maandag 3 juli 2023

Indiëgangers in mijn eigen gelederen 1

Eergisteren was het Keti Koti (Ketenen Verbroken), de dag dat in het Koninkrijk der Nederlanden en de voormalige kolonie Suriname de afschaffing van de slavernij, zowel plechtig als feestelijk, wordt herdacht. Die vrijmaking vond plaats op 1 juli 1863, dus exact 150 jaar geleden. De koning hield een toespraak bij het Nationale Slavernijmonument in Amsterdam, waarbij hij, namens de regering, excuses aanbood voor dat verleden. Bovendien vroeg hij om vergiffenis aan de nazaten van de tot slaaf gemaakten, waardoor de herdenking onmiddellijk een historische gebeurtenis werd.

Ook ik voelde me zeer door zijn woorden geraakt, ik was het er zogezegd wel mee eens, en dat terwijl historicus Maarten van Rossem gisteren op tv beweerde dat je nooit je excuses hoeft aan te bieden voor iets waar je op geen enkele wijze zelf bij betrokken bent geweest. Voor dat standpunt valt natuurlijk evengoed iets te zeggen en daarom bied ik, voor alles wat ik beschrijf in deze post, aan niemand vandaag dan ook mijn verontschuldigingen aan. HD

 

De Gouden Leeuw op het IJ voor Amsterdam.*1
 

Bloedverwanten

Tijdens mijn onderzoekingen naar de geschiedenis van May Khoen's voorouders in Nederlands-Indië begon ik me steeds vaker af te vragen of ik zelf ook verre bloedverwanten had die daar gedurende de koloniale tijd aanwezig waren geweest. De afgelopen maanden heb ik daar wat speurwerk naar verricht, gewoon uit nieuwsgierigheid, dus zonder bepaalde verwachtingen vooraf, al had ik wel een soort voorgevoel dat het er waarschijnlijk niet veel zouden zijn. En dat bleek te kloppen want aanvankelijk stuitte ik slechts op één directe voorvader en op drie broers van directe voorouders, hele verre oudooms dus. Heel opmerkelijk maakten die allemaal deel uit van de lijn van mijn moeder, ik vond er geen enkele in de afstammingslijn(en) van mijn vader.

Van een van die avonturiers, Elias Wijnbergen geheten, kreeg ik het vermoeden dat hij zich daar op zeker moment misschien gevestigd heeft, maar of hij zich ook met de plaatselijke bevolking heeft vermengd - waardoor ik eventueel een hele verre bloedverwant van May Khoen zou kunnen zijn - is tot op heden uit DNA-matches niet gebleken. Ik moet hier nog aan toe voegen dat ik later nog een aantal voorouderlijke personen ontdekte die in Oost-Indië waren geweest, zelfs al in de 17e eeuw en wederom in de lijn van mijn moeder; op hun achtergronden en lotgevallen zal ik in een volgende post wat dieper ingaan.


Gezicht op Hoorn, Anthonie Andriessen 1772.

 


Elias Jurriaans Wijnbergen, in dienst van de VOC-Kamer Hoorn.

 

Gezicht op de rivier de Solo bij Toeban.*1

3. Arij Antonius Welsman (1818 - 1859)

Mijn opa, Johannes Cornelis (Jan) Welsman (1892-1973), had precies dezelfde voornamen als zijn uit Brabant afkomstige grootvader. Die eerste Johannes Cornelis werd in 1824 geboren in Breda en stierf in 1894 te Kampen. Daar was hij in 1856 getrouwd met Gerritdina Josephine van Cutsem, de dochter van een uit Brussel afkomstige militair. Zowel de Welsmannen als de Van Cutsems waren gedurende de achttiende eeuw soldaten en onderofficieren in het Staatse leger geweest maar door de invoering van de dienstplicht, ten tijde van Napoleon, was er aan die traditie een einde gekomen. Bij toeval ontdekte ik dat Johannes Cornelis' oudste broer, Arij (Ary) Antonius Welsman, in 1818 geboren te Breda, wel in de voetsporen van zijn voorvaders was getreden aangezien hij als soldaat in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) had gediend. Hoe lang en waar precies was echter onbekend, het enige wat ik over zijn aanwezigheid in Nederlands-Indië wist was dat hij op 28 augustus 1859 in Indramajoe op Java zijn laatste adem uitgeblazen had.*2

Onderzoek in de digitale bestanden van het Nationale Archief leverde meer informatie over zijn verblijf in Nederlands-Indië op. Ik ontdekte dat hij op 16 november 1857, een dag na zijn 39e verjaardag, met het zeilschip Tollens vanuit Hellevoetsluis naar Java vertrokken was. Ook bleek dat hij nog niet eerder in de tropen was geweest. Hij had een contract getekend voor zes jaar, maar amper anderhalf jaar na aankomst was hij kennelijk al overleden, waarschijnlijk als gevolg van een tropische ziekte. Wel had hij, toen hij uit Nederland vertrok, al de nodige militaire ervaring opgedaan: vanaf zijn militaire dienst had hij, met tussenpozen, bij verschillende regimenten gediend, onder andere bij die van de artillerie, de infanterie en de dragonders. Totaal onvoorbereid was hij dus niet aan dat heikele avontuur begonnen.

