maandag 31 januari 2022

May Khoen's voorouders ~ deel 15


Het is inmiddels bijna een jaar geleden dat ik voor het laatst een post aan May Khoen's voorouders gewijd heb. Vooral de corona-crisis was daar debet aan. De lockdowns en de vele andere beperkende maatregelen hadden een grote impact op mijn sociale leven en daarom moest ik alle zeilen bijzetten om mentaal in balans te blijven, want geregeld kwam ik wekenlang in een soort van eenzame opsluiting terecht. Ook miste ik, door die barre omstandigheden, May Khoen op een veel intensere manier dan eerst, in elke vezel in mijn lijf voelde ik wat het betekent om een 'achterblijver' te zijn. Het lukte me niet meer om met haar verborgen verleden bezig te zijn, daarvoor was het onderwerp op de een of andere manier te 'vervreemdend' geworden. Letterlijk, want inmiddels kon ik het stratenplan van Semarang - van nota bene een eeuw geleden - wel dromen terwijl dat van mijn thuisstad Groningen tegelijkertijd steeds meer aan betekenis verloor.

Intussen gaat het weer wat beter. Ik heb contact met bloed-verwanten van Khoen in allerlei delen van de wereld en de afgelopen tijd hebben ook enkele internationaal georiënteerde wetenschappers mijn blog ontdekt. Dat geeft de burger moed en daarom begin ik thans aan de laatste etappe van dit project, waarin ik mij met name zal richten op het leven van (oma Nel) Ko Kiong Nio, het enige lid van May Khoen's voorouders dat ik persoonlijk heb gekend. HD


 

De nazaten van Ko Djie Soei

Bovenstaande foto kwam ik onlangs tegen in May Khoen's fotoarchief. Hij werd gemaakt omstreeks 1927 en de personen die erop te zien zijn behoren waarschijnlijk tot de familie waaruit haar grootmoeder van moederszijde, Nel Ko Kiong Nio, stamt. Als dat daadwerkelijk zo is betreft het hier dus het nageslacht van overgrootvader Ko Djie Soei die in 1922 overleden is. Oma Nel staat zelf ook op de foto, zij is de tweede staande vrouw links en op dat moment ongeveer 22. May Khoen's moeder, Betty Oey, oma Nels dochter, is eveneens aanwezig, zij is het kleine meisje uiterst rechts vooraan en zal toen ongeveer drie jaar oud zijn geweest. De vrouw tegen wie ze leunt is mogelijk haar grootmoeder Lie Hiang Nio.

Blijkbaar is er sprake van een bijeenkomst met een zeer speciaal karakter, gezien de kledij waarin de leden van het gezelschap zich gestoken hebben. Dat veel van de heren een rokkostuum dragen is een indicatie dat ze belangrijke posities in het koloniale economische bestel innemen. Hetzelfde geldt voor een aantal vrouwen in de tweede rij, hun modieuze westerse kleding vormt eveneens een aanwijzing voor de vermogende en geprivilegieerde klasse waarvan ze deel uitmaken. En vanzelfsprekend zijn de sarongs en de kabaja's van de 'Indisch' geklede dames ook allerminst van goedkope kwaliteit.

Wat meteen opvalt is dat er veel meer vrouwen op de foto staan dan mannen, de reden hiervan zou kunnen zijn dat Ko Djie Soei veel meer dochters had dan zonen. Er staan trouwens ook geen jongetjes op, alleen maar meisjes. Op de achterste rij bevinden zich in het midden twee Europeanen. Hun aanwezigheid geeft aan de foto een speciaal cachet, het onderstreept nog eens dat het hier om meer dan zomaar een familieportret gaat. Ook het Chinese kostuum, 'baju tui khim' geheten, dat de persoon rechts van hen draagt is opvallend, want dat zag je toen al niet zo vaak meer. In 1919 werden de kledingvoorschriften voor de Chinese bevolkingsgroep in Indië formeel afgeschaft, voor die tijd waren zowel de mannen als de vrouwen verplicht om in de openbare ruimte Chinese kleding te dragen, die regel werd echter al een tijd nog maar amper gehandhaafd.

 

Traditionele Chinese kleding, Java ca. 1900.
 

Twee vrouwen

Wie de vrouwen op de eerste rij van de groepsfoto precies zijn is niet geheel duidelijk. Mogelijk zijn het de echtgenotes en een aantal van de (tien) dochters van Ko Djie Soei maar dat is uiteraard pure speculatie. De drie in het midden nemen de belangrijkste posities in en het is zeer aannemelijk dat dit met anciënniteit te maken heeft. Van Ko Djie Soei is bekend dat hij in ieder geval bij twee officiële echtgenotes kinderen had. Zijn eerste vrouw, Tjan Kawit Nio, had zeven (volwassen) kinderen, zijn andere vrouw, Lie Hiang Nio, May Khoen's overgrootmoeder, had er acht.*1 Ko Djie Soei is ook nog met een derde vrouw getrouwd geweest (officieel was zij echtgenote nummer twee); zij stierf jong en had geen kinderen, haar naam is onbekend. 

De locatie van de foto betreft waarschijnlijk het woonhuis van (de familie) Ko Djie Soei. De fotograaf heeft het gezelschap plaats laten nemen onder de overkapping van de pendopo, de gaanderij aan de voorkant van het huis. Waar deze domicilie zich in Semarang (in 1927) precies bevond, in het Chinese stadsdeel of in de landelijke periferie (mogelijk Randoesari), is helaas niet bekend.

