij overleed vorige week donderdag, morgen vindt zijn uitvaart plaats). Of met de verwoestende overstromingen die de afgelopen week delen van Duitsland en België, en ook Zuid-Limburg, getroffen hebben. Gelukkig vielen er in Limburg geen doden, al was ook in Valkenburg de waterschade groot. Ik lees momenteel de (autobiografische) roman Hartritme van Bart Chabot en daarin grijpt de beschrijving van het slopende ziekteproces van zijn vriend Martin Bril (1959-2009) me ook best wel hevig aan. Bovendien speelt het boek zich deels in de Zweedse provincie Skåne af, een gebied waar May Khoen en ik ook graag en regelmatig kwamen. En dan was er natuurlijk nog de corona-lockdown van het afgelopen jaar, een cesuur in de tijd noem ik die rigide periode alvast maar, mede natuurlijk omdat ik alleenstaand ben en geen kinderen heb die op mij letten.

 

UMCG, 3 mei 2016
Chloé Zhao

Wat is rouw? Na vijf jaar heb ik nog altijd geen duidelijk antwoord op die vraag. Het is heel anders dan ik dacht, verder dan die vaststelling ben ik eigenlijk nog steeds niet gekomen. Een paar weken geleden zag ik in de bioscoop de film Nomadland, van de Chinees-Amerikaanse regisseuse Chloé Zhao. Beter dan in deze film heb ik de essentie van rouw, zoals ík die beleef althans, nog niet weergegeven zien worden, terwijl er in de verhaallijn feitelijk geen enkele keer expliciet aan dat begrip wordt gerefereerd. Rouw is hard. Het is een eenzame tocht door een zeer grillig landschap. Tegelijkertijd is dat landschap volstrekt niet voortdurend kaal of leeg, of ontdaan van liefde en betekenisvolle ontmoetingen, laat staan dat de beleving van intense schoonheid er ontbreekt.

De afgelopen jaren zei ik vaak automatisch "Ik mis je, Khoen," als ik 's morgens opstond en naar haar 'staatsieportret' keek, maar een paar dagen geleden hoorde ik mezelf ineens zeggen: "Khoen, ik ben blij dat je er bent." Zomaar vanuit het niets. De paradox van haar leven en dood in twee zinnetjes samengevat.




©Huub Drenth


dinsdag 22 juni 2021

Bespiegelingen


 
Over nu
Vandaag exact vijf jaar geleden is May Khoen overleden. Door de lockdown was haar afwezigheid veel sterker voelbaar dan voorheen en miste ik haar soms zo erg dat mijn hele lijf er pijn van deed. Toch ben ik blij dat ze de pandemie niet meer mee heeft hoeven maken. Aangezien haar immuunsysteem, vanwege de niertransplantatie, kunstmatig werd onderdrukt had ze geen schijn van kans gehad als ze besmet was geraakt door het virus. En ook vaccinatie had in haar geval waarschijnlijk niet veel uitgemaakt. Ze zou in huis opgesloten hebben gezeten en ongetwijfeld met allerlei psychische klachten te kampen hebben gekregen, vanwege het sociale isolement en de stress. Ook voor mij, als mantelzorger en potentiële besmetter, zou het veel meer spanning opgeleverd hebben. En dan had Khoen ook nog eens moeten leven met het gegeven dat Covid-19 nooit helemaal gaat verdwijnen uit onze dagelijkse realiteit en voor haar dus altijd een gevaar zou hebben blijven vormen.



Inmiddels heb ik mijn beide vaccinatieprikken gehad. Met het Pfizer-vaccin om precies te zijn. Statistisch gezien ben ik dus goed beschermd. Ik ken wel enkele mensen die het afgelopen jaar corona hebben opgelopen maar in mijn directe omgeving is niemand eraan overleden of erdoor in het ziekenhuis beland. Ook mijn zus, die kampt met ernstig overgewicht, heeft het gelukkig overleefd. Zelf ben ik eigenlijk nooit bang geweest als ik in supermarkten en dergelijke rondliep, ook niet als de afstand kleiner was dan anderhalve meter of als ik omringd werd door studenten (die het vaak wat minder nauw namen met de corona-regels).

Knud Rasmussen

Wel maakte zich in maart, april en mei geleidelijk aan een soort vermoeidheid van me meester. Een groeiend gevoel van lusteloosheid. Lockdown-uitputting noemde ik het, veroorzaakt door een tekort aan fysieke prikkels en avontuur. En niet te vergeten: door een lente die veel te traag op gang kwam. Daardoor voelde ik nog maar weinig aandrang om posts voor mijn blog te schrijven, ook al had ik genoeg ideeën.