Ik heb niet bepaald de indruk dat Ary een erg gelukkig mens was, over een vrouw of kinderen wordt in de archiefstukken niet gerept. Wel dat hij op 4 januari 1852 'ingebragt' wordt in de gevangenis van Breda (nadat hij in 1851 met groot verlof is gegaan woont hij weer bij zijn ouders), wegens openbare dronkenschap, en dat hij een litteken op z'n 'rechter koon' heeft, iets wat in 1857 ook uitdrukkelijk wordt vermeld in zijn KNIL-stamboekregistratie.

 

Huwelijksoptocht in de vallei van de berg Salak.*1


De lithografie die hierboven is afgebeeld dateert van omstreeks 1869. Dat jaar vormt een belangrijk kantelpunt in de mondiale geschiedenis omdat het Suezkanaal toen geopend werd. Een gebeurtenis die, niet geheel toevallig, samenviel met de opkomst van stoomschepen. De reisduur naar Indië werd hierdoor teruggebracht tot ongeveer zes weken, terwijl die voorheen nog zo'n drie tot vier maanden betrof. Voor de ontwikkelingen in de kolonie zou dit verstrekkende gevolgen hebben, niet alleen in economische zin maar eveneens op het bestuurlijke en militaire vlak. Tot in de verste uithoeken werden de laatste autonome volken, stammen en vorstendommen, vaak met veel geweld, alsnog onderworpen aan het Nederlandse gezag. Al snel was de hele archipel daarna bezaaid met forten en kwam er een vloedgolf van bestuursambtenaren, zendelingen en missionarissen op gang.

4. Franciscus Johannes Welsman (1862 - 1935)

De laatste bloedverwant wiens 'Indische' verleden ik in deze post ga behandelen is een broer van mijn overgrootvader Arnoldus Johannes (Arnold) Welsman. Hij heette Franciscus Johannes (Frans) Welsman en werd op 9 april 1862 geboren in Kampen. Zijn leven kende een zodanig turbulent verloop dat ik er mogelijk ooit een hele post aan ga wijden, nu zal ik me echter beperken tot deze specifieke periode in zijn leven, plus de directe nasleep ervan.

Op 1 juni 1881 meldt Frans zich vrijwillig als soldaat aan bij het 8e Regiment Infanterie, waarbij hij een contract voor zes jaar tekent. Op 9 mei 1882 treedt hij dan in actieve dienst. Uit zijn stamboekregistratie blijkt dat hij op dat moment 165 centimeter en 8 millimeter lang is en dat hij een ovaal gezicht, blond haar en bruine ogen heeft. Waarschijnlijk verveelde hij zich bij de infanterie want op 21 oktober 1883 wordt hij 'overgenomen door de koloniale troepen', opnieuw met een contract voor zes jaar (hij krijgt daarvoor een 'gratificatie' van f. 300). Vervolgens vertrekt hij op 8 december met het stoomschip Madura, vanuit Amsterdam, naar Batavia en komt daar op 21 januari 1884 aan. In zijn nieuwe stamboekregistratie wordt een tatoeage op zijn linkerarm vermeld, iets wat er in de eerdere versie nog niet was. Maar uit diezelfde registratie valt, vreemd genoeg, niet op te maken bij welk onderdeel hij precies is ingedeeld (hoogstwaarschijnlijk is dat de infanterie), wel wordt duidelijk dat hij aan een contract van in totaal 12 jaar vastzit want pas op 17 augustus 1894 wordt hij ontslagen uit actieve dienst, dit nadat hij twee weken eerder met het stoomschip Princes Marie in Amsterdam is gearriveerd. Gezien de lange tijdsduur van zijn verblijf in Indië is het zeer waarschijnlijk dat hij daar samenleefde met een njaj, een huishoudster en tevens concubine, met wie hij de relatie verbrak toen hij naar Holland terugkeerde. Mogelijk had zij zelfs kinderen van hem (die hij dan niet 'gewettigd' heeft).*3

Wennen aan het leven in het vaderland blijkt ingewikkeld te zijn voor Frans. Op 12 mei 1896 trouwt hij in Kampen met zijn volle nicht Barendina Meulenbroek, geboren in 1864. Hun beider moeders zijn zussen, zodoende. Barendina heeft een 'onecht' kind van zeven maar die wettigt hij niet. Een jaar later gaan hij en Barendina alweer uit elkaar - in Zutphen scheiden zich hun wegen - officieel ontbindt een Rotterdamse rechter hun huwelijk echter pas in 1903. Inmiddels heeft Frans dan een odyssee door heel Nederland achter de rug, kennelijk lukte het hem in de tussenliggende jaren niet om ergens lang te blijven. Gezien zijn chaotische manier van leven sluit ik niet uit dat hij op Sumatra in de Atjehoorlog meegevochten heeft en daardoor aan PTSS leed. Frans overlijdt in 1935 te Rotterdam, zijn nicht en ex-vrouw Barendina is dan acht jaar eerder al gestorven in Haarlem. In Rotterdam was Frans na zijn scheiding van Barendina overigens nog twee keer getrouwd, wellicht daarover een andere keer meer.


