Na de moord op Willem van Oranje maakte Balthasar Gerards zich uit de
voeten. Hij wist over de Delftse stadsmuur te klimmen, maar werd kort
daarna opgepakt, opgesloten en dagenlang gemarteld. Gerards werd onder
meer geslagen met roeden en opgehangen met gewichten aan zijn grote
tenen. Vervolgens kreeg hij krappe schoenen aan van ongelooid hondenleer
en werd hij bij een vuur gezet, zodat de schoenen krompen en zijn
voeten verbrandden. Er werden gloeiende fakkels onder zijn oksels
gehouden en naalden en spijkers onder zijn nagels gestoken.
Na
de folteringen werd Balthasar Gerards ter dood veroordeeld voor de
moord op Willem van Oranje. Op 14 juli 1584 werd het vonnis voltrokken
door middel van vierendeling, waarna de verschillende delen van zijn
lichaam op de toegangspoorten van Delft werden tentoongesteld.
So, so you think you can tell Heaven from hell? Blue skies from pain? Can you tell a green field From a cold steel rail? A smile from a veil? Do you think you can tell?
Nu ook Navalny geëlimineerd
Gisteren werd bekend dat Aleksej Navalny op 47-jarige leeftijd is
overleden. Hij was in zijn rol van anti-corruptie-activist één van de bekendste critici van Vladimir Putin, en tegelijkertijd ook zijn grootste politieke tegenstander. Navalny overleefde in augustus 2020 een vergiftiging met het neurotoxine novitsjok en belandde, na zijn herstel in Duitsland en terugkeer naar Rusland, in januari 2021 meteen in de cel. Sindsdien bracht hij het merendeel van de tijd door in eenzame opsluiting.
Hij overleed in een Siberische strafkolonie vlak bij de
poolcirkel, op bijna 2000 kilometer afstand van Moskou. Er werd gemeld dat hij, na het maken van een wandeling, plotseling onwel gewordenwas en dat pogingen om hem te reanimeren niet meer hadden mogen baten. Wereldwijd is er met grote ontsteltenis en afschuw gereageerd op zijn dood.
De
moeder van Aleksej Navalny reist vandaag af naar het
strafkamp waar haar zoon is overleden, samen met Navalny's advocaat. Ze
benadrukte dat hij, toen ze hem eerder deze week bezocht, nog 'levend, gezond en vrolijk' was.
Een halve minuut
De Russische autoriteiten hebben gisteravond de bevolking aangeraden om zich afzijdig te houden van betogingen die zich eventueel naar aanleiding van Navalny's dood gaan voordoen. De openbaar
aanklager in Moskou sprak de waarschuwing uit dat dergelijke bijeenkomsten 'niet goedgekeurd en derhalve illegaal zijn' en dat deelname bijgevolg zeer onprettige consequenties kan hebben.
In de Russische media wordt de dood van Navalny niet breed
uitgemeten. Volgens een Ruslandkenner van BBC News werd er in de
belangrijkste avonduitzending van een Russische staatszender slechts gedurende 28
seconden aandacht aan de dood van de oppositieleider besteed. Er werd een
verklaring van het gevangeniswezen voorgelezen. De totale duur van het bulletin bedroeg zo'n drie kwartier.
Paspoort Ko Kiong Nio, op 9 mei 1953 uitgegeven door de Indonesische ambassade te Den Haag.
Nel Ko Kiong Nio
De jaren veertig van de vorige eeuw zijn een raadselachtig decennium in May Khoen's familiegeschiedenis, die zich dan nog steeds volledig op Java afspeelt. Eerst wordt Nederlands-Indië onder de voet gelopen door Japan en volgt er een periode van interneringen (van met name Europeanen), economische uitbuiting en grote hongersnoden. En meteen na de capitulatie van Japan, in augustus 1945, gaat vervolgens de Indonesische Onafhankelijksoorlog van start die zo'n vier jaar zal duren, wederom een periode die gekenmerkt wordt door veel bruut geweld, chaos en doden. In May Khoen's familie bestaan er geen overgeleverde verhalen uit die tijd. Waarschijnlijk is haar grootvader Tan Hway An gedurende de Japanse bezetting geïnterneerd geweest maar schriftelijk bewijs (zoals bijvoorbeeld een Japanse interneringskaart) ontbreekt daarvoor. Het zou dus een paar weken of een paar jaar geweest kunnen zijn. Of misschien zelfs maar een paar dagen.
