donderdag 29 juli 2021

Grunneger bloud

 


 Mien Hogelaand...
*1 M(e)ij = Uithuizermeeden

Wessels, Van Marm en Feddema

De afgelopen tijd ben ik veel bezig geweest met onderzoek te doen naar mijn voorouders. En zodoende kwam ik, via de lijn van mijn grootmoeder Tecla Wessels (1872-1952), ook in Groningen terecht, zowel in de stad als op het platteland. Voorzaten die herenboeren, soldaten, smeden, schippers, arbeiders en handelaren waren; dat verrassend gemêleerde gezelschap kwam ik tegen op dat pad. Onder hen zeer veel rooms-katholieken, hetgeen voor dit overwegend protestantse gewest best wel uitzonderlijk genoemd mag worden.

De Wessels bleken oorspronkelijk uit het pal over de grens gelegen Emsland afkomstig te zijn en rond 1750 in Uitwierda, een dorpje aan de noordrand van de toenmalige vesting Delfzijl, te zijn neergestreken. Hun geboortegrond was gedurende vele generaties de omgeving van het Duitse plaatsje Heede geweest en daar bleken ze to/zur Norda te hebben geheten. Uiteindelijk kwam ik in die lijn uit bij Hermann to der Norda, eigenerfde/herenboer ('Beerbter') van de hoeve Norda in Heede, die van 1330 tot 1407 leefde.


Tecla Wessels, omstreeks 1896.

Tot mijn verrassing ontdekte ik ook dat de voorouders van mijn overgroot-moeder Margaretha van Marm (1839-1913), de moeder van Tecla Wessels, waarvan ik altijd dacht dat ze uit het Groningse dorp Marum stamden, tot medio achttiende eeuw in het uiterste oosten van de Betuwe woonden - in Bemmel, Huissen en omstreken - en daar toen al een paar honderd jaar Van Merm heetten (ik stam af van Evert van Merm, een boer uit het buurtschap Baal, die werd geboren in 1576).*2 Net als in Emsland was de bevolking in dat gebied, dat ook wel de Over-Betuwe wordt genoemd, voor het merendeel rooms-katholiek, hetgeen impliceert dat alle generaties in de afstammingslijn van mijn grootmoeder Tecla, zonder enige uitzondering, qua geloofsovertuiging op Rome gericht waren, dus ook in de tijden van zware calvinistische repressie.

 

Margaretha van Marm, omstreeks 1900.

Een van de verste 'Groningse' voorvaders die ik kon traceren was Doe Tho Feddemahuys. Hij leefde van ongeveer 1510 tot 1575 en woonde op de Feddema-heerd, een grote herenboerderij op de vruchtbare klei van het Hogeland, op loopafstand van (de katholieke enclave) Kloosterburen en niet ver van het wad. De Feddema's waren grootgrondbezitters en ze bleven eigenaren van de heerd tot 1981. Toen ik op de kaart zag waar die monumentale hofstede zich precies bevond herinnerde ik me dat ik daar, lang geleden, wel eens met May Khoen voorbij gekomen was, aangezien we toen vaak bij vrienden in het nabijgelegen Molenrij logeerden en dan soms buitendijks op de uitgestrekte kwelders zeekraal gingen zoeken.

 


Feddemaheerd.
Toal
Het Groningse dialect, dat tal van Friese invloeden kent, is absoluut niet de meest oorstrelende variant van het Nedersaksisch, voor zover dat in Nederland wordt gesproken. Persoonlijk vind ik bijvoorbeeld het Drents en het Twents veel vriendelijker klinken, en ook het Sallands heeft zo zijn eigen charme. Maar als je het lied 't Hogelaand van de Groningse dichter/zanger Ede Staal (1941- 1986) beluistert blijkt dat er achter die rauwe en weerbarstige klanken wel degelijk pure schoonheid schuil kan gaan. Juist uit dat kustgebied zijn bovendien veel van mijn verre Groningse voorzaten afkomstig en sinds ik dat weet hebben Ede's woorden een speciale betekenis voor me gekregen. Al die Hogelaandsters sprekende bloedverwanten werden tijdens hun leven immers omringd door het landschap waar hij zo liefdevol over zingt.

©Huub Drenth


 
May Khoen in Molenrij.


*2 Merm is een buurtschap iets ten zuiden van Elst.


woensdag 21 juli 2021

Nomadland

 


Forever sixtythree
Als May Khoen nog geleefd had zou ze vandaag 69 geworden zijn. Aangezien deze blog haar naam draagt lijkt het me zinvol en logisch om daar een ogenblik bij stil te staan. Niet alleen om haar te herdenken maar ook om te kunnen bepalen waar ik me ongeveer bevind in het proces van afscheid nemen en loslaten dat inmiddels al vijf jaar de krachtige onderstroom van mijn leven vormt.
Ik ervaar Khoen's geboortedag dit jaar anders dan de voorgaande jaren, merk ik. Waar dat precies aan ligt weet ik niet. Het zou kunnen dat de moordaanslag op misdaadverslaggever Peter R. de Vries, op 6 juli jl., ermee te maken heeft (hij overleed vorige week donderdag, morgen vindt zijn uitvaart plaats). Of met de verwoestende overstromingen die de afgelopen week delen van Duitsland en België, en ook Zuid-Limburg, getroffen hebben. Gelukkig vielen er in Limburg geen doden, al was ook in Valkenburg de waterschade groot. Ik lees momenteel de (autobiografische) roman Hartritme van Bart Chabot en daarin grijpt de beschrijving van het slopende ziekteproces van zijn vriend Martin Bril (1959-2009) me ook best wel hevig aan. Bovendien speelt het boek zich deels in de Zweedse provincie Skåne af, een gebied waar May Khoen en ik ook graag en regelmatig kwamen. En dan was er natuurlijk nog de corona-lockdown van het afgelopen jaar, een cesuur in de tijd noem ik die rigide periode alvast maar, mede natuurlijk omdat ik alleenstaand ben en geen kinderen heb die op mij letten.

