Mij gewerd uit hoogten der oneindigheid Dit leven. Doorheen nevels, van mijn eigen Onbevolkte wezen eerste flarden, Verwierf ik langzaam - en door vreemde riten
Van duisternis, toevallig licht, en vage Verre kreten, en vluchtige vlagen Van een ongekend verlangen, goddelijke Schijnsels - dit vertroebelde, verbannen wezen... Het heeft geregend op verledens die ik was. Er waren vlakten met de hemel laag en sneeuw Over iets in de ziel van dat wat mijn is. Ik sprak mij tot mijn schaduw uit en vond geen zin. Nu weet ik mijzelf de woestijn waar God Zijn citadel had van vergetelheid...
Fernando Pessoa
~*~
Meer dan van de ratio en de logica komt 'kennis' voor Fernando Pessoa van de contemplatie, de herinnering en de verbeelding. Dit blijkt voor het eerst duidelijk in zijn werk uit de jaren 1913-1915, zoals onder andere uit de cyclus van 14 sonnetten, getiteld Passos da Cruz (Kruiswegstaties), welke in die periode tot stand kwam. Bovenstaand sonnet is het tiende uit deze cyclus en is gedateerd 23 november 1914. De vertaling uit het Portugees is van August Willemsen.
It's four in the morning, the end of December I'm writing you now just to see if you're better New York is cold, but I like where I'm living There's music on Clinton Street all through the evening I hear that you're building your little house deep in the desert You're living for nothing now, I hope you're keeping some kind of record Yes, and Jane came by with a lock of your hair She said that you gave it to her That night that you planned to go clear Did you ever go clear? Ah, the last time we saw you you looked so much older Your famous blue raincoat was torn at the shoulder You'd been to the station to meet every train, and You came home without Lili Marlene And you treated my woman to a flake of your life And when she came back she was nobody's wife Well I see you there with the rose in your teeth One more thin gypsy thief Well, I see Jane's awake She sends her regards And what can I tell you my brother, my killer What can I possibly say? I guess that I miss you, I guess I forgive you I'm glad you stood in my way If you ever come by here, for Jane or for me Well, your enemy is sleeping, and his woman is free Yes, and thanks, for the trouble you took from her eyes I thought it was there for good so I never tried And Jane came by with a lock of your hair She said that you gave it to her That night that you planned to go clear
Sincerely, L. Cohen
Leonard Cohen (1934-2016).
Montreal
Famous Blue Raincoat is, voor mijn gevoel althans, de beste song die Leonard Cohen ooit geschreven heeft. Het nummer staat op zijn album Songs of Love and Hate uit 1971. Op het filmpje zijn beelden te zien van een bezoek dat hij midden jaren zestig aan zijn geboortestad Montreal bracht.Ik
was op dat moment ongeveer twaalf jaar oud en herinner me de sfeer van
die tijd nog goed, in zekere zin is dus best wel veel voor mij
herkenbaar, ook al loopt hij op dat moment rond in Canada. Cohenwoonde op dat moment overigens in Griekenland en had al enigszins naam gemaakt als dichter en schrijver. Ook May Khoen was een groot bewonderaar van hem, in feite heb ik zijn muziek eind jaren zeventig door haar ontdekt. Hij overleed, net zoals Khoen, in 2016.
Waar rustig in hun zijdene gewaden De doden slapen aan den heuvelzoom, Daar zaten wij en zagen als in een droom De bloesems sneeuwen van den tandjoengboom. De doden slapen aan den heuvelzoom Zo rustig in hun zijdene gewaden; Vergeten zijn hun dromen en hun daden. De sterrebloesems spreiden witte waden, Geluidloos sneeuwend van den tandjoengboom.
J.F. Kunst
***
Foto: Chinese graven bij Semarang, omstreeks 1900. Fotograaf: Willem Meijers (1871-1943). De foto is ingekleurd met MyHeritage In Color™, een technische mogelijkheid die ik onlangs ontdekte. Het resultaat is verbluffend (zie dezelfde foto in mijn post van 28 januari 2021).
Jan Frederik Kunst (Salatiga 1879 - Hilversum 1948) werkte als jurist in Nederlands-Indië en publiceerde in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw gedichten en vertalingen in verschillende literaire tijdschriften. Dichtbundels: Langs den weg (1928) en Melati en Rotan (1948).