Ook over de periode tussen 1945 en 1950, dus over de tijd dat er met name op Java een wrede oorlog tussen Indonesische nationalisten en het Nederlandse leger werd gevoerd, is vrijwel niets bekend. Er werd gewoon getrouwd en in Bandung gestudeerd, waardoor het lijkt alsof die oorlog geen rol van betekenis speelde in het dagelijks leven van May Khoen's familie. Wat natuurlijk absoluut niet zo was. Er werd van bijzondere gebeurtenissen - zoals bijvoorbeeld de internering van Tan Hway An - domweg geen verslag gedaan aan de directe omgeving en bijgevolg werden er daarover later ook geen 'familieverhalen' verteld.*1 Waaraan ik nog toe kan voegen dat er sowieso nooit over het verleden werd gepraat, ook niet toen een groot deel van de familie naar Europa was geëmigreerd.
Zuiveringsactie in de buurt van Bandung, 28 januari 1948.
Geschiedschrijving is per definitie een subjectieve inkleuring van het verleden. Er zijn nu eenmaal allerlei invalshoeken mogelijk. En ook baseert vanzelfsprekend niet iedereen zich op dezelfde bronnen of feiten. Zo verschilt bijvoorbeeld de Indonesische interpretatie van wat er gebeurde in de jaren veertig nogal van de Nederlandse. Wat betreft het hele koloniale verleden hebben ze daar sowieso een andere visie op wat er zich afspeelde in de archipel. Voor de Chinezen in Indië/Indonesië, die eeuwenlang als buffer tussen de Nederlanders en de Indonesiërs fungeerden, geldt uiteraard precies hetzelfde; hun visie en die van de autochtone bevolking, op wat betreft hun aanwezigheid in Indië, liggen tot op de dag van vandaag mijlenver uiteen (ook in het boek 'The Kwee Family of Ciledug' wordt dat op een pijnlijke manier duidelijk).
May Khoen is, wat het kerngezin betreft, opgegroeid in wat men een 'zwijg- en verzwijgcultuur' zou kunnen noemen. Hetgeen in sterke mate te maken heeft met het confucianisme dat eeuwenlang een stempel gedrukt heeft op de Chinese manier van leven.*2 Gezichtsverlies en schaamte spelen een belangrijke rol in dat van gedragsregels doortrokken geloofssysteem en daarom is er sprake van veel innerlijke censuur. Over heel veel dingen wordt niet gepraat, en kan ook niet gepraat worden, mede omdat de vocabulaire ervoor ontbreekt. In de opvoeding van kinderen wordt het hebben van een eigen mening of het uiten van gevoelens dan ook niet gestimuleerd, aangezien gehoorzaamheid en volgzaamheid veel belangrijker gevonden worden. Het persoonlijke doet er niet toe, daar komt het op neer.
Hoewel de confucianistische denkbeelden tegenwoordig sterk aan kracht ingeboet hebben, niet alleen in de diaspora maar ook in China zelf,spelen die opvattingen in het leven van de oudere generaties nog steeds wel een cruciale rol. May Khoen's oma Nel Ko Kiong Nio was daar een goed voorbeeld van, geen woord kwam er over haar lippen als het over haar eigen geschiedenis ging. Kennelijk waren er te veel dingen gebeurd die beschamend voor haar waren. Of te pijnlijk om naar terug te gaan. Wat achteraf gezien ontzettend jammer is, aangezien de periode tussen haar geboorte en dood zo'n beetje de hele twintigste eeuw beslaat. Ondanks dat zwijgen ben ik toch best veel over haar te weten gekomen, onder andere door onderzoek naar haar te doen in een aantal (gedigitaliseerde) archieven.
