donderdag 21 januari 2021

May Khoen's voorouders ~ deel 12

 

Het pachtstelsel

Belastingpacht is het systeem waarbij niet een dienst van de overheid belastingen int, maar een particulier die het recht om een bepaalde belasting te innen voor een duidelijk omschreven periode heeft 'gekocht' (gepacht). Al in de VOC-periode werden veel belastingen verpacht, vooral aan Chinezen. De VOC en later het koloniale gouvernement ontvingen de bij opbod bepaalde pachtsom; wat de pachters uiteindelijk meer ontvingen was hun winst. De overheid was op deze manier geen tijd en geld kwijt met het organiseren van de belastinginning. Vooral de Opiumpacht was erg lucratief en zorgde in de 19e eeuw jaarlijks voor 10 tot 15 procent van de inkomsten van het gouvernement. Ook voor de pachters was het zeer winstgevend, mits zij de organisatie ervan strak in handen wisten te houden. ‘Kleine verpachte middelen’ waren bijvoorbeeld de bazarpacht, de buffel- of slachtpacht en de pandhuispacht, alle meer lokaal van karakter. Dit pachtsysteem leidde tot veel misbruik en tot een ongewenst grote economische macht van Chinese ondernemers en kongsi's. Rond 1900 werden de verpachte belastingen afgeschaft, omgezet naar directe belastingen, of als staatsmonopolie georganiseerd (het 'Regiestelsel').*1

 

 

Ko Djie Soei in Semarang

Bovenstaand bericht verscheen op 25 september 1897 in het Semarangse dagblad De Locomotief. Het betreft de toewijzing van een drietal zogenaamde 'kleine verpachtingen' in Semarang voor het jaar 1898. In eerste instantie lijkt het een vrij onschuldig bericht maar bij nadere beschouwing blijkt al snel dat het, in al z'n beknoptheid, heel veel duidelijk maakt over de verhoudingen binnen de Chinese gemeenschap in die stad, alsmede over de rol die May Khoen's voorouders, zowel in de Goei- als in de Ko-lijn (en mogelijk ook in de Tan-lijn), daarin speelden.
Zoals de inleidende tekst al aangeeft was in 1897 het einde van het pachtstelsel in zicht, iets waar de peranakan-elite zich sterk bewust van was. Zij zochten dan ook naarstig naar alternatieven op het vlak van lucratieve verdienmodellen. Hetgeen sommigen onmiskenbaar wel voor elkaar wisten te krijgen en anderen helaas niet, met allerlei treurige gevolgen van dien. Het pachtstelsel was een systeem waarbinnen steeds weer dezelfde personen figureerden, het ene jaar als pachter en het andere jaar als borg (iedere pachter had verplicht twee borgen). Op die manier werden zowel de winsten als de verliezen met elkaar gedeeld, meestal binnen familie- of clanverband (een dergelijk samenwerkings-verband of vennootschap heette een 'kongsi'). Het was bijgevolg zeer ingewikkeld om er als buitenstaander deel van uit te gaan maken. We zullen zien dat dit May Khoen's overgrootvader Ko Djie Soei wel lukte want hij werd opgenomen in de machtige kongsi van Oei Tiong Ham.

 

 
Ko Djie Soei

Het jaar 1897 is in twee opzichten sowieso een bijzonder jaar: enerzijds omdat een van May Khoen's betovergrootvaders in haar vaders lijn, de gewezen Luitenant der Chinezen, Goei Keh Pien (1860 - 1897) voorgoed van het Semarangse pachttoneel verdween, en anderzijds omdat een overgrootvader in haar moeders lijn, Ko Djie Soei (1859 - 1922), er toen juist op verscheen (zie ook mijn post van 10 januari 2021). Hetgeen wellicht niet op louter toeval berust. Ook verschaft het bericht mogelijk aanwijzingen inzake de vraag wie de vader van Tan Tjiauw Bo (1880 - 1960), May Khoen's overgrootvader van vaderskant, zou kunnen zijn.

Laat ik thans overgaan tot de ontleding van bovenstaand bericht in De Locomotief:


Pandhuispacht
Goei Ngo Soen is onmiskenbaar een lid van de Semarangse Goei-clan. Toen  Goei Keh Pien, de vader van May Khoen's overgrootmoeder Goei Lien Nio, in augustus 1897 plotseling overleed aan cholera werd hij, als pachter van het recht om schuit- en doorvaartgelden te heffen aan de sluis tussen het havenkanaal en de rivier te Semarang, opgevolgd door zijn borg Goei Ngo Soen (de kosten voor deze pacht bedroegen jaarlijks ongeveer f. 20.000). In het jaar daarna wordt Goei Ngo Soen, blijkens bovenstaand bericht, ook zijn opvolger wat betreft de pandhuispacht (Goei Keh Pien was pachter geweest van het recht tot het houden van zes pandhuizen in Semarang). In 1899 werd hij wederom pachter van dat recht. In 1906 zou Goei Ngo Soen, die in zijn functie van pandhuispachter vaak met faillissementen te maken had gehad, zelf failliet verklaard worden en bovendien te maken krijgen met vervolging door justitie wegens bedrieglijke bankbreuk.

 

Pandhuis, omstreeks 1900.