 

UMCG, 3 mei 2016
Chloé Zhao

Wat is rouw? Na vijf jaar heb ik nog altijd geen duidelijk antwoord op die vraag. Het is heel anders dan ik dacht, verder dan die vaststelling ben ik eigenlijk nog steeds niet gekomen. Een paar weken geleden zag ik in de bioscoop de film Nomadland, van de Chinees-Amerikaanse regisseuse Chloé Zhao. Beter dan in deze film heb ik de essentie van rouw, zoals ík die beleef althans, nog niet weergegeven zien worden, terwijl er in de verhaallijn feitelijk geen enkele keer expliciet aan dat begrip wordt gerefereerd. Rouw is hard. Het is een eenzame tocht door een zeer grillig landschap. Tegelijkertijd is dat landschap volstrekt niet voortdurend kaal of leeg, of ontdaan van liefde en betekenisvolle ontmoetingen, laat staan dat de beleving van intense schoonheid er ontbreekt.

De afgelopen jaren zei ik vaak automatisch "Ik mis je, Khoen," als ik 's morgens opstond en naar haar 'staatsieportret' keek, maar een paar dagen geleden hoorde ik mezelf ineens zeggen: "Khoen, ik ben blij dat je er bent." Zomaar vanuit het niets. De paradox van haar leven en dood in twee zinnetjes samengevat.




©Huub Drenth


dinsdag 22 juni 2021

Bespiegelingen


 
Over nu
Vandaag exact vijf jaar geleden is May Khoen overleden. Door de lockdown was haar afwezigheid veel sterker voelbaar dan voorheen en miste ik haar soms zo erg dat mijn hele lijf er pijn van deed. Toch ben ik blij dat ze de pandemie niet meer mee heeft hoeven maken. Aangezien haar immuunsysteem, vanwege de niertransplantatie, kunstmatig werd onderdrukt had ze geen schijn van kans gehad als ze besmet was geraakt door het virus. En ook vaccinatie had in haar geval waarschijnlijk niet veel uitgemaakt. Ze zou in huis opgesloten hebben gezeten en ongetwijfeld met allerlei psychische klachten te kampen hebben gekregen, vanwege het sociale isolement en de stress. Ook voor mij, als mantelzorger en potentiële besmetter, zou het veel meer spanning opgeleverd hebben. En dan had Khoen ook nog eens moeten leven met het gegeven dat Covid-19 nooit helemaal gaat verdwijnen uit onze dagelijkse realiteit en voor haar dus altijd een gevaar zou hebben blijven vormen.



Inmiddels heb ik mijn beide vaccinatieprikken gehad. Met het Pfizer-vaccin om precies te zijn. Statistisch gezien ben ik dus goed beschermd. Ik ken wel enkele mensen die het afgelopen jaar corona hebben opgelopen maar in mijn directe omgeving is niemand eraan overleden of erdoor in het ziekenhuis beland. Ook mijn zus, die kampt met ernstig overgewicht, heeft het gelukkig overleefd. Zelf ben ik eigenlijk nooit bang geweest als ik in supermarkten en dergelijke rondliep, ook niet als de afstand kleiner was dan anderhalve meter of als ik omringd werd door studenten (die het vaak wat minder nauw namen met de corona-regels).

Knud Rasmussen

Wel maakte zich in maart, april en mei geleidelijk aan een soort vermoeidheid van me meester. Een groeiend gevoel van lusteloosheid. Lockdown-uitputting noemde ik het, veroorzaakt door een tekort aan fysieke prikkels en avontuur. En niet te vergeten: door een lente die veel te traag op gang kwam. Daardoor voelde ik nog maar weinig aandrang om posts voor mijn blog te schrijven, ook al had ik genoeg ideeën.

Wat niet wegneemt dat ik in die periode een aantal zeer interessante boeken heb gelezen, onder andere een recente biografie, geschreven door Stephen R. Bown, over de Deens-Groenlandse etnograaf Knud Rasmussen (1879 - 1933), leider en initiator van de legendarische vijfde Thule-expeditie en al heel lang een van mijn helden. We hebben het dan over een wetenschappelijke onderneming, uitgevoerd met hondensleeën, die tot doel had om de de Inuit-cultuur van Groenland tot Alaska in kaart te brengen en die duurde van 1921 tot 1924.

 

Het toeval wil dat zowel May Khoen als ik hevig geïnteresseerd was in de cultuur van de Inuit (Eskimo's), een volk waarover we in de loop der jaren veel kennis hadden vergaard, voornamelijk door middel van boeken en documentaires. Waarschijnlijk omdat we beiden gefascineerd waren door het feit dat ze in staat waren om in de meest barre omstandigheden te overleven en daarin misschien onszelf een beetje herkenden.