Archiefkaart nr. 1
Hierboven valt de persoonskaart te zien van oma (Nel) Ko Kiong Nio, zoals die bewaard wordt in het archief van de gemeente Amsterdam (klik op de afbeelding). De kaart vormt een zeer compacte weergave van haar verblijf in Nederland gedurende de jaren vijftig. Op 29 mei 1951 wordt ze ingeschreven bij de Amsterdamse burgerlijke stand, haar vorige woonplaats is Semarang in Indonesië, en op 28 augustus 1958 laat ze zich weer uitschrijven omdat ze naar Oranjestad op Aruba vertrekt. De naam van haar (in 1928 overleden) man is Willy Oey en haar nationaliteit is de Indonesische. Ook de namen, geboortedata en geboorteplaatsen van haar vader en moeder staan op de kaart vermeld: Ko Dji Soei, in 1859 geboren te Magelang en Lie Hiang Nio geboren te Djokjakarta in 1879. Oma Nel zelf werd op 29 januari 1905 geboren in Semarang.
Nadat ze in Nederland is aangekomen, naar verluidt heel chique per vliegtuig vanuit Jakarta (alleen rijke mensen konden zich dat veroorloven), woont ze eerst op het adres P.C. Hooftstraat 156-II. Op 9 juli 1951 is ze dan inmiddels verhuisd naar de Rustenburgerstraat. Eind maart is haar eerste 'Nederlandse' kleinkind geboren, officieel is dat de reden van haar komst. Een jaar eerder is dan al haar eerste 'Indonesische' kleinkind ter wereld gekomen, te weten Franky (Oey Tiong To), het zoontje van haar zoon Louis en schoondochter Lena.*3
Oma Nel en May Khoen in 1953.
Inwoning
Ik heb me altijd afgevraagd hoe het mogelijk was dat May Khoen's ouders, nadat ze in 1950 in Nederland aangekomen waren, zo snel huisvesting in de Rustenburgerstraat gevonden hadden. Evenals het voor de inrichting noodzakelijke meubilair. Begin jaren vijftig was er in het hele land immers nog steeds sprake van extreme woningnood, terwijl tegelijkertijd allerlei producten en goederen, waaronder tafels, stoelen en bedden, zeer moeilijk verkrijgbaar waren. Van de latere welvaart en overvloed was dus absoluut nog geen sprake (die begon pas zo'n tien jaar later). Inwoning was heel gewoon want pasgetrouwde stellen moesten vaak jaren op toewijzing van een woning wachten.*4 Ook mijn eigen ouders kregen daarmee te maken toen ze eind jaren veertig elkaar het jawoord gaven.
In het geval van May Khoen's ouders blijkt het toch iets anders te liggen dan ik dacht. Want als ze in maart 1950 in Amsterdam arriveren staan ze bij die gemeente eerst ingeschreven op het adres Kerkstraat 383-A. Na eerst nog op een paar andere adressen ingeschreven te hebben gestaan (waarover in deel 18 meer) gaan ze pas op 9 juli 1951 in de Rustenburgerstraat wonen, tegelijk met oma Nel.*5 Dat blijft zo tot medio 1958. In eerste instantie was daar sprake van inwoning, uit de persoonskaart van May Khoen's oma valt namelijk op te maken dat in die tijd ook het gezin van Tan Swan Bing en Huguette Tai Ai-hoa op het adres Rustenburgerstraat 326 ingeschreven staat. Het echtpaar heeft vier kinderen en ze wonen er al vanaf september 1948. Tot eind september 1952, om precies te zijn, want dan gaan ze terug naar Semarang.*6 Pas op dat moment hebben May Khoen's ouders de woning dus voor zich alleen. Het gezin bestaat dan, inclusief oma Nel, inmiddels uit vijf personen. Voor die tijd hadden ze waarschijnlijk slechts een of twee kamertjes tot hun beschikking, simpelweg omdat ze inwonend waren en het pand al door zes mensen werd bewoond. Uiteindelijk zouden dat er dus zelfs elf worden.