©Huub Drenth

 


Het transport der kolonialen, 1884.*4

 

*1 Het schilderij De Gouden Leeuw op het IJ voor Amsterdam is van Willem van de Velde, de Jonge. Hij schilderde het in 1686. Het was een oorlogschip dat werd gebouwd voor de Admiraliteit van Amsterdam. De twee, met de hand ingekleurde, lithografieën in deze post zijn van Johan Conrad Greive jr. Hij vervaardigde ze in 1869 naar schilderijen, aquarellen en tekeningen die Abraham Salm gemaakt had tijdens zijn reizen door Java. Sinds 1975 maken ze deel uit van de collectie van het Rijksprentenkabinet. Ga voor de volledige serie van 24 prenten naar deze pagina van het digitale magazine Issuu.
*2 Indramajoe is een regentschap ten noordwesten van Cirebon. Ik stuitte toevallig op Arij's aanwezigheid in Nederlands-Indië omdat ik zijn naam in de kwartierstaat van de familie Van Schothorst tegenkwam. Over een zekere Leendert Verboon werd daar gemeld:  'Over de herkomst van Leenderts tweede echtgenote vrouwe(?) Wilhelmina Sophia Maria Welsman kon niets worden gevonden. Haar geboorte viel in NOI niet te vinden en vooralsnog ook niet te Nederland. De op 28-8-1859 te Indramajoe (NOI) overleden Arij Antoine Welsman (militair), zou haar broer of vader kunnen zijn.' Ik ontdekte al snel dat Arij niet, zoals geopperd werd, de vader of broer van  'vrouwe' Wilhelmina Sophia Maria Welsman was. Zij stamde waarschijnlijk uit de Amsterdamse Welsman-tak, een (thans uitgestorven) protestantse lijn die heel in de verte mogelijk aan de katholieke verwant was. Wilhelmina overleed op 14 juni 1847 te Madioen, op ongeveer 27-jarige leeftijd. Uit gegevens van genealogisch onderzoeksbureau Roosje Roos bleek dat zij beiden de enige personen met de familienaam Welsman zijn die ooit bij de burgelijke stand van Nederlands-Indië ingeschreven hebben gestaan.

*3 In het koloniale Nederlands-Indië hebben altijd meer Europese mannen dan Europese vrouwen gewoond. Voor dit blanke mannenoverschot vond men een praktische oplossing: het concubinaat. De soldaten, planters of ambtenaren gingen samenleven met een Indonesische, of ook wel een Chinese of Japanse, vrouw. Zo' n vrouw werd een 'njai' genoemd. Voor verreweg de meeste Indo-Europeanen (Indo's) vormen njajs de verbinding met hun Indische roots. Voor meer informatie over dit onderwerp verwijs ik de lezer naar het boek De njai - het concubinaat in Nederlands-Indie van Reggie Baay (Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 2008).

*4 In de tweede helft van de 19e eeuw vertrekken ruim 70.000 militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger naar de Oost, onder andere om ingezet te worden in de zeer bloederige Atjehoorlog. De op het schilderij Het transport der kolonialen afgebeelde lichting KNIL-militairen loopt, voorafgegaan door een tamboer en een fluitist, over de Rotterdamse Koningsbrug naar de Boompjes aan de Maas, om zich daar in te schepen voor de lange reis. Het is een donkere en kille dag, een oude vrouw, met aan haar hand een kind, neemt afscheid van een soldaat die waarschijnlijk haar zoon is. Op de achtergrond zijn masten en zeilen van schepen in de Oude Haven te zien, evenals een huizenrij aan de Spaansekade. Isaac Israels schilderde dit monumentale werk (het meet 160 x 300 cm) in 1883/1884. Hij was toen achttien (!) jaar.

 

Deel 2 van 'Indiëgangers in mijn eigen gelederen' heb ik gepubliceerd op 1 augustus 2023.


zondag 25 juni 2023

Hoe het afliep




 

VRT NWS, 24 juni 2023, 19.18 (liveblog):
Wagnerbaas Prigozjin stopt de opmars

Wagnerbaas Prigozjin stopt de opmars naar de Russische hoofdstad Moskou. Dat geeft hij mee in een boodschap op sociaal medium Telegram. Hij doet dat na onderhandelingen met Wit-Russische president Loekasjenko. Volgens Loekasjenko zouden er garanties zijn geboden voor de veiligheid van de Wagnerleden.