Als 'k dood ga, wil ik rusten
In Oekraïnes grond,
Mijn graf hoog op een heuvel
Ziet heel de steppe rond.
Vandaar zal ik aanschouwen
Al wat mij dierbaar was,
De heuvels en de dalen
De bomen en het gras. En steeds zal ik weer horen
Het brullen der rivier –
Totdat de trouwe Dnjepr
In golven breed en fier
Des vijands bloed in stromen
Wegvoert voorgoed naar zee.
Dan zal ik afscheid nemen,
Verhoord is dan mijn beê. Dan zal ik God aanbidden
En danken voor altijd,
Omdat mijn Oekraïne
Voor immer werd bevrijd.
Als allen één zijn, broeders,
In waarheid sterk en vrij,
Denk dan, met simple woorden,
O dan, denk dan aan mij!
Kunstenaar en nationalist
Het gedicht Testament waarmee deze post opent werd in 1845 geschreven door Taras Sjevtsjenko (1814-1861), een Oekraïense schrijver, dichter, schilder en humanist.*1Hij deed dat niet in het Russisch maar in het Oekraïens, hetgeen in die tijd nogal uitzonderlijk was aangezien alleen het 'gewone volk', dat voor het merendeel ook nog eens ongeletterd was, zich van die taal bediende. Een paar jaar later werd Sjevtsjenko, naar aanleiding van een lang gedicht dat Droom als titel had, gearresteerd en beschuldigd van het aanmoedigen van nationalistische sentimenten onder de Oekraïeners, alsmede het beledigen van de tsaar en de tsarina. Bovendien zou hij in dat geschrift de tijd voordat de Russen in Oekraïne de lakens uitdeelden verheerlijkt hebben, wat door de machthebbers kennelijk als zeer bedreigendervaren werd. Na zijn veroordeling bracht hij, als soldaat, tien jaar in troosteloze tsaristische legerplaatsen door, ver van de geciviliseerde wereld. In 1857 kreeg hij amnestie en stierf nog geen vier jaar later in Sint-Petersburg, uitgeput en verzwakt door alle ontberingen.
Vanwege zijn niet aflatende aanklachten tegen de structurele uitbuiting en vernedering van de Oekraïeners door het Russische regime wordt Taras Sjevtsjenko's literaire nalatenschap tegenwoordig beschouwd als het begin van de moderne Oekraïense literatuur. Impliciet wordt daarmee erkend dat zijn literaire inspanningen van het allergrootste belang zijn geweest voor de ontwikkeling van de moderne Oekraïense taal. Terecht wordt hij dan ook als Oekraïenes grootste dichter beschouwd. Niet enkel op het vlak van de literatuur heeft hij zijn sporen verdiend want daarnaast heeft hij ook nog een groot aantal schilderijen en tekeningen nagelaten, waaronder het iconische werk Kateryna uit 1842 (klik op de afbeelding).*2
Lijfeigene
Het meest bijzondere aan Taras Sjevtsjenko's leven is waarschijnlijk het feit dat hij werd geboren als lijfeigene maar van zijn Oekraïense 'eigenaar', baron Pavel Engelhardt, de kans kreeg om zich te ontwikkelen op het gebied van beeldende kunst, literatuur en filosofie.In 1838 stelden vrienden in Sint-Petersburg hem in staat om zich, voor 2500 roebel, uit zijn horigheid vrij te kopen, waarna hij voortaan als vrij man door het leven kon gaan. Hetgeen echter niet betekende dat hij zich bekeerde tot de ideeënwereld van de Russische bourgeoisie, in wier kringen hij vaak verkeerde. Integendeel, het grootste deel van zijn oeuvre is geschreven in de
Oekraïense taal en handelt over de geschiedenis, de structurele maatschappelijke ongelijkheid en
het droeve lot van het Oekraïense volk. In zijn geschriften spoorde hij de bevolking aan om zich tegen de sociale en economische onderdrukking te verzetten en de
Russische overheersers te verdrijven, opvattingen die zijn leven, mede door bemoeienis van de tsaar persoonlijk, in een ware nachtmerrie zouden doen veranderen. De afschaffing van de lijfeigenschap in Rusland heeft hij overigens nog wel meegemaakt want die vond begin maart 1861 plaats, slechts enkele dagen voor zijn overlijden.*3
De situatie op 8 maart 2022.