In zijn boek Across Arctic America, waarin hij uitgebreid verslag doet van die lange tocht, geeft Rasmussen een zeer boeiende inkijk in hun manier van leven, die op dat moment nog overwegend traditioneel van aard was.*1 Sindsdien is er nogal wat veranderd in hun wereld, helaas meestal niet ten goede, aanvankelijk vooral als het gevolg van politieke en technologische ontwikkelingen en vanaf de jaren zeventig tevens door klimaatverandering; ook de bewustwording daarvan kwam door onze fascinatie voor de Inuit dus al vroeg op gang.




 

My heritage

Aan het uitpluizen van mijn stamboom heb ik de afgelopen maanden eveneens veel tijd besteed, dit naar aanleiding van een DNA-test die ik begin maart van vrienden cadeau had gekregen. Zodoende ontdekte ik dat mijn tot dan toe verst traceerbare voorvader, Arnulf van Metz, een belangrijke Merovingische hofmeier (en voorvader van Karel de Grote), geboren werd omstreeks 580 n.Chr., dus amper honderd jaar na de val van het West-Romeinse Rijk.*2

Uit mijn DNA-test kwam naar voren dat ik een typische Noordwest-Europeaan ben (haplogroep R1b: 93 procent), met meer dan 5000 (!) matches in alle landen rondom de Noordzee, plus de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Ook bleek ik voor 5 procent 'Scandinavische' genen (haplogroep I1) te bezitten, dus mogelijk is Knud Rasmussen een verre achterneef van mij want hoogstwaarschijnlijk betreft het hier de genetische nalatenschap van Deense Vikingen. De overige 2 procent van mijn DNA behoort tot de haplogroep R1a, waardoor ik niet alleen over de West-Europese (haplogroep R1b) maar ook over de Oost-Europese en Aziatische genen beschik die een link vormen naar de Yamnaya-cultuur, oftewel de Proto-Indo-Europese herdersvolken die zo'n 5000 jaar geleden op de uitgestrekte Pontisch-Kaspische steppe leefden en daar de zogeheten 'kurgans' achterlieten. Zij trokken met door paarden getrokken wagens naar het westen en hun nakomelingen, en verre voorouders van de meeste huidige Europeanen, werden de opvolgers van de neolithische landbouwers die toentertijd in onze streken gevestigd waren (waartoe, onder andere, ook de hunebedbouwers behoorden).*3

Inmiddels is de lockdown van regeringswege grotendeels opgeheven en heb ik alweer een paar keer in de bioscoop, de trein en op een terras gezeten. Hetgeen op zich zeer positieve vooruitzichten biedt. Dus hoop ik maar dat het me de resterende zomermaanden zal lukken om genoeg energie te vergaren om de komende winter door te komen. Want hoe je het ook wendt of keert: vandaag is het al een paar seconden minder lang licht dan gisteren en die tendens zet voorlopig nog wel even door.


©Huub Drenth

  




De foto's van May Khoen zijn door mij gemaakt in Stockholm, op de Logårdstrappan in juni 1978, en in een pension bij de haven van Ermoupolis, op het Griekse eiland Syros, in juli 1979. Het (door mij bewerkte) Deense filmpje over Knud Rasmussen diende om de aandacht te vestigen op het van start gaan van de vijfde Thule-expeditie in de zomer van 1921, dit jaar exact honderd jaar geleden.

 

*1 Een volledige versie van Across Arctic America is te vinden op internet.

*2 Later zag ik op Wikipedia dat die lijn, vanaf Arnulf van Metz, nog veel verder door te trekken valt. Nog zo'n tweehonderd jaar zelfs en dan zijn we inmiddels in de laatste eeuw van de Gallo-Romeinse periode aanbeland, gerekend vanaf nu bijna vijftig generaties geleden. De informatie over deze personen is daardoor natuurlijk nogal incompleet en ook is de mate van betrouwbaarheid over die lijnen veel kleiner; wel geeft het een goed beeld van de veranderende geopolitieke verhoudingen in dat tijdsgewricht.
*3 In dit verband is het misschien interessant om te kijken naar wat David Reich, auteur van het boek Who We Are and How We Got Here, hierover weet te melden (in een interview met Dwarkesh Patel):

 

 

Nadere verdieping in dit onderwerp riep bij mij de vraag op of voorouders van meer dan tien generaties terug (210, enz.) nog als 'bloedverwanten' beschouwd kunnen worden, gezien het feit dat hun aandeel in ons DNA dan inmiddels al minder dan een promille centiMorgan (cM) bedraagt. Bij twintig generaties (ongeveer 700 jaar) terug is dat getal al kleiner dan een miljoenste en dan is zelfs de term 'homeopathische verdunning' eigenlijk al niet meer van toepassing. Een andere conclusie zou uiteraard kunnen zijn dat zo'n beetje iedereen in Europa (en sowieso ieder mens op de wereld) bloedverwant van elkaar is, dan is dat probleem voorgoed opgelost.

Belangrijke aanvulling. Autosomale DNA-tests danken hun populariteit in belangrijke mate aan de schatting van de 'etniciteit' of admixture, je genetische mix. Ze zouden de oorsprong van je voorouders laten zien. Het resultaat wordt gepresenteerd als een lijstje met landen of regio's, met percentages voor deze gebieden, met een bijbehorende wereldkaart. De praktijk laat zien dat de aanbieders van de tests deze belofte niet waar kunnen maken. Op dit moment gaat de betrouwbaarheid nog niet verder dan het continentale niveau. Je kunt dan dus bijvoorbeeld zien of je wortels hebt in Europa, Afrika of Azië. Maar binnen elk continent heb je rekening te houden met ingewikkelde migratiegeschiedenissen, zowel van groepen als van individuen. Ga voor meer uitleg hierover naar de site van het CBG/Centrum voor familiegeschiedenis. 