Zoals ik eerder al aangaf blijft het raden naar de namen van de vele afgebeelde personen. De peranakan-Chinese mannen op de laatste rij zijn waarschijnlijk een aantal van de zonen van Ko Djie Soei, in totaal had hij er vijf (net zoals bij de vrouwen kunnen er zich ook 'aangetrouwden' tussen bevinden). Het grote leeftijdsverschil tussen de volwassen personen is op zich niet heel erg vreemd, Ko Djie Soei's kinderen werden geboren in de periode tussen circa 1880 en 1910, waardoor er tussen de jongste en de oudste van zijn nazaten een verschil van minstens dertig jaar bestond, een aantal van zijn kleinkinderen was daardoor ouder dan zijn jongste kinderen.

In een voetnoot hieronder volgt een opsomming van de kinderen van Ko Djie Soei en zijn twee echtgenotes. En eveneens van de personen met wie ze trouwden. Ik verzoek eenieder die weet wie op de foto bij welke naam hoort contact op te nemen met ondergetekende. Zodat dit raadsel kan worden opgelost.*2


©Huub Drenth

 

 Java, traditioneel en modern.

*1 Kinderen van Ko Djie Soei en Tjan Kawit Nio:
1. Ko Ging Nio              (trouwt met: Tjiook Ging Kie)
2. Ko Gien Nio              (
trouwt met: Tjoa Yan Kwie)
3. Ko Tiet Nio                (
trouwt met: Liem Ing Pie)
4. Ko Kioe Nio              (
trouwt met: Yap Soei/Swie Tjiong)
5. Ko Hong Ien              (
trouwt met: Lie Hoei/Hwie Nio)
6. Ko Hong Aan            (
trouwt met: Oei Tjik Nio en Kho Liem Nio)
7. Ko Hong Liang          (
trouwt met: Lie Melk Nio)
Kinderen van Ko Djie Soei en Lie Hiang Nio:

1. Ko Mien Nio             (trouwt met: Liem Tjay Ie)
2. Ko Tjioe Nio             (Threes, trouwt met: Liem Eng Chee)
3. Ko Koen Nio             (Tru, trouwt met: Tan Kong Kien)
4. Ko Hong Tjiang        (trouwt met: Tan Kiem Biauw Nio)
5. Ko Hong Liem          (trouwt met: Corrie Oey, zus van Willy Oey)**
6. Ko Kiong Nio           (oma Nel, trouwt met: Willy Oey)
7. Ko Sien Nio              (trouwt met: Kouw Liat Gwan)
8. Ko Corrie Nio           (trouwt met: Kwik Thiam Koen)

** Ko Hong Liem veranderde tijdens het Suharto-tijdperk zijn naam in Koentjoro Hadilaksono. Zijn vrouw Corrie Oey veranderde haar naam in Karijanti Widigdo.

*2 Tot op heden wist geen van May Khoen's bloedverwanten, zowel in Indonesië als in Nederland, die vraag te beantwoorden. Hopelijk komt daar nu verandering in.
 

Dit was deel 15 van May Khoen's voorouders.
Zie voor deel 14: https://maykhoentan.blogspot.com/2021/02/may-khoens-voorouders-deel-14.html

Zie voor deel 16: https://maykhoentan.blogspot.com/2023/11/may-khoens-voorouders-deel-16.html

vrijdag 28 januari 2022

De spiegel - Andrej Tarkovski

 


 

Herinneringen

Eergisteren keek ik naar De spiegel van Andrej Tarkovski, de enige film uit zijn oeuvre die ik nog nooit gezien had.*1 Ik ben er nog steeds zwaar van onder de indruk en dat zal waarschijnlijk ook nog wel even zo blijven. De film is als een gedicht, niet zozeer in woorden maar direct in beelden. Tijd en herinneringen slepen je mee, naar de verste uithoeken van je eigen ziel, als in een lange onbestemde droom of een bizarre psychedelische trip. Terwijl je ernaar kijkt is het onmogelijk om te duiden wat je precies ziet of meemaakt, tegelijkertijd komen de beelden je voortdurend heel bekend voor en heb je het gevoel dat er, ondanks de chaos, wel degelijk sprake van een samenhangend geheel is. Voor mij, die voortdurend overgeleverd is aan herinneringen aan May Khoen, vormde De spiegel (Зеркало, Zerkalo) dan ook een wereld van associaties en herkenning.

De film stamt uit 1975, dus nog uit het Sovjet-tijdperk, maar dat is eigenlijk nergens aan te merken. Tarkovski (1932-1986) was als mens en kunstenaar zeer integer en eigenzinnig waardoor hij, net als zijn beroemde landgenoot Joseph Brodsky, de dichter, niet anders kon dan voortdurend zijn eigen intuïtie volgen. Een eigenschap waardoor hij regelmatig met tegenwerking van de Sovjet-autoriteiten te maken kreeg, omdat zijn films niet een 'waarheidsgetrouw' beeld van (de geschiedenis van) de communistische heilstaat zouden geven. In eigen land werd hij (op last van het regime) verguisd, terwijl hij in het buitenland de ene belangrijke filmprijs na de andere in de wacht sleepte. Dit was dan ook de reden dat hij in 1979 Rusland verliet en zijn laatste twee films, Nostalghia en Offret (Het offer), in respectievelijk Italië en Zweden maakte.