De inval
Opde vroege ochtend van donderdag 24 februari 2022, dus vandaag precies een jaar geleden, viel Vladimir Putin Oekraïne binnen, met de bedoeling om daar de vroegere feodale verhoudingen te herstellen, een sociale orde bestaande uit arme horigen en een rijke elite, lopend aan de leiband van de tsaar in Moskou. De levens van meer dan 100.000 jonge Russen heeft hij totnutoe aan dat waanidee opgeofferd. Het ziet er inmiddels naar uit dat die missie volledig tot mislukken gedoemd is aangezien de Oekraïeners met hand en tand hun land verdedigen en daar bovendien behoorlijk succesvol in blijken te zijn. Wat ongetwijfeld mede aan het genie van Taras Sjevtsjenko te danken is want met zijn vurige betogen begon hij zijn landgenoten al meer dan anderhalve eeuw geleden voor te bereiden op die confrontatie. Iets wat de immorele en corrupte Russen kennelijk al die tijd ontgaan is aangezien ze op het slagveld met grote regelmaat enorme verliezen lijden, terwijl ze ervan uitgingen dat de klus in een paar dagen geklaard zou zijn.
Iets wat de Russen trouwens wel heel snel voor elkaar wisten te krijgen is dat ze sinds de invasie collectief uitgekotst worden door de rest van Europa. Niet alleen vanwege hun overval op een vredelievend buurland maar ook door de gruwelijke oorlogsmisdaden die ze vervolgens pleegden in Bucha, Irpin, Mariupol en tal van andere plaatsen. Terwijl ze ook nog eens op grote schaal Oekraïenseburgerdoelen met raketten gingen bestoken. Dus vanwege de niets ontziende vernietigingsoorlog die ze, jegens wat ze nota bene een 'broedervolk' noemen, voeren. Sindsdien maken de Russen geen deel meer uit van de Europese beschaving en dat blijft voorlopig nog wel even zo. In ieder geval wat mij betreft. Als een groot verlies valt dat niet te beschouwen want gezien de vele geopolitieke excessen en genocides in hun geschiedenis vormden ze voor veel Europeanen sowieso al een twijfelgeval.*4
*1 De vertaling van het gedicht is van Freark Dam. Klik hier voor meer informatie over Taras Sjevtsjenko.
*2Kateryna is de hoofdpersoon in een gedicht van Taras Sjevtsjenko dat hij baseerde op een waargebeurde geschiedenis. Het gaat over een onschuldige Oekraïense maagd die verleid wordt door een Russische officier, louter omwille van de uitdaging. Als blijkt dat ze zwanger is wordt ze verstoten, zowel door haar familie als de rest van de samenleving, waarna ze op een zeer trieste manier aan haar einde komt.
Verder mag in dit verband ook het volstrekt immorele Molotov-Ribbentroppact van 23 augustus 1939 niet onvermeld blijven. In dit verdrag, waarvan de naweeën in veel EU-landen nog steeds voelbaar zijn, werden door Hitler en Stalin afspraken gemaakt over de grens tussen het Derde Rijk en de Sovjet-Unie, zoals die zou zijn na een gezamenlijke toekomstige 'territoriale en politieke
herschikking' (inlijving) van wat nu het oostelijk deel van Midden-Europa en de Balkan is (zijnde de landstrook van Finland tot Roemenië). In de weken daarna vielen zowel de Duitsers als de Sovjets het toenmalige Polen binnen en begon de Tweede Wereldoorlog. In het Rusland van Vladimir Putin is het inmiddels strafbaar om op 'een onjuiste manier' aan dit pact te refereren nu gebleken is dat Stalin, niet alleen in de beëindiging, maar ook in het ontstaan van die oorlogeen belangrijke rol gespeeld heeft.
Parade in Lviv na de Sovjet-inval, eind september 1939.