 

maandag 21 juni 2021

Midzomer

 




Kentering

Vandaag is het zomerzonnewende. Met andere woorden: het is de langste dag van het jaar. De tijd tussen zonsopkomst en zonsondergang duurt maar liefst 16 uur en 48 minuten, plus nog wat seconden. Op onze geografische breedte, wel te verstaan, want noordelijker van ons duurt de dag zelfs zo lang dat er van nacht eigenlijk geen sprake meer is. Ik kan me nog goed herinneren dat, toen Khoen en ik in de zomer van 1978 om drie uur 's nachts met de boot vanuit Narvik in het Noorse Bodø arriveerden, we her en der kinderen zagen spelen in de verder lege straten. Hetgeen minder raar was dan het leek want de zon scheen nog steeds. De middernachtzon, zo heet dat verschijnsel en het duurt best wel een poos voordat je innerlijke klok eraan gewend is als je daar niet geboren bent.

Het begrip tijd heeft in het hoge Noorden een totaal andere betekenis dan bij ons het geval is, midzomer wordt dan ook overal in die streken zeer uitbundig gevierd. Want na de langste dag gaat het leven, in vrij snel tempo, weer richting winter en half september valt in de kustgebieden boven de Poolcirkel al de eerste sneeuw. 's Nachts komt de temperatuur dan inmiddels onder het vriespunt. In december begint vervolgens de lange winternacht en die periode duurt ongeveer twee maanden. Verder naar het noorden toe zelfs nog veel langer. De zon laat zich dan (vrijwel) niet meer zien. In de zomer gaat alles heel erg snel en in de winter heel erg traag, zowel in de natuur als in de samenleving, daar komt het simpelweg op neer. Midzomer en midwinter (Jul/kerstmis) vormen dan ook de belangrijke feestdagen van het jaar die met de hele familie worden gevierd.

 




Uit balans

Het idee dat vanaf nu de dagen alweer korter worden roept behoorlijk veel tegenstrijdige gevoelens bij me op, moet ik eerlijk bekennen. Want er kleeft iets zeer onrechtvaardigs aan de huidige gang van zaken. Enerzijds was er vanaf vorig jaar herfst (tot heel recent) de lange lockdown, waardoor mijn sociale leven zo'n beetje compleet stil kwam te liggen, en anderzijds duurde de winter ook nog eens veel langer dan gewoonlijk, vanwege het koude en natte voorjaar. De lente is nog maar amper begonnen en nu gaan we, volgens de astronomische kalender althans, alweer richting winter. Terwijl ik mentaal en fysiek nog lang niet hersteld ben van alle corona-vermoeienissen van de afgelopen vijftien maanden. Dus hoop ik maar dat de zomer deze keer wat langer duurt dan anders. Tot ver in oktober, wat mij betreft.


©Huub Drenth

 

 


De schilderijen zijn van Anders Zorn, een bekende Zweedse impressionistische schilder. Hij leefde van 1860 tot 1920. De titels zijn respectievelijk Middernacht (1891) en Midzomerdans (1897). De foto is in de jaren twintig van de vorige eeuw gemaakt op IJsland.



zondag 23 mei 2021

Voilà - Barbara Pravi

 

 


Écoutez moi
Moi la chanteuse à demi
Parlez de moi
À vos amours, à vos amis
Parlez-leur de cette fille aux yeux noirs
Et de son rêve fou
Moi c'que j'veux c'est écrire des histoires
Qui arrivent jusqu'à vous
C'est tout

Voilà, voilà, voilà, voilà qui je suis
Me voilà même si mise à nue j'ai peur, oui
Me voilà dans le bruit et dans le silence

Regardez moi
Ou du moins ce qu'il en reste
Regardez moi
Avant que je me déteste
Quoi vous dire, que les lèvres d'une autre
Ne vous diront pas
C'est peu de chose mais moi tout ce que j'ai
Je le dépose là, voilà

Voilà, voilà, voilà, voilà qui je suis
Me voilà même si mise à nue c'est fini
C'est ma gueule c'est mon cri, me voilà tant pis
Voilà, voilà, voilà
Voilà juste ici
Moi mon rêve, mon envie
Comme j'en crève comme j'en ris
Me voilà dans le bruit
Et dans le silence

Ne partez pas
J'vous en supplie, restez longtemps
Ça m'sauvera p't'être pas, non
Mais faire sans vous j'sais pas comment
Aimez-moi comme on aime un ami
Qui s'en va pour toujours
J'veux qu'on m'aime parce que moi je sais pas
Bien aimer mes contours

Voilà, voilà, voilà, voilà qui je suis
Me voilà même si mise à nue c'est fini
Me voilà dans le bruit et dans la fureur aussi
Regardez moi enfin et mes yeux et mes mains
Tout c'que j'ai est ici, c'est ma gueule c'est mon cri
Me voilà, me voilà, me voilà
Voilà, voilà
Voilà, voilà

Voilà!


Douze points

Over smaak valt niet te twisten, over kwaliteit echter wel. Barbara Pravi - ik refereerde al aan haar in mijn vorige post - stak gisteren tijdens de finale van het songfestival in Rotterdam met kop en schouders boven de rest van het deelnemersveld uit maar werd slechts tweede. Eerste werd Måneskin, een rockband uit Italië. Aardige jonge gasten, daar niet van, maar over een paar jaar is iedereen die band allang weer vergeten terwijl de hele wereld zich het optreden van Barbara Pravi nog herinnert. Dat noemen we voor het gemak dan alvast maar gerechtigheid.

