donderdag 21 mei 2020

Iederièn bluuft i ze kot





Katrien uit Vlaanderen

Tijdens de verplichte corona-quarantaine in België nam de Vlaamse zangeres Katrien Verfaillie, vanuit haar kot, het lied Kunnik nemi na joen komn op. Katrien komt oorspronkelijk uit Stavele in de Westhoek, vlakbij zee en pal tegen de Franse grens, maar is tegenwoordig woonachtig in Gent.
*1

Ik heb ooit, via internet, een boek verkocht aan een vrouw in Stavele. Ze vertelde me dat ze, vanuit haar dakraam, een Franse kerktoren kon zien. Ook de kerkklokken kon ze horen. Dat vond ik toen erg intrigerend, omdat ze letterlijk op de grens van de Germaanse en Romaanse talen woonde (ook al spraken ze in dat stukje Frankrijk vroeger eigenlijk ook Vlaams). Stavele ligt aan de rivier de IJzer, in een gebied waar na de Eerste Wereldoorlog geen steen meer op de andere stond en de aarde nog lang bezaaid lag met schroot en munitie. Al dat spul is natuurlijk zo goed mogelijk opgeruimd maar tegenwoordig ontploffen er ook nog wel eens granaten, bijvoorbeeld als boeren aan het ploegen zijn. Omdat er daardoor nog altijd dodelijke slachtoffers vallen duurt het oorlogsleed in die streek eindeloos voort. De twintig euro voor dat boek heb ik trouwens nooit ontvangen. De Vlaamse dame had het per brief verstuurd, dus ik denk dat een medewerker van de posterijen het achterover heeft gedrukt.



De brug over de IJzer bij Stavele, omstreeks 1912.

In haar lied spoort Katrien iedereen aan om begrip op te brengen voor de quarantainemaatregelen, die in België overigens veel strenger waren dan in Nederland. Bij mij was dat begrip er aanvankelijk ook wel, maar intussen begint het me de keel uit te hangen dat ik nog steeds niet 'echt' naar buiten kan. Want afgezien van de winkels is in feite alles nog steeds gesloten. Binnenkort mag wel iets meer maar heel veel is dat welbeschouwd eigenlijk ook weer niet, ook dan geldt de onderlinge afstand van anderhalve meter immers nog steeds. De winter heeft, wat mij betreft, lang genoeg geduurd. Ik begin me eenzaam te voelen, iets wat ik, sinds Khoen overleden is, niet eerder zo heb ervaren. Daar komt nog bij dat 'COVID-19' in Noord-Nederland, en zeker in Groningen, hele lage statistieken kent, iets waar ze tot op heden in Den Haag, op advies van onderkoning Jaap van Dissel, geen rekening mee wensen te houden.
*2

Katrien Verfaillie heeft de tekst van haar lied op de muziek van Het dorp van Wim Sonneveld gezet, dus de nostalgie naar 'hoe het vroeger was' klinkt in alles door. Als je een beetje je best doet is het West-Vlaams goed te volgen, al zitten er wel een paar zinsneden in de tekst die, voor iemand die niet uit die streek afkomstig is, problemen op kunnen leveren.*
3

De meeste Nederlandse en Vlaamse dialecten kennen een veel grotere klankenverscheidenheid dan het Standaardnederlands (het vroegere ABN). Door het oprukken van het Standaardnederlands, dat sterk op de 'Hollandse' (West-Nederlandse) dialecten gebaseerd is, is die grote diversiteit aan klanken en intonaties steeds meer aan het verdwijnen. Persoonlijk beschouw ik dat als een enorm verlies maar gelukkig is de schoonheid van vroeger nog niet helemaal teloor gegaan. E pertank ol hièlega nie i Vloandern, goddank.  
  

©Huub Drenth



*1 De Westhoek, een streek in de provincie West-Vlaanderen, en de exclave Baarle-Hertog (in Nederland) waren de enige stukken Belgisch grondgebied die niet door de Duitsers bezet waren gedurende WO I.

*2 NB Vanuit een virologisch standpunt gezien bleek dat juist te zijn, de pandemie greep namelijk razendsnel om zich heen. Later zou echter blijken dat het
Outbreak Management Team (OMT) wel degelijk van elke vorm van empathie was gespeend. Vooral de bewoners van verzorgings- en verpleegtehuizen zouden dat (letterlijk) aan den lijve gaan ondervinden, want die kwamen in een totaal isolement terecht. 