"We waren op 200 kilometer verwijderd van Moskou", zegt Prigozjin in de boodschap. "Daarbij is geen enkele druppel bloed verspild. Om bloedvergieten te voorkomen, hebben we besloten om terug te keren naar onze basissen."


VRT NWS, 24 juni 2023, 21.57 (liveblog):

Kremlin: "Prigozjin vertrekt naar Wit-Rusland, niemand wordt vervolgd"

De leden van de Wagnergroep die meegedaan hebben aan de mars naar Moskou worden niet vervolgd "gezien hun verdiensten aan het Oekraïense front", zegt de woordvoerder van het Kremlin. Ook hun leider Jevgeni Prigozjin niet. Die zou naar Wit-Rusland worden gestuurd en het strafrechtelijke onderzoek naar hem zal worden stopgezet.

De Wagnerleden die niet hebben meegedaan, krijgen een plekje in het Russische leger als ze dat willen. Het Kremlin benadrukt dat een deal sluiten beter was dan bloedvergieten. 

"Deze situatie is opgelost zonder nieuwe slachtoffers en zonder het spanningsniveau te verhogen", voegt hij eraan toe. "Ondanks deze zware dag heeft de poging van Prigozjin om de militaire macht omver te werpen op geen enkele manier het verloop van het Russische offensief in Oekraïne beïnvloed."

De woordvoerder van het Kremlin prijst ook de rol van Loekasjenko als bemiddelaar. "We zijn de president van Wit-Rusland dankbaar voor zijn diplomatieke inspanningen". Hij wijst er ook op dat Loekasjenko "Prigozjin al meer dan 20 jaar persoonlijk kent en dat het zijn persoonlijk initiatief was om te bemiddelen."


Huub Drenth



Wagner-huurlingen bezetten het centrum van Rostov.

 

Zie ook mijn posts van 22 september 2022 en 24 juni en 23 augustus jl.


zaterdag 24 juni 2023

Speciale militaire operatie № 2




Er is momenteel intern gedonder in Rusland. Wagner-baas Jevgeni Prigozjin is gisterenavond in opstand gekomen tegen het Russische leger van minister Sjojgoe en stafchef Gerasimov, en dus indirect eveneens tegen president Vladimir Putin. Dat gebeurde na een raketbeschieting door de reguliere strijdkrachten op een Wagner-legerkamp aan het front. Hij heeft inmiddels het Russische militaire hoofdkwartier in Rostov aan de Don bezet, plus een basis in Voronezj, en is nu bezig naar Moskou op te trekken. Die colonne van 400 legervoertuigen is al onder vuur genomen door Russische gevechtshelikopters - waarvan Wagner er zeven neerhaalde, en ook nog een jachtvliegtuig - escalatie ligt derhalve op de loer. Aan de rebellerende Wagner-huurlingen is door Moskou gratie beloofd, mits ze meteen de wapens neerleggen. Als ze op dat aanbod ingaan zal Prigozjins hoofd binnenkort ongetwijfeld op een spies boven de toegangspoort van het Kremlin te bewonderen zijn.
Ik merk dat ik er tamelijk onverschillig onder ben, het betreft hier immers een machtsstrijd tussen een stelletje gewetenloze maffiosi die alleen maar op persoonlijk gewin uit zijn. Dieven en moordenaars die allemaal onder de paraplu van 'capo di tutti capi' Vladimir Vladimirovitsj Putin opereren. Of er daadwerkelijk van een staatsgreep sprake is betwijfel ik dan ook ten zeerste. Wel hoop ik dat Oekraïne, door de ontstane chaos, van de verzwakte positie van de Russen kan profiteren en de komende dagen een bres in de vijandelijke linies weet te slaan.
Het lijkt me duidelijk dat Vladimir Putin de film Stalker van Andrej Tarkovski nooit heeft gezien. Was dat wel het geval geweest dan zou hij, in plaats van Oekraïne binnen te vallen, die dag gewoon in bed zijn blijven liggen en in de lente een lange voettocht naar een ver pelgrimsoord hebben gemaakt, zich onderwijl bezinnend over de essentie van het leven.


©Huub Drenth


 


 

Foto: Henri Cartier-Bresson, Mexico 1963.

Zie ook mijn posts van 17 september 2022, 25 juni 2023 en 23 augustus 2023.

  

donderdag 22 juni 2023

Een rijke oogst

 


Het licht is een genot. Wat een weldaad voor de ogen om de zon te zien! Wanneer een mens lang leeft, laat hij dan van elke dag genieten, in het besef dat er ook vaak donkere tijden zullen zijn. En dat alles in het leven eindig is.
Prediker 11: 7 - 8


Bram Vermeulen

Vandaag precies zeven jaar geleden overleed May Khoen. Het lied Testament van Bram Vermeulen had ze op het laatste moment nog aan de playlist van haar uitvaart toegevoegd. Zolang jullie aan me denken en me missen ben ik niet echt dood, wilde ze ermee zeggen. Dat was weliswaar goed en lief bedoeld maar veel troost bood het natuurlijk niet.