©Huub Drenth

 

zaterdag 22 mei 2021

Amar pelos dois

 


 

Se um dia alguém, perguntar por mim
Diz que vivi para te amar
Antes de ti, só existi
Cansado e sem nada para dar

Meu bem, ouve as minhas preces
Peço que regresses, que me voltes a querer
Eu sei, que não se ama sozinho
Talvez devagarinho, possas voltar a aprender

Meu bem, ouve as minhas preces
Peço que regresses, que me voltes a querer
Eu sei, que não se ama sozinho
Talvez devagarinho, possas voltar a aprender

Se o teu coração não quiser ceder
Não ter paixão, não quiser sofrer
Sem fazer planos do que virá depois
O meu coração, pode amar pelos dois

 

Muito obrigado, Luísinha!

Vanavond is de finale van het Eurovisie Songfestival in het Rotterdamse Ahoy. Ik ga kijken, voor het eerst van m'n leven van het begin tot het eind. Ik sluit niet uit dat het door de coronacrisis komt dat ik thans deze ommezwaai ga maken. Al die mensen in de zaal en al het vuurwerk op het podium - zowel echt als digitaal - wat mij betreft heeft het best wel iets pervers. In de echte wereld is alles immers nog steeds min of meer tegenovergesteld.

Ik hoop dat deze keer Frankrijk gaat winnen want dat land komt met een echt chanson, gezongen door een frêle zangeres die Barbara Pravi heet (zie mijn post van morgen). Meestal wint lawaai het van kwaliteit maar heel soms is er ook ruimte voor echte ontroering, zoals uit de Portugese bijdrage van Salvador Sobral uit 2017 blijkt. Fluisterend en friemelend pakte hij de eerste plaats, volledig wars van glitters en allures. En hij was niet te beroerd om de glans van de overwinning met zijn zus Luísa te delen. Want die was een paar keer voor hem ingevallen tijdens de repetities, aangezien hij last van hartklachten kreeg. En bovendien had zij ook nog eens de tekst van het lied Amar pelos dois geschreven. Wat de liefde tussen een broer en een zus al niet vermag!

©Huub Drenth

      

maandag 26 april 2021

You should know by now

 


 

Condolence

I swear, you've seen me
You've seen me here before
And so don't tell it, don't tell it otherwise
This voice, this particular voice
Yes you've heard it before, before
And so don't you dare tell it, don't you dare tell it otherwise

No wonder, why the road seems so long
'Cause I had done it all before
And I won

You felt this feeling, tell me don't be ashamed
You felt it before, before
And so don't tell me
Don't tell me otherwise

I almost forgot, foolish me, I almost forgot
Where I am from we see the rain before the rain even starts to rain

 


Before I was born there was a storm
Before that storm there was fire
Burning everywhere
And everything became nothing again
And then out of nothing
Out of absolutely nothing I Benjamin, I was born
So that when I become someone one day
I will always remember that I came from nothing

No wonder, why you've been buggering me
This walk, it's a previous journey
And no wonder why the road seems so long
'Cause I had done it all before
And I won

Am sending my condolence
Am sending my condolence to fear
Am sending my condolence
Am sending my condolence to insecurities
You should know by now
You should know by now
That I just don't care
For what you might say
Might bring someone downhill
Am sending my condolence
To fear...


Performing artist: Benjamin Clementine
Songwriters: Alexis Bossard / Benjamin Clementine / Emmanuel Sauvage

 

zondag 25 april 2021

Don't ask me, ask yourself


 


 

Ik ontdekte deze clip van het nummer Ask yourself van Plastikman ongeveer tien jaar geleden en ik vind hem nog steeds geniaal. Hij past perfect bij deze tijd, aangezien er maar geen einde lijkt te komen aan de coronacrisis. We leven in een periode waarin iedereen steeds meer op zichzelf teruggeworpen raakt en gedwongen wordt de blik naar binnen te richten, waardoor er aan een confrontatie met angsten en demonen vaak niet meer te ontkomen valt. De een is daar beter tegen bestand dan de ander, hetgeen grote consequenties heeft voor de geestelijke gezondheidszorg. De druk op psychotherapeuten en psychiaters neemt met de dag toe, melden de landelijke media. Inmiddels staat het water hen tot aan de lippen en kunnen velen van hen niet meer functioneren zonder antidepressiva te slikken. Ook schijnen ze veel vaker naar de fles te grijpen dan vroeger het geval was, hetgeen vanzelfsprekend evenmin een positief effect heeft op de volksgezondheid.

©Huub Drenth



Richie Hawtin (1970) is een Brits/Canadese producer van elektronische muziek en tevens een internationaal dj. Hij was een van de personen die, begin jaren negentig, een belangrijke stempel drukte op de tweede wave van Detroit-techno en staat sindsdien, onder het pseudoniem Plastikman, vooral bekend om zijn minimalistisch werk.

  

zondag 28 maart 2021

Rob de Nijs ~ Niet voor het laatst




 

Gisteren

Rob de Nijs (78) heb ik zestig jaar geleden zien komen en nu zie ik hem gaan. Hij lijdt aan de ziekte van Parkinson. Gisteren was hij de hoofdgast in het tv-programma Matthijs gaat door waarin hij een Edison voor zijn laatste album in ontvangst mocht nemen. Hij zong zelf niet maar wel namen deze beelden van zijn optreden op 13 maart 2020, in het programma DWDD, een prominente plek in het geheel in.