*3 Zie voor de tekst en vertaling: https://www.frankverhallen.nl/frank-verhallen/gedicht-gedacht.html/5142/3-4-katrien-verfaillie-kunnik-nemi-na-joen-komn/


Covid-19, ziekenhuisopnames tot op heden.



donderdag 7 mei 2020

May Khoen's voorouders ~ deel 6



Tussen twee werelden

 

Ik heb de afgelopen tijd veel nagedacht over hoe ik de persoon Oey Tjien To, May Khoen's overgrootvader van moeders kant, nader zou gaan belichten (zie ook mijn post van 11 maart jl.). En ik kwam er niet uit, eerlijk gezegd. Want enerzijds is hij iemand waar best veel informatie over te vinden is, terwijl hij anderzijds ook een persoon is waar je absoluut geen hoogte van krijgt. Hij verkeert van jongs af aan in de hoogste (koloniale) kringen, maar waarom dit zo is heb ik tot op heden niet kunnen ontdekken. Aan hem voorbijgaan is onmogelijk want in feite heeft hij de vaderrol voor May Khoen's moeder vervuld, nadat haar eigen vader (zijn zoon Willy Oey) zich van het leven had beroofd. Tegelijkertijd is het zo dat ook haar oma, zijn schoondochter, door wie May Khoen mede is opgevoed, meer dan dertig jaar deel van zijn huisgezin heeft uitgemaakt, dus ook op haar leven heeft hij een belangrijke stempel gedrukt. Eenzelfde invloed kan natuurlijk toegeschreven worden aan zijn echtgenote Liem Ko Nio.
Hieronder zet ik op een rij wat ik zoal over hem te weten gekomen ben. Om het overzichtelijk te houden beperk ik me in eerste instantie tot de periode 1885 - 1921, de tijd waarin hij opgroeide, trouwde, een gezin stichtte en nauwe banden met suikermagnaat Oei Tiong Ham onderhield. De periode erna (hij stierf in 1947) zal ik behandelen in een volgende post. Veel van de gevonden informatie is afkomstig uit kranten en tijdschriften. Al met al geeft het enigszins een beeld van het soort leven dat hij leidde en van de wereld waar hij deel van uitmaakte. HD


14 september 1885
Oey Tjien To/Oei Tjin To, wordt geboren. Plaats van geboorte: onbekend (zie ook mijn post van 13 juni 2020, inmiddels heb ik dan zijn geboorteplaats wel ontdekt).
15 augustus 1886
Liem Ko Nio wordt geboren. Ze wordt ook wel Lim/Liem Kotjie Nio genoemd. Plaats van geboorte: Batavia. Zij is de latere echtgenote van Oey Tjien To. 

11 mei 1901
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch Indië meldt dat Oey Tjin To, op de Koning Willem III-School (KW III) te Batavia, is bevorderd van het tweede naar het derde leerjaar van de HBS. 
15 juli 1902
Het Bataviaasch Nieuwsblad kondigt aan dat de volgende dag de s.s. Van Diemen, een lijnboot van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM)*1, uit Batavia zal vertrekken met aan boord onder andere Oei Tjin To en echtgenote. Van de twaalf hutpassagiers zijn er acht Europeanen (waaronder ene mejuffrouw J. J. van Gogh). Het schip doet de Javaanse havens Semarang, Soerabaja en Soemenep aan en heeft als eindbestemming Bandjermasin op Borneo. Het vaartuig kan 56 hutpassagiers (eerste en tweede klas) en 500 dekpassagiers vervoeren (alleen de reizigers die eerste klas reisden - en dus behoorden tot de rijke bovenlaag - werden met hun naam in de koloniale kranten vermeld).

KPM-schip bij een aanlegsteiger aan de kust.

