How beautiful your sandaled feet, O prince’s daughter! Your graceful legs are like jewels, the work of an artist’s hands. Your navel is a rounded goblet that never lacks blended wine. Your waist is a mound of wheat encircled by lilies. Your breasts are like two fawns, like twin fawns of a gazelle. Your neck is like an ivory tower. Your eyes are the pools of Heshbon by the gate of Bath Rabbim. Your nose is like the tower of Lebanon looking toward Damascus. Your head crowns you like Mount Carmel. Your hair is like royal tapestry; the king is held captive by its tresses. How beautiful you are and how pleasing, my love, with your delights! Your stature is like that of the palm, and your breasts like clusters of fruit. I said, “I will climb the palm tree; I will take hold of its fruit.” May your breasts be like clusters of grapes on the vine, the fragrance of your breath like apples, and your mouth like the best wine.
Song of Songs 7: 1-9.
February 21, 2015 2024
Eros versus Thanatos
Exactly eight years ago today May Khoen passed away. For me she is still very much alive, on a day like this I feel her presence very strongly. In memory of Khoen, who was a very sensual and open minded person, I have included a small part of the biblical Song of Songs in this post.*1
The Song of songs, often also called the Song of Solomon, is an erotic poem. It is quite unique within the Hebrew Bible or Tanakh: it shows no interest in Law or Covenant, or in the God of Israel, nor does it teach or explore wisdom. Instead, it celebrates sexual love, with the voices of
two lovers, praising each other, yearning for each other, and inviting each other to enjoy.*2
*2 Go to this site for the Song of songs, New International Version (NIV). Here you find the complete Chapter 7 of Song of Songs, read by David Suchet.
Vandaag honderd jaar geleden werd May Khoen's moeder Betty Oey Kiem Lian geboren in Semarang. Ze overleed in 1970, in Amsterdam, ze was toen 46. Betty is de persoon rechts op de (ingekleurde) foto, de andere twee zijn haar broer Louis en haar schoonzus Lena. In januari 1950 vertrok ze met haar echtgenoot Tan Swie Tong naar Nederland, Louis en Lena zou ze daarna nooit meer terugzien.*1
De foto dateert van eind jaren veertig. Hoe onbezorgd zag het leven er toen nog uit! Betty had geen andere broers of zussen, dus ongetwijfeld zal ze Louis en Lena erg gemist hebben nadat ze uit Indonesië vertrokken was. Temeer omdat Lena in verwachting van haar eerste kind was toen Betty en haar man naar Europa afreisden. Waarschijnlijk leed ze permanent aan heimwee, omdat haar leven in Nederland en op Aruba totaal anders verliep dan ze had verwacht.
In Semarang behoorde ze tot de lokale Chinese elite en leefde ze in weelde, maar in Nederland werd ze geconfronteerd met allesbehalve luxueuze omstandigheden en soms ook met openlijke discriminatie, zoals bijvoorbeeld in trams of in winkels. Ook moest ze de zorg voor het huishouden, evenals die voor de kinderen, op zich nemen, hetgeen een groot contrast vormde met Indië waar dat soort taken, in het milieu waarin zij opgegroeid was, grotendeels overgelaten werd aan kokkies, baboes en andere inlandse bediendes. Zonder de hulp van haar moeder, die bij het gezin van Betty en haar man inwoonde, zou ze het dan ook zeker niet gered hebben. Heel lang schreef ze haar broer en schoonzus nog geregeld brieven maar midden jaren zestig hield ze daarmee op. Waarna Louis zich steeds vertwijfelder, dat blijkt uit brieven aan zijn moeder, afvroeg of het wel goed ging met zijn zus.
Vandaag precies 80 jaar geleden landden de geallieerden op de stranden van Normandië. Zelfs Joe Biden is naar Frankrijk gekomen om de herdenking van die historische gebeurtenis bij te wonen. Zeer waarschijnlijk is het de laatste keer dat er veteranen bij aanwezig zullen zijn, want die zijn inmiddels minstens honderd. Vladimir Putin is, vanwege de Russische inval in Oekraïne, niet uitgenodigd; president Zelensky en zijn vrouw Olena daarentegen wel.