 


Het lied gaat over rouw. Over weer terug willen naar 'toen', terwijl je weet dat dat niet kan. Het roept heel veel herinneringen bij me op, temeer omdat het nu lente is. Ik loop geregeld langs de singels en zie dan al die grasvelden met sneeuwklokjes, krokussen en narcissen. Precies zoals het vijf jaar geleden was toen Khoen aan de laatste etappe van haar leven begon en wij daar soms nog samen liepen. En elk jaar is het weer alsof dat gisteren was. Het is een gevoel dat eerder sterker wordt dan minder. Net zoals de pijn van het gemis.

De foto hieronder hangt, groot ingelijst, bij mij in de kamer. Hij is gemaakt toen Khoen een jaar of zes was. Heel parmantig poseert ze voor de camera. De trots en levensvreugde stralen ervan af. Met op haar gezicht een lach die ze nooit zou verliezen. Zelfs niet op het laatst.

©Huub Drenth

 


zaterdag 20 maart 2021

Met Eefje in het paradijs





Après nous...
Een paar dagen geleden waren er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Mijn partij, de Partij voor de Dieren, heeft dik gewonnen. Maar liefst twintig procent meer stemmen dan de vorige keer. Dus hebben we nu zes zetels in plaats van vijf. Nog steeds niet hemeltergend veel maar het resultaat is in ieder geval wel een stuk beter dan wat Groen Links heeft gepresteerd, want die partij werd zo'n beetje gehalveerd.
De mens heeft zichzelf de status van god aangemeten en schaart zichzelf niet meer onder de dieren. Dat al het leven met elkaar verbonden is, en bijgevolg onderling afhankelijk, vormt allang geen dogma meer. En ook niet dat andere levensvormen een bepaalde mate van respect verdienen. Dus sluiten we op, zagen we om, spuiten we vol, schieten we dood en roeien we uit alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. En dat heb ik het nog niet eens over alle troep waarmee we de bodem, de lucht en de rivieren en zeeën vergiftigen.

Inmiddels heeft ons onverantwoordelijke gedrag zelfs een heuse klimaatverandering veroorzaakt. Dat er ook nog zoiets als een habitat voor Homo sapiens bestaat - en dat die habitat gerelateerd is aan die van de planten en de dieren - zijn we kennelijk vergeten. Het menselijk bestaan is een eindeloos festijn van vreten en vertier, dat schijnt tegenwoordig zo'n beetje het adagium te zijn, in ieder geval in onze streken. Het schip vaart recht op de ijsberg af maar in de politiek, zowel op landelijk als op internationaal niveau, hebben ze nog altijd hoofdzakelijk oog voor de wensen van al die decadente potverteerders.

 


Ik zit ook op dat schip, evenals de rest van de mensheid. En afgezien van ons bevinden ook de complete flora en fauna van de wereld zich aan boord. Het lijkt een beetje op de ark van Noach, maar dan omgekeerd want we zitten op een ramkoers, net zoals de Titanic een eeuw geleden. Ik zie weliswaar heel scherp wat er allemaal gebeurt maar koester niet de illusie dat de clash alsnog afgewend kan worden. Daarvoor ligt, naar mijn idee, de reproductiefactor van de wereldbevolking te hoog, met name van het behoeftige deel. Al die mensen willen eten, drinken en een dak boven het hoofd, plus goede scholing voor hun kinderen en in de toekomst een mooie auto, wat al met al volkomen logisch is. Bovendien is er nauwelijks sprake van een bindend beleid op mondiaal niveau. Dus gaat de kaalslag voorlopig onverminderd door, net zoals het stijgen van de zeespiegel.

Maar ik ga hier niet de onheilsprofeet uithangen, ook al ben ik niet bepaald optimistisch gestemd wat de toekomst betreft. In plaats daarvan stel ik voor dat we de schoonheid blijven vieren zolang het kan, bijvoorbeeld door ons te laven aan de zoete klanken van Eefje de Visser en haar band. Want ook het paradijs bestaat nog steeds, al moet je het soms wel erg ver zoeken. En vergeet niet: terwijl de Titanic ten onder ging speelde het orkest gewoon door. Dat wordt beweerd tenminste...

©Huub Drenth



Illustraties: Frans Masereel, Paul Gauguin


dinsdag 23 februari 2021

May Khoen's voorouders ~ deel 14


  

 
Het toppen van het suikerriet voor nieuwe stekken.

Inmiddels ben ik aangekomen bij de laatste periode van May Khoen's overgrootvader Ko Djie Soei's werkzame leven. Gedurende de eerste helft van de jaren negentig van de negentiende eeuw stond hij voornamelijk bekend als eigenaar van de toko Ko Djie Soei en Co. te Magelang, hoewel niet uitgesloten kan worden dat hij zich ook met andere zakelijke activiteiten bezighield. In de tweede helft van dat decennium verlegde hij zijn werkterrein naar Semarang, waar hij zijn geld verdiende als gevolmachtigde van de opiumpachter, zijnde Oei Tiong Ham, en tevens zelf figureerde als pachter en als borg in het toenmalige belastingstelsel, steeds in nauwe samenwerking met diezelfde Oei Tiong Ham. De periode die daarop volgt zou de 'episode van de aandelen, de commissariaten en de bestuursfuncties' genoemd kunnen worden. En ook dan opereert hij nog steeds in het kielzog van Oei Tiong Ham die, na zijn dood in 1924, 'de man van 200 miljoen' genoemd zou gaan worden.