Over de afkomst van Oey Tjien To is (tot op heden) niets bekend. We kennen dus niet de namen van zijn ouders, grootouders, of van zijn eventuele broers of zusters. Ook weten we niet waar hij geboren is. Wel weten we dat hij in Batavia de (Nederlands-talige) HBS heeft bezocht en op de s.s. van Diemen eerste klas reisde (daarom werd zijn naam vermeld in de krant). We kunnen dus gerust concluderen dat hij uit een zeer welgesteld en ontwikkeld peranakan-milieu afkomstig was. Ook blijkt dat hij in juli 1902 inmiddels getrouwd is, hij is dan ruim 16 jaar. Zijn bruid Liem Ko Nio/Lim Kotjie Nio is op dat moment nog net geen 16 jaar. Dergelijke jeugdige leeftijden waren beslist niet abnormaal binnen de peranakan-cultuur, het ging immers om gearrangeerde huwelijken. Het is aannemelijk dat hij in 1902 de 3-jarige HBS afgerond heeft, hetgeen recht gaf op een getuigschrift. Of hij daarna ook de resterende twee jaar heeft volgemaakt is niet bekend (een jaar later wordt zijn eerste kind geboren maar dat hoefde niet per se een beletsel te zijn). Op de hutpassagierslijst staat ook de naam 'Oei Tian Lam' vermeld, mogelijk is dat zijn vader of een ander familielid, want het stel was natuurlijk nog wel erg jong. Waarschijnlijk reisden ze naar een plaats aan de Javaanse noordkust maar ook dat is vanzelfsprekend allesbehalve zeker. HD

4 juli 1903
Willy (m), het eerste kind van Oey Tjien To en Liem Ko Nio wordt geboren. Zie ook mijn post over Willy Oey.
30 november 1904
Corry (v), het tweede kind van Oey Tjien To en Liem Ko Nio wordt geboren. 
1 januari 1905
In de Regeeringsalmanak voor Nederlandsch-Indië staat Oei Tjin Too als administrateur van de rijstlanden Gebang Anom I, II en III in het district Soebah vermeld. Ondernemer is de N.V. Cultuur en handelmaatschappij Kim Siang. 
16 maart 1906
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië meldt dat Oei Tjin To 'landhuurder' (van het gouvernement) is geworden in de residentie Pekalongan op Midden-Java. 


Oude schoolplaat.

15 augustus 1906 
Oeij Tjien To gaat, wederom volgens Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, in Batavia aan boord van de s.s. Pahud die, met tussenstops in havens langs de Javaanse kust, richting de Molukken vaart. 
24 augustus 1906
Het Bataviaasch Nieuwsblad meldt dat in Batavia, met het stoomschip van Swoll, zijn aangekomen Oei Tjien To met echtgenote. 
1909
De heer Oey Tjien To publiceert, op aanbeveling van G.L. Gonggrijp, resident van Rembang, een artikel in het Tijdschrift voor het Binnenlands Bestuur (deel 38) met als titel 'Nota over eenige bijzonderheden van den Rijstbouw' (hij is de eerste Chinees die een artikel in dit tijdschrift publiceert).

2 november 1909
De Locomotief meldt dat Oei Tjin Too, wonende te (district) Soebah, (regentschap) Batang (in de residentie Pekalongan), als lid is toegetreden tot de Semarangsche Auto-Club. (Een zeer blank, elitair en kapitaalkrachtig genootschap. Leden moesten in het bezit zijn van een automobiel of een motorfiets. HD). 
9 januari 1910
Dagblad De Telegraaf (NL) meldt dat op het land Karang Serang Laoet, liggende in de afdeling Tangerang van de residentie Batavia, een malaria-epidemie is uitgebroken. Karang Serang is ruim 3000 hectare groot en er wonen bijna 9000 zielen. Huurder van het land is Oey Tjin To. 


Stoomtram-station Djomblang van de S.J.S., Semarang 1915.

23 juni 1910
In De Locomotief wordt medegedeeld dat de heer Carpentier Alting, handelende voor 'de Chinees Oey Tjien To', bij de Gewestelijke Raad van Rembang een request heeft ingediend voor de aanleg van een tramlijn van de kust over Lassem, Pamotan, Djatirogo naar Toeban, met een zijtak van Toeban naar Babat, benevens de aanleg van een afvoerplaats op de kust.

24 juni 1910
De Locomotief publiceert een schrijven van de resident van Rembang, G.L. Gonggrijp, aan de Gouverneur Generaal te Batavia, betreffende het door hem voorgestelde plan voor een tramnet ten oosten van Rembang (zie hierboven). Drie gegadigden hebben zich aangemeld voor de uitvoering, waaronder de heer Oeij Tjien To, 'oud-leerling van het Gymnasium Willem III te Batavia'. Aangezien het sinds 1900 bij wet verboden is om een spoor- of tramconcessie te verlenen aan Chinezen heeft notaris Carpentier Alting uit Batavia voor Oeij Tjien To getekend. Ook meldt resident Gonggrijp dat Oeij Tjien To inmiddels om 'gelijkstelling met Europeanen' heeft verzocht.
18 augustus 1910
In het Staatsblad van Nederlandsch-Indië wordt het besluit gepubliceerd van de 'Gelijkstelling' *2 van Tjien To Oey en Ko Nio Liem, evenals die van hun twee kinderen. Als woonplaats wordt in het besluit Semarang genoemd.