 

May Khoen, Venetië 1979.
Waarheid

Elke kunstenaar die concessies aan de eigen innerlijke waarheid doet is voor altijd verloren, die stellige mening was Tarkovski toegedaan. Ik denk dat hij daarmee eigenlijk ieder mens bedoelde, dus iedereen die verzaakt aan de stem van zijn geweten of de roep van de ziel en die een leven leidt dat in wezen niet het zijne of het hare is. In zijn boek Sculpting in time zegt hij daarover het volgende:

If you throw even a cursory glance into the past, at the life which lies behind you, not even recalling its most vivid moments, you are struck every time by the singularity of the events in which you took part, the unique individuality of the characters whom you met. This singularity is like the dominant note of every moment of existence; in each moment of life, the life principle itself is unique. The artist therefore tries to grasp that principle and make it incarnate, new each time; and each time he hopes, though in vain, to achieve an exhaustive image of the Truth of human existence. The quality of beauty is in the truth of life, newly assimilated and imparted by the artist, in fidelity to his personal vision.
Anyone at all subtle will always distinguish in people's behaviour truth from fabrication, sincerity from pretence, integrity from affectation. From experience of life a kind of filter grows up in the perception, to stop us giving credence to phenomena in which the structural pattern is broken—whether deliberately so or inadvertently, through ineptness.
There are people incapable of lying. Others who lie with inspiration, convincingly. Others again don't know how to, but are incapable of not lying, and do so drably and hopelessly. Within our terms of reference—namely, precise observation of the logic of life—only the second category detect the beat of truth and can follow the capricious twists of life with an almost geometrical accuracy.*2


Maria Vishnyakova

Ik kan de verhaallijn van de film hier niet navertellen, daarvoor is de structuur te ingewikkeld. Te ondefinieerbaar ook. Freud en Jung heb je erbij nodig, plus een snelcursus literatuur- en kunstgeschiedenis; een stevige dosis existentiële filosofie kan ook geen kwaad, terwijl een milligram psilocybine misschien ook wel eens zou kunnen helpen. Globaal gezien gaat het over zijn jeugd en over de herinneringen daaraan op latere leeftijd, evenals over de relatie met zijn ouders en zijn zus Marina en zijn gevoel van identiteit. Het personage van zijn moeder, Maria Vishnyakova, staat erin centraal. Het personage van zijn vader Arseni Tarkovski, die dichter was en in 1937 het gezin verliet, is in de film nauwelijks aanwezig maar Arseni's stem valt wel te horen aangezien hij een drietal van zijn eigen gedichten voorleest, zoals ook bijvoorbeeld deze:

Vroeg in de morgen wachtte ik gisteren.
Zij raadden al dat je niet komen zou.
Weet je nog wat voor weer het was?
Als een feestdag! Zonder jas stond ik
buiten.

Je kwam vandaag, en men had voor ons
regen, een druilerige dag,
tot de late uren, en
druppels vallend langs koude twijgen.

Met woorden zijn ze niet te stillen,
met een doek niet weg te wissen...

Arseni Tarkovski
(uit: Gost'ja-Zveda 1929-1940)
 
©Huub Drenth

 

*1 De film is in zijn geheel, met Engelse ondertiteling, op YouTube te zien.

*2 Sculpting in time: Reflections on the Cinema, page 104-106.

Zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Andrei_Tarkovsky

 

Andrej en zijn moeder Maria in 1947.

 

PS Dit is de 100e post in deze blog. Een niet onbelangrijk feit, lijkt mij. Voor elk van die posts vormde May Khoen, direct of indirect, de inspiratiebron. Haar waarheid en schoonheid maken voor altijd deel uit van mijn leven. HD

 

vrijdag 31 december 2021

Diamonds and Rust



 


Van 2021 naar 2022

We naderen het einde van het jaar en daarom maak ik graag nog even de balans op van wat er in 2021 zoal van invloed is geweest op mijn leven. Of wat grote indruk op me heeft gemaakt. Het eerste dat in me opkomt is de moord op Peter R. de Vries. Mede omdat die me sterk deed denken aan de moorden op Theo van Gogh en Pim Fortuyn. Verder was er natuurlijk het hele Covid-19 gebeuren dat gepaard ging met een aantal nieuwe mutaties, zoals bijvoorbeeld de delta- en de omikron-variant, en met lockdowns in allerlei soorten en maten. Het jojo-beleid van de Nederlandse regering had een verwoestende uitwerking op mijn sociale leven, kan ik gerust stellen. Want steeds gingen zowel de horeca als de culturele sector het langst dicht waardoor ik beroofd werd van een aantal zeer belangrijke ontmoetingsplekken. Afgezien van dat was er uiteraard ook nog de toeslagenaffaire, een kwestie waar het kabinet in januari over viel, waarna er een jaar van grote politieke chaos volgde en er mogelijk pas komende maand een nieuwe regering kan worden geïnstalleerd.
Het jaar 2021 was in sterke mate het jaar van de podcasts, mede vanwege de coronamaatregelen, en aan dat gegeven heb ik wel veel plezier beleefd. Naast de vaccins, die vanaf maart op grote schaal werden toegediend, zorgden namelijk vooral podcasts, boeken en documentaires voor nog enigszins wat 'geestelijke verlichting'. Het werken aan mijn serie over May Khoen's familiegeschiedenis lukte me niet meer, omdat het onderzoek ernaar te veel energie begon te vergen, maar op deze manier bleef ik mentaal toch goed overeind.

In mijn eigen stamboom kwam ik overigens bij St. Arnulf van Metz terecht, een Merovingische hofmeier en heilige die omstreeks 582 n.Chr. geboren werd. Ik moet eerlijk bekennen dat het een relatief eenvoudige ontdekking was, aangezien een verre bloedverwant dat al grondig uitgezocht, en er een boek over geschreven, had. De tijdlijn van mij tot Arnulf bedraagt 42 generaties; qua DNA-overeenkomst, in centimorgans (cM), is er dan allang sprake van homeopathische verdunning maar interessant om te weten blijft het natuurlijk wel.

Ook is het zo dat ik dit jaar, samen met een vriendin, voor het eerst weer wandelingen van zo'n vier à vijf uur in de natuur ben beginnen te maken - iets wat May Khoen en ik vroeger ook vaak deden - hetgeen me een goede graadmeter voor mijn fysieke conditie lijkt.