"Russian
President Vladimir Putin told a story about the past that had nothing
to do with history. Russia and Ukraine, according to him, were conceived
together in a ruler’s baptism a thousand years ago. They shared the
same culture, and therefore should be ruled by the same person. If
anything else seemed to happen, it was not really history. Should
Ukrainians not believe that they were Russians, this was the nefarious
work of outsiders. Putin not only said such things; he had memory laws passed to prevent Russians from being challenged by history, and even had the word “Ukraine” stricken from textbooks.
As
logic, this is circular; and as politics, it is tyrannical. If I can
claim that Canadians are Americans because they speak the same language,
or because we share a common history, that would strike us as an
idiotic reason to order an invasion. When a dictator claims the power to
define other people’s identity, then the question of their own freedom
never arises. If identity is frozen forever at the whim of a ruler,
citizens soon find themselves without choices.[...]
Ukrainian history makes today’s world make more sense. Our entire Western civilization trajectory, from the Greeks forward, is clearer if we understand that Athens was fed by what is now southern Ukraine. The fantastic history of the Vikings
becomes still more so when we understand that they founded a state in
Kyiv. The age of exploration takes on a new dimension when we recognize
that Polish and Russian powers made their empires by pushing east into
the Eurasian landmass, where they ultimately met in Ukraine. The age of empire is completed by Nazi and Soviet
neo-imperial projects, both of which had their focus in Ukraine. That
horribly bloody confrontation made Ukraine the most dangerous place in
the world during the totalitarian era of 1933 to 1945. That and the Russification that followed have made the story of Ukraine difficult to tell, including for Ukrainians."
Professor Timothy Snyder in The Washington Post, February 22, 2023 *1
The last tzar and his family.
Timothy Snyder is a professor of history at Yale University. He is the author of The Road to Unfreedom: Russia, Europe, America and also of Bloodlands.
In 2022 he presented an online series of lectures on Ukrainian history which was watched by millions of people.
The above interview was conducted by the Kirk Documentary Group’s Michael Wiser for FRONTLINE on Septembr 26, 2022. It has been edited for clarity and length (and was posted on YouTube on February 20, 2023).
*1 Read the full article of Timothy Snyder in The Washington Post here.
door mijn lichaam, zegt ze, zwerft een slaap, zegt ze die al door het lichaam van mijn vader zwierf. dagelijks werd hij op zeker ogenblik in een nis gevouwen, en zegt: daar lag hij, zijn leden zelden gemakkelijk geplooid in de onverstelde, vale jas van slaap. zijn gezicht en handen absorbeerden licht. adem haalde hij sporadisch onder uit een schacht, ze zegt, waarin hij zomaar op een zomeravond bleef steken. ook ik val, steeds als ik zingend voor mijn dood uitloop, onherroepelijk in slaap
***
Gedicht: Hans Groenewegen Afbeelding: William Blake
In bovenstaande video is een deel van het programma van de 10e Indiëlezing te zien, een gebeurtenis die op 21 september 2021 plaatsvond in de openbare bibliotheek aan het Oosterdok in Amsterdam (OBA). Het thema die middag wasVan ver gekomen - De migratie van Chinezen uit Indonesië naar Nederland.*1Aan tafel zitten Patricia Tjiook-Liem, Twie Giok Tjoa, Han Sing Liem en diens kleindochter Noa Liem.*2 De eerste drie hebben een voordracht gehouden over de verschillende oorzaken en omstandigheden van die migratie en nu gaan ze, onder leiding van Linawati Sidarto, met elkaar in gesprek over de identiteit van Nederlanders met een Chinees-Indische achtergrond. Kleindochter Noa is aangeschoven om, als vertegenwoordiger van de derde generatie, eveneens haar ideeën over dit onderwerp met de anderen (en het publiek) te delen.
Identiteit is voor ieder mens een belangrijk aspect van de persoonlijkheid. Het bepaalt in sterke mate de manier waarop iemand naar de wereld kijkt, welke keuzes hij/zij in het leven maakt en hoe hij/zij zich aan de wereld presenteert. Het is belangrijk om te weten wie je bent, niet alleen in culturele zin, quaseksuele geaardheid of qua gender maar ookwat betreft genetische achtergrond. Dus uit welke mensen je voortkomt en bij welke etnische groep(en) je hoort. Misschien nog wel belangrijker is het daarom om je eigen geschiedenis te kennen, en dan bedoel ik met name wie je voorouders zijn en waar die zoal woonden en wat ze hebben meegemaakt. Want al die levens, gebeurtenissen en invloeden hebben er immers voor gezorgd dat jij bent wie je bent. En niet te vergeten: hoe het komt dat je bent waar je nu bent.
