zondag 16 juli 2023

Nere på djupet




Jag ville mötas nånstans nere på djupet
Jag har varit där förut och jag är inte rädd
Dina ögon ändrar färg i ljuset
Men dom kan titta nu, jag är beredd


Melissa Horn (Stockholm, 1987) is een Zweedse zangeres die voornamelijk in haar eigen taal zingt. Haar songteksten schrijft ze zelf - meestal gaan ze over worstelingen op het vlak van de liefde - en haar melodramatische intonatie doet een beetje aan die van Greta Thunberg denken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik haar pas gisteren ontdekte, en dat terwijl ze in 2008 al haar eerste album, Långa Nätter, uitbracht. In een nostalgische bui was ik op zoek naar iets wat ik het 'typische Zweedse gevoel' noem en dat vond ik dus bij haar. Ik kan niet uitleggen wat dat gevoel precies is maar als je goed naar de klanken van haar song Lät du henne komma närmre luistert, en naar de beelden kijkt, kom je een paar belangrijke ingrediënten ervan tegen. Dat geldt althans voor mij.


©Huub Drenth

 


Melissa Horn
 
 

zaterdag 15 juli 2023

Wind over ijs en water




Terug

Vannacht reed ik met je naar wat je zei,
je zat voorop en riep wat je bedoelde.
Wij stopten bij de horizon, daar bloeiden
achter de lage dijk de sterrenvelden.

Toen kwamen kleine dieren uit de greppel
de steil opsprongen tussen jou en mij,
die aten van ons goed en met hun hoeven
verschrikkelijk tegen onze levens sloegen.

Wij veegden elkaar schoon en liepen verder:
kronen zouden wij vlechten; maar er kwam
wind over ijs en water aan geblazen
die ons naar huis en naar gebrek meenam.


Eva Gerlach


Zie ook mijn post van 15 juli 2019.     

maandag 3 juli 2023

Indiëgangers in mijn eigen gelederen 1

Eergisteren was het 'Keti Koti' ('de ketenen verbroken'), de dag waarop in het Koninkrijk der Nederlanden en de voormalige kolonie Suriname de afschaffing van de slavernij, zowel plechtig als feestelijk, wordt herdacht. Die vrijmaking vond plaats op 1 juli 1863, dus exact 150 jaar geleden. De koning hield een toespraak bij het Nationale Slavernijmonument in Amsterdam, waarbij hij, namens de regering, excuses aanbood voor dat verleden. Bovendien vroeg hij om vergiffenis aan de nazaten van de tot slaaf gemaakten, waardoor de herdenking onmiddellijk een historische gebeurtenis werd.

Ook ik voelde me zeer door zijn woorden geraakt, ik was het er zogezegd wel mee eens, en dat terwijl historicus Maarten van Rossem gisteren op tv beweerde dat je nooit je excuses hoeft aan te bieden voor iets waar je op geen enkele wijze zelf bij betrokken bent geweest. Voor dat standpunt valt natuurlijk evengoed iets te zeggen en daarom bied ik, voor alles wat ik beschrijf in deze post, aan niemand vandaag dan ook mijn verontschuldigingen aan. HD

 

Het vlaggenschip Gouden Leeuw op het IJ voor Amsterdam.*1
 

Bloedverwanten

Tijdens mijn onderzoekingen naar de geschiedenis van May Khoen's voorouders in Nederlands-Indië begon ik me steeds vaker af te vragen of ikzelf ook verre bloedverwanten had die daar gedurende de koloniale tijd aanwezig waren geweest. De afgelopen maanden heb ik daar wat speurwerk naar verricht, gewoon uit nieuwsgierigheid, dus zonder bepaalde verwachtingen vooraf, al had ik wel een soort voorgevoel dat het er waarschijnlijk niet heel veel zouden zijn. En dat bleek te kloppen want ik stuitte slechts op één directe voorvader en op vier broers van directe voorouders, hele verre oudooms dus, en wel in de periode van 1750 tot 1900. Opmerkelijk genoeg maakten die allemaal deel uit van de lijn van mijn moeder, ik vond er geen enkele in de afstammingslijn(en) van mijn vader.