Goei Keh Sioe (1860 - 1921), die in dit verband als borg optreedt voor Goei Ngo Soen, is de zoon van Goei Yam Tjiang, een broer van May Khoen's voorvader Goei Som Han.*2 Goei Bing Nio, de hoofdvrouw van 'Raja Gula' Oei Tiong Ham is een zus van Goei Keh Sioe. Bijgevolg is Goei Keh Sioe dus de zwager van Oei Tiong Ham (en een neef van de overleden Goei Keh Pien). Net zoals Oei Tiong Ham hield hij zich bezig met opiumpacht en bovendien bezat hij suikerrietplantages. Hij richtte de NV Handel Maatschappij Goei Keh Soei op die begin twintigste eeuw grote economische belangen had in Centraal-Java, Japan en China. Hij leidde die onderneming met zijn drie zonen, niet alleen vanuit Semarang maar ook vanuit Singapore en Shanghai.
Tan Boen Kiem, de andere borg, begon zijn carrière als een van de zes pandhuishouders te Semarang (die in Ambengan). Hij is mede-oprichter en -vennoot van de kongsi (firma) Ek Gwan die vanaf 1895 handelt in oliën en vetten en ook een zeepziederij beheert.*3 Hij is een zeer goede bekende van Goei Ngo Soen want in 1892 plaatst hij samen met hem in De Locomotief advertenties voor een bekende loterij in Batavia. Uit andere berichten blijkt dat hij regelmatig 'vastigheden' (onroerend goed) opkoopt. In 1905 breekt er brand uit in zijn kapokpakhuizen aan Zeestrand in Semarang, waardoor er grote schade wordt aangericht, ook aan belendende percelen. Op 14 september 1907 meldt De Locomotief dat hij, voor het hoofdagentschap van de levensverzekering-maatschappij Amsterdamsche voor Semarang, tot een van de twee commissarissen is benoemd. 
Goei Keh Sioe en Tan Boen Kiem waren ook de twee borgen voor pandhuis-pachter Goei Keh Pien in 1897. Na zijn plotselinge dood in augustus van dat jaar zetten zij de pacht gedurende een aantal maanden voort, totdat zij die officieel overdroegen aan Goei Ngo Soen. Aangezien Tan Boen Kiem tien jaar eerder pandhuishouder te Ambengan was (en derhalve een soort onderpachter van Goei Keh Pien) en nadien ook geregeld als zijn borg optrad was er waarschijnlijk sprake van een speciale zakelijke band tussen beiden.

Betovergrootvader?

Zoals ik al aangaf in een eerdere post moet de vader van May Khoen's overgrootvader van vaders kant Tan Tjiauw Bo, echtgenoot van overgrootmoeder Goei Lien Nio, in het zakelijke netwerk (of kongsi) van Lien Nio's vader Goei Keh Pien gezocht worden, aangezien dergelijke relaties vaak door het arrangeren van een huwelijk tussen elkaars kinderen 'bezegeld' werden. Het is daarom niet onwaarschijnlijk dat Tan Boen Kiem de vader is van Tan Tjiauw Bo en bijgevolg dus de gezochte betovergrootvader van May Khoen.*4 

 

 
Pekodjan, ingang Chinese Kamp te Semarang.

 

Chineesche dobbelspelen

Kwa Wan Hong is een man met veel gezichten. In 1896 treedt Goei Keh Pien nog op als pachter van de Chinese dobbelspelen maar in 1897 heeft Kwa Wan Hong die positie inmiddels van hem overgenomen. Goei Keh Pien vervult dan nog wel de rol van borg.*5 Uit bovenstaand krantenbericht blijkt dat de pacht der Chinese dobbelspelen in 1898 wederom aan Kwa Wan Hong is toegewezen. In 1900 en 1901 is dat ook weer het geval. Van 1899 t/m 1901 treedt hij op als pachter van de schutsluis bij het havenkanaal.

(Met de term 'Chineesche dobbelspelen' wordt in feite 'gokken' bedoeld. Dit was mogelijk in speciaal daarvoor ingerichte etablissementen die zowel door Chinezen als inlanders bezocht werden. Ook Europeanen kwamen daar wel. Bekende spelen waren: lianpo, tjapdjiki, hoa hoi, nogo tarie, mian tao en si kia. Hierbij konden hoge bedragen zowel gewonnen als verloren worden. Aangezien gokken zich vaak tot een verslaving ontwikkelt kwam er veel maatschappelijke ellende uit voort. Zo was het bijvoorbeeld niet ongewoon dat schulden afbetaald werden door het afstaan van een dochter. Zelfmoord kwam ook veel voor. Regelmatig werden er illegale gokhuizen opgerold, soms boden die tevens gelegenheid tot prostitutie. HD)

 

Kwa Wan Hong en nazaten, omstreeks 1930.