Chinese wijk in Semarang, jaren dertig.
Het CIHC
Iemand die goed begrepen heeft dat ook de historische context waarbinnen de levens van de eigen voorouders zich afpeelden een niet onbelangrijk aspect van iemands identiteit vormt is Patricia Tjiook-Liem. In 2009 promoveerde ze op de rechtspositie van de Chinezen in
Nederlands-Indië, waarbij ze zich vooral focuste op de periode 1848-1942. Sindsdien is de geschiedenis van deze
bevolkingsgroep - waar ze zelf ook deel van uitmaakt - voor haar altijd een bron van onderzoek gebleven, mede omdat ze besefte dat er over het verleden, in sociaal-historische zin, niet louter veel bekend was bij de leden van de Chinees-Indische gemeenschap die zich in Nederland gevestigd hadden, en al helemaal niet bij hun nakomelingen. De noodzaak om meer aandacht en bekendheid te geven aan die
onderbelichte geschiedenis was bepalend voor haar besluit om, samen met Prof. Henk Schulte
Nordholt, in 2011 het Chinese Indonesian Heritage Center
(CIHC) op te richten.
In eerste instantie maakte het CIHC nog deel uit van het KITLV in Leiden maar vanaf 2016 is het een zelfstandige stichting waarvan Patricia de voorzitter is. De stichting heeft als doel het erfgoed
van de Chinezen uit Indonesië en voormalig Nederlands-Indië in Nederland te koesteren en te behouden, evenals de kennis van
hun geschiedenis te bevorderen en vast te
leggen, zodat zowel huidige als toekomstige generaties blijvend toegang hebben tot het Chinees-Indische verleden. De collectie bevat onder andere brieven, ego-documenten, foto’s en audio-bestanden met opgenomen herinneringen (oral history). Ook publiceert het CIHC boeken en organiseert het lezingen en bijeenkomsten.*3
May Khoen in Dalyan, Turkije, eind september 1998.
Een leemte
May Khoen was in feite een typische vertegenwoordiger van de doelgroep waar het CIHC zich in eerste instantie op richt. Ook zij wist bijna niets van haar eigen familiegeschiedenis, laat staan dat ze op de hoogte was van de geschiedenis van de Javaanse peranakan-gemeenschap waar haar ouders uit afkomstig waren. Dit had niet alleen te maken met het feit dat er bij haar thuis nooit over dit soort zaken werd gepraat maar ook met het gegeven dat er geen boeken of documentaires over dit specifieke onderwerp bestonden. Eigenlijk vormde haar 'Chinees-zijn' best wel een probleem voor haar omdat het een nogal onduidelijk aspect van haar persoon vertegenwoordigde en daardoor nooit een wezenlijk bestanddeel van haar identiteit vormde. Het was een witte vlek, zogezegd. Een leemte. Om er meer invulling aan te geven richtte ze zich dan ook vooral op Chinese cultuuruitingen, zoals films, literatuur en muziek, en eveneens op boeken over de Chinese geschiedenis. Hetgeen de facto een nog vervreemdender uitwerking op haar had, aangezien ze heel goed besefte dat een groot deel van haar voorouders, soms al sinds de tijd van de VOC, in Nederlands-Indië geleefd had.
