Over Groenland, Denemarken en Amerika
Afgelopen zondag, 27 september, was ik aanwezig bij de live-uitzending van het radioprogramma OVT in het Forum in Groningen. Daar werd dit jaar De Maand van de Geschiedenis geopend, met een prachtige preek door dominee Gremdaat over het thema Lichaam en Geest. Een van de geïnterviewden was de Deens-Nederlandse publiciste en hoogleraar Stine Jensen, die het met name had over de uitwassen van de naoorlogse Amerikaanse militaire aanwezigheid op Groenland.*1 Stine had er onlangs een boek over geschreven, met als titel We moeten het over Groenland hebben.
Eerst nog een kleine aanvulling op het interview met Stine Jensen. Het vliegtuigongeluk waar ze in het tweede deel van het gesprek uitgebreid aan refereert vond plaats op 21 januari 1968 toen er brand uitbrak aan boord van een B52-bommenwerper van de Amerikaanse luchtmacht. Het vliegtuig was kort daarvoor opgestegen van de Amerikaanse Thule Air Base in Groenland, waar het ook was gestationeerd. Door de brand was het gedwongen om naar de basis terug te keren maar omdat alle elektrische systemen uitvielen lukte het de piloot niet om te landen, waarna de bommenwerper neerstortte op het ijs van de nabijgelegen Wolstenholme Fjord. Het vliegtuig had vier H-bommen aan boord, drie ervan werden geborgen, ééntje is nooit teruggevonden. Nog jarenlang was er sprake van verhoogde radioactiviteit in het gebied. De crash, en alle geheimzinnigheid er omheen, kwam later bekend te staan als 'het Thule-incident'.
De verschijning van Stine Jensens boek was natuurlijk geen toevallige gebeurtenis, er is de laatste tijd namelijk nogal veel te doen geweest over Groenland. Aanstichter van dit alles was Donald Trump die vond dat Groenland aan het grondgebied van de VS toegevoegd moest worden, dit zogenaamd om het eiland een betere bescherming te bieden tegen een eventuele inlijving door Rusland of China. De EU, plus een aantal NATO-landen die meededen aan Operation Arctic Endurance, waren van mening dat er met alle mogelijke middelen een stokje voor deze annexatie door Trump c.s. gestoken moest worden, dit tot grote opluchting van Denemarken, het koninkrijk waar Groenland, in staatsrechtelijke zin, sinds 1721 deel van uitmaakt. Ook de Groenlanders zelf waren daar natuurlijk zeer over te spreken, want dat hun grondgebied uitgeleverd zou worden aan Amerikaanse 'roofkapitalisten' zagen ze absoluut niet zitten.
In Groenland en Denemarken is de opluchting groot dat het conflict met de Verenigde Staten over Groenland inmiddels lijkt te zijn opgelost. President Trump, de Deense premier Frederiksen en premier Nielsen van Groenland tekenden op dinsdag 22 september jl. in New York een akkoord waarin de uitbreiding is geregeld van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Groenland. Het dreigement van Trump om Groenland te annexeren, desnoods na gebruik van geweld, is dus van tafel, voorlopig althans.
Groenland (Groenlands: Kalaallit Nunaat, 'Land van de Groenlanders'; Deens: Grønland) is een eiland ter grootte van een continent, bewoond door een volk met een eigen taal en cultuur: de Groenlandse Inuit. In 1979 verleende Denemarken zelfbestuur aan Groenland en in 2008 koos Groenland ervoor dat meer macht van de Deense regering aan de lokale Groenlandse regering werd overgedragen. Met een bevolking van 56.669 inwoners (in 2025) is het het dunstbevolkte land van de wereld, met een bevolkingsdichtheid van 0,03 per km². Het overgrote deel van de bevolking, bijna 90 procent, behoort tot de Inuit, de kleine sociale en bestuurlijke bovenlaag bestaat nog steeds voornamelijk uit Denen.