Toevallig vinden vandaag in Nederland ook de verkiezingen voor het Europees parlement plaats. De PVV van Geert Wilders gaat wederom hoog scoren, dat staat al vast. Geert is dikke maatjes met radicaal-rechtse politici als Viktor Orbán en Marine Le Pen, aartspopulisten net als hij (en beiden bovendien vrienden van Vladimir Putin). De migratiegolf naar Europa, met name die van moslims, moet onmiddellijk een halt toegeroepen worden, dat is het speerpunt van zijn program. En dat gaat hij nu ook in Brussel voor zijn kiezers regelen, heeft hij ze beloofd. Voor geluiden dat het werkelijke gevaar voor ons land, ons continent en onze cultuur uit een heel andere richting komt, namelijk uit Moskou, is hij tot op heden volstrekt doof. HD
Een dik doelwit
Rusland moet een nucleaire aanval op Nederland lanceren, vindt
de Russische parlementariër en reserve-luitenant-generaal Andrej
Goeroeljov. Op de olie- en gasterminals in de haven van Rotterdam, om precies te zijn. Volgens hem zou een dergelijke aanval Europa op de knieën
kunnen dwingen.
Goeroeljov deed zijn uitspraken deze week in de Russische talkshow Een avond met Vladimir Solovjov. "Ik heb ontdekt dat bijna 50 tot
60 procent van de Europese fossiele brandstoffenvoorraad in Nederland
ligt," zei hij tijdens dat gesprek. "Stel
je voor, in Nederland, vlak aan de kust. Het leger noemt dit een 'dik
doelwit'. Het is een kwestie van één
dag. Met minimaal gebruik van kernwapens."
Eerder
had Goeroeljov ook al eens voorgesteld kernwapens in te zetten. Eind
augustus vorig jaar adviseerde het Doemalid een nucleaire aanval te
lanceren op de Oekraïense strijdkrachten in de regio Zaporizje, toen
die de eerste linie van de Russische verdediging hadden doorbroken.
Andrej
Goeroeljov
Niet voor het eerst
In Russische talkshows wordt geregeld gedreigd met de inzet van
kernwapens tegen Europa. Maar ook op hoger niveau komt het thema regelmatig aan de orde. Zo riep de ooit liberale politicoloog en voormalig
Kremlin-adviseur Sergej Karaganov in augustus vorig jaar ook al op tot
'beperkte nucleaire aanvallen op West-Europa'.
Eind
mei deed Dmitri Soeslov, directeur van een invloedrijke Russische
denktank, in een essay hetzelfde. Zowel Soeslov als Karaganov ziet een
atoomaanval op het Westen als een manier om de nucleaire afschrikking te
herstellen en de oorlog in Oekraïne tot een gunstig einde te brengen.*1
Bron: Joost Bosman (AD, 5 juni 2024).
Rotterdam, 14 mei 1940.
*1 Zie ook mijn post van 21 maart 2024 over de Tsar Bomba.
In mijn vorige post heb ik aandacht besteed aan het feit dat aan Patricia Tjiook-Liem op 3 juni a.s. een zeer eervolle onderscheiding uitgereikt zal worden. Ze ontvangt dit eerbetoon vanwege haar niet aflatende inspanningen om de geschiedenis en de cultuur van de Chinezen uit Indonesië voor toekomstige generaties vast te leggen en te bewaren. Als je je verleden niet kent, zul je nooit weten wie je bent, dat is de boodschap die ze hen, als het ware vanuit het heden, probeert mee te geven.
Ik ga mijzelf niet met Patricia Tjiook-Liem vergelijken - ik kan absoluut niet in haar schaduw staan - maar in zekere zin doe ik al een aantal jaren hetzelfde, maar dan natuurlijk wel op zeer kleine schaal. Voor May Khoen begon haar eigen geschiedenis zo omstreeks 1950, het jaar dat haar ouders in het huwelijk traden en naar 'Holland' kwamen. Van het leven dat ze op Java geleid hadden wist ze eigenlijk niets. Ook van de omstandigheden waarin haar ouders terechtkwamen toen ze eenmaal in Amsterdam gearriveerd waren was ze niet op de hoogte. De afgelopen weken heb ik met name naar dit laatste aspect van May Khoen's familieverleden onderzoek gedaan en stuitte daarbij soms op verrassende feiten. Op familiegeheimen zelfs. HD
Betty Oey Kiem Lian
Hierboven is de persoonskaart van May Khoen's moeder Betty Oey te zien, zoals die bewaard wordt in het Amsterdams Stadsarchief. Haar Chinese naam is Kiem Lian en ze is geboren op 21 juni 1924 te Semarang. Over een maand is dat precies 100 jaar geleden. Behalve de namen van haar ouders staan ook de naam en de geboortedatum van haar echtgenoot Tan Swie Tong op de kaart vermeld. Op woensdag 4 januari 1950, een paar weken voor hun vertrek op 21 januari met de m.s. Dorsetshire*1 uit Tandjong Priok (de haven van Jakarta) naar Amsterdam, zijn ze in de St. Jozefkerk te Semarang met elkaar in het huwelijk getreden, uit dit document blijkt echter dat het burgerlijk huwelijk reeds op vrijdag 15 november 1946 heeft plaatsgevonden, dus ruim drie jaar eerder (en slechts 5 dagen na de 20e verjaardag van haar echtgenoot).*2 Op de achterkant van de kaart staan ook nog de namen van haar drie in Amsterdam geboren dochters geregistreerd (de vierde werd in 1966 in Deventer geboren), maar dat deel heb ik niet weergegeven.