Onwillekeurig roept dit alles de vraag op hoe het May Khoen's vader, die aan de UvA farmacie studeerde en (nog) niet de Nederlandse nationaliteit bezat, lukte om, in die tijd van collectieve armoede en algehele schaarste, een gezin van vijf personen te onderhouden. Terwijl er in 1954 bovendien nog een dochter bij zou komen.*7
Archiefkaart nr. 2
In het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam is ook nog een tweede persoonskaart van Nel Ko Kiong Nio te vinden. Behalve de gegevens die op de eerste kaart vermeld staan valt op deze kaart ook te zien waar ze in Amsterdam (en Deventer) zoal gewoond heeft na haar verblijf op Aruba. In Oranjestad was haar schoonzoon, na zijn afstuderen en bevordering tot apotheker, vanaf 1957 werkzaam bij de Botica Aruba maar na een jaar of vijf vond hij het daar wel mooigeweest, aangezien het eiland, naar zijn mening, voor zijn drie opgroeiende dochters te weinig goede scholingsmogelijkheden bood.
Op 12 september 1962 wordt ze opnieuw ingeschreven bij de Amsterdamse burgerlijke stand, op het adres Marius Bauerstraat 13 deze keer. In augustus 1963 strijkt ze neer in Deventer, daar woont ze in de Sylvanusstraat en aan de Zwolseweg. Haar schoonzoon heeft een betrekking gevonden bij Philips Duphar in Olst, zodoende. Lang duurt dat verblijf in Deventer niet want vanaf 28 juni 1966 woont ze wederom in Amsterdam, nu op de locatie J. de Koostraat 60. Op 9 december 1965 heeft ze dan inmiddels de Nederlandse nationaliteit gekregen. Al die jaren heeft ze deel uitgemaakt van het gezin van haar dochter en schoonzoon, naar Indonesië is ze dus niet meer teruggekeerd, maar als haar dochter, May Khoen's moeder, op 23 september 1970 plotseling overlijdt komt er aan dat tijdperk abrupt een einde.
Het Parool, 30 september 1970.
Buitenveldert en Amstelveen
Op 22 juli 1971 betrekt ze in de wijk Buitenveldert een tweekamerflatje (38 m2) op het adres Van Nijenrodeweg 848. Haar schoonzoon heeft dat gekocht, zodat ze voortaan haar eigen woonruimte heeft. Haar dochter is dan nog geen jaar dood. Voor haar jongste kleindochter, een nakomertje en dan pas vijf, kan ze vanaf dat moment niet meer zorgen, aangezien ze volledig op het openbaar vervoer is aangewezen en de reistijd ongeveer een uur bedraagt. Huishoudsters zullen de eerstkomende jaren die taak van haar overnemen.
Aan de Van Nijenrodeweg blijft ze wonen tot de flat door de belastingdienst wordt geconfisqueerd - haar schoonzoon heeft hoge belastingschulden en is eind jaren zeventig naar de VS gevlucht - en op 20 juni 1988, tijdens een publieke veiling in het Sonesta Hotel, wordt verkocht voor fl. 53.000 (zie de afbeelding hieronder), waarna ze gedwongen is om naar een flatje op Bolestein te verhuizen. Ze is dan inmiddels 83 en kent niemand in die naargeestige omgeving, in feite is ze dan dus totaal ontheemd. Uiteindelijk komt ze midden jaren negentig in verzorgingshuis Brentano in Amstelveen terecht, maar dat wordt op de archiefkaart niet meer vermeld. Op 15 januari 1999 overlijdt ze daar in haar slaap, ze is dan bijna 94. Haar as wordt niet lang erna verstrooid op Westerveld, op dezelfde plek als de as van haar dochter.