De Scandinavische betrokkenheid bij Groenland begint in de tiende eeuw, als Erik de Rode en andere Vikingen zich er in het zuiden vestigen. In 1261 valt Groenland officieel onder de Noorse kroon. Later komt het eiland, vanwege de unie met Noorwegen, onder Deens bestuur. In 1605 stuurt de Deense koning Christiaan IV een expeditie naar Groenland om op zoek te gaan naar sporen van de nederzettingen van de Vikingen, waarvan de nazaten dan al meer dan twee eeuwen niet meer op het eiland aanwezig zijn. Na nog een aantal expedities gaat in 1721 de daadwerkelijke kolonisatie door de Denen van start. In dat jaar begint de lutherse missionaris Hans Egede zijn bekeringsmissie onder de Groenlanders. Langs de westkust verrijzen verschillende handelsposten, die ook bij Nederlandse walvisvaarders zeer in trek blijken te zijn. Vanaf 1776 krijgen de Denen het alleenrecht op de handel, een monopolie dat tot 1950 zal duren.
In 1953 vindt er een belangrijke staatkundige gebeurtenis plaats, dan verandert Groenland namelijk van een Deense kolonie in een Deense provincie. Volgens sommige historici vormt deze statusverandering, paradoxaal genoeg, juist het daadwerkelijke begin van de kolonisatie. Tijdens de koloniale periode was er relatief weinig inmenging van de Europeanen in het dagelijks leven van de Groenlanders, maar na 1953 gaat de Deense overheid over tot een razendsnelle urbanisatie van het eiland. Ze maken de bewoners deelgenoot van de verworvenheden van de westerse beschaving, dat is het plan althans. De Denen heffen verschillende traditionele dorpen op en bouwen in plaats daarvan, met hulp van Deense werklieden, moderne appartementen en centrale voorzieningen in nieuw aangelegde woonkernen. Door deze modernisering, en de daardoor gestegen kosten van levensonderhoud, wordt het voor veel Groenlanders vrijwel onmogelijk om nog van de jacht te kunnen leven. Sledehonden – noodzakelijk voor de visserij en de jacht – worden voortaan uit de nieuwe dorpen geweerd, schoolkinderen krijgen les van uit Denemarken afkomstige onderwijzers; in het Deens, vanzelfsprekend. Hierdoor brokkelt de oorspronkelijke Groenlandse cultuur steeds verder af en raakt het laag opgeleide deel van de bevolking in snel tempo werkeloos, depressief en aan de drank.
Als gevolg hiervan ontstaat er steeds meer verzet tegen deze door Kopenhagen opgelegde ‘verdeensing’. In 1979 gaat de zogeheten Home Rule-wet van kracht, waardoor Groenland meer zeggenschap over haar eigen grondgebied krijgt. In 2009 wordt wettelijk vastgelegd dat Groenland zijn onafhankelijkheid van Denemarken mag uitroepen door middel van een referendum. Dat referendum heeft tot op heden niet plaatsgevonden, hetgeen op zich niet vreemd is aangezien de Groenlandse economie, naast inkomsten uit de visserij, voor een belangrijk deel op financiële steun uit Denemarken drijft.
Ikzelf kwam voor het eerst met Groenland en de Inuit in aanraking toen ik, begin jaren tachtig, het boek Jag var läkare på Grönland las. Het was een Zweedse vertaling, uit 1942, van het verslag van de Deense arts Aage Gilberg over zijn verblijf, van medio 1938 tot medio 1939, bij de Eskimo's in Thule, een dorp in het noorden van West-Groenland. Ik had het op een rommelmarkt in Stockholm gekocht en op de titelpagina stond dat het in 1942 een kerstgeschenk was geweest 'voor Pappa, van Gunnar en Ingrid'. Het boek geeft inzicht in het leven in Thule, met een focus op cultuur, gezondheid en ziekten (vaak tbc) onder de Inuit, alsmede de vele uitdagingen waarmee expedities in de poolgebieden werden geconfronteerd. De schrijver is van mening dat de Eskimo's beschaafder, blijer en oprechter zijn dan zijn eigen volk, de Denen; voor hem vormt de Inuit-gemeenschap in Thule dan ook een soort van ideale samenleving. Door Aage Gilberg werd heel vaak de naam van Knud Rasmussen genoemd en zodoende kwam ik al snel ook op diens spoor terecht.*2
Op de plek waar nu de Amerikaanse Pituffik Space Base ligt vestigde de Deens-Groenlandse ontdekkingsreiziger en etnograaf Knud Rasmussen, samen met zijn vriend Peter Freuchen, in 1910 een handelspost. Hij noemde de plek Thule naar het klassieke 'ultima Thule', een benaming in de oudheid voor het 'uiterste Noorden', ofwel: de uiterste grens van de bekende wereld. In feite was het Knud Rasmussen die als eerste in de brede vlakte van het Thule-district de mogelijkheid voor de aanleg van een vliegveld zag. Mede op basis van deze informatie werd dan ook op deze plek in 1951, door het Amerikaanse leger, een luchtmachtbasis gebouwd die de naam Thule Air Base kreeg. De bewoners van het gebied werden gedwongen te verhuizen naar het dorpje Thule en twee jaar later volgde opnieuw een gedwongen verhuizing, nu naar een locatie meer dan 100 kilometer noordelijker. In totaal ging het om de verplaatsing van 139 personen, dus zo'n beetje de hele gemeenschap waar Aage Gilberg ruim tien jaar eerder een zeer lovend boek over had geschreven. Het nieuwe dorp heette eerst ook Thule, later ook wel Nieuw Thule, maar tegenwoordig heet het Qaanaaq.