Kwa Wan Hong is sowieso een zeer ondernemend type. In 1893 is hij medeoprichter en directeur van de (koel)ijsfabriek Ho Hien Wan (later ook nog van een limonadefabriek) en in 1901 wordt hij aandeelhouder van de pas opgerichte Kalkbranderij Tanggoeng. In 1902 roept hij een steendrukkerij in het leven en in datzelfde jaar is hij de oprichter en directeur van de in het Maleis verschijnende 'Chinese' krant Warna Warta. In 1908 wil hij een tapiocafabriek beginnen maar dat verzoek wordt door de autoriteiten afgewezen. In april 1909 spelen hij en zijn krant een belangrijke rol in het conflict tussen de Semarangse Chinese handelsvereniging Sian Boe en haar 'Hollandse' equivalent H.V.A. (inzake de Chinese boycot van de a.s. Oranjefeesten). In juni 1912 is hij de voorzitter van het comité dat de feesten ter viering van de stichting der Chinese republiek organiseert. Een hardcore Chinese nationalist is hij echter niet want in 1915 verkrijgt hij 'gelijkstelling met Europeanen'. In 1919 wordt de ijsfabriek Ho Hien Wan opgeheven en worden het perceel, de gebouwen en de fabrieksinstallatie verkocht. In 1947 sterft hij op 84-jarige leeftijd.

Goey Keh Ik, Kwa Wan Hongs borg voor 1898, is in 1892 en 1893 vertegenwoordiger van (dure) loterijen waarvan de trekking plaatsvindt in Batavia.*6 In advertenties staat als zijn adres vermeld: zeeptoko/fabriek Sleutel. In het jaar 1899 is hij de pachter van de Chineesche dobbelspelen te Semarang. De pacht bedraagt dan f. 3870 per maand.

Ook over Tan Yoe Gie, de andere borg, is niet veel bekend. In 1895 koopt hij, bij een openbare verkoop, in Semarang een perceel in de wijk letter K voor zijn vrouw Oey Ing Nio voor f 250 (geschatte waarde f 8600). In november 1897 wordt hij onderpachter van Kwa Wan Hong voor het Mian Tao-spel en krijgt hij dus een eigen gokhuis onder zijn beheer. Op 24 maart 1899 vindt er een vendutie van zijn boedel plaats, dit vanwege vertrek naar elders (zie afbeelding). In november 1902 wordt zijn overlijden gemeld.

 


Slachtpacht
De pacht van het slachten van rundvee, buffels en paarden, kortweg 'slachtpacht' genoemd, behoorde dan misschien wel tot de zogeheten 'kleine' verpachte middelen maar dat kan beslist niet gezegd worden van de pachtbedragen die er mee gemoeid waren. Voor het recht op die pacht moest May Khoen's overgrootvader Ko Djie Soei, blijkens het bovenste krantenbericht, gedurende het jaar 1898 immers bijna f. 100.000 aan het gouvernement afdragen. Omgerekend naar nu zou dat ongeveer € 1.500.000 zijn. Het kan niet anders of Ko Djie Soei was op dat moment voldoende solvabel om die pacht toegewezen te krijgen (bieders op een pacht moesten een 'certificaat van gegoedheid' kunnen tonen) maar het lijdt geen twijfel dat zijn twee borgen zijn solvabiliteit bovendien nog eens versterkten. Die twee borgen zijn namelijk de broers (Kapitein der Chinezen) Oei Tiong Ham en (Luitenant) Oei Tiong Bhing, op dat moment zo'n beetje de rijkste zakenlieden op Java. De Oei's bezitten een aantal suikerfabrieken en hebben in de loop der jaren veel geld verdiend met belastingpacht, met name met de opiumpacht. Op welke manier Ko Djie Soei zijn kapitaal vergaard heeft is tot op heden niet bekend (waarschijnlijk deels ook met opiumpacht, HD).  
Over Oei Tiong Ham heb ik het wel eens gehad met May Khoen's oma Nel (Oey-)Ko Kiong Nio. Zij vertelde dat haar vader Ko Djie Soei met hem samengewerkt had, dit naar aanleiding van een boek dat op haar salontafel lag.*7 Helaas wist ik toen nog niet wie Oei Tiong Ham precies (geweest) was en dus duurde de conversatie over dit onderwerp niet heel erg lang. Ik herinner me wel dat ze vertelde dat Oei Tiong Ham zeer vermogend was geweest en veel vrouwen en concubines had bezeten. Hoe Ko Djie Soei, die afkomstig was uit Magelang, en Oei Tiong Ham, die als thuisbasis Semarang had, met elkaar in contact gekomen waren - of hoe het Ko Djie Soei gelukt was om in zeer korte tijd deel uit te gaan maken van de Chinees-Indische Semarangse upperclass - kwam vanzelfsprekend in dat gesprek ook niet ter sprake.*8

 

Oei Tiong Ham

Over Oei Tiong Ham, de kongsi Kian Gwan en het Oei Tiong Ham Concern zijn veel publicaties verschenen, geïnteresseerden raad ik dan ook aan om eerst eens op internet rond te kijken teneinde zich op die manier enige basiskennis te verwerven. Wikipedia biedt daarvoor zonder meer een goede uitvalsbasis.*9 Binnen afzienbare tijd zal er van de hand van Peter Post - de onderzoeker bij het NIOD die ook de studie The Kwee Family of Ciledug*10 schreef - een biografie over Oei Tiong Ham en zijn concern verschijnen en dat is op zich een heuglijk feit aangezien er in Nederland, in tegenstelling tot het Verre Oosten, tot op heden maar weinig wetenschappelijke belangstelling voor deze zeer markante figuur uit de koloniale geschiedenis aan de dag werd gelegd.
In een volgende post zal ik verder ingaan op de zakelijke banden tussen Ko Djie Soei en Oei Tiong Ham.

