Tina Turner, Amsterdam 1996.*1
Karma
Eergisteren kwam ik toevallig, op de BBC, in een concert van Tina Turner terecht, precies op het moment dat ze dit nummer zong. Het was al laat en ik verveelde me, dus was ik aan het zappen geslagen. Op de een of andere manier was het vuur van Tina precies wat ik op dat moment nodig had. Een paar uur eerder had Nederland, in Houston, met 5-1 van Zweden gewonnen, maar euforisch was ik daar niet van geworden. Van Tina werd ik dat wel, meteen al vanaf de eerste seconde. Ik kijk vrijwel nooit naar programma's op de BBC, dus laten we het maar karma noemen.
Tina zingt over missen, een gevoel dat elk jaar omstreeks deze tijd een bepaalde impact op me heeft. Het dringt zich op, neemt langzaam bezit van me, zonder dat ik me er onmiddellijk bewust van ben. Het is er sowieso altijd wel een beetje, maar dan opeens wordt het veel sterker. Het is een wonderlijk fenomeen, een jaarlijks terugkerend natuurverschijnsel, waar ik geen enkele controle over heb. Missen is een werkwoord, net zoals bijvoorbeeld 'wonen'. Pas als je geen huis meer hebt besef je wat de essentie van wonen is. De essentie ervaren van iemand die er niet meer is, ook daarin ligt een belangrijke betekenis vervat van missen. Je voelt de ziel van die persoon. Niet meteen, maar na een tijdje, als missen eenmaal rouw geworden is. Missen impliceert dus veel meer dan het alleen maar hebben van herinneringen, of het hevig terugverlangen naar iets.
Missen is een niet zo makkelijk begrip. Het kan je tot in alle uiteinden vervullen en zich dan weer een poosje naar achteren bewegen, het kan als de beruchte steen op de maag gaan liggen, zich vermommen als een zwaarte onder alles, of een ondoordringbare afstand scheppen tot de vroeger zo bewoonbare wereld. Alsof je er niet meer in thuis bent, zoals in het gedicht 'Iep aan een kade' waarin het gaat over een zieke iep die steeds slechter wordt. 'De boom laat ons het uitzicht na op zijn afwezigheid,' schreef Tom van Deel:
(...) Schim van zich-
zelf gaf hij ten slotte ruimte aan
het grotere dat in hem drong. Wie
hem mist voelt zich met hem verhuisd.
Ja, zo is het, de rouw heeft jezelf ook verhuisd, naar je weer niet waar. Naar ergens waar je dus niet thuis bent, ook al beweert de voordeur nog zo: hier is het, al glimlacht je fiets in zijn vetrouwde rekje dat hij hier altijd staat. Toch weet je de weg niet meer, niet meer echt. De boom is weg. Metafoor. En daarmee is een deel van de grond onder je voeten ook verdwenen. Andere metafoor. Men voelt zich met de boom verhuisd, en je wilt ook niet dat dat verandert. Die lege plek in het uitzicht moet een lege plek blijven, die mag niet wennen. Zelfs het voorbijgaan van de ergste pijn kun je bijna niet willen, want ook dat zou een vorm van ontrouw betekenen, een zich verwijderen van de dode.
De merkwaardig tegenstrijdige beweging van het verlies: hevig verdriet verbindt de rouwende met het leven, want het is in dit leven nu dat iemand ontbreekt. Na enige tijd, als de hevigheid van het verdriet vermindert, neemt juist een gevoel dat zich tegen het leven richt een steeds grotere plaats in, het gevoel van vergeefsheid, betekenisloosheid.*2
Vandaag exact tien jaar geleden is May Khoen overleden. Eigenlijk is dat best een tijd geleden. Wat is er allemaal wel niet gebeurd sindsdien! Ik mis haar niet meer op dezelfde manier als eerst, maar toch noem ik haar naam iedere dag nog wel een paar keer. Rouw is niet alleen maar verdriet of een gevoel van onmacht, het is ook een manier van zingeving. Ik heb daardoor allerlei dingen gedaan die anders nooit in me opgekomen zouden zijn, zoals bijvoorbeeld het maken van deze blog, of onderzoek doen naar de geschiedenis van haar familie. Ik wilde dat ze niet vergeten zou worden, dat haar naam voor altijd zou blijven bestaan, terwijl ik tegelijkertijd ook wel wist dat dat streven zinloos was. In feite vocht ik dus tegen de dood. Niet zozeer haar dood, want die hadden we beiden geaccepteerd. Verwelkomd zelfs, toen het moment daar was.
©Huub Drenth
*1 Tina Turner - Missing you (Wildest Dreams Tour, Live in Amsterdam, 1996).
*2 Marjoleine de Vos - En steeds is alles er (Over missen en herinneren).