Gelijkstellingen, Staatsblad van N.I. (fragment), 18 augustus 1910.

Mogelijk was Oey Tjien To al eerder van plan om zich deze rechtspositie/(juridische) status te verwerven en heeft hij daarom zijn beide kinderen, tegen alle Chinese tradities in, bij de geboorte enkel een 'Europese' persoonsnaam gegeven. De Nederlandsch-Indische samenleving was een op raciale (en racistische) scheidslijnen gebaseerd geheel waarin hij steevast als 'de Chinees Oey Tjien To' werd gestereotypeerd. Zo omstreeks 1920 was daar een kentering in gekomen en werd er in kranten en tijdschriften meestal aan hem gerefereerd als 'de heer Oey' of 'T.T. Oey'. HD

20 juni 1911
De Indische Mercuur deelt mee dat Oey Tjien To een maand eerder een aanvraag ingediend heeft voor een vergunning voor mijnbouwkundige opsporingen op een terrein in het district Sedan, afdeling Rembang (mogelijk was hij op zoek naar kalium, voor de productie van kunstmest, HD). 
31 juli 1912
Het Bataviaasch Nieuwsblad meldt dat bij gouvernementsbesluit d.d. 17 juli 1912 de concessies voor de spoor- en tramwegen in de residentie Rembang (zie boven) zijn toegewezen aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij (N.I.S.) en aan de Semarang-Joana Stoomtrammaatschappij (S.J.S.). Ook meldt de krant dat het voorstel ingediend door G.H. Carpentier Alting (namens Oey Tjien To) is afgewezen.
13 maart 1913
In het Bataviaasch Handelsblad maakt columnist 'Opheffer' (pseudoniem voor G.L. Gonggrijp, resident te Rembang) gewag van een gesprek dat hij had op het rijstland Krengseng met 'de Chinees Oei Tjin To' over de zaadveredeling van rijst. 
1914/1915
In De lijst van 1914, deel I, inzake particuliere ondernemingen op door het gouvernement verhuurde gronden voor landbouwdoeleinden, wordt Oey Tjien To opgevoerd als ondernemer (eigenaar) en C. Pechler als administrateur van de Mij. Stoomrijstpellerij Krengseng in de residentie Pekalongan, regentschap Batang. (C. Pechler wordt eveneens vermeld als administrateur van de rijstlanden Gebang Anom, door het gouvernement verpacht aan de onderneming N.V. Cultuur en Handelmaatschappij Kim Siang, zie ook 1 januari 1905).



Oey Tjien To was eigenaar van de Stoomrijstpellerij Krengseng. De landerijen die hij van het gouvernement pachtte voor de paditeelt vielen onder de desa Gebang Anom in het district Soebah (tegenwoordig Rowosari), niet ver van de kust. De onderneming heeft altijd een rode draad gevormd in zijn volwassen leven. In een volgende post zal ik hier nader op ingaan. HD

1 januari 1918
Het Staatsblad van Nederlandsch-Indië meldt dat Verpondingsnummer 1145 toebehoort aan Tjien To Oey, deels wonende te Semarang. Het gaat om 154 percelen in Krapiak te Semarang waarover (winst)belasting moet worden betaald.
22 november 1918
Dagblad De Locomotief bericht dat er ernst gemaakt gaat worden met de terugbrenging (onteigening) van een 19-tal percelen behorende tot acht particuliere landen*3 in de gemeente Semarang. In het bericht wordt ook het particuliere land Krapiak genoemd, dat eigendom is van Tjien To Oei te Semarang.
8 maart 1919
De Locomotief meldt dat
de heer Tjien To Oey, te Semarang, bij de Gewestelijke Raad te Pekalongan vergunning heeft aangevraagd tot het aanleggen van een weg nabij zijn erfpachtperceel Gebang Anom te Batang.
1 januari 1920
Het Indisch tijdschrift van het recht doet verslag van twee rechtzaken tussen Oey Tjien To en de gemeente Semarang, inzake een kwestie die zich in april 1919 heeft afgespeeld rond de rivier Kali Garang op het particulier land Simongan. Hij wint het ene geding maar verliest het andere . Als zijn woonadres wordt Randoesari vermeld (een chique straat/wijk in Semarang, HD). Zie mijn post van 11 maart 2020.
  