Er wordt wel eens gezegd dat een mens in feite twee keer sterft: de eerste keer wanneer het daadwerkelijk zover is en de tweede keer als niemand zich die persoon nog herinnert, dus wanneer hij of zij uit het collectieve geheugen verdwenen is en nooit meer het onderwerp van een gesprek of een herinnering vormt. Als dat punt eenmaal bereikt is blijft er alleen nog een naam over, op een kerkhof of in een archief, tot uiteindelijk ook dat allerlaatste spoor oplost in het niets.

Op de een of andere manier vond ik het uit China afkomstige filmpje goed bij het lied van Bram Vermeulen passen, maar waarom dat zo was begreep ik niet meteen. Wel deed de maakster me onmiddellijk aan May Khoen denken, niet alleen vanwege haar verschijning maar ook vanwege haar perfectionistische instelling en sierlijke motoriek.

Het rijpe fruit hangt aan de bomen en wordt geplukt. Daarna wordt het geschild, gedroogd en opgeslagen voor de winter. De warmte en de rijkdom van de zomer kan dus bewaard worden. Ook lang nadien kan men er nog van genieten. Daarin ligt de verborgen boodschap van het filmpje, denk ik. In de troost voor later.


©Huub Drenth



May Khoen in Singapore, december 1995.

 

woensdag 21 juni 2023

Midzomer 2023

 


Tror du at klimaendringer er ekte?

Deze vraag kwam ik 12 juni jl. tegen op Quora. Iemand in Noorwegen betwijfelt kennelijk of er echt sprake is van klimaatverandering. Waarschijnlijk is dat een jong persoon want iemand van mijn leeftijd hoeft die vraag absoluut niet te stellen. In de winter van 1963 heb ik met eigen ogen auto's op de bevroren IJssel (bij Kampen) zien rijden, iets wat tegenwoordig volstrekt onvoorstelbaar is. Na een kletsnat voorjaar hebben we de afgelopen zes weken in Nederland een zeer heftige droogteperiode meegemaakt, want al die tijd regende het vrijwel nergens. En dan heb ik het nog niet eens over de hittegolf die we net achter de rug hebben. Overal is het inmiddels kurkdroog, hetgeen weinig goeds belooft voor deze zomer.

Dus of de klimaatverandering echt is? Magnus Itland (60), ook een Noor geeft op die vraag antwoord door uit te leggen wat er zoal tijdens zijn leven in het Noorse landschap veranderd is.

Ik ben 60 jaar oud. Het is moeilijk om niet te geloven wat je met je eigen ogen hebt gezien. Als je die kans niet hebt gehad kun je de bergen ingaan, of het noorden van het land bezoeken, en dan kun je zien dat op plekken waar voorheen alleen kruipberk en een paar struikjes te zien waren nu jong bos groeit. Vergelijk dit eens met een gewoon bos, waar een grote variëteit van jonge en oude bomen te vinden is en waar je, op plekken waar weinig gekapt is, struiken en boompjes kunt zien opschieten tussen de stronken en stevige wortels van oude bomen. Als je zulke wortels in de bergen wilt tegenkomen moet je naar duizend jaar oude veenmoerassen toegaan, waar ze soms in bewaard gebleven zijn. Want het is niet de eerste keer dat het zo warm is in ons land. In de Vikingtijd en de middeleeuwen was het klimaat ook zacht, dus ongeveer zoals nu het geval is. Als degenen die nu jong zijn net zo lang leven als ik, is het mogelijk dat ze nog veel grotere veranderingen zullen meemaken dan die waar momenteel sprake van is. Leg daarom je smartphone wat vaker weg en kijk dan eens goed om je heen, dat kan je van pas komen als je een stuk ouder bent en iemand je er vragen over stelt.

 

©Huub Drenth

 



Schilderij: Mu Pan.
Wandschildering: Ragnar Persson.
Vertaling tekst: Huub Drenth.


vrijdag 26 mei 2023

Trøllabundin







Trøllabundin eri eg ~ eri egGaldramaður festi meg ~ festi meg
Trøllabundin djúpt í míni sál ~ í míni sálÍ hjartanum logar brennandi bál ~ brennandi bál
Betoverd ben ik ~ ben ik
De tovenaar behekste mij ~ behekste mij
Betoverd, diep in mijn ziel ~ in mijn ziel
In 't hart laait
een brandend vuur ~ brandend vuur

Trøllabundin

Trøllabundin eri eg eri eg
Galdramaður festi meg festi meg
Trøllabundin djúpt í míni sál í míni sál
Í hjartanum logar brennandi bál brennandi bál
 