En verder werd Bob Dylan in 2021 natuurlijk 80, een heuglijk feit dat in mijn blog ook doorgeklonken heeft, vooral de afgelopen maanden. Want muziek speelde vanzelfsprekend eveneens een belangrijke rol in mijn leven tijdens de doodsaaie periodes van lockdown. Over Dylan heb ik trouwens ook een interessante podcast gevolgd, om precies te zijn de 'BOBcast' die Chris Kijne en Lars Hulshof maakten voor de VPRO. 

 


Joan Báez en Bob Dylan.

Samen...

Bob Dylan mag dan misschien wel een muzikaal genie zijn maar dat impliceert natuurlijk niet automatisch dat hij ook altijd een uitgesproken aimabel persoon is, of was, hetgeen duidelijk blijkt uit het lied Diamonds and Rust dat Joan Báez, medio jaren zeventig, aan hun tien jaar eerder geëindigde relatie heeft gewijd. Dylan had haar namelijk, nota bene tijdens hun gezamenlijke tournee, op zeer grove wijze gedumpt. In haar woorden klinken enerzijds pijn en frustratie door, maar anderzijds ook best veel humor en relativeringsvermogen, plus een vleugje wraakzucht. Het ligt achter haar en van haar gekwetstheid heeft ze een prachtige song weten te maken, waarin ook vaag de nostalgie hoorbaar is die ze onderhuids kennelijk nog steeds voelt. Jaren later, toen Bob Dylan inmiddels publiekelijk zijn spijt betuigd had over zijn onbehouwen gedrag, gaf ze toe dat ze die 'moeizame' periode met hem voor geen geld had willen missen...

In 1995 reisden May Khoen en ik drie maanden door Zuidoost-Azië, ook daar moest ik het afgelopen jaar veel aan denken. Aan de vrijheid die we hadden en de talloze avonturen die we beleefden. Onze reis begon in Thailand, daarna volgden nog Maleisië en Indonesië, om te eindigen in Singapore. De warmte en vochtigheid van het tropisch klimaat waren niet aan mij besteed - 24 graden is wat mij betreft al meer dan genoeg - maar toch zou ik die trip, ondanks de drukkende hitte, meteen weer overdoen, simpelweg omdat we toen elke seconde samen waren. Vooral dat gevoel van 'samen' heb ik het afgelopen jaar namelijk ontzettend gemist. Khoen had papier en kleurpotloden meegenomen en zo af en toe ging ze ergens zitten om vast te leggen wat ze zag, zoals bijvoorbeeld de tekening hieronder die ze maakte in het lieflijke Pawarisa Resort op het schiereiland Laem Thaen in het zuiden van Thailand. Die tekeningen koester ik nu als een zeer kostbare schat omdat ze me meteen terugbrengen naar haar en toen, en uiteraard ook naar de plekken waar we zoal waren.


©Huub Drenth


Laem Thaen, Thailand - oktober 1995.


zaterdag 25 december 2021

God Jul och Gott Nytt År

 
 


De kids, nu en toen

Bovenstaande kaarten ontving ik dit jaar met kerst. De jeugdige personen die erop afgebeeld staan zijn de kinderen van May Khoen's 'Zweedse' neefjes en nichtje (tantezeggers) die respectievelijk Johan, Max en Lina Sigander heten. Die twee neefjes en dat nichtje zijn uiteraard inmiddels allang volwassen; Lina, de jongste en in zekere zin een nakomertje, wordt binnenkort zelfs al 37...

Freja en Adrian zijn feestelijk in het rood gekleed. Zij wonen in Zweden en zijn de kinderen van Lina en haar man Per. De twee die links op de steiger zitten heten Ella en Alex, zij komen uit de USA en zijn de dochter en zoon van Max en zijn vrouw Jessi. Rechts van hen zitten, op dezelfde steiger, Sunniva en Noah uit Noorwegen, de kinderen van neef Johan en zijn vrouw Carina. May Khoen heeft Ella en Alex nog wel meegemaakt, de andere vier zijn na haar overlijden geboren.

Wij hadden zelf geen kinderen en dus hebben we veel tijd doorgebracht met Johan, Max en Lina toen die nog jong waren. En vanzelfsprekend ook met hun ouders Knut en Ling. Voor de rol van moeder en vader waren we absoluut niet in de wieg gelegd maar voor de positie van tante en oom lag dat heel anders, tot op de dag van vandaag wordt daar door de kids nog de loftrompet over gestoken. De foto's hieronder, stammend uit eind jaren tachtig, geven een goed beeld van al dat wederzijds plezier. Op de linker foto staan Lina en ik, in de roeiboot zitten May Khoen, Johan en Max (klik op de foto's).


Bromma

Kerstavond hebben May Khoen en ik verscheidene malen in Zweden gevierd. Meestal bij Sven en Elisabeth, de ouders van Knut die in Bromma, een voorstad van Stockholm, woonden. De hele familie Sigander was dan aanwezig, plus ook nog andere gasten zoals bijvoorbeeld Khoen en ik. Het waren altijd bijzondere feesten, met tal van traditionele gerechten die alleen dan gegeten werden. Naarmate de avond vorderde volgde de ene toast op de andere, terwijl er ook veel korte vrolijke drinkliedjes gezongen werden. Ik meen me zelfs polonaises te herinneren maar helemaal zeker weten doe ik dat niet meer. Hoe het ook zij: de gastvrijheid en gezelligheid waren steevast hartverwarmend. Als ik daar op een dag als vandaag aan terugdenk, opgesloten als ik zit in de zoveelste lockdown vanwege de coronapandemie, word ik bevangen door een snijdend gevoel van heimwee en gemis.