De Locomotief, 21 januari 1950.
De Dorsetshire is op 23 februari 1950 in Amsterdam gearriveerd maar pas op 21 maart heeft ze zich in die stad, vanzelfspekend samen met haar man, in het bevolkingsregister laten inschrijven, en wel op het adres Kerkstraat 383A-II, een huurkamer op twee hoog.*3 Na op nog een paar andere plekken te hebben gewoond verhuist ze op 9 juli 1951 naar het adres Rustenburgerstraat 326hs, dit is een woning op de begane grond. Op 15 augustus 1958 wordt ze uit het Amsterdamse bevolkingsregister uitgeschreven omdat ze niet lang daarna zal vertrekken naar Oranjestad op de Nederlandse Antillen.
Diverse adressen
Ik was benieuwd op welke adressen May Khoen's ouders gedurende die eerste periode in Amsterdam nog meer hadden gewoond en daarom heb ik ook daarnaar onderzoek verricht. Het bleek dat deze informatie ook in het Stadsarchief te vinden was, maar dan onder de noemer 'woningkaarten'. Vanaf 3 november 1950 staat het jonge stel niet langer ingeschreven op Kerkstraat 383A-II, op de foto's hierboven is dat het pand links met de markies, maar bewonen ze een huurkamer op het adres Nieuwe Herengracht 215-III, het pand met het vlakke zonnescherm. Daar wonen ze niet lang want vanaf 20 januari 1951 staan ze ingeschreven op het adres Pieter Cornelisz Hooftstraat 156-II, dichtbij het Vondelpark. Dit is het huis uiterst rechts op de foto's. Een week later, op 27 januari 1951, betrekken ze op ditzelfde adres een huurkamer op de derde verdieping. Twee maanden later wordt op die locatie hun eerste kind geboren. Vanaf 29 mei 1951 staat ook Betty's moeder, Nel Ko Kiong Nio, op dit adres geregistreerd. Vijf weken later verhuizen ze vervolgens met z'n vieren naar de Rustenburgerstraat, waar ze intrekken bij het gezin van Tan Swan Bing en zijn vrouw Huguette Tai Ai-hoa. Een jaar later wordt daar May Khoen geboren.*4
*1 De m.s. Dorsetshire was een Brits troepenschip dat na de oorlog geschikt gemaakt was voor toeristische doeleinden. In die hoedanigheid kon het 550 passagiers vervoeren. De voorzieningen aan boord waren vanwege deze aanpassingen zonder meer uitstekend te noemen, er was sprake van ruime hutten en gezellige salons. Ook de service was van uitmuntende kwaliteit. Het schip was gecharterd voor de repatriëring van (hoge) Nederlandse militairen en gouvernementsambtenaren, alsmede hun gezinnen, maar er er waren ook veel 'particulieren' aan boord, waaronder dus May Khoen's ouders.
*2 Voor dit vroege burgerlijk huwelijk, waarvan May Khoen en haar drie zussen niet op de hoogte waren, werden bij een notaris huwelijkse voorwaarden opgemaakt. Dit op verzoek van de bruid en haar familie. Betty Oey, op dat moment 22, was namelijk een rijke erfgename, terwijl haar twee jaar jongere echtgenoot, hij was amper 20 - in de regel was het juist omgekeerd wat de leeftijd betreft - die vooruitzichten niet had (het kapitaal van zijn vader was tijdens de Japanse bezetting, en ook in het jaar daarna, behoorlijk geslonken en bovendien waren er nog zeven andere broers en zussen, een paar jaar later zelfs acht). Wel is het zo dat haar familie de verplichting op zich nam om de kosten van zijn studie te betalen, waardoor hij in staat was om zich te laten inschrijven bij de Technische Hogeschool in Bandung. Tot hun vertrek naar Nederland, vlak na de inzegening van het kerkelijk huwelijk, bleef Betty derhalve gewoon bij haar familie in Semarang wonen, in de villa die haar grootvader Oey Tjien To begin jaren dertig had laten bouwen in de wijk Nieuw Tjandi.