Van een van die avonturiers, Elias Wijnbergen geheten, kreeg ik het vermoeden dat hij zich daar op zeker moment misschien gevestigd had, maar of hij zich ook met de plaatselijke bevolking had vermengd - waardoor ik eventueel een hele verre bloedverwant van May Khoen zou kunnen zijn - is tot op heden uit DNA-matches niet gebleken. Ik moet hier nog aan toe voegen dat ik later, bij toeval, nog een aantal voorouderlijke personen ontdekte die in Oost-Indië waren geweest, zelfs al in de 17e eeuw en wederom in de lijn van mijn moeder; op hun achtergronden en lotgevallen zal ik in een volgende post wat dieper ingaan.


Gezicht op Hoorn, Anthonie Andriessen 1772.

 


Elias Jurriaans Wijnbergen, in dienst van de VOC-Kamer Hoorn.

 

Gezicht op de rivier de Solo bij Toeban.*1

3. Arij Antonius Welsman (1818 - 1859)

Mijn opa, Johannes Cornelis (Jan) Welsman (1892-1973), had precies dezelfde voornamen als zijn uit Brabant afkomstige grootvader. Die eerste Johannes Cornelis werd in 1824 geboren in Breda en stierf in 1894 te Kampen. Daar was hij in 1856 getrouwd met Gerritdina Josephine van Cutsem, de dochter van een uit Brussel afkomstige militair. Zowel de Welsmannen als de Van Cutsems waren gedurende de achttiende eeuw soldaten en onderofficieren in het Staatse leger geweest maar door de invoering van de dienstplicht, ten tijde van Napoleon, was er aan die traditie een einde gekomen. Bij toeval ontdekte ik dat Johannes Cornelis' oudste broer, Arij (Ary) Antonius Welsman, in 1818 geboren te Breda, wel in de voetsporen van zijn voorvaders was getreden aangezien hij als soldaat in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) had gediend. Hoe lang en waar precies was echter onbekend, het enige wat ik over zijn aanwezigheid in Nederlands-Indië wist was dat hij op 28 augustus 1859 in Indramajoe op Java zijn laatste adem uitgeblazen had.*2

Onderzoek in de digitale bestanden van het Nationale Archief (ik vond hem daar onder de naam Welsmans) leverde meer informatie over zijn verblijf in Nederlands-Indië op. Ik ontdekte dat hij op 16 november 1857, een dag na zijn 39e verjaardag, met het zeilschip Tollens vanuit Hellevoetsluis naar Java vertrokken was. Ook bleek dat hij nog niet eerder in de tropen was geweest. Hij had een contract getekend voor zes jaar, maar amper anderhalf jaar na aankomst was hij kennelijk al overleden, mogelijk als gevolg van malaria, dysentrie of cholera (minstens twintig procent van de soldaten haalde het einde van hun contract sowieso niet).

 

Java.

Wel had Arij, voordat hij naar Java vertrok, al enige militaire ervaring opgedaan. In 1840 treedt hij als loteling in militaire dienst bij het 4e Batallion Artillerie, hij is dan kanonnier. Officieel duurde de dienstplicht vijf jaar, in de praktijk betrof het meestal slechts een korte periode in het eerste jaar, daarna werd men reservist en kon men opgeroepen worden voor oefeningen en diensten. In 1847 komt hij opnieuw in militaire dienst, nu als 'plaatsvervanger' van loteling Adrianus Petrus van Rijswijk uit Zevenbergen, en wordt dan geplaatst bij het 5e Regiment Infanterie. Voor deze volledige vervanging van vijf jaar krijgt hij door vader Johannes Baptist van Rijswijk f. 300,- betaald, waarvan f. 250,- (in vijf jaarlijkse termijnen van f. 50,-) naar zijn moeder Maria van Moergastel gaat die sinds 1845 weduwe is.

Ary Welsman was niet getrouwd, van een vrouw of kinderen wordt geen melding gemaakt in de archiefstukken. Zijn beroep was kleermaker, blijkt uit een document uit 1850. In dat jaar woont hij nog steeds bij zijn moeder, samen met drie minderjarige zussen en een broer, het is dan ook niet onwaarschijnlijk dat hij, sinds de dood van zijn vader Franciscus Henricus, de verantwoordelijkheid voor het gezin op zich genomen heeft. Die taak zal niet altijd gemakkelijk geweest zijn want op 4 januari 1852 wordt hij 'ingebragt' in de gevangenis van Breda, wegens openbare dronkenschap. Lang heeft die opsluiting overigens niet geduurd want een dag later wordt hij alweer ontslagen. Uit de stukken blijkt dat hij een litteken op z'n 'rechter koon' heeft, iets wat in 1857 ook uitdrukkelijk wordt vermeld in zijn KNIL-stamboekregistratie. Als hij in november van dat jaar naar Indië vertrekt, zijn moeder is dan al drie jaar dood, hebben zijn twee jongste zussen Maria Magdalena en Anna inmiddels de leeftijd van respectievelijk negentien en vijftien bereikt. Misschien dacht hij in Indië geluk en fortuin te vinden maar die wens komt helaas niet uit. Zijn nalatenschap bedraagt slechts f. 4,91½, dus nog geen vijf gulden.