Woning in Randoesari, ± 1910.

10 februari 1920
Dagblad De Locomotief laat weten hoe ver het staat met de plannen van het leger om een vliegveld aan te leggen in het deel van Semarang dat Krapijak heet. Het terrein is eigendom van T.T. Oey (zie het bericht van 1 januari 1918), het ligt aan de Grote Postweg en beslaat ongeveer 1000 x 500 meter. Het leger wil het van hem overnemen.
21 augustus 1920
Het Staatsblad van Nederlandsch-Indië meldt de ordonnantie betreffende de gedeelten van het particuliere land Krapiak in Semarang die tot het landsdomein zullen worden teruggebracht (onteigend).
27 juni 1921
De Locomotief meldt dat het leger een vliegterrein aan het inrichten is op 'het land Simongan' in Semarang. De afmetingen zijn 600 x 200 meter. Het legerbestuur heeft het terrein gehuurd van de eigenaar van Simongan, de heer T.T. Oey (deze hele berichtgeving is onjuist, het leger heeft een deel van het terrein gehuurd van het begrafenisfonds Kian Gwan, eigenaar van het land Simongan, en een ander deel van Oey Tjien To).


  Vliegveld Simongan in 1928, een Fokker F-VII stijgt op.

Het geplande vliegveld kwam er in juni 1921 inderdaad, het werd echter niet op het terrein vlakbij de Grote Postweg aangelegd - dit was een foute melding van de krant - maar een paar kilometer zuidelijker (zie kaartje onder).*4 In december 1924 werd de start- en landingsbaan verlengd, zodat het voortaan ook geschikt zou zijn voor de burgerluchtvaart. Het vliegveld Simongan, waarvan de totstandkoming dus onder andere aan Oey Tjien To te danken was, zou tot 1940 dienst blijven doen. Toen werd het verplaatst naar de kust, waar het minder heuvelachtig was, en kreeg het ook een andere naam: Kalibanteng. HD

Zie voor het tweede deel betreffende het leven van Oey Tjien To mijn post van 4 augustus 2020: https://maykhoentan.blogspot.com/2020/08/may-khoens-voorouders-deel-8.html
Zie voor zijn afkomst: https://maykhoentan.blogspot.com/2020/06/may-khoens-voorouders-deel-7_13.html

©Huub Drenth


*1 De Koninklijke Pak(k)etvaart Maatschappij (1891 - 1966) was een Nederlandse rederij met een operationeel hoofdkantoor in Batavia. In hoofdzaak richtten de activiteiten van de KPM zich op het onderhouden van scheepvaartverbindingen tussen de eilanden in Nederlands-Indië en op het vervoer tussen de kolonie en andere belangrijke bestemmingen. De KPM beschikte daartoe over een grote moderne vloot.

*2 Gelijkstelling De rechtspositie van de verschillende bevolkingsgroepen in Nederlands-Indië werd vastgesteld in het Regerings-reglement (RR). In art. 109 RR werd de bevolking van Nederlands-Indië verdeeld in twee hoofdgroepen, de Europeanen en de Inlanders. Hetgeen er op neer kwam dat Europeanen blank en christen waren, en Inlanders niet. Het was mogelijk voor Inlanders, en de met hen gelijkgestelden zoals "Arabieren, Moren (Indiërs) en Chinezen", om hun rechtspositie te verbeteren door over te gaan naar de rechtspositie van de ‘met Europeanen gelijkgestelden’. Een dergelijke wijziging van rechtspositie werd ‘gelijkstelling’ genoemd en verleend door de Gouverneur-Generaal, waarna publicatie in het Indisch Staatsblad volgde. 

Zie voor verdere uitleg over dit staatkundig-juridische onderwerp, met name over de specifieke situatie van Chinezen in Nederlandsch-Indië: http://www.tongtong.nl/indische-school/contentdownloads/tjiook.pdf

*3 Particuliere landen zijn grote stukken grond die in het verleden op Java door het gouvernement aan particulieren zijn verkocht (Krapiak in 1811 voor 11621 rijksdaalders zilvergeld). Op die landgoederen bevonden zich vaak ook kampongs waarvan de bewoners tot herendiensten gedwongen konden worden. De eigenaar mocht zich 'landheer' noemen. In het begin van de twintigste eeuw staan dit soort grondstukken de uitbreiding van stedelijke agglomeraties, evenals de modernisering van de infrastructuur, in de weg en derhalve wordt tot onteigening (van delen ervan) overgegaan. Zie voor gedetailleerde informatie over de situatie in Semarang: http://colonialarchitecture.eu/islandora/object/uuid%3A723905da-8350-41df-bfe0-9ee270cc6229/datastream/PDF/view