Hieronder een paar foto's die gemaakt zijn tijdens een van die feestelijke bijeenkomsten, om precies te zijn dateren ze van kerst 1990. Op de linker foto Knuts moeder Elisabeth die duidelijk erg op May Khoen was gesteld. En inderdaad, de persoon rechts ben ik.



©Huub Drenth


woensdag 1 december 2021

Art is a mirror

 

 

Noblesse oblige?

Bob Dylan is een beroemde Amerikaanse singer/songwriter. In mei van dit jaar werd hij 80. In 2016 werd de Nobelprijs voor Literatuur aan hem toegekend, voor zijn dichtkunst. Hoewel er geen hogere onderscheiding op dat vlak bestaat vond hij het niet nodig om, in Stockholm, de oorkonde en bijbehorende gouden medaille zelf in ontvangst te nemen uit handen van de Zweedse koning. Wat te verwachten viel, iemand die bij leven al een mythische figuur is vindt al snel dat hij niet hoeft te buigen voor een persoon die louter op basis van erfrecht allerlei titels en eretekens verkregen heeft.
Zelf ben ik niet echt een Dylan-fundamentalist maar ik beschouw hem wel degelijk als een genie. En ook als een soort profeet. Hetgeen, gezien zijn joodse afkomst, op zich niet zo heel verwonderlijk is. Profeten zijn immers onlosmakelijk verbonden met de joodse volk en haar religie en al bijna tweeduizend jaar had zich niemand meer voor die positie aangediend.
Op de dag van de uitreiking, 10 december 2016, gebeurde er iets heel wonderlijks. In de regel zijn dit soort ceremonies ontstellend saai want op het podium gebeurt vrijwel niks. Niets interessants in ieder geval, zelfs de laureaten vervelen zich het grootste deel van de tijd. Gelukkig bieden de beelden van de mensen in de zaal nog wel enigszins wat afleiding voor de tv-kijker, want de aanwezigen hebben zich veel moeite getroost om zich voor de plechtigheid prachtig uit te dossen, met name uiteraard de dames. Bovendien verschijnen veel buitenlandse genodigden in exotische kledij, onder hen ook heren.

 

Patti
Het bijzondere voorval in Stockholm waar ik op doel is het optreden van zangeres Patti Smith, eveneens een icoon van de Amerikaanse popmuziek.*1 Toen de ceremonie al voor een groot deel voorbij was trad zij aan om 'A Hard Rain’s a-Gonna Fall' van Dylan ten gehore te brengen. Patti ging goed van start maar na een paar strofen begon ze te haperen, kwam zelfs tot stilstand, omdat ze overmand werd door emoties. Je zag haar als het ware eerst even struikelen en dan vallen.

Heel waardig krabbelde ze weer op en zong dapper door, eerst nog wat onvast, later iets zelfverzekerder. Haar worsteling liet niemand ongemoeid, een mix van spanning, medeleven en ontzag tekende de gezichten van de aanwezigen. Er was duidelijk een wonder geschied want ineens waren al die mensen één in wat ze meemaakten en voelden, terwijl ze even daarvoor stuk voor stuk nog in hun eigen bubbel vertoefden.



In een artikel voor The New Yorker beschrijft ze een paar dagen later wat er in haar omging tijdens het voorval in Stockholm:

The opening chords of the song were introduced, and I heard myself singing. The first verse was passable, a bit shaky, but I was certain I would settle. But instead I was struck with a plethora of emotions, avalanching with such intensity that I was unable to negotiate them. From the corner of my eye, I could see the the huge boom stand of the television camera, and all the dignitaries upon the stage and the people beyond. Unaccustomed to such an overwhelming case of nerves, I was unable to continue. I hadn’t forgotten the words that were now a part of me. I was simply unable to draw them out.

This strange phenomenon did not diminish or pass but stayed cruelly with me. I was obliged to stop and ask pardon and then attempt again while in this state and sang with all my being, yet still stumbling. It was not lost on me that the narrative of the song begins with the words “I stumbled alongside of twelve misty mountains,” and ends with the line “And I’ll know my song well before I start singing.” As I took my seat, I felt the humiliating sting of failure, but also the strange realization that I had somehow entered and truly lived the world of the lyrics.*2



Een perfecte metafoor

In hetzelfde artikel vertelt Patti dat ze overweldigd werd door herinneringen toen ze het lied inzette en dat dit de oorzaak was geweest van haar 'falen'. Ze had aan haar moeder moeten denken die, van haar karige loon als serveerster, voor haar een album van Dylan had gekocht toen ze net zestien was. 'A Hard Rain’s a-Gonna Fall' had ze in die tijd grijs gedraaid. En ook aan Fred, haar overleden man en de vader van haar kinderen, met wie ze dit nummer vaak samen ten gehore had gebracht. Met andere woorden: ze was volkomen onverwacht door het verleden ingehaald en al die beelden en emoties hadden haar op het moment suprême, letterlijk, de mond gesnoerd.

De volgende morgen, in de ontbijtzaal van het hotel, had ze, tot haar niet geringe verbazing, van de wetenschappers die daar verbleven enkel loftuitingen ontvangen voor haar haperende performance. Ze zeiden dat het een perfecte metafoor was geweest voor de vele worstelingen en teleurstellingen die ze zelf hadden meegemaakt voordat ze, min of meer toevallig, op dat allerhoogste podium terecht gekomen waren en dat ze zich absoluut niet hoefde te schamen. Integendeel!

Als je die slotsom wat breder doortrekt was haar niet geheel vlekkeloos verlopen optreden dus zo'n beetje een metafoor voor ieders leven...