©Huub Drenth


*1 Zie: https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/50174/Kolonialebelastingheffing.pdf?sequence=1 

Zie ook: https://www.dbnl.org/tekst/_gid001188901_01/_gid001188901_01_0059.php

*2 Zie mijn post van 11 augustus 2020 over de Goei-lijn in May Khoen's afstamming.

*3 Leden/vennoten van de kongsi/firma Ek Gwan in 1901, onderverdeeld in drie aandeelgroepen: 1 Tan Boen Kiem, 2 Tan Hing Djien, Tan Hing Yoe (ook een pandhuishouder van Goei Keh Pien, hij overlijdt in 1895, zijn plaats in de kongsi wordt overgenomen door zijn zoon Tan Ting Bauw), 3 Tan Ting Siang, Tan Ting Liong, Tan Ting Tjiang/Djiang. Ongetwijfeld betreft het hier leden van dezelfde clan.

*4 Zie mijn post van 7 september 2020 over de Tan-lijn in May Khoen's afstamming.

*5 Na zijn dood wordt Goei Keh Pien als borg opgevolgd door Kwa Wan Tjioe, een broer van Kwa Wan Hong. Deze Kwa Wan Tjioe was vanaf 1889 de gemachtigde van Oei Tiong Ham te Soerabaja met betrekking tot de opiumpacht en een aantal kleine verpachte middelen. In 1895 wordt hij door Oei Tiong Ham ontslagen omdat hij betrokken is geraakt bij een schandaal dat vervalste obligaties betreft. Het gaat daarbij om vele tienduizenden guldens, een kwestie waaraan in de koloniale kranten veel aandacht wordt besteed. Tijdens het strafproces blijft echter onduidelijk welke rol Kwa Wan Tjioe, die als getuige opgeroepen is, er precies in heeft gespeeld.

*6 In 1894 is Goei Keh Tiong de vertegenwoordiger voor de loterij (een lot kost f. 10). In 1895 Goei Keh Sioe. Gezien de identieke generatienamen betreft het waarschijnlijk een kongsi van drie broers/neven. Ook hier wisselen pachters en borgen elkaar duidelijk af.

*7 Dit was waarschijnlijk het boek No Feast Lasts Forever, geschreven door Madame Wellington Koo (Oei Hui-lan, een dochter van Oei Tiong Ham en zijn eerste vrouw Goei Bing Nio) en Isabella Taves, dat verschenen was in 1975. Oei Hui-lan werd in 1889 geboren in Semarang en overleed in 1992 te New York.

(28/06/2024) Naar aanleiding hiervan las ik een jaar geleden (in Google Books) Hui-lan Koo [Madame Wellington Koo], An Autobiography, as Told to Mary Van Rensselaer Thayer, dat in 1943 uitgebracht was door Dial Press in New York. Wat me van dit boek vooral is bijgebleven is het feit dat Hui-lan haar huwelijk met de Brit Beauchamp Caulfield-Stoker, met wie ze van 1909 tot 1920 getrouwd was en met wie ze een zoon had, volledig had weggelaten. Zowel zijn naam als die van haar zoon Lionel (geboren in 1912) kwamen in het boek niet voor. In november 1920, een half jaar na haar scheiding van Caulfield-Stoker, trouwde ze  met V.K. Wellington Koo die in de jaren twintig zowel minister als (korte tijd) president van de Republiek China was. Later werd hij ambassadeur in Parijs en Londen. Het paar scheidde in 1958. Ze hadden twee kinderen. HD

*8 De tweede vrouw van Ko Tay Tik, Ko Djie Soei's vader, heet Ka Lian Nio. In Nederlands-Indië kom je de naam Ka nooit als Chinese familienaam tegen, wel regelmatig als generatienaam en heel soms als eigennaam. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat er hier sprake is van een verschrijving, hetgeen zou kunnen betekenen dat de familienaam van Lian Nio niet Ka maar Kwa is en dat ze deel uitmaakt van de Kwa-clan waartoe onder andere ook Kwa Wan Hong behoort (Ko is niet mogelijk aangezien huwelijken tussen personen met dezelfde familienaam niet geoorloofd waren). Dit biedt dan een mogelijke verklaring voor Ko Djie Soei's toegang tot de hoogste Semarangse peranakan-kringen in betrekkelijk korte tijd, temeer omdat ook de Kwa- en de Goei-clan aan elkaar waren gelieerd door middel van huwelijksverbintenissen .

*9 Zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Oei_Tiong_Ham

*10 Zie mijn post van 17 september 2020 over dit boek.