Het hele verhaal verteld
Er is nu eindelijk een monografie verschenen die aan de geschiedkundige leemte die May Khoen altijd ervoer een betekenisvolle invulling geeft. De titel van het boek is Chinezen uit Indonesië - De geschiedenis van een minderheid, en het is geschreven door Patricia Tjiook-Liem.*4 Op zeer systematische wijze neemt ze de lezer mee op een reis door de verschillende periodes van die geschiedenis, vanaf de tijd dat de VOC zich met de gang van zaken op Java begon te bemoeien tot het moment dat de coup van generaal Suharto, en de massamoorden die er op volgden, een ware uittocht van Chinezen uit Indonesië veroorzaakten. Daarbij richt ze zich voortdurend meer op processen en ontwikkelingen dan op personen en gebeurtenissen, hetgeen het boek zeer lezenswaardig en toegankelijk maakt. In haar benadering ligt de focus niet op de Javaanse peranakan-cultuur an sich, dus op het geheel van gebruiken en gewoonten dat kenmerkend was voor deze etnische groep (en waardoor ze, als gemeenschap, afweken van hun omgeving), iets waar je wel steeds nieuwsgieriger naar wordt terwijl je aan het lezen bent. Zolang het boek daarover nog niet geschreven is dient men zich voorlopig dus wat dat betreft (helaas) nog te wenden tot andere bronnen (bijvoorbeeld uit Maleisië en Singapore).
In de geschiedenis van Nederlands-Indië vormden Chinese handelslieden continu een belangrijke schakel tussen de kolonisatoren en de inlandse bevolking. Behalve kooplieden, die voor de distributie van goederen in de archipel zorgden, waren ze ook landeigenaren en de inners van belastingen. Vanzelfsprekend waren ze lang niet allemaal rijk maar vanwege hun economische macht, hun gedurig groeiende aantal, hun uitgebreide sociale netwerken en het feit dat ze officieel Chinese onderdanen waren werden ze door het gouvernement als een potentiële bedreiging voor het machtsevenwicht in de kolonie ervaren en daarom sterk in hun bewegingsvrijheid beperkt. Als ze wilden reizen moesten ze daarvoor bijvoorbeeld eerst een vergunning (een pas) aanvragen en ook mochten ze geen andere dan Chinese kleding dragen. Vanaf 1900 kwam er onder hen een emancipatorische beweging op gang waardoor ze toegang tot westers onderwijs kregen en allerlei discriminerende regels geleidelijk werden afgeschaft.
Chinees graf bij Tjandi. *5
De exodus
Nade onafhankelijkheid van Indonesië raakten de peranakan-Chinezen hun, min of meer, beschermde economische positie kwijt en vormden ze, steeds heviger, het doelwit van op wraak beluste Indonesiërs die hen als handlangers van de vroegere kolonisator beschouwden. Hetgeen uiteindelijk uitmondde in hun exodus in de jaren zestig. Een deel van hen, veelal vermogend en hoogopgeleid, kwam toen in Nederland terecht. Met name voor deze groep en hun nazaten is dit boek bedoeld maar ook ik, als relatieve buitenstaander, heb er veel antwoorden in gevonden op vragen die ik nog had. Vooral wat betreft de periode 1942-1970, de tijd waarin het dekolonisatieproces zich, vaak op zeer gewelddadige wijze, voltrok en tevens de tijd waarin May Khoen's ouders volwassen werden en buiten Indonesië een bestaan opbouwden. In een volgende post zal ik dieper op die materie ingaan.
Laat ik eindigen met mijn grote bewondering uit te spreken voor de indrukwekkende prestatie die Patricia Tjiook-Liem heeft geleverd met het schrijven van dit boek. Aangezien de peranakan-diaspora veel diverser is dan alleen de groep die in Nederland woont lijkt het me zeer wenselijk dat er zo spoedig mogelijk een Engelstalige versie beschikbaar komt van dit eerbetoon aan de Chinees-Indische geschiedenis en identiteit.
*1Van ver
gekomen - De migratie van Chinezen uit Indonesië naar Nederland: klik op de link voor de volledige weergave van de 10e Indiëlezing. In de video hoort men eerst
muziek, door Anna Zhu gespeeld op de guzheng, Het officiële programma begint ongeveer na
18 minuten, met twee korte inleidingen door Linawati Sidarto en Janneke Roos. De Indiëlezing vindt jaarlijks plaats op initiatief van de Stichting 4/5 mei
Comité Amsterdam Zuidoost. De lezing besteedt aandacht aan onderwerpen die 4 en 5 mei verbinden met het herdenken van WO2 in de voormalige
overzeese gebiedsdelen.