©Huub Drenth

 



*1 Zie: http://www.famoussingers.org/patti-smith

*2 Zie voor het gehele artikel: https://www.newyorker.com/culture/cultural-comment/patti-smith-on-singing-at-bob-dylans-nobel-prize-ceremony

 

zondag 21 november 2021

Mercy



 

The world you see is just a movie in your mind.
Rocks dont see it.
Bless and sit down.
Forgive and forget.
Practice kindness all day to everybody
and you will realize you’re already
in heaven now.
That’s the story.
That’s the message.
Nobody understands it,
nobody listens, they’re
all running around like chickens with heads cut off. I will try to teach it but it will
be in vain, that's why I’ll
end up in a shack
praying and being
cool and singing
by my woodstove
making pancakes.



~ Jack Kerouac, gedicht zonder titel, januari 1957

 

 


Omtrent genadig zijn
Ik reis. Zowel in de ruimte als in de tijd. Vaak kom ik terecht in herinneringen. Dat kunnen dan zowel herinneringen vol vreugde als herinneringen vol pijn zijn. Soms kan ik tijden kwaad zijn op iemand die me heeft gekwetst en op een ander moment ben ik dan ineens weer heel erg vergevingsgezind. Zachtaardig zelfs, alsof de Heilige Geest op mijn schouder neergestreken is. Dan denk ik: die arme ziel is toch ook alleen maar het product van zijn opvoeding, laten we hopen dat hij ooit de juiste uitgang vindt. Halleluja, amen, enzovoort.
Anderzijds: Jezus joeg ooit, zonder pardon en tamelijk hardhandig, een stel geldwisselaars de tempel uit; aan vergoelijkende praat had hij in dat soort situaties dus duidelijk geen boodschap. Waarschijnlijk vond hij dat er af en toe best wel stevig ingegrepen mocht worden, zeker als er sprake was van heiligschennis, waarbij het onvermijdbaar was dat er ook krachttermen vielen want met enkel mooie woorden krijg je nou eenmaal niet veel gedaan. En afgezien van dat vindt iedereen je dan ook al snel een volstrekte halve zool. Als zoon van een dorpstimmerman besefte hij dat natuurlijk maar al te goed, ook al probeerde zijn moeder hem waarschijnlijk van het tegenovergestelde te overtuigen.

 


Angel of the North, Anthony Gormley (1998)

They say prayer has the power to help
So pray from the mother
In the human heart an evil spirit can dwell
I'm a'tryin' to love my neighbor and do good unto others
But oh, mother, things ain't goin' well

~ Bob Dylan, strofe uit Ain't Talkin'

Een cursus in mededogen

Ook aan het pad van het voortdurend bedrijven van naastenliefde zitten dus veel haken en ogen. Desondanks probeer ik mijzelf een meedogender houding aan te leren. Het is een vrij lange cursus heb ik inmiddels begrepen. Het lankmoedig bejegenen van de mensen om me heen gaat nog wel, meestal althans, maar wat doe je met uiterst verwerpelijke figuren zoals bijvoorbeeld Adolf Hitler en Heinrich Himmler, of iemand zoals Anders Breivik? Hoeveel begrip en barmhartigheid is er jegens dat soort lieden op z'n plaats? En hoeveel jegens de psychopaten en narcisten die je dagelijks in de nieuwsmedia ziet? En wat te denken van religieuze fundamentalisten en andersoortige griezels? Of vormen de confrontaties met hen zoiets als een praktijkexamen als het om dit onderwerp gaat?

We zitten met z’n allen opgesloten in een absurd universum, daar komt het op neer. In een hutje op de hei pannenkoeken bakken lijkt me daarom uiteindelijk helemaal nog niet zo'n slecht idee. Maar dan wel samen met May Khoen, als het even kan. Want toen zij nog leefde hield ik me amper bezig met dit soort vragen en was alles sowieso een stuk aangenamer en simpeler. Avontuurlijker ook, omdat we met z'n tweeën veel onderweg waren. Naar overal en nergens, en vervolgens altijd ook weer terug. Bovendien kon zij veel beter pannenkoeken bakken dan ik.


©Huub Drenth


Bay in Thailand, May Khoen Tan (1995)


Muziek:  https://www.youtube.com/watch?v=uWrc6ihmaE0
Aquarel: https://www.artpal.com/roy46roy46

woensdag 17 november 2021

Koekoek

 


Na dien nacht echter kan zij Houtekiet toelachen, breed en zalig, hem den emmer melk aanbieden en hij drinkt hem half leeg. Daarna neemt hij met grooten eenvoud hare borsten en knoopt hare jak los. Het is haar te veel dat zij voortmelkt, zwaar ligt haar hoofd aan de flank van de koe. Als hij het hoofd onder haren arm doorsteekt om aan hare borst te zuigen, poogt zij nog te gekscheren dat zij zelf nog geen melk heeft, maar de lach versterft tusschen haar trillende lippen en opeenklemmende tanden: hij wringt haar van de driepoot. Als zijn uitgewoede mond op den hare valt schiet er een sterke straal koemelk tusschen: onbewust heeft zij den deem geledigd dien zij nog in de hand hield. Hoe lachen zij.
    Zij zouden misschien heel den avond gelachen hebben, indien zij niet nijdig geworden ware als een spin omdat hij zeide: neen, dàt vergeet ik nooit meer. Dat, de rest dus wel, ze wil dadelijk naar huis. Juist daarom breekt een tweede maal zijn geweld los, over haar lichaam dat zich machteloos poogt omhoog te werken. Want Houtekiet houdt men zich niet van het lijf zooals de eerste beste stalknecht: hare twee wijsvingers knijpt hij samen boven haar hoofd, verweer u dan maar.
    Terwijl hij in haren arm ligt als een gevelde eik, vraagt zij hoe hij heet. Jan. Zegt hem dat zij dezen tweeden keer nooit zal vergeten, Jan en begint hem gelaat en banden te kussen, dan te vertroetelen zijn haren en jongen baard, die donkerblond zijn en dicht gekruld. Hij laat zich alles goed welgevallen tot ze kreunt of hij van haar houdt. Dat ziet ge van hier, zegt hij, ik ken u niet eens. Ze kan hem zelfs niet doen bekennen dat ze mooi is, al kleedt ze zich op den rug liggend gansch uit. O, had ze maar meer kunnen doen! Hadde hij hare borsten opengesneden om te zien wat er in zit, zij zou gezegd hebben: kijk maar, Jan. Ze lag naakt en zeide: daar, wat hij nu wel zegde. Niets. Maar wat op dat uur overal rondom hen in Deps dier, vogel en insekt deden, herhaalde hij, even argeloos natuurlijk en verwoed.
    Hij beval haar zoo plots naar huis te gaan, dat zij, eenmaal aangekleed, niet meer wist waar dat huis stond, want ze ging recht de hei in, lachte, wreef zich de oogen, zei dat ze dronken was en niet meer op haar beenen stond en wou weer in zijn arm gaan liggen. Toen ze, de plank over, weer in de wei was, hoorde ze hem roepen: Koekoek, koekoek en zij juichte koekoek terug. Deze, hun roep, wordt later wijd in den omtrek bekend. Nog roept men ons, Houtekieters achterna: Koekoek. Twee die 's avonds eenzame wegskens zoeken, gaan, zeggen wij, koekoek doen. Wil ons iemand wijsmaken dat hij bij den gebuur maar een rijf of teems wil gaan leenen, koekoek zeggen wij.