Semarang, Chinese Kamp bij de rivier.

woensdag 20 januari 2021

The hill we climb

 

Amazing Amanda
De inauguratie van Joe Biden was zonder meer slaapverwekkend. Hetgeen eigenlijk ook wel te verwachten viel bij iemand die al met een been in het graf staat. Een wervelende toespraak houden, zoals bijvoorbeeld Barack Obama dat kon, is nou eenmaal niet zijn sterkste punt. Stiekem zat iedereen te wachten op het moment dat er zich opnieuw een geweldsincident zou voordoen maar de Trump-aanhang hield het deze keer voor gezien. Dit waarschijnlijk tot grote vreugde van de vele bejaarden op het podium van Capitol Hill. Het zingen van Lady Gaga en Jennifer Lopez was ook al niet bepaald fantastisch. Ze vervulden vooral een symboolfunctie, net zoals een zanger met een cowboyhoed. Vroeg in de morgen waren er een paar vlokken sneeuw gevallen in Washington maar inmiddels was de lucht weer overwegend blauw. Er komen vier doodsaaie jaren aan, dat was, kort samengevat, de boodschap die afgegeven werd door Joseph R. Biden en zijn vrouw Jill. In feite had iedereen zich daar al bij neergelegd, totdat de 22-jarige Amanda Gorman achter het spreekgestoelte verscheen...


©Huub Drenth


 

zondag 10 januari 2021

May Khoen's voorouders ~ deel 11




 

Ik ben inmiddels aangekomen bij de Ko-afstammingslijn in May Khoen's voorouderlijke geschiedenis, dus de lijn die loopt van haar grootmoeder Nel Ko Kiong Nio, de moeder van haar moeder, tot aan Ko Lok Sing, een betbetovergrootvader die begin negentiende eeuw in China geboren is. Zoals ik eerder al schreef ben ik in dit geheel meestal een complete buitenstaander maar voor deze lijn gaat dat niet helemaal op, ik heb namelijk May Khoen's oma Nel Ko Kiong Nio, gedurende de laatste twintig jaar van haar leven, persoonlijk gekend. Het is zelfs zo dat May Khoen en ik in januari 1999 samen haar uitvaart geregeld hebben, ik kan dus ook uit eigen ervaringen putten in dit geval.

Over de Ko-lijn, zeker vanaf de generatie van May Khoen's overgrootvader Ko Djie Soei, heb ik tamelijk veel informatie. Zoveel zelfs dat ik besloten heb om het 'fragmentarisch' aan te pakken. Ik zal aan deze lijn dus meerdere posts gaan wijden, dit om het zowel voor de lezer als voor mijzelf enigszins overzichtelijk te houden. Veel aspecten van de Oost-Indische koloniale historie en de daarmee verbonden peranakan-cultuur zullen hierin aan de orde komen. Ik hoop dat er daardoor uiteindelijk zoiets als een totaalbeeld van May Khoen's voorouderlijke geschiedenis, voor zover die zich op Java heeft afgespeeld, zal ontstaan; vanzelfsprekend in samenhang met mijn andere posts over dit onderwerp. Mogelijk biedt dit dan voldoende aanknopingspunten voor eventuele andere geïnteresseerden om hiernaar verder onderzoek te verrichten. HD

 

De baai van Amoy, met op de voorgrond een Chinese begraafplaats.

 

Ko Lok Sing
Laten we beginnen bij het begin. Stamvader Ko Lok Sing (geboren tussen 1800 en 1815) is afkomstig uit Hai Ding (pinyin: Hai Cheng), een plaats niet ver van Longhai en Zhangzhou in de Chinese provincie Fukien/Fujian. Van daaruit is hij naar de internationale zeehaven Amoy (het hedendaagse Xiamen) getrokken maar of hij ook degene is geweest die de oversteek naar Nederlands-Indië heeft gemaakt is niet zeker. Mocht dat inderdaad het geval zijn geweest dan is het een raadsel waarom zijn nazaten niet op de hoogte zijn van de plek waar hij aan land ging en evenmin van de naam van zijn vrouw/hun voormoeder. Verder weten we eigenlijk alleen maar over hem dat hij vijf zonen had die zich op aller-lei locaties in de Indische archipel gevestigd hebben, te weten: Ko Tay Tik in Semarang en Magelang, Ko Tay Soe in Pelaboehan Ratoe en Batavia, Ko Tay Bik in Palembang en Singapore, Ko Tay Bo te Makassar (Celebes) en Ko Tay Pwa te Djajapura (Nieuw-Guinea). Of deze broers ook handelsbetrekkingen met elkaar onderhielden is onduidelijk.
Ko Tay Tik
Over May Khoen's betovergrootvader Ko Tay Tik (geboren tussen 1830 en 1835) is bekend dat hij op enig moment van Semarang naar Magelang verhuisd is en dat de naam van zijn eerste vrouw Ong Loan Nio was en die van zijn tweede vrouw Ka Lian Nio. Ong Loan Nio is May Khoen's betovergrootmoeder. Uit het gegeven dat de twee kinderen van zijn tweede vrouw ongeveer dezelfde leeftijd hebben als sommigen van zijn eerste vrouw mag geconcludeerd worden dat hij dus tegelijkertijd met beiden was getrouwd. We hebben het dan over de jaren zestig van de negentiende eeuw. Hoe hij precies in zijn levensonderhoud voorzag is niet bekend maar deze meervoudige huwelijkse status vormt wel een belangrijke indicatie voor de mate van materiële welvaart die hij zich toen inmiddels had verworven (hij was immers in staat om twee gezinnen te onderhouden).