 


Fregat-clipperschip Noach I.*1

4. Pieter Cornelis Welsman (1835 - 1877)

Nieuwsgierig geworden door de lotgevallen van mijn verre oudoom Ary Antonius Welsman speurde ik verder in de digitale bestanden van het Nationaal Archief. En wat bleek: ook zijn 17 jaar jongere broer Pieter (Petrus) Cornelis had ooit als soldaat de overtocht naar Oost-Indië gemaakt, een jaar na Ary, om precies te zijn. Op 15 november 1858 vertrok hij met het schip Autralië "uit het Nieuwe Diep naar zee" - het Nieuwe Diep is de marinehaven bij Den Helder - en op 26 juli 1872 keerde hij met de Noach I weer terug in Brouwershaven. Al met al was hij bijna 14 jaar in de kolonie gestationeerd geweest en had hij er een militaire loopbaan van in totaal 16 jaar opzitten. Veel details over die loopbaan zijn echter niet bekend.

Wat we wel weten is dat Pieter Cornelis op 19 mei 1856 als milicien wordt ingedeeld bij het 8e Regiment Infanterie, voor de duur van vijf jaar. Eigenlijk is hij uitgeloot maar hij treedt op als 'nummerverwisselaar' van een zekere Adrianus Wagemakers. Al op 22 mei 1856 gaat hij over naar het 5e Regiment Infanterie omdat hij daarmee een vrijwillige verbintenis aangegaan is voor de duur van zes jaar. Hij krijgt een premie van f. 20 en heeft de functie van 'Hoornblazer'. Op 23 augustus 1857 gaat hij over naar het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk waar hij wordt klaargestoomd voor een militair verblijf in Oost-Indië. Op 15 november 1858 vertrekt hij vervolgens met de Australië naar Batavia.

In zijn jonge jaren was Pieter Cornelis werkzaam voor een schoenmaker, mogelijk heeft hij dat beroep eveneens in Indië uitgeoefend, of misschien was hij ook daar hoornblazer. In zijn KNIL-stamboekregistratie wordt vermeld dat hij op 19 juli 1835 in Breda is geboren en dat hij een ovaal gezicht, smalle neus, bruine ogen en dito haar heeft. Zijn lengte bedraagt: 1 el, 5 palmen, 7 duimen en 8 strepen, wat het equivalent van 168,3 cm is. 'Merkbare teekenen', zoals een moedervlek, litteken of tatoeage, ontbreken. Hij was analfabeet, dat blijkt als hij op 7 mei 1873 in Breda met Maria Kuijpers trouwt en, als enige, onder de huwelijksakte geen handtekening kan zetten. Maria is de weduwe van Petrus van Leeuwen en de schoonzus van zijn jongste zuster Anna. Lang duurt het huwelijk echter niet want op 12 augustus 1877 overlijdt hij.

 

Huwelijksoptocht in de vallei van de berg Salak.*1


De lithografie die hierboven is afgebeeld dateert van omstreeks 1869. Dat jaar vormt een belangrijk kantelpunt in de mondiale geschiedenis omdat het Suezkanaal toen geopend werd. Een gebeurtenis die, niet geheel toevallig, samenviel met de opkomst van stoomschepen. De reisduur naar Indië werd hierdoor teruggebracht tot ongeveer zes weken, terwijl die voorheen nog zo'n drie tot vier maanden bedroeg. Voor de ontwikkelingen in de kolonie zou dit verstrekkende gevolgen hebben, niet alleen in economische zin maar eveneens op het bestuurlijke en militaire vlak. Tot in de verste uithoeken werden de laatste autonome volken, stammen en vorstendommen, vaak met veel geweld, alsnog onderworpen aan het Nederlandse gouvernementele gezag. Al snel was de hele archipel daarna bezaaid met forten en kwam er een vloedgolf van planters, bestuursambtenaren en zendelingen op gang.