Trøllabundin eri eg eri eg
Galdramaður festi meg festi meg
Trøllabundin inn í hjartarót í hjartarót
Eyga mítt festist har ið galdramaðurin stóð
https://lyricstranslate.com
Trøllabundin eri eg eri eg
Galdramaður festi meg festi meg
Trøllabundin inn í hjartarót í hjartarót
Eyga mítt festist har ið galdramaðurin stóð
https://lyricstranslate.com
Trøllabundin eri eg eri eg
Galdramaður festi meg festi meg
Trøllabundin inn í hjartarót í hjartarót
Eyga mítt festist har ið galdramaðurin stóð
https://lyricstranslate.com

Trøllabundin

Trøllabundin eri eg eri eg
Galdramaður festi meg festi meg
Trøllabundin djúpt í míni sál í míni sál
Í hjartanum logar brennandi bál brennandi bál
 
Trøllabundin eri eg eri eg
Galdramaður festi meg festi meg
Trøllabundin inn í hjartarót í hjartarót
Eyga mítt festist har ið galdramaðurin stóð
 
Vertaling
https://lyricstranslate.com/nl/trollabundin-betoverd.html



 

Eivør Pálsdóttir

Sinds een jaar of vijf ben ik een grote fan van de Faeröerse zangeres en songwriter Eivør Pálsdóttir (Syðrugøta, 21 juli 1983), beter bekend als Eivør. Ze heeft niet alleen een heel bijzondere stem maar is ook nog eens ontzettend intelligent. Behalve Faröers spreekt ze vloeiend IJslands, Noors, Deens en Engels en het zou me niet verbazen als ook Zweeds nog in dat rijtje thuishoort. Als ze Noors of Deens spreekt kan ik haar redelijk goed verstaan, ook dat is vermeldenswaard want bij de native speakers van die talen is dat namelijk meestal niet het geval.

Als je de song Trøllabundin van Eivør voor het eerst hoort denk je meteen dat je te maken hebt met een tekst die al minstens duizend jaar oud is en dus stamt uit de tijd van de Vikingen. Met andere woorden: uit een tijdperk waarin seiðr, het bedrijven van magie en het doen van voorspellingen, en galðrar, het uitspreken of zingen van toverformules, nog rode draden vormden in het leven (van dat deel) van de bewoners van het hoge Noorden. In een interview dat ze in 2021 aan een Noors radiostation gaf maakte Eivør echter duidelijk dat er van middeleeuwse oorsprong geen enkele sprake is, het lied 'kwam spontaan in haar op' toen ze een jaar of twintig was, op een avond dat ze er mentaal compleet doorheen zat. Ze woonde op dat moment in Reykjavik, waar ze een muziekopleiding volgde.

Bij nader inzien zou het dus net zo goed een lied kunnen zijn waarin een situatie van 'op slag verliefd worden' bezongen wordt, verpakt in een quasi-oeroude stijlvorm. Waar ik nog aan toe wil voegen dat magie bij de Vikingen in het algemeen niet door mannen - het woord 'galdramaður' in Eivørs lied betekent letterlijk 'bezweringenman' - bedreven werd, het waren vrijwel altijd vrouwen die zich ermee bezighielden, de zogeheten völva's en spákona's. Mannen die zich eraan waagden werden als 'onmannelijk' en 'verwijfd', als argr, beschouwd en dat plaatste hen binnen die uitermate op 'mannelijke eer' gerichte samenleving - waarin vrouwen overigens ook heel goed hun mannetje wisten te staan - in een zeer kwetsbare positie.

 

Faeröerse postzegel met daarop een völva.

 

De poolcirkel

Als je goed luistert naar Trøllabundin kun je horen dat Eivør gedurende haar studietijd in Reykjavik sowieso nogal aan het experimenteren was. Kennelijk was ze zeer geïnteresseerd in de muziekstijlen en geloofssystemen van andere etnische groepen rond de poolcirkel want er vallen duidelijk invloeden van de Inuit, de Sámi en de Evenki (Toengoezen) in haar manier van zingen te bespeuren. Ook de prominente rol van de grote platte trommel in haar optreden, het slaginstrument dat in de rituelen van veel arctische culturen een belangrijke plek innam, vormt daarvoor een aanwijzing; op het ritme ervan 'reden' sjamanen immers naar de geestenwereld. Het valt dus ook niet helemaal uit te sluiten dat er op die bewuste avond in Reykjavik sprake van een soort 'spirituele doorbraak' bij haar is geweest.*1

Op YouTube zijn een groot aantal opnames van Trøllabundin te vinden. Allemaal nogal verschillend, hetgeen kenmerkend is voor iemand met een creatieve en avontuurlijke inslag. Aanvankelijk zong Eivør vooral oude Faeröerse folksongs en ballades maar later breidde ze haar repertoire uit met tal van andere genres, waaronder ook rock, jazz en klassiek. In dat opzicht lijkt ze sterk op de Tuvaanse Sainkho Namtchylak en de Sámische Mari Boine, beiden eveneens zangeressen met een 'traditionele' achtergrond, die in hun carrière een soortgelijke muzikale ontwikkeling doormaakten.