Eind goed, al goed?
In 2020 werd Thule Air Base formeel overgedragen aan de United States Space Force en op 6 april 2023 werd Pituffik Space Base de nieuwe naam. De Verenigde Staten hebben exclusieve zeggenschap over hun faciliteiten op de basis, hetgeen inhoudt dat de locatie geheel buiten de jurisdictie van Denemarken en Groenland valt. Wel moet naast de Amerikaanse vlag ook de Deense en Groenlandse vlag op de basis worden gehesen. Daarnaast hebben zowel de Denen als de Groenlanders het recht om een militaire contactpersoon op de basis te stationeren.
Het akkoord dat op 22 september in New York werd gesloten kan als een overwinning voor Denemarken en Groenland worden uitgelegd. Die hebben zich steeds fel verzet tegen het dreigement van Trump om Groenland desnoods met geweld in te nemen. In het akkoord is de uitbreiding van de militaire aanwezigheid van de VS in Groenland geregeld, iets waar Denemarken en Groenland overigens nooit tegen zijn geweest. De VS krijgt er twee militaire bases bij: de voormalige basis Narsarsuaq uit de Koude Oorlog-tijd en die in Mestersvig, waar nu een Deense elite-eenheid is gestationeerd. Ook heeft de VS het recht om de Pituffik Space Base verder uit te bouwen.
Hoewel de meeste Groenlanders een zucht van verlichting slaakten toen het akkoord officieel ondertekend was vielen er her en der ook kritische geluiden te horen. Er staat namelijk niet expliciet in het verdrag dat de VS de ambitie om Groenland te bezitten voorgoed opgeeft. Ook in het plaatsje Narsarsuaq in Zuid-Groenland, waar de VS opnieuw een militaire basis zal bouwen, hebben de bewoners gemengde gevoelens over de gemaakte afspraken. Enerzijds betekent de vliegbasis banen voor de Inuit, anderzijds vrezen echter ook veel mensen dat ze niet in hun dorp mogen blijven wonen als de bouw van het militaire complex eenmaal van start gaat. Met andere woorden: ze zijn bang dat hen hetzelfde droeve lot beschoren zal zijn als in 1953 de inwoners van Thule. Tot op de dag van vandaag voelen die namelijk nog steeds de pijn van de verdrijving uit hun oorspronkelijke woon- en jachtgebied.
©Huub Drenth
Bronnen: Aage Gilberg, Wikipedia, NPO, National Geographic.
*1 Stine Eilskov Jensen werd geboren op 13 januari 1972 in Hillerød, Denemarken. Ze heeft de Deense nationaliteit maar woont al vanaf haar eerste levensjaar in Nederland. Stine Jensen is bijzonder hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, columnist voor NRC, podcastmaker en publiceerde vele non-fictieboeken voor kinderen en volwassen. In 2013 maakte ze de prachtige documentaireserie Licht op het Noorden, waarin ze op zoek ging naar het leven voorbij de stereotypen in de Scandinavische landen en Finland. Begin september 2026 werd haar boek We moeten het over Groenland hebben uitgebracht, een kritische zoektocht, in zowel persoonlijke als filosofische zin, naar een plek die in 2026 plotseling ieders aandacht had.
*2 Zie mijn post van 24 juni 2021 over Knud Rasmussens vijfde Thule-expeditie.