5. Franciscus Johannes Welsman (1862 - 1935)

De laatste bloedverwant wiens 'Indische' verleden ik in deze post ga behandelen is een broer van mijn overgrootvader Arnoldus Johannes (Arnold) Welsman. Hij heette Franciscus Johannes (Frans) Welsman en werd op 9 april 1862 geboren in Kampen. Zijn leven kende een zodanig turbulent verloop dat ik er mogelijk ooit een hele post aan ga wijden, nu zal ik me echter beperken tot deze specifieke periode in zijn leven, plus de directe nasleep ervan.

Op 1 juni 1881 meldt Frans zich vrijwillig als soldaat aan bij het 8e Regiment Infanterie, waarbij hij een contract voor zes jaar tekent. Op 9 mei 1882 treedt hij dan in actieve dienst. Uit zijn stamboekregistratie blijkt dat hij op dat moment 165 centimeter en 8 millimeter lang is en dat hij een ovaal gezicht, blond haar en bruine ogen heeft. Waarschijnlijk verveelde hij zich bij de infanterie want op 21 oktober 1883 wordt hij 'overgenomen door de koloniale troepen', opnieuw met een contract voor zes jaar (hij krijgt daarvoor een 'gratificatie' van f. 300). Vervolgens vertrekt hij op 8 december met het stoomschip Madura, vanuit Amsterdam, naar Batavia en komt daar op 21 januari 1884 aan. In zijn nieuwe stamboekregistratie wordt een tatoeage op zijn linkerarm vermeld, iets wat er in de eerdere versie nog niet was. Maar uit diezelfde registratie valt, vreemd genoeg, niet op te maken bij welk onderdeel hij precies is ingedeeld (hoogstwaarschijnlijk is dat de infanterie), wel wordt duidelijk dat hij aan een contract van in totaal 12 jaar vastzit want pas op 17 augustus 1894 wordt hij ontslagen uit actieve dienst, dit nadat hij twee weken eerder met het stoomschip Princes Marie in Amsterdam is gearriveerd. Gezien de lange tijdsduur van zijn verblijf in Indië is het zeer waarschijnlijk dat hij daar samenleefde met een 'njaj', een huishoudster en tevens concubine, met wie hij de relatie verbrak toen hij naar Holland terugkeerde. Mogelijk had zij zelfs kinderen van hem (die hij dan niet 'gewettigd' heeft).*3

Wennen aan het leven in het vaderland blijkt ingewikkeld te zijn voor Frans. Op 12 mei 1896 trouwt hij in Kampen met zijn volle nicht Barendina Meulenbroek, geboren in 1864. Hun beider moeders zijn zussen, zodoende. Barendina heeft een 'onechte' dochter van zeven maar die wettigt hij niet. Een jaar later gaan hij en Barendina alweer uit elkaar - in Zutphen scheiden zich hun wegen - officieel ontbindt een Rotterdamse rechter hun huwelijk echter pas in 1903. Inmiddels heeft Frans dan een odyssee door heel Nederland achter de rug, kennelijk lukte het hem in de tussenliggende jaren niet om ergens lang te blijven. Gezien zijn chaotische manier van leven sluit ik niet uit dat hij op Sumatra in de Atjeh-oorlog meegevochten heeft en daardoor aan PTSS leed, zijn gedrag lijkt namelijk veel op dat van Viet Nam-veteranen die na terugkeer in de VS hun draai niet meer konden vinden en vaak een zwervend bestaan leidden. Frans overlijdt in 1935 te Rotterdam, zijn nicht en ex-vrouw Barendina is dan acht jaar eerder al gestorven in Haarlem. In Rotterdam was Frans na zijn scheiding van Barendina overigens nog twee keer getrouwd, respectievelijk met Elizabeth en Jacoba Dekker (zussen), wellicht daarover een andere keer meer.