 


 

Bovenstaand fragment is afkomstig uit de roman Houtekiet van de Vlaming Gerard Walschap (1898-1989). Ik las dit boek (stiekem) toen ik een jaar of dertien was en het maakte zeer diepe indruk op me. Waarschijnlijk heeft het me dan ook in sterke mate gevormd, met name wat de ontwikkeling van mijn vrijheidsdrang en ideeën over seksualiteit en religie betreft. Veel sterker dan bijvoorbeeld de muziek van The Rolling Stones of The Doors dat deden. Bovendien kwam ik op dat moment voor het eerst met de plastische schoonheid van de Vlaamse taal in aanraking, iets wat ook beslist niet onvermeld mag blijven. Al met al had het tot gevolg dat ik een jaar later weigerde om nog langer naar de kerk te gaan, wat me een paar maanden mijn zakgeld kostte.
Later bemerkte ik dat er een behoorlijk grote discrepantie tussen de schrijver en de persoon Walschap bestond. Dat hij in feite altijd een nogal burgerlijk bestaan had geleid en tijdens de oorlog ook nog eens 'fout' was geweest, en dus in geen enkel opzicht leek op schrijvers als Henry Miller, Jan Wolkers of Jef Geeraerts die ik toen inmiddels ook had ontdekt. En al helemaal niet op Jan Houtekiet, het vrijgevochten en rebelse hoofdpersonage van zijn roman. Hetgeen overigens niet wegneemt dat Houtekiet, meer dan 80 jaar nadat het werd geschreven, nog steeds als een literair meesterwerk kan worden beschouwd.
Tot slot voeg ik hier nog toe wat Jaap Goedegebuure in het dagblad Trouw van 17 augustus 2013, in zijn bespreking van een biografie over Walschap, over Houtekiet schreef:

Het dwepen met aardse driften en neigingen culmineert in de roman 'Houtekiet' (1939), algemeen beschouwd als de top van Walschaps oeuvre. De titelheld van het verhaal is een wildeman, krachtpatser en verstokte heiden die zich stoort aan god noch gebod, vrouwen bespringt en bezwangert, en het flink aan de stok krijgt met de wereldlijke en kerkelijke autoriteiten. Eenvoudige landlieden uit de omgeving zien in hem een leider en sluiten zich bij hem aan. Zo ontstaat een alternatieve gemeenschap waarin men leeft volgens het adagium 'terug naar de natuur'. Maar de ironie wil dat er langzamerhand weer zoveel cultuur binnensijpelt dat Houtekiet zich verbitterd van zijn schepping afkeert.*1


 

©Huub Drenth

*1 Zie voor het gehele artikel van Goedegebuure: https://www.trouw.nl/nieuws/gerard-walschap-een-foute-schrijver~bbad3f4f/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.startpage.com%2F
Een deel van het boek is te vinden op: https://www.dbnl.org/tekst/_gid001193901_01/_gid001193901_01_0046.php
Schilderij: Manda Lamétrie, fermière (Alfred Roll, 1887).


donderdag 11 november 2021

Alleen de dingen zingen



 

 

 

 

 

 

 

 

De kern van alle dingen
is stil en eindeloos.
Alleen de dingen zingen.
Ons lied is kort en broos.

En donker zingt mijn bloed,
van heimwee zwaar doorwogen.
Ik zeil langs regenbogen
Gods stilte tegemoet.
Met U zijn er geen verten meer
en alles is nabij.
Des levens aanvang glinstert weer,
geen gisteren en geen morgen meer,
geen tijd meer en geen uren,
geen grenzen en geen muren;
en alle angst voorbij,
verlost van schaduw en van schijn,
wordt pijn en smart tot vreugd verheven!
Hoe kan het zoo eenvoudig zijn!
Hoe kan het leven Hemel zijn,
met U, o kern van alle leven!
Ik weet het niet, ik vind geen naam,
ik krijg het met geen woorden saam
wat er nu omgaat in mijn ziele.
Is het soms blijdschap? Is ‘t verdriet?
Of allebei? En ook weer niet…
Ik kan slechts zwijgend knielen.