*4 Het programma Andere Tijden wijdde op 26 maart 2011 een aflevering aan de naoorlogse woningnood.
Deze documentaire geeft een goed beeld van de situatie in
Amsterdam begin jaren vijftig, dus van de tijd waarin May Khoen's ouders
en oma zich daar gevestigd hadden. De eerste twaalf minuten van aflevering 553 van de podcast van Maarten van Rossem geven ook een goed beeld van de naoorlogse tijd, zowel in Nederland als in Europa (zie onder). Bekijk eventueel ook de driedelige serie Beeld van Nederland 1945 - 1960.
*5 Deze gegevens zijn afkomstig van de persoonskaart van May Khoen's moeder Oey Kiem Lian die ook in het Amsterdams Stadsarchief te vinden is. In een volgende post zal ik hier meer aandacht aan besteden. Op 7 februari 2015 stond May Khoen voor het eerst sinds 57 jaar weer voor haar geboortehuis in de Rustenburgerstraat, zie mijn post van 21 juli 2019.
*6 Ook van Tan Swan Bing en zijn echtgenote Huguette Tai Ai-hoa (en hun kinderen) zijn er persoonskaarten te vinden in het Stadsarchief. Tan Swan Bing wordt in 1906 geboren te
Kediri in Oost-Java. De naam van zijn vader is Tan Ting Bie, van beroep
rijsthandelaar en wonende te Tangoel. Zijn moeder heet Njoo Hing Tjie. In de jaren twintig studeert Swan Bing aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, waar hij wordt opgeleid tot econoom. In 1932 trouwt hij in Den Haag met Huguette Tai Ai-hoa en keert daarna samen met haar terug naar Java. Huguette, in 1914 geboren te Parijs, is de dochter van de Chinese diplomaat Tai Ming-fou, vanaf 1927 als chargé d'affaires (zaakgelastigde) verbonden aan de Chinese ambassade in Den Haag, en zijn uit Frankrijk afkomstige echtgenote Marie Jaslin. In 1948 vestigen Swan Bing en Huguette zich opnieuw in Nederland, ze hebben dan inmiddels vier kinderen.
*7Het antwoord op die vraag komt aan de orde in deel 18 van May Khoen's voorouders (zie *2 aldaar).
No morechampagne And the fireworks are through Here we are, me and you Feeling lost and feeling blue It's the end of the party And the morning seems so grey So unlike yesterday Now's the time for us to say:
Happy new year, happy new year May we all have a vision now and then Of a world where every neighbour is a friend Happy new year, happy new year May we all have our hopes, our will to try If we don't we might as well lay down and die You and I
Deventer, 27 december jl.
Hoog tij
De afgelopen week zijn de IJsselsteden Zutphen en Deventer net niet overstroomd. En in Oekraïne heeft Rusland nog steeds net niet het plaatsje Avdiivka kunnen innemen. Geert Wilders wordtzeer waarschijnlijk geen minister-president, in een fascistische dictatuur komen we derhalvevoorlopig (hopelijk) ook net niet terecht. Tot op heden hebben'doorbraken' die onze manier van leven op een fundamentele manier zouden kunnen bedreigenzichdus (gelukkig) nog (net) niet voorgedaan.