©Huub Drenth

 


Het transport der kolonialen, 1884.*4

 

** Ga voor meer informatie hierover naar de site van dbnl. 
*1 Het schilderij De Gouden Leeuw op het IJ voor Amsterdam is van Willem van de Velde, de Jonge. Hij schilderde het in 1686. Het was een oorlogschip dat werd gebouwd voor de Admiraliteit van Amsterdam. De twee, met de hand ingekleurde, lithografieën in deze post zijn van Johan Conrad Greive jr. Hij vervaardigde ze in 1869 naar schilderijen, aquarellen en tekeningen die Abraham Salm gemaakt had tijdens zijn reizen door Java. Sinds 1975 maken ze deel uit van de collectie van het Rijksprentenkabinet. Ga voor de volledige serie van 24 prenten naar deze pagina van het digitale magazine Issuu. De aquarel van de clipper Noach I werd in 1859 vervaardigd door Jacob Spin.
*2 Indramajoe is een regentschap ten noordwesten van Cirebon. Ik stuitte toevallig op Arij's aanwezigheid in Nederlands-Indië omdat ik zijn naam in de kwartierstaat van de familie Van Schothorst tegenkwam. Over een zekere Leendert Verboon werd daar gemeld:  'Over de herkomst van Leenderts tweede echtgenote vrouwe(?) Wilhelmina Sophia Maria Welsman kon niets worden gevonden. Haar geboorte viel in NOI niet te vinden en vooralsnog ook niet te Nederland. De op 28-8-1859 te Indramajoe (NOI) overleden Arij Antoine Welsman (militair), zou haar broer of vader kunnen zijn.' Ik ontdekte al snel dat Arij niet, zoals geopperd werd, de vader of broer van  'vrouwe' Wilhelmina Sophia Maria Welsman was. Zij stamde waarschijnlijk uit de Amsterdamse Welsman-tak, een (thans uitgestorven) protestantse lijn die heel in de verte mogelijk aan de katholieke verwant was. Wilhelmina overleed op 14 juni 1847 te Madioen, op ongeveer 27-jarige leeftijd. Uit gegevens van genealogisch onderzoeksbureau Roosje Roos bleek dat zij beiden de enige personen met de familienaam Welsman zijn die ooit bij de burgelijke stand van Nederlands-Indië ingeschreven hebben gestaan.

*3 In het koloniale Nederlands-Indië hebben altijd meer Europese mannen dan Europese vrouwen gewoond. Voor dit blanke mannenoverschot vond men een praktische oplossing: het concubinaat. De soldaten, planters of ambtenaren gingen samenleven met een Indonesische, of ook wel een Chinese of Japanse, vrouw. Zo' n vrouw werd een 'njai' genoemd. Voor verreweg de meeste Indo-Europeanen (Indo's) vormen njajs de verbinding met hun Indische roots. Voor meer informatie over dit onderwerp verwijs ik de lezer naar het boek De njai - het concubinaat in Nederlands-Indie van Reggie Baay (Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 2008).

*4 In de tweede helft van de 19e eeuw vertrekken ruim 70.000 militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger naar de Oost, onder andere om ingezet te worden in de zeer bloederige Atjehoorlog. De op het schilderij Het transport der kolonialen afgebeelde lichting KNIL-militairen loopt, voorafgegaan door een tamboer en een fluitist, over de Rotterdamse Koningsbrug naar de Boompjes aan de Maas, om zich daar in te schepen voor de lange reis. Het is een donkere en kille dag, een oude vrouw, met aan haar hand een kind, neemt afscheid van een soldaat die waarschijnlijk haar zoon is. Op de achtergrond zijn masten en zeilen van schepen in de Oude Haven te zien, evenals een huizenrij aan de Spaansekade. Isaac Israels schilderde dit monumentale werk (het meet 160 x 300 cm) in 1883/1884. Hij was toen achttien (!) jaar.

 

Deel 2 van 'Indiëgangers in mijn eigen gelederen' heb ik gepubliceerd op 1 augustus 2023.


zondag 25 juni 2023

Hoe het afliep




 

VRT NWS, 24 juni 2023, 19.18 (liveblog):
Wagnerbaas Prigozjin stopt de opmars

Wagnerbaas Prigozjin stopt de opmars naar de Russische hoofdstad Moskou. Dat geeft hij mee in een boodschap op sociaal medium Telegram. Hij doet dat na onderhandelingen met Wit-Russische president Loekasjenko. Volgens Loekasjenko zouden er garanties zijn geboden voor de veiligheid van de Wagnerleden.

"We waren op 200 kilometer verwijderd van Moskou", zegt Prigozjin in de boodschap. "Daarbij is geen enkele druppel bloed verspild. Om bloedvergieten te voorkomen, hebben we besloten om terug te keren naar onze basissen."