*2Patricia Tjiook-Liem (Cheribon, 1939) is een
verre achternicht van May Khoen. Beiden stammen ze af van de Semarangse
entrepreneur Sih Khay Hie, aan wie ik al
eerder een post in mijn blog wijdde, dit naar aanleiding van het boek dat
Patricia, samen met haar dochter Mei Lan, over Sih Khay Hie schreef. Gezien al
haar activiteiten en iniatieven kan (Dr.) Patricia Tjiook-Liem zonder meer als
de belangrijkste ambassadeur van de peranakan-cultuur, en van de geschiedenis van
die gemeenschap, in Nederland beschouwd worden. Twie Giok Tjoa (Soerabaja, 1943) is organisatiesocioloog. Ze groeide op
in Nederlands-Indië en Indonesië maar vluchtte in 1962, samen met haar familie,
naar Suriname. In dat land was zij de eerste vrouwelijke directeur op het
ministerie van Arbeid. Na haar verhuizing naar Nederland, in 1996, heeft ze
zich ingezet voor de verbetering van de positie van, met name zwarte, migranten-
en vluchtelingenvrouwen (zie Wikipedia). Han Sing Liem (Blora, ca. 1940) groeide op in Pontianak (Borneo) en
studeerde medicijnen in Jakarta. Hij vluchtte in 1966 naar Nederland waar hij
zich in Tilburg tot chirurg specialiseerde. Zijn vader was de eerste
peranakan-Chinese chirurg in Indië. Linawati Sidarto (Jakarta, 1966) kwam in 1998 naar Nederland. Ze
studeerde economie en taalkunde aan University of California in Davis en Los Angeles en is getrouwd
met een Nederlander. Linawati verzorgt de Engelse vertalingen voor het CIHC, tevens
treedt ze bij lezingen en fora op als moderator.
*3 Bezoek voor meer informatie de website van het CICH. Daar kan men zich ook aanmelden voor de nieuwsbrief die de stichting regelmatig verstuurt.
*4 Patricia Tjiook-Liem: Chinezen uit Indonesië - De geschiedenis van een minderheid; Walburg Pers, Zutphen 2022. Verkrijgbaar in de boekhandel.
*5 De 'toeristische' foto toont een bezoek, in 1888, van de echtparen Huycoop (r) en Mertens (l) aan een Chinese begraafplaats bij Tjandi, een dorpje iets ten zuiden van Semarang (klik op de afbeelding). Dr. K.H. Mertens was directeur van de H.B.S. in Soerabaia.
Een kleine zwaluw vloog de hofstee binnen en begon kwetterend de meester te roepen: "Kom naar buiten, kom naar buiten, meester, kijk naar de schapen achter het hek daar hebben de ooien voor nieuw leven gezorgd, er zijn lammetjes geboren Je hele nering doet het trouwens goed en gaat veel geld opleveren Donkere wenkbrauwenheeft je vrouw En is er niet het geld, dan is er nog het kaf Donkere wenkbrauwen heeft je vrouw."
Magische bezweringen
Op 13 december 2017 brachten twintig Oekraïense koren, onder leiding van dirigente Olga Baboshina, op het Shevchenko-plein in de stad Vinnytsjagezamelijk het lied Shchedryk (Щедрик)ten gehore. Bij elkaar opgeteld ging het om zo'n duizend zangers die uit alle regionen van Oekraïne afkomstig waren.De bijzondere uitvoering vond plaats om de 140e geboortedag van Mykola Leontovich, de componist van de moderne versie van het lied, te herdenken.
Shchedryk, dat zoiets als 'overvloedige avond' betekent, is een beroemd nieuwjaarslied, een zogeheten shchedrivka, waarvan de tekst stamt uit de tijd dat Oekraïne nog niet gekerstend was en men door het zingen van magische bezweringen nog de natuurkrachten dacht te kunnen beïnvloeden. Oorspronkelijk werd het lied altijd gezongen in april omdat dan het zaai- en groeiseizoen begon en men daarom die maand als het beginpunt van een nieuwe jaarcyclus beschouwde. Na de introductie van het christendom in Oekraïne, ongeveer duizend jaar geleden, werd dat tijdstip verlegd naar half januari, dus naar hartje winter.*1 Ook toen bleef men echter nog steeds dit lied ten gehore brengen bij de viering van Nieuwjaar, ook al had de inhoud ervan eigenlijk betrekking op het aanbreken van de lente.