 

Naamloze Vennootschappen

Op 3 maart 1902 wordt onderstaand bericht gepubliceerd in het Soerabaiasch Handelsblad. Gemeld wordt dat de 'Maatschappij tot exploitatie der suikerfabriek Tangoel Angin' is opgericht. Het aandelenkapitaal bedraagt f. 600.00 (omgerekend naar nu is dat zo'n € 8.000.000). Eigenaar van de fabriek te Sidhoardjo, sinds 1896, is Oei Tiong Ham die ook nog vier andere suikerfabrieken bezit. May Khoen's overgrootvader Ko Djie Soei is een van de aandeelhouders en tevens is hij een van de twee commissarissen van de naamloze vennootschap. Mr. C. W. Baron van Heeckeren, al jaren de belangrijkste advocaat van Oei Tiong Ham (en tevens landsadvocaat), treedt op als directeur.

 

 

 

In respectievelijk 1902 en 1904 wordt Ko Djie Soei eveneens tot commissaris van de suikerfabriek Redjo Agoeng in Madioen en de suikerfabriek Pakkies te Pati benoemd, beide ook met een aandelenkapitaal van f. 600.000. Het zijn feiten waaruit blijkt dat Oei Tiong Ham, na het wegvallen van de inkomsten uit de belastingpachten, een andere zakelijke koers is gaan varen en zijn ondernemingen begint onder te brengen in naamloze vennootschappen. In 1906 richt hij de Bankvereeniging Oei Tiong Ham en de Bouw Maatschappij Oei Tiong Ham (de latere Bouw Maatschappij Randoesari) op en ook dan blijkt Ko Djie Soei nog steeds een belangrijke positie in Oei Tiong Hams snel expanderende imperium in te nemen want in beide gevallen wordt hij tot directeur benoemd (klik op de afbeelding). Ongetwijfeld is hij ook nu weer een van de aandeelhouders.

 


In 1908 worden ook Oei Tiong Hams suikerfabrieken Ponen en Krebet, beide gelegen in Oost-Java, naamloze vennootschappen. Volgens een bericht in De Indische Mercuur van 24 maart 1908 hebben beide vennootschappen "ten doel de overname en verdere exploitatie van de suikerfabriek, en om de daarvoor noodige gronden over te nemen, te huren, te beplanten, in eigendom of erfpacht te verkrijgen, de producten te verkoopen en alles te verrichten wat daarmede in verband staat." Het kapitaal van de vennootschappen bedraagt respectievelijk f. 600.000 en f. 1.000.000, steeds in aandelen van f. 50.000. Directeur der beide ondernemingen: Mr. C.W. Baron van Heeckeren. Commissarissen voor beide fabrieken: Oei Tiong Ham en Ko Dji Soei.


Entree van de Suikerfabriek Krebet te Malang.

Randoesari en Pakoenden

Van de vertrouwensband die er tussen Oei Tiong Ham en Ko Djie Soei bestaat getuigt ook het feit dat hij in de Regeringsalmanak voor Nederlandsch-Indië gedurende de jaren 1902 - 1915 steevast als administrateur/huurder van de landerijen Randoesari en Pakoenden vermeld staat. De gebieden worden dan nog gebruikt voor de teelt van gewassen, met als belangrijkste producten padi en klappers, en zijn gelegen aan de zuidrand van de bebouwing van het toenmalige Semarang. De landerijen beslaan samen circa 225 hectare en Oei Tiong Ham is de eigenaar. Er wonen in 1910 zo'n 1350 mensen in de verschillende kampongs en de verpondingswaarde is ongeveer f. 300.000.

Al sinds 1907 ontwikkelt de gemeente Semarang plannen om haar stedelijke bebouwing in zuidelijke richting uit te breiden, en ook om de daar gelegen kampongs van riolering te voorzien, maar zoals onderstaande kaart uit 1914 laat zien stuit ze daar dan al snel op de macht van landheren als Be Kwat King (Peterongan) en Oei Tiong Ham (Pakoenden en Randoesari) die deze plannen zo lang mogelijk proberen tegen te houden teneinde grote financiële verliezen te vermijden (alle grijze gebieden rondom de stad Semarang zijn particuliere landerijen, de paarse zijn in het bezit van de gemeente). Peterongan wordt door Be Kwat King, een zoon van Majoor Be Biauw Tjoan, aan de gemeente verkocht maar Oei Tiong Ham weigert dat. Die weerbarstige houding houdt tot 1920 stand, dan wordt Pakoenden, door veranderde wetgeving, onteigend ten behoeve van woningbouw*1. Dit is wat Pauline van Roosmalen erover schrijft in haar dissertatie Ontwerpen aan de stad. Stedenbouw in Nederlands-Indië en Indonesië (1905-1950)*2:

De vrees van Oei en Be voor onteigening van hun grond was reëel. Het autocratisch bewind dat evenals elders ook op hun landerijen heerste – bewoners van de gronden van Oei bijvoorbeeld betaalden huur en waren daarnaast gedwongen zijn akkers te bewerken en zijn erf schoon te houden – en de vaak uitermate slechte woningen waren namelijk in toenemende mate onderwerp van kritiek. De gemeenteraad van Semarang en met name raadslid D.J.A. Westerveld, die in 1910 en in 1912 uitgebreid onderzoek had gedaan naar de gezondheid en woningen van de inheemse bevolking in Semarang, huldigden wat dat betreft een duidelijk standpunt: verbetering van de woonomstandigheden van de inheemse bevolking op particuliere landen vereiste een consequent gemeentelijke grondbeleid. Onteigening van particuliere grond was daartoe één van de middelen.