 


Levensdraden

Een groot deel van Eivørs liederen zijn eigen composities, al covert ze ook geregeld nummers van andere artiesten. Inmiddels heeft ze alle belangrijke muziekprijzen in het Scandinavisch taalgebied gewonnen. Wereldwijde bekendheid kreeg ze doordat ze in 2015, samen met de sympathieke Schotse componist John Lunn, de soundtrack voor de Netflix-serie The Last Kingdom maakte. In het YouTube-filmpje hieronder brengt ze samen met hem het lied Lívstræðrir (Levensdraden) uit die productie ten gehore. Een titel die onmiskenbaar verwijst naar het lot zoals dat, volgens de Noordse mythologie, voor ieder mens bij de geboorte geweven wordt door drie nornen of schikgodinnen. Deze drie zussen staan symbool voor verleden, heden en toekomst en houden verblijf bij de wortels van de wereldboom Yggdrasil.

©Huub Drenth





*1 Het was allang bekend dat de Germaanse cultuur veel sjamanistische elementen kende, zelfs de Romeinen schreven daar al over. Een goed voorbeeld hiervan is de Scandinavische god Óðinn (Odin), die vaak gerelateerd wordt aan het sjamanistische vermogen om in trance verre reizen te maken en van gedaante (en geslacht) te veranderen. In zijn veelgeprezen dissertatie The Viking Way, Religion and War in Late Iron Age Scandinavia (herziene versie, Oxford 2019, pag. 271) betoogt Neil Price, hoogleraar in de archeologie aan de universiteit van Uppsala, dat seiðr een vorm van magie is die moeiteloos ondergebracht kan worden in de categorie van sjamanisme zoals die door de andere bewoners van de arctische en subarctische gebieden bedreven werd, ook al was de agrarische en maritieme levenswijze van de Vikingen totaal anders dan de manier waarop de nomadische jagers- en herdersvolken in de taiga en toendra, en verspreid langs de kusten van de ijszee, leefden. De Sámi, woonachtig in het noorden van Fennoscandinavië, maakten vanzelfsprekend ook deel uit van die groep. Waarbij nog opgemerkt dient te worden dat de völva's van de Vikingen, als enigen, niet een 'magische trommel' gebruikten om contact met de geestenwereld te maken, terwijl ze van het bestaan en de toepassingen ervan, door de vele banden die er bestonden tussen de Vikingen en de Sámi, wel op de hoogte waren. 
Óðinn

zondag 21 mei 2023

Das Balkonzimmer



 

 

zicht

ik leef van wat tot mij komt
van wat mij door goden wordt toegemeten
achteloos en onverschillig

in een nachtelijke woestijn wacht ik
op welke meteoriet mij zal gaan raken
welke streep van licht

aanvankelijk was er alleen maar stilte
slechts mijn ademhaling viel te horen
tot een hagedis mij beet

als reptiel kan ik waarnemen met mijn huid
zelfs in het absolute zwart
in wat nooit licht
gezien heeft



De Gids
Er is momenteel een wereldwijde revival gaande op het vlak van zowel de spirituele als psychotherapeutische toepassingen van psychedelica (en andere psychoactieve middelen). En dan doel ik met name op ayahuasca, psilocybine, LSD en MDMA. Samen met het digitale periodiek DIG haakte Nederlands oudste literaire tijdschrift De Gids aan bij deze psychedelische renaissance en wijdde er in april jl. een themanummer aan.*1 Ook ik had een gedicht ingezonden maar achteraf was ik blij dat het niet geplaatst was, aangezien ik al vrij snel tot de conclusie kwam dat het, qua essentie, voorbijging aan wat ik eigenlijk voor ogen had gehad.

Over de uiteindelijke versie die ik hier vandaag publiceer ben ik zeer tevreden, zeker wat de compactheid ervan betreft. Het vormt een neerslag van de ervaringen die ik rond de eeuwwisseling opdeed met psilocybine, de werkzame stof in paddo's, en ayahuasca, een hallucinogeen brouwsel afkomstig uit het Amazonegebied waarvan DMT het psychoactieve bestanddeel vormt. Het betreft hier een periode in mijn leven waarin ik hevig op zoek was naar antwoorden op existentiële vragen; en veel van die antwoorden, of beter gezegd: inzichten, mede door deze 'plantmiddelen', uiteindelijk ook kreeg. Mijn psychedelische ontmoeting met de hagedis, waar ik in het gedicht op cryptische wijze aan refereer, markeert voor mij dat kantelmoment. Daarna brak er een nieuwe fase in mijn leven aan, maar dat realiseerde ik me natuurlijk pas veel later.