*4 Volgens gegevens uit 1932, toen het vliegveld inmiddels een veel groter oppervlak besloeg, lag 7 hectare op het land Simongan, toebehorend aan het begrafenisfonds Kian Gwan (in feite het Oei Tiong Ham Concern, zie mijn post van 11 maart jl), en 17 hectare op het land Krapiak, waarvan Oey Tjien To de eigenaar was.


Dit was deel 6 van May Khoen's voorouders.

Zie voor deel 5: https://maykhoentan.blogspot.com/2020/03/may-khoens-voorouders-deel-5_11.html

Zie voor deel 7: https://maykhoentan.blogspot.com/2020/06/may-khoens-voorouders-deel-7_13.html


zondag 26 april 2020

Tempeh doeloe

 

Vandaag precies 34 jaar geleden ontplofte de kerncentrale in Tsjernobyl. May Khoen en ik bevonden ons op dat moment in Maastricht, dat herinner ik me nog goed. Want we hadden spinazie gegeten en dat mocht eigenlijk niet, vanwege de mogelijk radioactieve besmetting waar iedereen toen bang voor was. Die spinazie hadden we gekocht bij een groenteboer in Heer waar Gerard, een vriend van ons, in die tijd woonde.
Koningsdag zou morgen door Willem-Alexander en z'n familie toevallig ook in Maastricht worden gevierd maar vanwege de corona-epidemie gaan de geplande festiviteiten niet door. Gelukkig mag er nu wel spinazie gegeten worden en krijgen ze daar zelfs met Californische temperaturen te maken. Kortom: wat wil een mens nog meer?



San Diego, september 1979 - a pool with a view (of the future?).

 

Rookgordijnen

Zoals ik eerder al vermeld heb vertrok May Khoen's vader begin september 1979, met vrouw en twee kinderen, naar de VS (met als eerste verblijfplaats San Diego). Niemand begreep waarom hij dat deed want het was algemeen bekend dat je als apotheker in Nederland als het ware slapend rijk kon worden. Als je betrouwbaar personeel had hoefde je niet per se voortdurend aanwezig te zijn en hield je dus ook nog eens genoeg tijd over om je met andere zaken bezig te houden. May Khoen's vader beweerde naderhand regelmatig dat hij vertrokken was omdat hij geen opvolger had. Waarmee hij impliciet zijn oudste dochters - bij wie alle drie een bèta-knobbel ontbrak - verantwoordelijk maakte voor zijn emigratie, enkel en alleen omdat geen van hen apotheker geworden was. Dat hij aan de oudste zoon van zijn zus Hing, Hanne, die toentertijd farmacie studeerde, beloofd had dat deze te zijner tijd de apotheek kon overnemen liet hij dan gemakshalve maar achterwege.*1

In eerste instantie was het dus voor iedereen volstrekt onduidelijk wat er precies aan de hand was in die bewogen periode. Het ene rookgordijn volgde op het andere. Na verloop van tijd begon zich echter een duidelijker, meer feitelijk, beeld van de situatie af te tekenen en de grote lijnen daarvan geef ik - in dit bepaald niet onbelangrijke deel van May Khoen's geschiedschrijving - in deze post weer.

De Telegraaf, 20 februari 1986.


Esteetan B.V. 

Esteetan B.V. was de handelsnaam van de apotheek van May Khoen's vader (de Westerapotheek aan de Postjesweg in Amsterdam). Hij had gedurende een vijftal jaren geen vennootschapsbelasting afgedragen aan de Nederlandse staat en nadat een aantal keren uitstel was verleend begon het geduld van de belastingdienst op te raken. Er stond nog een bedrag van ongeveer 242.000 gulden open toen hij medio 1979 - binnen een paar maanden tijd en voor een habbekrats - z'n hele hebben en houden verkocht en naar Californië vertrok om daar, out of the blue, samen met zijn achterneef Robert (Bob)/Ing Kie Sih, een rijsttafelrestaurant, annex home made tempeh- en ketjapproductielijntje, te beginnen in Carlsbad, een plaats halverwege San Diego en Los Angeles. De naam van dat restaurant was Java Murni.*2 Zelf vestigde hij zich met zijn gezin in Escondido, een paatsje 30 kilometer ten oosten van Carlsbad. De letterlijke vertaling van het Spaanse 'escondido' is 'verborgen', en soms ook 'duister', maar dat is natuurlijk toeval.