 

Colonial Exhibition

In 1914 vindt de internationale Koloniale Tentoonstelling in de stad Semarang plaats en voor dit evenement stelt Oei Tiong Ham een deel van zijn particuliere land Randoesari ter beschikking. Speciaal voor de tentoonstelling worden door de gemeente tal van kostbare infrastructurele maatregelen getroffen maar het zit de organisatie bepaald niet mee want vlak voor de officiële opening breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Een aantal landen ziet op de valreep nog van deelname af en er komen veel minder bezoekers dan op voorhand verwacht mocht worden. De organisatoren van het evenement krijgen uiteindelijk dan ook te maken met een groot financieel deficit. Aangezien May Khoen's overgrootvader Ko Djie Soei in die tijd nog steeds de functie van administrateur van Randoesari vervult - en daar waarschijnlijk ook een landhuis bewoonde - mag men zonder meer aannemen dat hij, bij de totstandkoming van dit internationale gebeuren, een prominente rol heeft gespeeld. Ook ligt het zeer voor de hand dat hij en zijn gezinsleden de tentoonstelling toen bezocht hebben.
 



Gang Besen

Het beeld van het laatste decennium van Ko Djie Soei's leven is enigszins vaag. Ondanks het feit dat hij tot en met 1915 genoemd wordt als administrateur van de landerijen Randoesari en Pakoenden lijkt de band met Oei Tiong Ham toch iets minder sterk te zijn dan voorheen het geval was. Hetgeen ongetwijfeld ook te maken heeft met het feit dat Oei Tiong Ham steeds vaker hoogopgeleide personen (veelal Europeanen) op leidinggevende posities binnen zijn snel-groeiende zakenimperium aanstelt. En ook omdat zijn zonen zitting beginnen te nemen in de top van de onderneming. Het oude systeem van kongsi's wordt rond 1910 voorgoed verlaten en vertrouwelingen als Ko Djie Soei verdwijnen in een dergelijke 'moderne' constellatie, waar inmiddels ook een internationale scheepvaartmaatschappij deel van uitmaakt, langzaam naar de achtergrond. Zelfs van Oei Tiong Bhing, Oei Tiong Hams broer, hoor je dan vrijwel niets meer.

Of Ko Djie Soei dit een betreurenswaardige zaak heeft gevonden is maar zeer de vraag, hij is inmiddels begin vijftig en in de tropen wordt dat in die tijd al min of meer als 'bejaard' beschouwd. En ongetwijfeld heeft hij ook meer dan genoeg kapitaal vergaard om rustig te kunnen gaan rentenieren. Dus komen we in de koloniale media zijn naam steeds minder vaak tegen. Hetgeen niet wegneemt dat hij nog wel eens een lucratief commissariaat accepteert en tevens vanuit zijn kantoor in Gang Besen vastgoed (zowel woonhuizen als kantoorpanden) beheert. Maar na 1915 wordt het toch tamelijk stil rond hem. Op 10 april 1922 overlijdt hij, een paar dagen voor zijn 63e verjaardag.

 


 

  

©Huub Drenth

 

*1 Deze gespannen situatie leidt in 1919 ook tot de rechtszaken die het begrafenisfonds Kian Goan/Kian Gwan en de gemeente Semarang tegen elkaar aanspannen inzake de vaarrechten op de Kali Garang, voor zover deze rivier door het landgoed Simongan loopt (zie kaart boven). Dit grondgebied, gelegen ten zuidwesten van Pakoenden en Randoesari, is eveneens eigendom van Oei Tiong Ham. Vertegenwoordiger van het begrafenisfonds (in feite dus van Oei Tiong Ham) in deze rechtszaken is Oey Tjien To, May Khoen's overgrootvader van moeders zijde. Zie voor de details van deze juridische kwestie mijn post van 11 maart 2020.

(De landerij Karangtempel (18 ha.) op bovenstaand kaartje was in 1919 eigendom van Oey Tjien To. Evenals het land Krapijak of Kalipantjoer (402 ha.) dat in het noordwesten tegen Simongan aan lag. In 1920 richt Oey Tjien To de N.V. Cultuur Handel en Bouw-Maatschappij Kembangan op en brengt ook deze gebieden daarin onder. Tegenwoordig zijn het wijken in de gemeente Semarang.)

*2 P.K.M. van Roosmalen; Ontwerpen aan de stad. Stedenbouw in Nederlands-Indië en Indonesië (1905-1950), Delft 2008 (pag. 42-47). Zie: https://www.researchgate.net/publication/282817401_Ontwerpen_aan_de_stad_Stedenbouw_in_Nederlands-Indie_en_Indonesie_1905-1950

PS Op 23 januari 2022 vernam ik van Peter Post, verbonden aan het NIOD, die i.v.m. zijn studie naar het Oei Tiong Ham Concern ook onderzoek naar deze kwestie heeft gedaan, dat de informatie die Van Roosmalen over de particuliere landen Pakoenden en Peterongan geeft onjuist is. Van Peterongan wordt in 1920 slechts een kleine strook aan de gemeente overgedaan, de rest wordt in 1929 verkocht aan de Javasche Bank. De onteigening van Pakoenden ging in z'n geheel niet door, dit vanwege het feit dat de gemeente Semarang niet over de benodigde financiële middelen beschikte.


Semarang, Gang Besen (l) en Gang Pinggir.