Het huis in Nieuw Tjandi, links Betty's broer Louis.
Al met al wekt deze wonderlijke gang van zaken sterk de indruk dat de twee elkaar in november 1946 nauwelijks kenden en dat er in feite van een gearrangeerd huwelijk sprake was, dus van een soort zakelijke deal (uit betrouwbare bron vernam ik dat zeer waarschijnlijk Betty's moeder hiertoe het initiatief genomen had, teneinde haar dochter na de oorlog zo snel mogelijk van een hoogopgeleide huwelijkspartner te voorzien, HD). Tijdens de bezetting verbleven Chinese dochters zoveel mogelijk binnenshuis, om ze voor gedwongen prostitutie door de Japanners en andersoortig onheil te behoeden, al die tijd had ze dus min of meer opgesloten gezeten. Vrije
omgang tussen de seksen bestond sowieso niet, bovendien was er in november '46 al
ruim een jaar een bloedige vrijheidsoorlog op Java gaande, wat het dagelijkse leven ook niet bepaald gemakkelijker maakte (Semarang zelf is op dat moment veilig, maar de omgeving van de stad is voor een groot deel in handen van de nationalisten). Het lijdt geen twijfel dat Max Tan Swie Tong, Betty's wettige echtgenoot, van de voor hem zeer gunstige financiële implicaties van het huwelijkscontract op de hoogte was maar of dat, wat dit aspect betreft, ook voor Betty gold is niet bekend.
Ook in Nederland bleef deze ruimhartige vorm van 'studiefinanciering' van kracht, want het was in de nogal 'karige' jaren vijftig nou eenmaal volstrekt onmogelijk voor een student om in het onderhoud van een gezin van vijf personen te voorzien, laat staan om er daarnaast ook nog dure hobby's op na te houden. Betty's moeder Nel Oey-Ko, die bij hen ingetrokken was, nam die kosten grotendeels voor haar rekening; toen haar schoonzoon zijn studie eenmaal afgerond had was ze dan ook zo ongeveer blut. Een academische studie volgen in Nederland was sowieso zeer begrotelijk, zelfs voor gefortuneerde Chinezen uit Java, zoals onder meer valt te lezen in het boek The Kwee Family of Ciledug(pagina 257).
*3 Bij mijn naspeuringen ontdekte ik dat op dit adres, tot hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork, de joodse Marie van Velzen-Tak (1890-1943) en haar dochter Grietje van Velzen (1926-1942) hadden gewoond. Marie en Grietje werden door de nazi's respectievelijk in Sobibor en Auschwitz vermoord.
Stolpersteine Kerkstraat 383-A.
*4 Meer informatie over Tan Swan Bing en Huguette Tai Ai-hoa valt te vinden in deel 17 van de serie over May Khoen's voorouders. Ook gedurende het laatste jaar dat het gezin Tan/Oey op het adres Rustenburgerstraat 326 woonde blijkt er overigens sprake te zijn geweest van inwoning. Vanaf 17 juli 1957 staan (James/Jimmy) Wie Tjhoy Tjoeng (1924), zijn vrouw Clara Elisabeth Thoeng (1931) en hun pasgeboren dochtertje Mi-Lan eveneens geregistreerd als bewoners van deze woning. Jimmy en Clara zijn op 5 juni 1956 in Amsterdam met elkaar in het huwelijk getreden. Van beroep is Jimmy onderwijzer. Ze zullen er tot juli 1968 met hun (vijf) kinderen blijven wonen.