Maar hoe lang gaat dat nog goed? Ik ben bijna tien jaar na de Tweede Wereldoorlog geboren en heb eigenlijk in mijn leven alleen maar toenemende welvaart, voorspoed en vrijheid gekend. Dat feest is definitief voorbij, ervaar ik tegenwoordig heel sterk. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat we bij de pakken neer moeten gaan zitten. Er zit de komende tijd dus niks anders op dan, op allerlei fronten, de dijken te gaan verzwaren. Dat lijkt me niet meer dan logisch. Allereerst moet in ieder geval het budget voor defensie fors omhoog. En wel zo snel mogelijk!
there is enough treachery, hatred violence absurdity in the average human being to supply any given army on any given day
and the best at murder are those who preach against it and the best at hate are those who preach love and the best at war finally are those who preach peace
those who preach god, need god those who preach peace do not have peace those who preach peace do not have love
beware the preachers beware the knowers beware those who are always reading books beware those who either detest poverty or are proud of it beware those quick to praise for they need praise in return beware those who are quick to censor they are afraid of what they do not know beware those who seek constant crowds for they are nothing alone beware the average man the average woman beware their love, their love is average seeks average
but there is genius in their hatred there is enough genius in their hatred to kill you to kill anybody not wanting solitude not understanding solitude they will attempt to destroy anything that differs from their own not being able to create art they will not understand art they will consider their failure as creators only as a failure of the world not being able to love fully they will believe your love incomplete and then they will hate you and their hatred will be perfect
like a shining diamond like a knife like a mountain like a tiger like hemlock
Het zijn donkere tijden, zowel letterlijk als figuurlijk. Ik schreef daar in mijn vorige post ook al over, al vermeldde ik toen nog niet dat 25 procent van het Nederlandse volk, bij de Tweede Kamer-verkiezingen van een maand geleden, op Geert Wilders gestemd heeft. In z'n eentje is deze antidemocratische, door moslimhaat gedreven, geblondeerde narcist daarmee de grootste partij in het parlement geworden. Terwijl Rusland overgegaan is tot het instellen van een oorlogseconomie, en het klimaat overduidelijk op hol geslagen is, gaan onze volksvertegenwoordigers de komende jaren, als het aan Wilders ligt, dus vooral neuzelen over de migratieproblematiek.
Gelukkig ontdekte ik onlangs een kanaal op YouTube dat wat licht in de huidige duisternis brengt. GUITARO5000* is daarvan de naam. De hoofdpersoon is een zekere Reggie uit New Jersey die over het magische vermogen beschikt om, overal in Amerika's publieke ruimte, mensen hun favoriete muzieknummers te laten zingen. Hij doet dat overigens meestal op plekken in de stad New York. Sing with me for free, met die woorden nodigt hij de voorbijgangers uit. Door hem kijk ik al een paar dagen amper nog naar het nieuws en ben ik inmiddels een stuk vrolijker.
Ben je ook een beetje somber over de toekomst of zit je in een winterdip? Probeer dan eens dit medicijn!
We've got a war to fight Never found our way Regardless of what they say
How can it feel, this wrong
From this moment How can it feel, this wrong
Storm in the morning light I feel No more can I say Frozen to myself
I got nobody on my side And surely that ain't right
Surely that ain't right
Ohh, can't anybody see We've got a war to fight Never found our way Regardless of what they say
How can it feel, this wrong From this moment How can it feel, this wrong
How can it feel, this wrong
From this moment How can it feel, this wrong
Ohh, can't anybody see
We've got a war to fight Never found our way Regardless of what they say
How can it feel, this wrong
From this moment How can it feel, this wrong
Portishead
This wrong
We leven in beklemmende tijden. Niet alleen in klimatologisch maar ook in geopolitiek opzicht. De mondiale evenwichten zijn grondig aan het verschuiven, over niet al te lange tijd zal de wereldorde er waarschijnlijk totaal anders uitzien. Angst, geweld en onderdrukking zullen dan ongetwijfeld in veel landen de boventoon voeren, omstandigheden zoals die op dit moment in allerlei dictaturen al bestaan. Ook valt te verwachten dat er op tal van plekken gewapende conflicten gaan uitbreken, waardoor de vluchtelingenstromen vermoedelijk sterk zullen toenemen. Kennelijk is niemand nog in staat om het tij te keren, dus om voor al die dreigingen oplossingen te vinden. Zelfs de paus in Rome niet.