VRT NWS, 24 juni 2023, 21.57 (liveblog):

Kremlin: "Prigozjin vertrekt naar Wit-Rusland, niemand wordt vervolgd"

De leden van de Wagnergroep die meegedaan hebben aan de mars naar Moskou worden niet vervolgd "gezien hun verdiensten aan het Oekraïense front", zegt de woordvoerder van het Kremlin. Ook hun leider Jevgeni Prigozjin niet. Die zou naar Wit-Rusland worden gestuurd en het strafrechtelijke onderzoek naar hem zal worden stopgezet.

De Wagnerleden die niet hebben meegedaan, krijgen een plekje in het Russische leger als ze dat willen. Het Kremlin benadrukt dat een deal sluiten beter was dan bloedvergieten. 

"Deze situatie is opgelost zonder nieuwe slachtoffers en zonder het spanningsniveau te verhogen", voegt hij eraan toe. "Ondanks deze zware dag heeft de poging van Prigozjin om de militaire macht omver te werpen op geen enkele manier het verloop van het Russische offensief in Oekraïne beïnvloed."

De woordvoerder van het Kremlin prijst ook de rol van Loekasjenko als bemiddelaar. "We zijn de president van Wit-Rusland dankbaar voor zijn diplomatieke inspanningen". Hij wijst er ook op dat Loekasjenko "Prigozjin al meer dan 20 jaar persoonlijk kent en dat het zijn persoonlijk initiatief was om te bemiddelen."


Huub Drenth



Wagner-huurlingen bezetten het centrum van Rostov.

 

Zie ook mijn posts van 22 september 2022 en 24 juni en 23 augustus jl.


zaterdag 24 juni 2023

Speciale militaire operatie № 2




Er is momenteel intern gedonder in Rusland. Wagner-baas Jevgeni Prigozjin is gisterenavond in opstand gekomen tegen het Russische leger van minister Sjojgoe en stafchef Gerasimov, en dus indirect eveneens tegen president Vladimir Putin. Dat gebeurde na een raketbeschieting door de reguliere strijdkrachten op een Wagner-legerkamp aan het front. Hij heeft inmiddels het Russische militaire hoofdkwartier in Rostov aan de Don bezet, plus een basis in Voronezj, en is nu bezig naar Moskou op te trekken. Die colonne van 400 legervoertuigen is al onder vuur genomen door Russische gevechtshelikopters - waarvan Wagner er zeven neerhaalde, en ook nog een jachtvliegtuig - escalatie ligt derhalve op de loer. Aan de rebellerende Wagner-huurlingen is door Moskou gratie beloofd, mits ze meteen de wapens neerleggen. Als ze op dat aanbod ingaan zal Prigozjins hoofd binnenkort ongetwijfeld op een spies boven de toegangspoort van het Kremlin te bewonderen zijn.
Ik merk dat ik er tamelijk onverschillig onder ben, het betreft hier immers een machtsstrijd tussen een stelletje gewetenloze maffiosi die alleen maar op persoonlijk gewin uit zijn. Dieven en moordenaars die allemaal onder de paraplu van 'capo di tutti capi' Vladimir Vladimirovitsj Putin opereren. Of er daadwerkelijk van een staatsgreep sprake is betwijfel ik dan ook ten zeerste. Wel hoop ik dat Oekraïne, door de ontstane chaos, van de verzwakte positie van de Russen kan profiteren en de komende dagen een bres in de vijandelijke linies weet te slaan.
Het lijkt me duidelijk dat Vladimir Putin de film Stalker van Andrej Tarkovski nooit heeft gezien. Was dat wel het geval geweest dan zou hij, in plaats van Oekraïne binnen te vallen, die dag gewoon in bed zijn blijven liggen en in de lente een lange voettocht naar een ver pelgrimsoord hebben gemaakt, zich onderwijl bezinnend over de essentie van het leven.


©Huub Drenth


 


 

Foto: Henri Cartier-Bresson, Mexico 1963.

Zie ook mijn posts van 17 september 2022, 25 juni 2023 en 23 augustus 2023.