Oekraïense boerenhoeve, omstreeks 1910.
Een zwaluw vliegt een boerderij binnen en voorspelt de boer dat hij op een overvloedige oogst/opbrengst kan rekenen en dat hij zich dus absoluut geen zorgen hoeft te maken over de komende herfst en winter (zijnde de avond en nacht van het jaar). Bovendien heeft hij ook nog eens een vrouw met donkere wenkbrauwen, wat in die tijdals het toppunt van schoonheid gold in Oekraïne. Op alle mogelijke manieren heeft hij dus het geluk aan zijn kant.
Laten we hopen dat de voorspelling van de zwaluw het komende jaarook van toepassing is als de Oekraïeners, gezamelijk en vol goede moed, weer verdergaan met het verdelgen van uit Rusland afkomstig onkruid en addergebroed. Dat ook die oogst zeer overvloedig moge zijn! *2
*1 In de meeste oosters-orthodoxe kerken volgt men nog steeds de juliaanse kalender. Deze loopt momenteel 13 dagen achter op de gregoriaanse kalender. Ga voor meer informatie over het lied naar Wikipedia: Shchedryk en Youtube: Shchedryk/Щедрик
*2 Diezelfde dag (1 januari 2023), precies 1 minuut na de jaarwisseling, werd in de stad Makijivka, niet ver van Donetsk, een schoolgebouw getroffen door vier Oekraïense Himars-raketten. In dat gebouw waren vele honderden (gemobiliseerde) Russische soldaten ondergebracht en ook lag er munitie opgeslagen. De verwoesting, evenals het aantal dodelijke slachtoffers, was enorm. Voor de Oekraïense inlichtingendienst was detectie van de locatie een zeer eenvoudige zaak aangezien een groot aantal recruten op dat moment, via het Oekraïense mobiele netwerk, met het thuisfront in Rusland aan het bellen was om hun geliefden een gelukkig nieuwjaar te wensen. Ook die hoorden dus de klap.
Wens je iemand ‘een gelukkig nieuwjaar’ of ‘een Gelukkig Nieuwjaar’?
‘Ik wens je een gelukkig nieuwjaar’
ligt het meest voor de hand. Wie op een kerst- of nieuwjaarskaart
hoofdletters sprekender vindt, kan ook kiezen voor ‘een Gelukkig
Nieuwjaar’.
In ‘Ik wens je een gelukkig nieuwjaar’ betekent nieuwjaar
zoveel als ‘het nieuwe jaar’, ‘het jaar dat pas is begonnen of
binnenkort begint’. Deze wens staat dus gelijk aan ‘Ik wens je een
gelukkig 2023.’
Op voorbedrukte wenskaarten zijn hoofdletters tamelijk gangbaar.
Bijvoor-beeld: ‘Prettige Kerstdagen en een Gelukkig Nieuwjaar’. De
hoofdletters hebben hier geen duidelijke functie, maar er is weinig
bezwaar tegen. Dankzij de hoofdletters komt de wens misschien wat
plechtiger en nadrukkelijker over.
In zinnen als ‘We beginnen weer aan een nieuw jaar’ en ‘Ik probeer van een nieuw jaar echt een nieuw begin te maken’ zijn nieuw en jaar losse woorden, maar in de context van nieuwjaarswensen is nieuwjaar één woord. Het fungeert dan als een vast geheel. Ook in een zin als ‘Het is nog maar net nieuwjaar en hij is zijn goede voornemens alweer vergeten’ is het één woord.
Het losse woord Nieuwjaar (met een hoofdletter) komt ook voor: dat duidt de feestdag 1 januari aan (bron: Onze Taal).
Happy New Year!Gott Nytt År!Gelukkig Nieuwjaar!
Aruba, omstreeks 1960. Helemaal rechts:
May Khoen. Links haar zusjes Ling en
Mayke, plus haar moeder en oma.
Huub Drenth
* Nijjoar is een nummer van Marlene Bakker, een zangeres die in de Groningse streektaal zingt. Zie ook Waarkhanden en Doe waaist beter.