Wat niet wegneemt dat ik in die periode een aantal zeer interessante boeken heb gelezen, onder andere een recente biografie, geschreven door Stephen R. Bown, over de Deens-Groenlandse etnograaf Knud Rasmussen (1879 - 1933), leider en initiator van de legendarische vijfde Thule-expeditie en al heel lang een van mijn helden. We hebben het dan over een wetenschappelijke onderneming, uitgevoerd met hondensleeën, die tot doel had om de de Inuit-cultuur van Groenland tot Alaska in kaart te brengen en die duurde van 1921 tot 1924.

 

Het toeval wil dat zowel May Khoen als ik hevig geïnteresseerd was in de cultuur van de Inuit (Eskimo's), een volk waarover we in de loop der jaren veel kennis hadden vergaard, voornamelijk door middel van boeken en documentaires. Waarschijnlijk omdat we beiden gefascineerd waren door het feit dat ze in staat waren om in de meest barre omstandigheden te overleven en daarin misschien onszelf een beetje herkenden.

In zijn boek Across Arctic America, waarin hij uitgebreid verslag doet van die lange tocht, geeft Rasmussen een zeer boeiende inkijk in hun manier van leven, die op dat moment nog overwegend traditioneel van aard was.*1 Sindsdien is er nogal wat veranderd in hun wereld, helaas meestal niet ten goede, aanvankelijk vooral als het gevolg van politieke en technologische ontwikkelingen en vanaf de jaren zeventig tevens door klimaatverandering; ook de bewustwording daarvan kwam door onze fascinatie voor de Inuit dus al vroeg op gang.




 

My heritage

Aan het uitpluizen van mijn stamboom heb ik de afgelopen maanden eveneens veel tijd besteed, dit naar aanleiding van een DNA-test die ik begin maart van vrienden cadeau had gekregen. Zodoende ontdekte ik dat mijn tot dan toe verst traceerbare voorvader, Arnulf van Metz, een belangrijke Merovingische hofmeier (en voorvader van Karel de Grote), geboren werd omstreeks 580 n.Chr., dus amper honderd jaar na de val van het West-Romeinse Rijk.*2

Uit mijn DNA-test kwam naar voren dat ik een typische Noordwest-Europeaan ben (haplogroep R1b: 93 procent), met meer dan 5000 (!) matches in alle landen rondom de Noordzee, plus de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Ook bleek ik voor 5 procent 'Scandinavische' genen (haplogroep I1) te bezitten, dus mogelijk is Knud Rasmussen een verre achterneef van mij want hoogstwaarschijnlijk betreft het hier de genetische nalatenschap van Deense Vikingen. De overige 2 procent van mijn DNA behoort tot de haplogroep R1a, waardoor ik niet alleen over de West-Europese (haplogroep R1b) maar ook over de Oost-Europese en Aziatische genen beschik die een link vormen naar de Yamnaya-cultuur, oftewel de Proto-Indo-Europese herdersvolken die zo'n 5000 jaar geleden op de uitgestrekte Pontisch-Kaspische steppe leefden en daar de zogeheten 'kurgans' achterlieten. Zij trokken met door paarden getrokken wagens naar het westen en hun nakomelingen, en verre voorouders van de meeste huidige Europeanen, werden de opvolgers van de neolithische landbouwers die toentertijd in onze streken gevestigd waren (waartoe, onder andere, ook de hunebedbouwers behoorden).*3

Inmiddels is de lockdown van regeringswege grotendeels opgeheven en heb ik alweer een paar keer in de bioscoop, de trein en op een terras gezeten. Hetgeen op zich zeer positieve vooruitzichten biedt. Dus hoop ik maar dat het me de resterende zomermaanden zal lukken om genoeg energie te vergaren om de komende winter door te komen. Want hoe je het ook wendt of keert: vandaag is het al een paar seconden minder lang licht dan gisteren en die tendens zet voorlopig nog wel even door.


©Huub Drenth

  




De foto's van May Khoen zijn door mij gemaakt in Stockholm, op de Logårdstrappan in juni 1978, en in een pension bij de haven van Ermoupolis, op het Griekse eiland Syros, in juli 1979. Het (door mij bewerkte) Deense filmpje over Knud Rasmussen diende om de aandacht te vestigen op het van start gaan van de vijfde Thule-expeditie in de zomer van 1921, dit jaar exact honderd jaar geleden.

 

*1 Een volledige versie van Across Arctic America is te vinden op internet.