 
Wall Street, 19 oktober 1987.


Black Monday

Door op de optiebeurs te speculeren probeerde May Khoen's vader in de jaren daarna de rode cijfers van dat culinaire avontuur weer ongedaan te maken, totdat de beurskrach van 19 oktober 1987, die als Black Monday de geschiedenis in zou gaan, ook deze illusie uiteen deed spatten. Teruggaan naar Nederland was in principe wel mogelijk, hij bezat immers nog steeds de Nederlandse nationaliteit, maar dan zou hij meteen op Schiphol worden aangehouden, wegens belastingfraude, en vervolgens ook z'n laatste geld nog kwijtraken. Met als onvermijdelijke consequentie: gigantisch gezichtsverlies.

Na Black Monday bleef het een paar jaar stil. Er kwamen geen brieven meer waarin hij zijn beklag deed over hoe het hem allemaal tegengezeten had de laatste vijftien jaar. In Nederland was zijn boekhouder de grote schuldige geweest en in Amerika zijn zakenpartner/achterneef Robert Sih. Hij had verkeerde beleggingsadviezen gekregen, van een familielid nota bene. En toen was daar ook nog eens de beurskrach overheen gekomen (op de optiebeurs had hij in futures gehandeld, al dat geld was hij in een klap kwijtgeraakt). Al in 1983 was Xenia er met een vriendje vandoor gegaan, meteen na haar high school graduation. Twee jaar later had ze, ongehuwd, een kind gekregen, ook dat nog eens. Kortom: tegenslag na tegenslag. Hem trof geen enkele blaam, dat was steevast de teneur van zijn klaagzangen geweest.



Aruba

Eind 1992, hij was intussen 66, gloorde er ineens weer hoop aan de horizon. Qua financiën stond het water hem aan de lippen - zelfs postzegels waren een dure uitgave geworden - maar hij kon gedurende twee jaar de supervisie gaan voeren over een apotheek op Aruba. Een studiegenoot van zijn broer Soei Tjing (nog van de TH in Bandung), die daar woonde, had dit voor hem geregeld. Hij ging er alleen naartoe, dus zonder echtgenote Kien en dochter Mela. Terug naar waar hij ooit zijn loopbaan als apotheker was begonnen en voorspoedige tijden had gekend. Maar alles was veranderd, zowel het leven op Aruba als de invulling van het apothekersvak. Hotels, casino's en goklustige Amerikanen hadden hun intrede gedaan, evenals computers en nieuwe medicijnen, hetgeen zijn verblijf een stuk minder paradijselijk maakte dan hij had verwacht.

Gelukkig was toen inmiddels gebleken dat de inleg van zijn ooit afgesloten pensioenverzekering in 1986 niet door de Nederlandse belastingdienst was geconfisqueerd. En ook had hij nog steeds recht op AOW, zelfs met terug-werkende kracht. Uit de boeken van de douane werd zijn naam omstreeks die tijd geschrapt (de belastingschuld was inmiddels verjaard), bijgevolg kon hij voortaan weer veilig op Schiphol landen. Zijn oudere broer Soei Tjing had dat allemaal voor hem uitgezocht. En tevens afgehandeld, waarschijnlijk.

Ook het Arubaanse avontuur werd vanzelfsprekend wederom geen succes. Maar dankzij de ruimhartigheid van de Staat der Nederlanden, die hij zelf eerder behoorlijk had benadeeld  - en waar hij onverminderd op zou blijven afgeven - raakte hij dus niet aan de bedelstaf. Ja, kon hij uiteindelijk zelfs genieten van een, min of meer, rustige oude dag...


©Huub Drenth


 

*1 Toen ik jaren later Hanne hier eens over sprak (in 2001, op het vijftigjarig huwelijksfeest van May Khoen's oom Tjing en tante Irene in Millingen aan de Rijn) bleek hij nog steeds lichtelijk verbolgen te zijn over die niet nagekomen belofte.

*2 History of tempeh and tempeh products (1815-2011). In dit standaardwerk over tempeh worden ook de activiteiten en producten van Java Murni een aantal keren genoemd.