Eind december 1956 was May Khoen's vader, door de subfaculteit farmacie van de UvA, officieel tot apotheker bevorderd, waarop hij in april 1957, via Curaçao, naar Aruba vertrok om daar in Oranjestad een apotheek te gaan runnen. De overkomst van de rest van het gezin naar Aruba liep echter zeer ernstige vertraging op, waardoor ze veel langer in Amsterdam moesten blijven dan oorspronkelijk de bedoeling was. Dit had mogelijk te maken met het feit dat ze nog steeds de Indonesische nationaliteit bezaten, terwijl juist in dat jaar de politieke spanningen tussen Nederland en Indonesië zeer hoog opliepen. Uiteindelijk zou dit, op 5 december 1957, resulteren in de nationalisatie van alle Nederlandse bedrijven in Indonesië, waarna er een ware uittocht van uit Nederland afkomstige expats op gang kwam, in totaal zo'n 50.000 personen. In augustus 1960 werden door Indonesië, vanwege de kwestie Nieuw-Guinea, ook de diplomatieke betrekkingen met Nederland verbroken, maar toen woonde het voltallige gezin Tan inmiddels al twee jaar op Aruba.
Waarschijnlijk waren de Tjoengs medio 1957 bij de Tannen ingetrokken om na hun ophanden zijnde vertrek de beschikking over de gehele woning te hebben, er was namelijk nog steeds sprake van grote woningnood in Nederland, maar door onvoorziene omstandigheden liep het dustotaal anders dan verwacht. Pas een jaar later zou het zover zijn, op dat moment hadden Jimmy en Clara inmiddels twee kinderen. Eind goed, al goed, zullen wemaar zeggen.
Ga voor meer informatie over het verblijf van de familie Tan op het adres Rustenburgerstraat 326, alsmede over de economische situatie in Nederland gedurende de jaren vijftig, naar deel 17 van May Khoen's voorouders.
Vandaag las ik, in de nieuwsbrief van het CIHC, het bericht dat op 3 juni a.s. aan (mr. dr.) Patricia Tjiook-Liem de Cultuurfonds Onderscheiding zal worden uitgereikt.*1 Deze stond voorheen bekend als de Zilveren Anjer van het Prins Bernhard Cultuurfonds. De onderscheiding wordt sinds 1950 elk jaar toegekend aan drie tot vijf personen die zich, geheel belangeloos en op
bijzondere wijze, hebben ingezet voor projecten op het vlak van cultuur of natuur.*2
In 2011 heeft Patricia de stichting Chinese Indonesian
Heritage Center (CIHC) opgericht met het doel om het culturele erfgoed te beschermenvan de, na de Tweede Wereldoorlog, naar Nederland gemigreerde Chinezen uit Indonesië, en eveneens om dat erfgoed voor geïnteresseerden toegankelijk te maken. De onderscheiding is haar toegekend vanwege de vele inspanningen die zij zich in de loop der jaren getroost heeft om de geschiedenis van
deze relatief kleine groep aan de vergetelheid te ontrukken, zodat de kennis van hun oorsprong en cultuur ook doorgegeven kan worden aan toekomstige generaties. Dit is wat er daarover in de nieuwsbrief vermeld werd:
De
geschiedenis van de Chinezen uit Indonesië in Nederland was een
verborgen en vergeten verhaal. De eerste generatie migranten sterft uit
en daarmee dreigt hun kostbare en historische erfgoed – voorwerpen,
kleding, recepten, foto’s, films, boeken en verhalen - verloren te gaan.
Omdat de eerste generatie veel energie had gestoken in hun succesvolle
integratie raakte dat verleden op de achtergrond. Nu kennis daarover
verloren lijkt te gaan, realiseren jongere generaties zich dat zij
afgesneden dreigen te worden van dat verleden, dat echter een belangrijk
bestanddeel van hun identiteit blijft. Chinezen uit Indonesië in
Nederland hebben een drievoudige identiteit in wisselende combinaties,
vanuit het Chinese moederland, het Indonesische geboorteland en het
Nederlandse studie- en geboorteland. Dat kan een verrijking zijn, maar
soms ook een worsteling. Het is belangrijk dat er bronnen zijn waaruit
kennis en achtergrond geput kan worden om de herkomst van identiteit van
Chinezen uit Indonesië in Nederland te begrijpen.
In mijn blog heb ik verscheidene malen aandacht besteed aan de persoon, de werkzaamheden en de verdiensten van Patricia
Tjiook-Liem; ook heb ik vaak van haar expertise gebruik gemaakt in voetnoten, met de zoekfunctie hieronder zijn die gemakkelijk op te sporen. Patricia is een achter-achternicht van May Khoen, hun gezamenlijke voorvader was Sih Khay Hie (1851-1936), groothandelaar in textiel te Semarang. Over hem schreef Patricia een boek dat in 2015 op de markt verscheen.*3
*3 Ga naar deze post voor meer informatie over Patricia's boek over Sih Khay Hie. Zie ook mijn post over haar boek Chinezen uit Indonesië.