 

Magelang, Chinese kamp.

Ko Djie Soei & Co.

Zowel in de tijd van de VOC als in die van het KNIL was Magelang, gelegen tussen  Semarang en Djokjakarta, de belangrijkste garnizoensplaats op Midden-Java. Mede waarschijnlijk daardoor vormde deze stad vanaf het midden van de negentiende eeuw de thuisbasis voor de economische activiteiten van de familie Ko. Ik doel dan niet alleen op May Khoen's betovergrootvader Ko Tay Tik maar ook op zijn zoon Ko Djie Soei en diens broers Ko Djie Soen, Ko Djie Han, Ko Djie Siang (getrouwd met The Bening Nio), Ko Djie Kian, hun zus Ko Lien Nio en hun twee halfbroers Ko Ie Tjiok en Ko Hoe Tjo.

Van maart 1890 t/m juli 1896 zien we in het Semarangse dagblad De Locomotief met grote regelmaat advertenties verschijnen waarin de firmanaam van May Khoen's overgrootvader Ko Djie Soei voorkomt. Het betreft dan advertenties waarin uit Europa geïmporteerde wijnen, cognacs, bieren en delicatessen (zoals bijvoorbeeld Deense boter en tarwebloem of Franse mineraalwaters en siropen) worden aangeprezen. De verkoop van alcohol en geïmporteerde waren viel onder het stelsel van belastingpacht, in Magelang zijn deze producten daarom slechts op twee locaties verkrijgbaar en een van die locaties is Toko Oei Djie Soei & Co.*1

Het is onmiddellijk duidelijk dat de doelgroep van deze advertenties door de lokale en regionale Nederlandse en Europese elite wordt gevormd, waarbij vooral gedacht moet worden aan legerofficieren, hogere koloniale ambtenaren, administrateurs van ondernemingen en personen die een vrij beroep uitoefenen zoals artsen, advocaten en notarissen. Waaraan nog toegevoegd kan worden dat ook rijke Javanen en Chinezen ongetwijfeld deel uitmaakten van zijn vaste clientèle.

 

Advertentie van 17 oktober 1892.

Op 10 juli 1896 verschijnt de laatste advertentie in De Locomotief. Het lijkt erop dat de toko hierna ophoudt te bestaan. Of onder een andere naam verdergaat, dat kan natuurlijk ook. Een jaar eerder, op 3 juli 1895, heeft dezelfde krant dan al melding gemaakt van het feit dat 'de Chineesche vrouw Ong Loan Nio, handelaarster te Malang, bij beschikking van de Raad van Justitie in Soerabaja 'in staat van faillissement is'. Op 29 januari 1896 deelt de Weeskamer te Soerabaja mede dat de algemene rangschikking van crediteuren inzake dit faillissement gedurende een maand ter griffie van de Raad van Justitie kan worden ingezien, hetgeen erop duidt dat er nog steeds kapitaal aanwezig is. Of deze Ong Loan Nio de weduwe van Ko Tay Tik is - en derhalve de moeder van Ko Djie Soei - en of er verband bestaat tussen dit faillissement en het plotseling stoppen van de advertentiestroom is niet bekend.
In een volgende post over May Khoen's genealogische achtergrond zal ik ingaan op het verdere verloop van de zakelijke activiteiten van Ko Djie Soei. Het gebied waarin hij dan opereert blijft niet meer beperkt tot Magelang en omgeving maar zal al snel zowel Midden- als Oost-Java betreffen.

©Huub Drenth   

Chinese jonk nabij Hong Kong.
   
 
*1 Uit een mededeling in de De Locomotief van 17 juni 1891 blijkt dat Ko Djie Soei zich ook met andere zakelijke activiteiten bezighield. En eveneens dat hij kennelijk over veel zelfvertrouwen beschikte. Eerder dat jaar had hij, reagerend op een openbare aanbesteding, bij de overheid een offerte ingediend voor de vernieuwing van de brug over de Kali Moeroeng, vlakbij de dessa Pare. Die locatie lag iets ten noorden van Magelang. De maximum aannemingssom bedroeg f. 23.636 en hij was bereid om het werk voor f. 23.000 uit te voeren. Helaas werd het project niet aan hem toegewezen maar aan een zekere F.L. Oostenbroek die het voor f. 10 minder wilde doen, dus voor f. 22.990. Deze F.L. Oostenbroek stond op dat moment ingeschreven als architect/aannemer in Soerabaja, een paar jaar daarvoor woonde hij echter nog in Magelang waar hij opzichter was bij de dienst Burgerlijke Openbare Werken...

donderdag 7 januari 2021

American Nero

  

 

Facts first

Er vonden de afgelopen 48 uur twee belangrijke historische gebeurtenissen plaats in de VS. Eergisteren werden in de, voorheen Republikeinse, staat Georgia twee Democratische vertegenwoordigers voor de Senaat in Washington gekozen en gisteren trok een meute van Trump-aanhangers, opgehitst door een toespraak van de inmiddels volledig doorgedraaide president, van het Witte Huis naar Capitol Hill om daar aan het Congres hun ongenoegen over de uitslag van de presidentsverkiezingen te laten blijken. Eenmaal ter plekke aangekomen braken ze door het zwakke cordon van beveiligers heen en begonnen vervolgens in het Capitool eerst hun woede te koelen op het bewakingspersoneel en daarna op de ramen, de deuren en het meubilair.

