De paradox van de democratie
Vandaag vond in Washington de inauguratie van Donald J. Trump plaats, amper tien dagen nadat hij in New York voor fraude werd veroordeeld in een zaak betreffende zwijggeldbetalingen aan een pornoactrice.*1 Vanwege zijn verkiezing op 5 november jl. moest ik de afgelopen maanden vaak aan The Open Society and its Enemies van Karl Popper denken, en dan met name aan de paradoxen die Popper met betrekking tot dit onderwerp formuleerde.*2
Popper had het over drie paradoxen. De eerste is de paradox van de vrijheid: vrijheid is slechts mogelijk als men vooraf met elkaar bepaalde begrenzingen afspreekt, want onbeperkte individuele vrijheid heft zichzelf, per definitie, op. De tweede is de paradox van de tolerantie: een grenzeloze tolerantie die ook tolerant is voor hen die intolerant zijn, houdt het gevaar in dat de intolerante leden van de samenleving de tolerantie afschaffen. De derde paradox is de paradox van de democratie: wanneer de meerderheid van de bevolking in een land bij de verkiezingen op een ondemocratische partij of persoon stemt is het daarna gedaan met de democratie in dat land. Met name om deze paradox gaat het in deze post.
Relativisme en populisme
Het relativisme, dat momenteel hoogtij viert in de westerse wereld, is wellicht de grootste bedreiging voor de hedendaagse democratie. De aanhangers ervan huldigen de overtuiging dat zelfs wetenschappelijk bewijs slechts een mening is en dat zoiets als waarheidsgehalte dus niet bestaat. Dit heeft immiddels geleid tot een samenleving waarin velen, al dan niet gehinderd door enige kennis van zaken, zichzelf als de maat der dingen zijn gaan beschouwen. Hetgeen, volgens mij, vooral met de opkomst van de sociale media te maken heeft, en met de algoritmen waarmee die worden aangestuurd. Expertise, gezond verstand of ethische principes doen er niet meer toe en eigenbelang komt daardoor meestal voor algemeen belang. Dit grootschalige egoïsme vormt de basis van populisme, een verschijnsel dat in democratieën vaak de eerste stap is in de richting van een fascistische dictatuur of autocratie.
Populisten verenigen mensen, simpelweg door alle sociale problemen toe te schrijven aan lieden met een, in hun ogen, 'verdachte' etnische achtergrond, migratiegeschiedenis of ideologie. Of aan culturele en economische dreigingen vanuit het buitenland. Dan wel aan een corrupte overheid. Ook het voortdurend verdacht maken van kwaliteitsjournalistiek hoort er vanzelfsprekend bij, net zoals het in twijfel trekken van de onafhankelijke rechtspraak. Zo creëren ze een vijandige sfeer van 'wij' tegen 'zij'.*3 De angst en haat die ze daarmee oproepen worden vervolgens door hen gebruikt om zich op te werpen als de beschermers van 'waarachtige' vrijheid en democratie. En van de eigen nationale identiteit, niet te vergeten. Steevast beloven ze aan hun kiezers een terugkeer naar de gouden tijden van weleer, naar een paradijs waarin de huidige economische en maatschappelijke problemen nog niet bestonden.
Over hun eigen mateloze zucht naar rijkdom en macht hebben ze het natuurlijk niet...
©Huub Drenth
*1 Een jury verklaarde Trump in mei 2024 schuldig aan 34 financiële aanklachten in de zaak rond zwijggeldbetalingen aan pornoactrice Stormy Daniels, met wie hij in 2006 een korte affaire zou hebben gehad. Hij betaalde haar in totaal 130.000 dollar (126.000 euro), om haar dit te laten ontkennen, in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2016. Trump verhulde die betalingen door te knoeien met zijn bedrijfsadministratie.
*2 The Open Society and its Enemies is als PDF (deel 1 en deel 2) te vinden op het internet. De eerste publicatie van het werk vond plaats in 1947.