De Cultuurfonds Onderscheiding
is niet de eerste hoge onderscheiding die aan Patricia Tjiook-Liem
wordt toegekend. Op 26 april 2023 werd zij in haar woonplaats Amstelveen
tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau benoemd. Lees hier het transcript van het gesprek dat de burgemeester van Amstelveen bij die feestelijke gelegenheid met haar voerde.
Zie ook het persbericht van uitgeverij Walburg Pers.
Gisteren was het
Koningsdag, dit vanwege het feit dat Willem-Alexander jarig was. Geef die man een paard en een zwaard, dacht ik toen ik hem als een paljas in Emmen rond zag lopen. Ik heb
helemaal niks met het huidige koningshuis, realiseer ik me steeds meer. Sinds Juliana en Bernhard is de glans er wel een beetje af, eerlijk gezegd. En ook de sjeu, niet te vergeten. Ik ben inmiddels dan ook een voorstander van het opnieuw instellen van
het stadhouderschap, waarbij wat mij betreft niet per se een lid van de
familie Van Oranje-Nassau die functie hoeft te vervullen, zoals in het verleden altijd het geval was. Kleurrijke types zoals bijvoorbeeld Gerard Joling of
Karin Bloemen zouden er, wat mij betreft, ook voor in aanmerking kunnen komen.
Ondertussen
gaat de oorlog in Oekraïne gewoon door. Hoop op een snelle afloop
koester ik niet meer. Wel heb ik me de afgelopen tijd regelmatig zitten
afvragen wie er nou eigenlijk het meeste baat bij deze oorlog heeft,
evenals bij de continuering ervan. Zo'n beetje iedereen heeft er op de een of andere manier voordeel van, behalve
Rusland, kwam ik tot de conclusie. Het land dat er het meest van
profiteert is waarschijnlijk
China, en dat zowel op korte als op lange termijn. Ik was dan ook aangenaam verrast toen ik ontdekte dat ik niet de enige ben die er zo over denkt. Iemand als
Diane Francis, een zeer gerenommeerde Canadese onderzoeksjournalist, is namelijk ook die mening toegedaan. In een interview met
Kate Gerbeau op Times Radio (gisteren), en in een post op het platform Substack (8 april jl.), schetst ze een soort
'overall view' van de situatie, zowel in historische als in
geopolitieke zin. De Russische Federatie bestaat waarschijnlijk niet zo
heel lang meer, is haar stellige overtuiging. Met het rijk van tsaar Vladimir Putin is het dus binnenkort gedaan. En mogelijk gaat China dan in Siberië aan gebiedsuitbreiding doen. Hieronder volgt wat ze daarover schrijft.
***
China waits...
China remains on the sidelines of Russia’s war but is the conflict’s biggest
beneficiary. It does not sell weapons, but imports cheap energy from
Russia and exports refrigerators and consumer products in return. China
has talked about peace, but it wants more war, said Czech Republic
President Petr Pavel. “It is in China’s interest to prolong the status
quo because it can push Russia to a number of concessions. It is also
good for China that the West is probably becoming a little bit weaker by
supporting Ukraine.” Thus Beijing bides its time as Russia hurtles
toward the same fate as did the Soviet Union which dissolved in 1991
following an expensive war of attrition in Afghanistan. In Russia’s
southwest corner, there are already
some restive “republics”, comprised of Turkic majorities, with
resources and burgeoning independence movements. But the biggest prize
and question mark is on the other side of the Ural Mountains: Siberia
(“sleeping land” in Turkic) which is as large and resource-rich as
Canada. It borders Central Asia, Mongolia, and China and if, or when,
Putin falters, China will pounce.
The first target will be Outer Manchuria (the pink area on the map), stolen from China by Russia in the mid-19th century.
It is an area the size of Nigeria and includes Vladivostok, the coastal
area along the Sea of Japan, Sakhalin Island, and the Kuril Islands.
These territories have a population of 4.5 million, untapped natural gas
and iron ore along their coastlines, and significant amounts of oil and
gas in Sakhalin. It is empty and underdeveloped. By contrast, Inner
Manchuria (red area, still part of China) is a dynamic province with a population
of 107 million that has been industrialized and become a trade hub.