 

 

De verzamelde vergadering van Senaat en Huis van Afgevaardigden, bijeengeroepen om de uitslag van de presidentsverkiezingen van afgelopen november officieel te bevestigen, moest onderbroken worden omdat de situatie voor de aanwezige politici te gevaarlijk werd. Een van de betogers, een vrouw, kwam om het leven door politiekogels. Ook een agent overleefde het geweld van de woedende aanvallers niet. Drie betogers bezweken in het gedrang dat gepaard ging met de bestorming. Een paar uur later was de orde weer hersteld en kon de geschorste vergadering voortgezet worden. Geheel volgens de regels werd Joe Biden, door Trumps vice-president Mike Pence, uitgeroepen tot winnaar van de verkiezingen. Op 20 januari vindt de inauguratie plaats en door de twee senaatszetels uit Georgia beschikken de Democraten nu niet alleen over een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden maar ook in de Senaat.

Nu maar zien wat voor waanzinnige acties Donald Trump en zijn aanhang van fascisten, racisten en complotdenkers de komende dertien dagen nog meer in petto hebben.

   
Trump-aanhanger achter het bureau van Nancy Pelosi.


©Huub Drenth

vrijdag 1 januari 2021

Verlossing in zicht

 

 

 

Halleluja!
Het extreem rare jaar 2020 hebben we overleefd.
Dat vieren duidelijk ook deze drie nimfen...
Mijn beste wensen voor iedereen!

Huub Drenth


donderdag 31 december 2020

Mijn vriend Wessel Overgouw

 


Op de valreep van 2020

Onlangs stuitte ik bij het opruimen van een kast toevallig op iets waarvan ik het bestaan totaal vergeten was. Het was een dichtbundel, in 1980 in eigen beheer uitgegeven in een oplage van vijftig exemplaren. De titel van de bundel luidde Inversie en de naam van de dichter was Wessel Overgouw. Wat trouwens een pseudoniem was. De prijs bedroeg 7,50 gulden en ik ben in het bezit van nr. 3 van de editie.

Ooit was Wessel Overgouw een goede vriend van mij maar aangezien hij op een gegeven moment op ongepaste wijze belangstelling voor mijn lieftallige levensgezellin begon te tonen scheidden zich onze wegen en verdween hij uit mijn leven. Na een kortstondig handgemeen en een paar bloedvlekken, dat wel, want zo ging dat nog in die dagen. Ik hoorde later dat hij naar India was vertrokken, naar Goa om precies te zijn, maar hoe het hem verder is vergaan zou ik niet weten. Het is heel wel mogelijk dat hij inmiddels overleden is want op Google valt geen enkel spoor van hem te ontdekken.

Als ik Wessel niet had leren kennen had ik nooit van het bestaan van allerlei dichters en schrijvers afgeweten. Of in ieder geval pas veel later. Want hij had het vaak over poëzie en literatuur als we in de kroeg zaten. Hij beweerde dat hij ooit in Amsterdam Joseph Brodsky had ontmoet, maar ik betwijfel of dat echt zo was want zoals de meeste dichters kon hij goed fantaseren. Zo goed zelfs dat er aan de lopende band vrouwen in zijn bed belandden. Volgens hemzelf althans. Hoe het ook zij, hier volgt een gedicht dat in die tijd aan zijn geniale brein ontsproten is, 's nachts in de kroeg waarschijnlijk:

In het café waar wanden spiegels zijn
schilderen bezoekers
de beelden van hun werkelijkheid
in omlijstingen van bedrieglijk glas,
op panelen die verborgen muren zijn

Zij drinken uit elkanders oog
de genadeloze dood,
bevreesd altijd alleen te moeten sterven


©Huub Drenth

Foto: Brassaï (Parijs, 1932), schilderij: Willem Haenraets


 








vrijdag 25 december 2020

Into my arms...

 


 

Stilte

Als ik aan Nick Cave denk moet ik meestal ook meteen aan filmregisseur Jim Jarmusch denken. En andersom. Waarschijnlijk omdat ze beiden volstrekt authentieke en autonome kunstenaars zijn. Hun werk is nooit glad of gelikt en altijd is er veel ruimte voor twijfel, haperingen en stilte.

Stilte is eigenlijk het mooiste natuurverschijnsel dat er is, het is het bijna onhoorbare geruis dat de achtergrond vormt van Alles...

Mijn leven bestaat al ruim vier jaar uit stilte. Het is waar ik nu ben, sinds May Khoen er niet meer is. Zij is getransformeerd tot stilte, zo zou je het ook kunnen stellen. Net als Nick Cave geloof ik niet in een god die zich met de levens van mensen bemoeit, net zomin als ik in de duivel, engelen of geesten geloof, maar ik geloof wel in zoiets als eenwording met de stilte. Hetgeen trouwens beslist niet wil zeggen dat ik als een soort taoïstische kluizenaar leef.