                                             Felix Timmermans

 


Een mysticus

Felix Timmermans (1886-1947) is een beroemde Vlaamse schrijver en dichter. Zijn bekendste werk is Pallieter (in feite een streekroman) dat werd uitgebracht in 1916 en vele herdrukken en vertalingen kende. Mede door het internationale succes van dit boek werd hij meerdere malen voor de Nobelprijs voor Literatuur genomineerd.

Bovenstaand gedicht kwam tot stand gedurende de jaren 1945 en 1946, toen Timmermans kampte met ernstige gezondheidsproblemen en het besef tot hem begon door te dringen dat hij waarschijnlijk niet lang meer te leven had. Hij was een mysticus die 'God' en 'hemel' omschreef in termen van stilte en oneindigheid, hetgeen nogal afweek van de opvattingen van de kerk, waarin vooral de begrippen 'zonde', 'schuld', 'boete' en 'hel' een prominente rol vervulden als het over de essentie van het leven en het hiernamaals ging. Uit de woorden van de dichter blijkt duidelijk dat hij niet onder de indruk is van dit christelijke horrorscenario maar dat hij in plaats daarvan, weliswaar met een door heimwee bezwaard gemoed, 'langs regenbogen zeilt, Gods stilte tegemoet.'

 

 

Licht en donker

De vier foto's die ik in deze post opgenomen heb zijn van de hand van May Khoen. Ze maakte ze in de wintermaanden van 2016, dus minder dan een half jaar voor haar dood; de bovenste in een bos bij Dalfsen, de onderste door het achterraam van onze woning. Op de andere twee zijn glasobjecten te zien die ze omstreeks diezelfde tijd vervaardigde. 'Licht' is onmiskenbaar de thematiek waarmee ze zich in die laatste periode bezighield, waaruit af te leiden valt dat ze, net als Timmermans, haar einde voelde naderen.

Ook Khoen voelde vaak een sterke hang naar het mystieke, hetgeen zich onder andere manifesteerde in haar liefde voor de natuur en in de meditatieve en creatieve manier waarop ze in het leven stond, terwijl ze tegelijkertijd heel sociaal ingesteld was. Ze had best nog wel een tijdje willen blijven, in wat ze als het aards paradijs beschouwde, maar net zoals de dichter uit Vlaanderen wist ze dat dit helaas niet langer mogelijk was.


©Huub Drenth

 





vrijdag 5 november 2021

The land of light

 

 

Key West
McKinley hollered, McKinley squalled
Doctor said, "McKinley, death is on the wall
‪Say it to me, if you got something to confess"
‪I heard all about it, he was going down slow ‬
‪I heard it on the wireless radio ‬
From down in the boondocks

way down in Key West
‪I’m searching for love, for inspiration ‬
On that pirate radio station
‪Coming out of Luxembourg and Budapest

‪Radio signal, clear as can be
‪I'm so deep in love that I can hardly see ‬
Down on the flatlands, way down in Key West


Key West is the place to be ‬
‪If you're looking for immortality ‬
‪Stay on the road, follow the highway sign ‬
‪Key West is fine and fair
‪If you lost your mind, you will find it there
‪Key West is on the horizon line

‪I was born on the wrong side of the railroad track
‪Like Ginsberg, Corso and Kerouac
‪Like Louis and Jimmy and Buddy and all the rest ‬
‪Well, it might not be the thing to do ‬
‪But I'm sticking with you through and through ‬
‪Down in the flatlands, way down in Key West
‪I got both my feet planted square on the ground ‬
‪Got my right hand high with the thumb down ‬
‪Such is life, such is happiness
‪Hibiscus flowers, they grow everywhere here
‪If you wear one, put it behind your ear
‪Down in the bottom, way down in Key West ‬
‪Key West is the place to go
‪Down by the Gulf of Mexico ‬
‪Beyond the sea, beyond the shifting sand
‪Key West is the gateway key ‬
‪To innocence and purity ‬
‪Key West, Key West is the enchanted land

‪I've never lived in the land of Oz ‬
‪Or wasted my time with an unworthy cause ‬
‪It’s hot down here, and you can't be overdressed
‪Tiny blossoms of a toxic plant ‬
‪They can make you dizzy,
I'd like to help you but I can't
‪Down in the flatlands, way down in Key West ‬
‪Well, the Fishtail Palms, and the orchid trees
‪They can give you that bleeding heart disease
‪People tell me I ought to try a little tenderness
‪On Amelia Street, Bayview Park ‬
‪Walking in the shadows after dark ‬
‪Down under, way down in Key West ‬
‪I played Gumbo Limbo spirituals
‪I know all the Hindu rituals ‬
‪People tell me that I'm truly blessed ‬
Bougainvillea blooming in the summer, in the spring
Winter here is an unknown thing
Down in the flat lands, way down in Key West
Key West is under the sun, under the radar,
under the gun
You stay to the left, and then you lean to the right
Feel the sunlight on your skin,
and the healing virtues of the wind
Key West, Key West is the land of light


Wherever I travel, wherever I roam
I'm not that far from the convent home
I do what I think is right, what I think is best
Mystery Street off of Mallory Square
Truman had his White House there
East bound, West bound, way down in Key West
Twelve years old, they put me in a suit
Forced me to marry a prostitute
There were gold fringes on her wedding dress
That's my story, but not where it ends
She's still cute, and we're still friends
Down on the bottom, way down in Key West
I play both sides against the middle
Trying to pick up that pirate radio signal
I heard the news, I heard your last request
Fly around, my pretty little Miss
I don't love nobody, give me a kiss
Down on the bottom, way down in Key West
Key West is the place to be
If you're looking for immortality
Key West is paradise divine
Key West is fine and fair
If you lost your mind, you'll find it there
Key West is on the horizon line

 



Voor Dery (1952-1988)

Drums: Matt Chamberlain
Hammond Organ: Benmont Tench