*3 De naam Java Murni, die letterlijk 'Puur Javaans' betekent, is in dit geval trouwens enigszins een contradictio in terminis. Een rijsttafel is een combinatie van rijstschotels en bijgerechten uit de Indonesische keuken, ontstaan in Nederlands-Indië maar aangepast aan de Europese smaak. De gerechten komen uit alle delen van Indonesië, dus niet louter uit Java. Hoe de rijsttafel is ontstaan is onduidelijk. Mogelijk is het een Indische variant van het Europese banket of een Europese interpretatie van de Indonesische 'selamatan' (feestmaaltijd). Zowel uit gastvrijheid als vanwege vertoon van status lieten Europeanen in de koloniale tijd zo veel mogelijk gerechten tegelijk op tafel serveren, dit werd op den duur min of meer gestandaardiseerd en resulteerde in 'de rijsttafel'. Door gerepatrieerde Indiëgangers raakte de rijsttafel daarna ook bekend in Nederland (bron: Wikipedia).

*4 Heel curieus is het gegeven dat Robert Sih in het artikel van Eleanor Widmer, dat als titel Lost in Spice heeft, als eigenaar opgevoerd wordt en dat de naam van May Khoen's vader, (Max) Tan Swie Tong, er geen enkele keer in voorkomt (zie pagina 5 van het betreffende exemplaar van Reader), terwijl hij in zijn spaarzame brieven beweerde de eigenaar te zijn. Wie Robert Sih Ing Kie precies was, en welke rol hij in dit Californische rijsttafelproject precies speelde, was voor 'de achterblijvers' in die tijd trouwens sowieso volstrekt onduidelijk, want niemand van hen had deze Robert ooit ontmoet.

 

Indisch restaurant Oriënt, Amsterdam.

Update:

(18/08/2024) Inmiddels ben ik meer te weten gekomen over Robert/Sih Ing Kie. Ik ontdekte op internet dat hij op 14 mei 1936 te Semarang geboren werd, in die stad het Loyola College bezocht en in het studiejaar 1959/1960, op Nijenrode, aan de eenjarige commerciële cursus voor technici deelnam. En ook dat hij inderdaad een achterneef van May Khoen's vader was, afstammend van entrepreneur Sih Tiauw Hin, een broer van May Khoen's overgrootmoeder Sih Ing Nio. Diens oudste zoon Sih Kik Boen was Roberts vader (bron: Sih Khay Hie, a firm and a family). Medio 1969 werd Robert/Sih Ing Kie (samen met zijn echtgenote Moon Lin Madeline Katherine Lee, die afkomstig was uit Singapore) tot Nederlander genaturaliseerd, hij woonde toen in Amsterdam en zijn beroep was calculator (werkvoorbereider). Via de Facebook-pagina van zijn vrouw Moonlin Lee kwam ik erachter dat hij tegenwoordig in Singapore woont en dat hij op Facebook Kie Sih heet. Zijn zoon en enigst kind Chung Choy Kevin Sih, in 1964 geboren in Amsterdam, ging in de jaren tachtig in Carlsbad Ca. naar de high school en studeerde vervolgens aan UC San Diego economie. Van 1997 tot 2021 bleek Kevin in Singapore de eigenaar van een restaurant te zijn geweest dat The Ricetable Indonesian Restaurant heette...
Ik kwam uiteindelijk meer over Robert/Sih Ing Kie te weten omdat zijn zoon Kevin, in de maanden voorafgaande aan de sluiting van zijn Rijsttafel-restaurant in mei 2021, twee interviews gaf aan het (christelijke) Singaporese digitale magazine SALT&LIGHT. Hij had het daarin namelijk ook over zijn ouders. Van 1976 tot 2001 bleek Robert/Sih Ing Kie de eigenaar te zijn geweest van het gerenommeerde Indisch/Indonesische specialiteitenrestaurant Oriënt in de Van Baerlestraat in Amsterdam, dus ook toen hij in Amerika verbleef bestond die situatie kennelijk nog steeds . Na zijn pensionering in 2001 had hij de zaak verkocht en waren hij en zijn vrouw Moon Lin (ze staan samen op de foto boven) naar Singapore verhuisd waar hun zoon Kevin, inmiddels getrouwd met een Singaporese jongedame, een paar jaar eerder zelf een restaurant was begonnen. Over het rijsttafel- en tempehproject Java Murni in het Californische Carlsbad werd in de interviews helaas niets gezegd.



Java Murni Tempeh.