Met sommige 'medereizigers' tijdens die ontdekkingstocht in de diepste lagen van de ziel - de meesten waren academisch geschoold, er zat zelfs een psychiater uit Zeeland bij - heb ik ook nu nog wel eens contact.*2 We waren onze tijd ver vooruit, dat besef groeit nog steeds. May Khoen steunde me in dit alles door dik en dun, ging ook vaak mee naar Amsterdam (daar vonden de nachtelijke ayahuasca-sessies plaats, Khoen verbleef dan in een hotel), hoewel ze nooit zelf de sprong in het diepe wilde wagen, omdat ze bang was door een leger van monsters en demonen verzwolgen te zullen worden. Wat, gezien haar ingewikkelde verleden (en Chinees-Indische bijgelovigheid), inderdaad ook zomaar had gekund.

©Huub Drenth

 

*1 Themanummer good trip bad trip (klik op de afbeelding daar).

*2 Ook op het theoretische vlak was ik, wat dit onderwerp
betreft, goed onderlegd, met name als het ging om de cultureel antropologische en transpersoonlijke aspecten ervan. Op die terreinen had ik me onder andere verdiept in het werk van Michael Harner en Stanislav Grof, beiden toonaangevende pioniers op het gebied van psychedelica. Praktische informatie over hallucinogene middelen was trouwens ook in ruime mate beschikbaar in bepaalde boekhandels, ontdekte ik al snel.

Eind 2002 nam ik deel aan de derde internationale Psychoactivity Conference in Amsterdam waar ik voor het eerst kennismaakte met het rituele gebruik van ayahuasca. Ayahuasca was het thema van die conferentie. Ik werd eveneens lid van MAPS, een Amerikaanse non-profit organisatie die zich ten doel stelt om het met psychedelica behandelen van depressies en psychische trauma's een groter maatschappelijk draagvlak te geven, vooral door het stimuleren en financieren van wetenschappelijk onderzoek. Een streven dat momenteel in tal van landen vruchten af begint te werpen.

Schilderij: Das Balkonzimmer, Adolph Menzel, 1845.

 

donderdag 18 mei 2023

Riding on the back of a tiger




 

Wat Rusland betreft ben ik het afgelopen jaar van de ene verbijstering in de andere gevallen. Ik dacht altijd dat het gedeelte ten westen van de Oeral bij Europa hoorde, maar daar ben ik inmiddels behoorlijk van teruggekomen. Dat het bij Azië hoort zou ik ook niet meteen willen beweren, wel dat het, in historische en culturele zin, nooit verder is gekomen dan wat in de rest van Europa wordt beschouwd als 'de Middeleeuwen'. De Renaissance en de Verlichting hebben ze daar dus nooit meegemaakt en ook is de slavernij er tot op heden duidelijk niet afgeschaft. Rusland hoort nergens bij, daar komt het simpelweg op neer.


Michael Clarke

In bovenstaand videogesprek analyseert de Britse defensiespecialist professor Michael Clarke de huidige stand van zaken met betrekking tot de oorlog in Oekraïne, zowel in politiek, militair-strategisch als geopolitiek opzicht. Een oorlog waarin, afgezien van de strijd in Bachmoet, op dit moment relatief weinig gebeurt aangezien Oekraïne nog steeds niet begonnen is met de lancering van het aangekondigde tegenoffensief. Anders dan dit het geval is bij de betogen van (generaal) Ben Hodges of (professor) Timothy Snyder - twee Amerikaanse experts waar ik eveneens veel van heb opgestoken - zijn de analyses van Michael Clarke altijd uitzonderlijk objectief van aard, dus vrij van wishful thinking. Wat allesbehalve wil zeggen dat hij een neutraal standpunt inneemt want van autocratische en anti-liberalistische doctrines moet hij niets hebben. Aan het eind van het gesprek formuleert hij een oplossing voor de veiligheid van Oekraïne die, in mijn ogen, volstrekt logisch is maar waarover ik tot op heden nog niemand heb gehoord, ook niet Rob de Wijk of Mart de Kruif. Te weten: aansluiting van Oekraïne bij de NATO, ook als de oorlog over een tijd formeel nog steeds niet afgelopen is omdat Vladimir Putin, uit lijfsbehoud, geen vrede sluiten wil. Volgens een Chinees spreekwoord zit hij namelijk op de rug van een tijger. Afstappen kan dus zomaar niet.


©Huub Drenth

 



Professor Michael Clarke is a British academic who specialises in defence studies. He was Director of the Royal United Services Institute from 2007 to 2015. During the 2022 Russian invasion of Ukraine, he served as Sky News' security and defence analyst. Clarke is a former Deputy Vice-principal and Director of Research Development at King's College London, where he remains a visiting professor of Defence Studies.

Between 1990 and 2001, Clarke was the Director of the Centre for Defence Studies. From 2001 to 2005, he was the Director of the International Policy Institute. In 2004 and 2005 he was Head of the School of Social Science and Public Policy at King's College London, where he had been a professor of Defence Studies since 1995 (source: Wikipedia).

Afbeelding: Leonora Carrington