Beijing would gladly reclaim all of Manchuria if the war ends badly for
Putin. And there is little doubt that a weak and crumbling Russia might
be willing or forced to divest these lands for a price, or that the area
may simply come up for grabs.
China
has established other regions of “economic hegemony” along its border
with Russia. Only 500,000 ethnic Chinese currently reside inside the
Russian Federation, but several Chinese cities with millions of
residents have sprouted along the border. They have built factories,
farms, and businesses that provide goods and services that Russians are
uninterested or incapable of producing. Manchuria is the most successful
example and illustrates the stark difference between the two countries.
Russia’s Blagoveshchensk is a sleepy border town with a population of
211,000 and across the river Amur is industrialized China’s Heihe with
1.673 million people.
Moscow
and Beijing have waged border wars for centuries but in the 1980s a
Sino-Russian coalition developed -- a marriage of convenience that
coalesced in order to counteract American influence and to facilitate
trade. Then the relationship between the two nations profoundly changed
after the February 24, 2022 invasion of Ukraine. The unprovoked
aggression not only upended international norms, but President Xi
Jinping had no idea this was going to happen when he signed a “no limits
partnership” with Putin just days before the incursion.
Since
then, Xi has distanced himself from Putin. China has not condemned the
invasion nor supplied weapons. But it has refused to impose sanctions on
Moscow, and its energy purchases, along with India’s, finance Putin’s
war and benefit the two economies. At the same, however, Beijing has
cautiously pivoted toward the West following imposition of America’s
protectionist Chips Act which restricts its access to vital
semiconductor technology. Beijing also wrestles with
friend shoring, low economic growth, and debt issues due to its own
mismanagement. The result is that the two superpowers regularly meet to
try and resolve differences concerning trade, tech, and Taiwan.
But
the minute that Russia wobbles, China will jump at the chance to grab
Manchuria as well as to gain control over Russia’s sparsely populated
Far Eastern Federal District (the yellow area on the map), which includes a vast Arctic region and
the entire Pacific Ocean coastline. Uniting Manchuria with this
hinterland, would turn China into a major powerhouse.
But
this is some time off because Russia’s war is far from finished. While
the outcome is uncertain, there’s little question that the world slowly
witnesses an end to the last European colonial empire. Currently, the
Russian elite in Moscow and St. Petersburg live like royalty and
terrorize citizenry and neighbors across 11 timezones. But this is not
sustainable. Russia’s military cannot beat a smaller foe, and its GDP is
smaller than China’s industrialized Province of Guangdong outside Hong
Kong. Putin’s 2022 attempt to re-occupy the “colony” of Ukraine will
prove to be suicidal. He destroys his economy and his nation’s future.
Eventually, Europe’s last empire will atomize and end up in pieces.*1
Thus China waits.
Author: Diane Francis
***
Diane Marie Francis (1946) is a Canadian journalist, author and editor-at-large for the National Post newspaper since 1998. Francis was a reporter and columnist with the Toronto Star from 1981 to 1987, then a columnist and director with the Toronto Sun, Maclean's and the Financial Post in 1987 and its editor from 1991 to 1998, when it was taken over by the National Post and incorporated into it. She has been a columnist and editor-at-large at the National Post since then.She is also a regular contributor to the Atlantic Council, New York Post, the Huffington Post, and the Kyiv Post,
as well as newspapers around the world. She is a broadcaster, speaker
and author of ten books on Canadian socioeconomic subjects.
Diane Francis is a distinguished professor at the Ted Rogers School of Management at Toronto Metropolitan University (formerly Ryerson University) in Toronto. She was a visiting fellow at Harvard University's Shorenstein Center in autumn 2005 and has been a media fellow at the World Economic Forum. She holds an honorary Doctorate of Commerce from the Saint Mary's University (1997), and an Honorary Doctorate from Ryerson University (2013). Source: Wikipedia.
Moi j'me promène sous Ste-Catherine J'profite de la chaleur du métro Je n'me regarde pas dans les vitrines Quand il fait trente en-dessous d'zéro
Y a longtemps qu'on fait d'la politique Vingt ans de guerre contre les moustiques
Je ne me sens pas intrépide Quand il fait fret j'fais pas du ski J'ai pas d'motel aux Laurentides Le samedi c'est l'soir du hockey
Y a longtemps qu'on fait d'la politique Vingt ans de guerre contre les moustiques
Faut pas croire que j'suis une imbécile Parce que j'chauffe pas une convertible La gloire c'est pas mal inutile Au prix du gaz c'est trop pénible
Y a longtemps qu'on fait d'la politique Vingt ans de guerre contre les moustiques
On est tous frères pis ça s'adonne Qu'on a toujours eu du bon temps Parce qu'on reste sur la terre des hommes Même les femmes et les enfants
Y a longtemps qu'on fait d'la politique Vingt ans de guerre contre les moustiques
Croyez pas qu'on est pas chrétiens
Le dimanche on promène son chien
La la la la la la la...
