Je vliegt boven de wei en krast. Alleen. Je bent ook in mij, als een gedicht, een haiku, als een grondtoon of een middelpunt waarin ik me kan terugtrekken en tegelijk met al het zijnde verbonden weet. Een punt dat alle punten insluit. Een bron. De wetten van de ruimte gelden er niet en dan vallen die van de tijd ook weg. Je krast boven de wei. Jij bent mijn houvast om bij deze bron terug te keren. Mijn archimedisch punt. Als je dit punt in je ontdekt, weet je tegelijk, dat is het paradoxale, dat je geen punt nodig hebt om je aan af te meten of om je af te zetten. Jij krast boven de wei, alleen, er komt geen antwoord. Het is zomer. Het is herfst.
Een schone lei.Kraai, je bent er.
Donald Niedekker
Aanzegger en voorbode
De foto aan het begin van deze post maakte ik afgelopen zondagmiddag in het Stadspark. Op een locatie die als de bloementuin bekend staat, een plek waar May Khoen en ik vroeger vaak kwamen maar die er nu kaal en verlaten bij lag. Voor alle duidelijkheid: het is een kleurenfoto en de vogel in de boom is een kraai. Het was nogal mistig die dag.
De openingstekst is afkomstig uit het boek Kraai van Donald Niedekker. Om precies te zijn: het is de laatste pagina van die novelle. Ik leerde Niedekker kennen door zijn roman Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost, waarin hij op poëtische wijze gestalte geeft aan een fictief bemanningslid van de beruchte expeditie van Willem Barentsz in 1596. Ik vond dat boek erg goed en kocht daarom ook Kraai. Het is een soort dagboek, met allerlei poëtische en filosofische observaties over de natuur rond Niedekkers woonstee, en dan met name over de kraai. Wat ik toen nog niet wist, is dat hij het voor een groot deel geschreven heeft terwijl hij aan Waarachtige beschrijvingen werkte. De kraai is voor hem een inspiratiebron die hem helpt om te kunnen schrijven. Telkens als hij worstelt met de roman waaraan hij bezig is zijn het de kraaien die hem van belangrijke inzichten voorzien.
Net zoals raven spelen kraaien in de mythologie van tal van volken en culturen een prominente rol, zowel in positieve als in negatieve zin, denk alleen maar aan Huginn en Muninn, de gevleugelde metgezellen van de Noordse god Odin. Soms worden ze vooral als aankondigers van de dood beschouwd, of als tricksters die onrust en chaos veroorzaken, terwijl ze anderzijds ook vaak gezien worden als de voorbodes van spirituele transformaties of als de brengers van wijze raad. Hun gekras prikkelt de intuïtie en opent zo de deur naar lagen in de psyche waar de ratio normalerwijs geen toegang toe heeft.
Maldad pura
Vijf maanden geleden kwam ik plotseling op de spoedafdeling cardiologie van het Universitair Medisch Centrum terecht. Ik vertoonde symptomen van een hartinfarct. Dat bleek niet het geval te zijn en van een longembolie was gelukkig ook geen sprake. De vervolgonderzoeken brachten evenmin uitsluitsel over de klachten die ik had. Ik bevond me in een spanningsveld van negatieve energieën, zei Adelina, mijn Chileense profesora Spaans. Het was 'maldad pura', afkomstig van getormenteerde zielen die eropuit waren om mij kwaad te berokkenen. Misschien een ietwat raadselachtige diagnose, maar toch ook niet iets om zomaar aan voorbij te gaan, Adelina heeft het namelijk verbluffend vaak bij het rechte eind.
Wat de betekenis is van de kraai die zondag mijn pad kruiste weet ik niet. Ik nam hem pas waar toen hij, schuin boven mijn hoofd, luidkeels begon te krassen. Daar ging hij een tijdje mee door, tot hij plotseling opvloog en op een tak een tiental meters verderop landde. Ineens was hij toen niet meer alleen, want daar bleek nog een kraai te zitten, heel stilletjes. Zijn vrouwtje, neem ik aan. Waarschijnlijk probeerde hij hun territorium te beschermen.
Het is winter. En straks wordt het weer lente. Een schone lei, dat is wat nodig is. Een uitgemeste stal. Een veilig territorium. Adelina opperde ook al zoiets. Ik ben dan ook zeer geneigd om het gebeuren in de bloementuin van afgelopen zondag als een gunstig voorteken te zien.
Als een brug tussen oud en nieuw.
©Huub Drenth