Onlangs
bereikte mij het bericht dat Tan Hway An, May Khoen's grootvader,
tijdens de oorlog door de Japanners geïnterneerd was geweest. Waar nog
aan toegevoegd werd 'dat hij niet gemarteld was'. Een van de trouwste volgers van mijn blog was dat te weten gekomen. Hoe lang die
internering had geduurd, of waar hij precies gevangen had gezeten, werd
er helaas niet bij vermeld. Al vanaf het begin van mijn naspeuringen
naar hem had ik een vermoeden gehad van zo'n eventuele detentie,
maar in de digitale archieven had ik daar nooit bewijs voor kunnen
vinden. En nu was er dus ineens, ongevraagd, een bevestiging van dat vermoeden.*1
Vanaf begin jaren dertig was Tan Hway An bestuurslid van de Semarangse Hua Chiao Tsing Nien Hui geweest. Doel van de vereniging was het etnisch bewustzijn van Chinese jongeren
in Nederlands-Indië te versterken. De beweging was
sterk op China gericht, waar op dat moment de nationalistische Kwomintang van Chiang Kai-shek en
de communisten van Mao Zedong in een burgeroorlog verwikkeld
waren (in 1936 sloten ze een wapenstilstand vanwege de toenemende
Japanse
dreiging). Ook was hij lid geworden van de plaatselijke afdeling van de
Tiong Hoa Hwee Koan, een organisatie die in 1900
opgericht was met het doel om het confucianistische gedachtegoed onder
de in Nederlands-Indië woonachtige Chinezen in ere te herstellen en
daartoe overal in de archipel Chinese scholen oprichtte. In 1938 had
hij, als lid van die organisatie, steun verleend aan het inzamelen van
geld voor de burgerslachtoffers van de Tweede
Chinees-Japanse Oorlog. Nadat de Japanners zes jaar eerder Mantsjoerije hadden
ingelijfd was die strijd in 1937 in volle hevigheid langs de oostkust van China losgebarsten en zou
vervolgens, mede door de vele oorlogsmisdaden van
het Japanse leger, 17 miljoen Chinezen het leven gaan kosten.*2
Sook Ching
Eind
februari 1942, twee maanden nadat ze Maleisië waren binnengevallen, werden er in die Britse kolonie door de Japanners zo'n
45.000 (voornamelijk) mannelijke Chinese ingezetenen
0m het leven gebracht. In Singapore, waar de massamoord de geschiedenis in zou gaan als 'Sook Ching'
(Suqing, uitroeiing, zuivering), ging het om minstens 25.000 dodelijke slachtoffers. Simpelweg omdat ze van anti-Japanse activiteiten
werden verdacht. Of dat ook daadwerkelijk zo was deed niet ter zake. De
Japanners beschouwden 'China en de Chinezen' als het grootste obstakel
in hun streven om geheel Oost-Azie aan zich te onderwerpen en lieten
daarom geen enkel middel onbeproefd om elke eventuele tegenwerking uit die
hoek al bij voorbaat de kop in te drukken. Daarnaast ging er van hun
meedogenloze manier van optreden natuurlijk veel intimidatie naar de
rest van de bevolking uit.
Waarschijnlijk is Tan Hway An, op basis van zijn bovengenoemde pro-Chinese lidmaatschappen
en activiteiten - en eveneens omdat zijn bedrijf zakelijke banden met de vroegere kolonisator onderhield - medio 1942 door de Japanners
gevangen genomen en vervolgens geïnterneerd.
Mogelijk ook een periode in Burgerinterneringskamp IV in Tjimahi, een garnizoenstad niet
ver van Bandung, aangezien daar na verloop van tijd de meeste Javaanse Chinezen
werden ondergebracht.