Kate and Anna
The two sistersKate(1946) and Anna McGarrigle (1944) are/were a duo of Canadian singer-songwriters from Quebec, who performed until Kate's death on January 18, 2010 (Kate died of cancer, at the age of 63, just like May Khoen).
Complainte pour Ste. Catherine is a song written by Anna McGarrigle and Philippe Tatartcheff. It was originally used as a B-side to another single and released in April 1974. This single failed to be a success. Kate & Anna McGarrigle then reused it for their debut album, Kate & Anna McGarrigle, released in December 1975, where it became a smash hit.
The lyrics are politically jokey, sung in the persona of a poor girl hanging around Sainte-Catherine street in Montreal, where in winter she and her buddies take advantage of the rising heat from the metro tunnel outlets, and in summer they continue the endless battle against mosquitoes (moustiques). The Piaf-style
plangent tune and heartrending harmonies undercut the devil-may-care
tone of the lyrics, giving the song a tone of acerbic sweetness.
In the first years after May Khoen's death I often listened to the two-hours chant of this video.I was caught in a situation of deep grief and it gave me great comfort.The constant repetition of the words 'Nam myōhō renge kyō' in particular caused that effect, I think.
In august 2007, nine years before Khoen died, I spent a week at a Buddhist retreat in the Dordogne, named Plum Village. There every day I was woken up by the sound of a huge bell and by the morning prayer of a monk.I slept in a tent not far from the open bell towerwhere this daily ritual was performed, so the video also took me back to those wonderful and precious moments(the whole setting can be seen in the picture below).*1 HD
Nichiren Buddhism
When Tina Turner died at
her home in Küsnacht, Switzerland, on May 24, 2023, at the age of 83,
media headlines praised both her dynamism as a performer and her many career achievements. What many did not know is that for the past 50 years Tina had practiced (Soka Gakkai International) Nichiren Buddhism.
Tina’s Buddhist practice developed initially against the backdrop
of her first marriage and continued throughout her solo career.*2 It
provided inspiration for some of the final projects of her career (as for example the producing of this video).
Tina Turner was introduced to Nichiren Buddhism in 1973. It is based on the teachings of Nichiren, a Buddhist monk
who lived during the 13th century in Japan. Central to Nichiren’s
thought was the conviction that the Lotus Sūtra, a Mahayana Buddhist text, was the highest of all the Buddha’s teachings. Nichiren taught that chanting the title of this scripture in the form of the mantralike phrase 'Nam myōhō renge kyō' was the way for all people to reveal their inherent potential for awakening and attain buddhahood.
The Lotus Sūtra
The chant translates to somewhere between 'I devote myself to the Mystic Law of the Lotus Sūtra', or the more traditional 'to the Wonderful Dharma of the Lotus Flower Teaching'. The Lotus Sūtra is said to contain the last teachings put forth by the original Buddha before he died, and the core message taken from it is that every person can attain enlightenment, without restriction, in this lifetime. 'Myoho Renge Kyo' is the title of the Lotus Sūtra itself, and adding 'Nam' creates a mantra that, when chanted aloud, is said to invoke the entirety of the teachings within the sūtra.
Nam is a Sanskrit word, derived from 'namas' which is taken to express devotion. It’s the same root of the more familiar 'namaste', or 'I bow to the divinity within you'.
Myoho – translates roughly to 'wonderful law', 'mystic law', or the karmic law of cause and effect, which is considered by Buddhists to be the ultimate law of the universe.
Renge – translates to 'lotus'. The lotus flower seeds and blooms at the same time, representing the simultaneity of cause and effect – once a person has made a cause, the effect has already taken place (but might not manifest until later). The lotus flower also blooms in swampy waters, representing the potential for any person to attain enlightenment in the 'swamp' of human suffering (they can be seen in the first picture).
Kyo – translates to 'sūtra', 'teaching', or 'the voice of the Buddha'.
Spoken together, these words connect the chanter with the karmic law of the universe.