 

Molenrij, winter 1979

Vandaag is het eerste kerstdag. Op een dag als deze merk ik dat ik aan het treuren ben. Niet zozeer aan het rouwen maar echt aan het treuren. Gewoon omdat May Khoen er niet meer is en ik deze dag dus opnieuw zonder haar beleef. De stilte is dan tegelijkertijd ook leegte. Ik mis haar, daar komt het simpelweg op neer.

Welbeschouwd treur ik niet alleen om Khoen maar om alles wat er niet meer is en nooit meer terug zal komen. De kerstfeesten uit mijn jeugd bijvoorbeeld. Of de manier waarop meisjes en vrouwen altijd naar me keken. En wat te denken van alle melkboeren en dorpsgekken die in de loop der jaren uit het straatbeeld zijn verdwenen? Of ben ik nu in de greep van zelfmedelijden beland?

Hoe het ook zij, een zalig kerstfeest voor iedereen!


 

©Huub Drenth


maandag 21 december 2020

Het begin van het koude seizoen

 

Forugh Farrokzhad

 
Mijn achteruitzicht.

Het is vandaag 21 december, ofwel: winterzonnewende. Vanaf nu gaan de dagen weer langer worden en tegelijkertijd begint het koude jaargetijde. Alle groei in de natuur staat dan volledig stil, alleen een sporadische vogel zorgt nog voor wat beweging en geluid. Evenals de wind natuurlijk.
Kou, weinig daglicht en doodse stilte, veel mensen zijn er bang voor. Vooral omdat die combinatie van winterse verschijnselen hun bewegingsvrijheid aan banden legt, waardoor ze opgesloten raken in zichzelf en gedwongen worden om in de spiegel te kijken. Wat ze dan zien hoeft vanzelfsprekend niet altijd leuk of aangenaam te zijn.

ایمان بیاوریم به آغاز فصل سرد

Een tijd geleden ontdekte ik toevallig de poëzie van de avantgardistische (en feministische) Iraanse dichteres Forugh Farrokhzad (1934 - 1967), een vrouw die, net zoals May Khoen, nogal atypisch was voor het milieu en de cultuur waaruit ze voortkwam, want vanwege haar vrijheidsdrang en non-conformisme lag ze voortdurend overhoop met de patriarchale en misogyne structuren in haar land.*1 Ze stierf op relatief jonge leeftijd, door een auto-ongeluk, maar liet desondanks een indrukwekkend oeuvre na. Wat nu volgt is mijn vertaling (uit het Engels) van de eerste strofen van haar gedicht Laat ons geloven in het begin van het koude seizoen, een werk dat te lang is om hier in z'n geheel weer te geven maar dat ondanks alle kou, wanhoop en walging die erin vervat liggen toch eindigt met beelden van vertrouwen in de natuurlijke loop der dingen.*2

 

  

Laat ons geloven in het begin van het koude seizoen

En hier ben ik
een vrouw alleen
op de drempel van een koud seizoen
bij de dageraad van het besef

van de bezoedelde staat ​​van de aarde
de
deprimerende wanhoop van de hemel
en de onmacht van deze stenen handen.

De tijd ging voorbij
de tijd ging voorbij en de klok sloeg vier keer
sloeg vier keer.
Vandaag begint de winter.
Ik ken het geheim van de seizoenen
de taal van ogenblikken.
De verlosser slaapt in een graf
en de aarde - de gastvrije aarde -
maant tot kalmte en berusting.

De tijd ging voorbij en de klok sloeg vier keer.

 De wind waait door de straat.
  De wind waait door de straat
en ik denk aan het paren van bloemen
aan hun slankbenige, frisse bloesem
en aan dit vermoeide uitgeteerde tijdsgewricht.


 Een man loopt voorbij de druipende bomen
een man wiens blauwe aderstrengen
als dode slangen
zijn keel omklemmen
  en tegen wiens woedende slapen
die met bloed besmeurde lettergrepen bonken

Salaam
 Salaam

En ik denk aan het paren van bloemen. 

*


 

©Huub Drenth


*1 Behalve dichter was Forugh Farrokhzad ook filmregisseur. In 1963 kwam haar spraakmakende korte documentairefilm Khaneh siah ast / The house is black uit.

*2 Zie voor het volledige gedicht: http://www.heliotricity.com/forughfarrokhzad.html

 

dinsdag 8 december 2020

A strange day indeed

 


 

8 december 1980

Vandaag precies veertig jaar geleden werd John Lennon doodgeschoten in New York...
Ik kan me nog herinneren dat John F. Kennedy vermoord werd. In Dallas. Een paar jaar later overkwam dat ook Robert Kennedy en Martin Luther King. In Nederland waren er de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh die grote indruk op me maakten. Net zoals dat het geval was bij de liquidatie van advocaat Derk Wiersum, nog niet zo lang geleden.

Achter al die moorden zat een politiek, religieus of crimineel motief. Behalve bij de moord op John Lennon. Hij werd 'alleen maar' vermoord omdat de dader, die een fan van hem was, net zo beroemd wilde worden als hij.

Terugkijkend zou je kunnen stellen dat die dag, na de wilde jaren zestig en zeventig, het 'ik-tijdperk' definitief van start was gegaan...

©Huub Drenth


May Khoen in Dallas, 5 juli 2006