  

donderdag 22 juni 2023

Een rijke oogst

 


Het licht is een genot. Wat een weldaad voor de ogen om de zon te zien! Wanneer een mens lang leeft, laat hij dan van elke dag genieten, in het besef dat er ook vaak donkere tijden zullen zijn. En dat alles in het leven eindig is.
Prediker 11: 7 - 8


Bram Vermeulen

Vandaag precies zeven jaar geleden overleed May Khoen. Het lied Testament van Bram Vermeulen had ze op het laatste moment nog aan de playlist van haar uitvaart toegevoegd. Zolang jullie aan me denken en me missen ben ik niet echt dood, wilde ze ermee zeggen. Dat was weliswaar goed en lief bedoeld maar veel troost bood het natuurlijk niet.

Er wordt wel eens gezegd dat een mens in feite twee keer sterft: de eerste keer wanneer het daadwerkelijk zover is en de tweede keer als niemand zich die persoon nog herinnert, dus wanneer hij of zij uit het collectieve geheugen verdwenen is en nooit meer het onderwerp van een gesprek of een herinnering vormt. Als dat punt eenmaal bereikt is blijft er alleen nog een naam over, op een kerkhof of in een archief, tot uiteindelijk ook dat allerlaatste spoor oplost in het niets.

Op de een of andere manier vond ik het uit China afkomstige filmpje goed bij het lied van Bram Vermeulen passen, maar waarom dat zo was begreep ik niet meteen. Wel deed de maakster me onmiddellijk aan May Khoen denken, niet alleen vanwege haar verschijning maar ook vanwege haar perfectionistische instelling en sierlijke motoriek.

Het rijpe fruit hangt aan de bomen en wordt geplukt. Daarna wordt het geschild, gedroogd en opgeslagen voor de winter. De warmte en de rijkdom van de zomer kan dus bewaard worden. Ook lang nadien kan men er nog van genieten. Daarin ligt de verborgen boodschap van het filmpje, denk ik. In de troost voor later.


©Huub Drenth



May Khoen in Singapore, december 1995.

 

woensdag 21 juni 2023

Midzomer 2023

 


Tror du at klimaendringer er ekte?

Deze vraag kwam ik 12 juni jl. tegen op Quora. Iemand in Noorwegen betwijfelt kennelijk of er echt sprake is van klimaatverandering. Waarschijnlijk is dat een jong persoon want iemand van mijn leeftijd hoeft die vraag absoluut niet te stellen. In de winter van 1963 heb ik met eigen ogen auto's op de bevroren IJssel (bij Kampen) zien rijden, iets wat tegenwoordig volstrekt onvoorstelbaar is. Na een kletsnat voorjaar hebben we de afgelopen zes weken in Nederland een zeer heftige droogteperiode meegemaakt, want al die tijd regende het vrijwel nergens. En dan heb ik het nog niet eens over de hittegolf die we net achter de rug hebben. Overal is het inmiddels kurkdroog, hetgeen weinig goeds belooft voor deze zomer.

Dus of de klimaatverandering echt is? Magnus Itland (60), ook een Noor, geeft op die vraag antwoord door uit te leggen wat er zoal tijdens zijn leven in het Noorse landschap veranderd is.

Ik ben 60 jaar oud. Het is moeilijk om niet te geloven wat je met je eigen ogen hebt gezien. Als je die kans niet hebt gehad kun je de bergen ingaan, of het noorden van het land bezoeken, en dan kun je zien dat op plekken waar voorheen alleen kruipberk en een paar struikjes te zien waren nu jong bos groeit. Vergelijk dit eens met een gewoon bos, waar een grote variëteit van jonge en oude bomen te vinden is en waar je, op plekken waar weinig gekapt is, struiken en boompjes kunt zien opschieten tussen de stronken en stevige wortels van oude bomen. Als je zulke wortels in de bergen wilt tegenkomen moet je naar duizend jaar oude veenmoerassen toegaan, waar ze soms in bewaard gebleven zijn. Want het is niet de eerste keer dat het zo warm is in ons land. In de Vikingtijd en de middeleeuwen was het klimaat ook zacht, dus ongeveer zoals nu het geval is. Als degenen die nu jong zijn net zo lang leven als ik, is het mogelijk dat ze nog veel grotere veranderingen zullen meemaken dan die waar momenteel sprake van is. Leg daarom je smartphone wat vaker weg en kijk dan eens goed om je heen, dat kan je van pas komen als je een stuk ouder bent en iemand je er vragen over stelt.

 

©Huub Drenth

 



Schilderij: Mu Pan.
Wandschildering: Ragnar Persson.
Oorspronkelijke tekst: Quora.
Vertaling Noorse tekst: Huub Drenth.