Als hij buiten Java had gewoond valt niet uit te sluiten dat ook hij na zijn
aanhouding door de Kempeitai, de Japanse militaire
politie, zou zijn gemarteld en geëxecuteerd, net zoals veel
'activistische' Chinezen in Maleisië en Singapore was overkomen. Hij had
echter het geluk dat de Japanse machthebbers besloten om op Java, ten aanzien van de Chinese bevolking,
een minder repressief beleid te voeren dan in de overige bezette gebieden. De Japanners hoopten dat deze mildere benadering hen zou
helpen bij de exploitatie van Java's economische bronnen en het in stand
houden van de lokale economie.*3 Dat Tan Hway An de Japanners
dankbaar was voor deze 'coulante opstelling' valt echter te betwijfelen,
vermoedelijk koesterde hij net zo'n diepe haat tegen hen als alle
andere geïnterneerden, uit welke etnische groep dan ook.*4 Wat trouwens even sterk gold voor de rest van de
Indische bevolking.*5
*1 In deel 10 over May Khoen's voorouders is informatie te vinden over de levensloop van Tan Hway An.
*2 Ga naar mijn post van 15 augustus 2019 voor meer details over de Tweede Chinees-Japanse Oorlog, of bekijk dit filmpje over De slachting van Nanking.Op
15 augustus 1945 kwam er ook aan deze oorlog officieel een einde, waarna er al spoedig opnieuw een bloedige burgeroorlog
tussen de Chinese communisten en nationalisten uitbrak.
*3 Voor een uitgebreide beschrijving van de implicaties van de Japanse bezetting voor de Chinese gemeenschap in Nederlands-Indië verwijs ik de geïnteresseerde lezer naar hoofdstuk 5 (pag. 99-124) van Patricia Tjiook Liems boek Chinezen uit Indonesië (Zutphen, 2022).
*4 Vele duizenden welgestelde Chinezen in Nederlands-Indië zaten in een zeer hachelijke positie tijdens de Japanse bezetting. Niet alleen omdat ze, per definitie, verdacht werden van anti-Japanse en pro-Nederlandse sentimenten, maar eveneens omdat ze een geliefd doelwit vormden voor de bezetter vanwege hun geld en bezit. Het zogeheten 'Pontianak complot' vormt daar een goede illustratie van. In september 1943
arresteerde de Japanse militaire politie,
in Pontianak op Borneo, honderden Indonesische bestuursambtenaren, artsen, Chinese handelaren
en familieleden van de sultan. Zij
werden ervan beschuldigd voorbereidingen te treffen voor de terugkeer
van het Nederlandse bestuur. Om bekentenissen en
namen van medestanders af te dwingen werden ze blootgesteld aan hevige martelingen. Uiteindelijk leidde dit tot ruim 1400 arrestaties. In
mei 1944 werden tientallen gevangenen door de krijgsraad ter dood veroordeeld en vervolgens geëxecuteerd. Ruim duizend gevangenen, waarvan de
meerderheid Chinees was, werden om het leven gebracht zonder enig vorm van proces. De samenzwering werd overigens nooit aangetoond. Na de oorlog bleek dat er bij de Chinezen hoofdzakelijk tot arrestatie was overgegaan omdat ze vermogend waren.
*5 In mijn post getiteld Van Pearl Harbor tot Nagasaki
doe ik verslag van de, veelal desastreuze, gevolgen van de Japanse
bezetting voor het leven van alle bevolkingsgroepen in de archipel.
Botresten van de vermoorde Chinezen in Pontianak, Borneo.
je zit achterop dus zie je een rug en niet wat er komt als je dan roept: zeg mij wat er is zegt een stem: de weg, kind, de weg op een dag denk je klaar, ik heb het gehad met dat zicht van opzij er is altijd wel iets wat ik nog niet kan nog lang niet weet of beter niet zeg mag ik nu het stuur dan slingert het pad en tingelt mijn bel ik ga naar een plek waar ik nooit ben geweest en fiets ik verkeerd is dat pech, maar niet erg wat ik zie hou ik bij een berg heeft een top en de wereld krijgt mij