*2 Later zag ik op Wikipedia dat die lijn, vanaf Arnulf van Metz, nog veel verder door te trekken valt. Nog zo'n tweehonderd jaar zelfs en dan zijn we inmiddels in de laatste eeuw van de Gallo-Romeinse periode aanbeland, gerekend vanaf nu bijna vijftig generaties geleden. De informatie over deze personen is daardoor natuurlijk nogal incompleet en ook is de mate van betrouwbaarheid over die lijnen veel kleiner; wel geeft het een goed beeld van de veranderende geopolitieke verhoudingen in dat tijdsgewricht.
*3 In dit verband is het misschien interessant om te kijken naar wat David Reich, auteur van het boek Who We Are and How We Got Here, hierover weet te melden (in een interview met Dwarkesh Patel):

 

 

Nadere verdieping in dit onderwerp riep bij mij de vraag op of voorouders van meer dan tien generaties terug (210, enz.) nog als 'bloedverwanten' beschouwd kunnen worden, gezien het feit dat hun aandeel in ons DNA dan inmiddels al minder dan een promille centiMorgan (cM) bedraagt. Bij twintig generaties (ongeveer 700 jaar) terug is dat getal al kleiner dan een miljoenste en dan is zelfs de term 'homeopathische verdunning' eigenlijk al niet meer van toepassing. Een andere conclusie zou uiteraard kunnen zijn dat zo'n beetje iedereen in Europa (en sowieso ieder mens op de wereld) bloedverwant van elkaar is, dan is dat probleem voorgoed opgelost.

Belangrijke aanvulling. Autosomale DNA-tests danken hun populariteit in belangrijke mate aan de schatting van de 'etniciteit' of admixture, je genetische mix. Ze zouden de oorsprong van je voorouders laten zien. Het resultaat wordt gepresenteerd als een lijstje met landen of regio's, met percentages voor deze gebieden, met een bijbehorende wereldkaart. De praktijk laat zien dat de aanbieders van de tests deze belofte niet waar kunnen maken. Op dit moment gaat de betrouwbaarheid nog niet verder dan het continentale niveau. Je kunt dan dus bijvoorbeeld zien of je wortels hebt in Europa, Afrika of Azië. Maar binnen elk continent heb je rekening te houden met ingewikkelde migratiegeschiedenissen, zowel van groepen als van individuen. Ga voor meer uitleg hierover naar de site van het CBG/Centrum voor familiegeschiedenis. 

 

maandag 21 juni 2021

Midzomer

 




Kentering

Vandaag is het zomerzonnewende. Met andere woorden: het is de langste dag van het jaar. De tijd tussen zonsopkomst en zonsondergang duurt maar liefst 16 uur en 48 minuten, plus nog wat seconden. Op onze geografische breedte, wel te verstaan, want noordelijker van ons duurt de dag zelfs zo lang dat er van nacht eigenlijk geen sprake meer is. Ik kan me nog goed herinneren dat, toen Khoen en ik in de zomer van 1978 om drie uur 's nachts met de boot vanuit Narvik in het Noorse Bodø arriveerden, we her en der kinderen zagen spelen in de verder lege straten. Hetgeen minder raar was dan het leek want de zon scheen nog steeds. De middernachtzon, zo heet dat verschijnsel en het duurt best wel een poos voordat je innerlijke klok eraan gewend is als je daar niet geboren bent.

Het begrip tijd heeft in het hoge Noorden een totaal andere betekenis dan bij ons het geval is, midzomer wordt dan ook overal in die streken zeer uitbundig gevierd. Want na de langste dag gaat het leven, in vrij snel tempo, weer richting winter en half september valt in de kustgebieden boven de Poolcirkel al de eerste sneeuw. 's Nachts komt de temperatuur dan inmiddels onder het vriespunt. In december begint vervolgens de lange winternacht en die periode duurt ongeveer twee maanden. Verder naar het noorden toe zelfs nog veel langer. De zon laat zich dan (vrijwel) niet meer zien. In de zomer gaat alles heel erg snel en in de winter heel erg traag, zowel in de natuur als in de samenleving, daar komt het simpelweg op neer. Midzomer en midwinter (Jul/kerstmis) vormen dan ook de belangrijke feestdagen van het jaar die met de hele familie worden gevierd.

 




Uit balans

Het idee dat vanaf nu de dagen alweer korter worden roept behoorlijk veel tegenstrijdige gevoelens bij me op, moet ik eerlijk bekennen. Want er kleeft iets zeer onrechtvaardigs aan de huidige gang van zaken. Enerzijds was er vanaf vorig jaar herfst (tot heel recent) de lange lockdown, waardoor mijn sociale leven zo'n beetje compleet stil kwam te liggen, en anderzijds duurde de winter ook nog eens veel langer dan gewoonlijk, vanwege het koude en natte voorjaar. De lente is nog maar amper begonnen en nu gaan we, volgens de astronomische kalender althans, alweer richting winter. Terwijl ik mentaal en fysiek nog lang niet hersteld ben van alle corona-vermoeienissen van de afgelopen vijftien maanden. Dus hoop ik maar dat de zomer deze keer wat langer duurt dan anders. Tot ver in oktober, wat mij betreft.


©Huub Drenth

 

 


De schilderijen zijn van Anders Zorn, een bekende Zweedse impressionistische schilder. Hij leefde van 1860 tot 1920. De titels zijn respectievelijk Middernacht (1891) en Midzomerdans (1897). De foto is in de jaren twintig van de vorige eeuw gemaakt op IJsland.